Categorie archief: muziek

meeslepende filmmuziek

geluisterd naar schilderijen van een tentoonstelling (1874)
van Modest Moessorgski in de orchestratie (1922) van Maurice Ravel

Bij een historische spektakelfilms uit de jaren vijftig hoort natuurlijk kamerbrede muziek. De van origine Russische componist Dmitri Tiomkin (1894-1979) en de van origine Hongaarse componist Miklós Rózsa(1907-1995) componeerden in opdracht van grote filmmaatschappijen in Hollywood scores voor epic films. Beide componisten wonnen oscars.

Tiomkin
Dmitri Tiomkin op een Amerikaanse postzegel

Dmitri Tiomkin componeerdede score voor o.a. Land of the Pharaohs (1955), Rio Bravo (1959), The Alamo (1960), The Guns of Navarone (1961) en The Fall of the Roman Empire (1964). Rózsa schreef filmmuziek voor o.a. Quo Vadis (1951), Julius Caesar (1954), Ben-Hur (1959), King of Kings (1959), El Cid (1962) en Sodom and Gomorrha (1962).

Hollywood composers
In de serie legendarische componisten uit Hollywood mis ik Miklós Rózsa. Tot de selectie behoren: Erich Wolfgang Korngold, Max Steiner, Dmitri Tiomkin, Franz Waxman, Bernard Herrmann en Alfred Newman.

Tegenwoordig klinken de rijke orchestraties van Tiomkin en Rósza ouderwets. Dat komt omdat de epische filmmuziek halverwege de twintigste eeuw schatplichtig is aan de programmamuziek en symfonische gedichten uit de negentiende eeuw. Als je naar Tiomkin en Rózsa luistert, hoor je de invloed van Russische componisten als Rimsky-Korsakov en Modest Moessorgski. Ze wisten de klankkleur van de instrumenten in te zetten voor een ongekende expressie en zeggingskracht. Hun composities zijn steeds doorspekt met thema’s uit de volksmuziek, die een scala aan gevoelens uitdrukken. De Russische programmamuziek is daarom erg geschikt als filmmuziek.

De afgelopen dagen luister ik naar schilderijen van een tentoonstelling (Картинки с выставки). Samen met een Nacht op de Kale Berg is dit het bekendste stuk van de Russische componist Modest Moessorgski. Het is ook het meest bewerkte pianostuk ter wereld. De orkestratie die Maurice Ravel in 1922 maakte, is de meest uitgevoerde bewerking van deze pianocyclus in 16 delen.

De orkestratie van de ‘Schilderijententoonstelling’ van Maurice Ravel is verreweg de bekendste. Het is enigszins vreemd dat Ravel aan deze opdracht begon want hij had een hartgrondige hekel aan het feit dat anderen aan zijn werken knutselden. Zo weigerde hij te luisteren naar een transcriptie van Ravels werk Tzigane door de violist Jacques Thibaud. Ravels orkestratie is uitermate Frans van klankkleur, bijvoorbeeld door het veelvuldig gebruik van de saxofoons, de soms dunne strijkersklank en de lichtheid van de orkestratie van het komische deeltje ballet van de kuikentjes in hun eierdopjes.
 
Ravels orkestratie is als volgt: 3 fluiten (waarvan 2 ook de piccolo spelen); 3 hobo’s (waarvan één ook Engelse hoorn speelt); 2 klarinetten; 1 basklarinet; 2 fagotten; 1 contrafagot; 1 altsaxofoon; 4 hoorns; 3 trompetten; 3 trombones; 1 tuba, 1 paar pauken, slagwerk (triangel, kleine trommel, zweep, bekkens, grote trom, klokkenspel, grote staafklokken); een xylofoon, een celesta, 2 harpen en strijkers.
 
Bron: nl.wikipedia.org

Het zevende deel heet Bydło. Dat is de naam van een Poolse ossenwagen. Het beeld dat de componist hier voor ogen heeft, zijn de draaiende zware wielen. In het thema is een sterk geaccentueerde puls hoorbaar. Je hoort de wagen nabijkomen en tenslotte weer verdwijnen in de verte. In de orkestversie van Ravel wordt het thema door een tuba vertolkt.

“Pictures at an Exibition” (Moessorgsky-Ravel)
deel 7: Bydło – uitvoering door Filarmonica della Scala o.l.v. V.Gergiev. Tuba solo: Alessandro Fossi. Patrick Bouchard maakte in 2012 een animatiefilm bij Bydło.

Dit deel uit schilderijen van een tentoonstelling is bijzonder geschikt voor massascènes in epische films. In veel Bijbelse en historische spektakelfilms zitten scenes waar massa’s in beweging komen, bijvoorbeeld legers die ten strijde trekken. De klankkleuren die je hierbij hoort, doen vaak denken aan die uit Bydło van Modest Moessorgsky.

The Fall of the Roman Empire)
still uit The Fall of the Roman Empire (1964) Bij dergelijke massascenes past het thema uit Bydło erg goed. Dmitri Tiomkin componeerde de score voor deze film.

Modest Moessorgski [ nl.wikipedia.org ] | Remembering Dimitri Tiomkin [ in70mm.com ]

veertig jaar geleden

terug naar september 1974: welke singles stonden er in de Top 40?

Veertig jaar geleden! Vroeger hoorde ik dat mijn vader zeggen. De verwondering dat hij al zover terug kon kijken in zijn eigen verleden ging meestal samen met een zucht van weemoed. Waar, o waar blijft de tijd? In dergelijke verzuchtingen weet je dat je écht ouder geworden bent. Maar ben je ook al oud geworden? Ja en nee. In de herinnering kun je de jonge jaren terugvinden, en daarmee het jonge ik dat er ook nog steeds is zou moeten zijn.

Top 40
vier singles uit de top 40 van september 1974
Rock your baby van George Mccrae, The Hostage van Donna Summer, Sugar Baby Love van Rubettes en Sundown van Gordon Ligthfoot

Misschien is het terugvinden van de jeugd ook het geheim van de Top 2000 die elk jaar tussen kerst en nieuwjaar wordt uitgezonden. We krijgen er maar geen genoeg van. Dat geldt in het bijzonder voor de vijftigplussers die hun “thuisland” in de jaren zestig en zeventig hebben.

gebeurtenissen uit augustus/september 1974
De Amerikaanse president Richard Nixon treedt af na Watergateschandaal – Wapenstilstand op Cyprus waarbij Turkije het bestuur over een derde van het eiland behoudt – De piratenzenders Radio Veronica en Radio Noordzee Internationaal zenden voor het laatst uit – Haile Selassie, de keizer van Ethiopië, wordt afgezet

Top 40 van 7 september 1974 [ top40.nl ]

paradise regained

de Poort van het Paradijs staat soms op een kier

Ik behoor tot degenen die het bitterzoete heksenbrouwsel van John Lennon verkiezen boven de ranja van Paul McCartney. Waar het verschil tussen die twee maximaal gevoeld kan worden, is in de twee songs die verwijzen naar hun jeugd in Liverpool. Penny Lane en Strawberry Field(s Forever) liggen geografisch niet zover uit elkaar, maar muzikaal gezien ligt er een wereld tussen.

Vrienden van ons bezoeken dit weekend Liverpool en gaan er kijken. Ik deed het al virtueel en zag een grauwe, troosteloze straat en een rood hek. Allebei kraak noch smaak. Maar daar gaat het niet om. Het zijn de songs die meerwaarde geven aan deze banale plekken.

Penny Lane is een straat zoals er duizenden zijn onder de Britse suburbian sky. Net als Corronation Street bestaat Penny Lane uit kleine rijtjeshuizen van rode baksteentjes waar de vooruitstekende erkertjes de gossip in stand houden. De straat is verpauperd, maar de barbier is er nog steeds.

Het enige dat ik op mijn virtuele wandeling van Strawberry Field kon waarnemen, was een gesloten hek. Ik zocht nog eens met Google Image Search op “strawberry field gate”. Het hek ging niet open. Wel zag ik tientallen foto’s van dat gesloten hek in alle jaargetijden, soms met poserende “bedevaartgangers” ervoor.

het befaamde rode hek van Strawberry Field op Google Image Search

De foto’s van de ingang van Strawberry Field laten een ontwikkeling in de graffiti zien. Ook blijkt er iemand te zijn die replica’s van dat rode hek aanbiedt en je kunt het in allerlei maten bestellen. Het hek dat je tegenwoordig aantreft, is overigens niet het originele uit Lennon‘s jeugd maar ook een replica.

Nothing is real.

Maar de metafysica van de Paradijspoort blijft onverwoestbaar. In de dagelijkse werkelijkheid is het hek gesloten, maar in genaderijke momenten staat het op een kier en kunnen wij weer even naar binnen glippen. Het is hoopgevend dat de Paradijspoort midden in een troosteloze wereld staat. In Liverpool, Veenendaal or where ever.

Ik denk aan de plekken uit mijn eigen jeugd. De Leinweberstraat, de Klaas Katerstraat, de W.C. Beeremansstraat en het Puskásbosje. Plekken waar de buitenstaander niets anders vindt dan in Penny Lane en Strawberry Field. Banale plekken, maar nog altijd omgeven door een aura. Ooit lag hier het paradijs tijdens die eindeloze vrije woensdagmiddag. Soms keer ik er weer terug. Het Puskásbosje bestaat sinds drie jaar niet meer. Maar in mijn dromen is het er nog steeds. Puskásbosje Forever. Net als de zomer van 1975.

Plekken uit mijn jeugd

the time, the place, the motion

gezien zaterdagmiddag op Een: Grease (1978)
en zondagmiddag op Een: Swing Time (1936)

De Belgische zender Een zond dit weekend twee dansklassiekers uit. De eerste van 36 jaar geleden kan ik mij nog goed herinneren, de laatste van 78 jaar geleden was ver voor mijn tijd. Toch is Swing Time (1936) nog altijd een hele gave film. Samen met Grease (1978) staat deze vermeld in 1001 films die je gezien moet hebben, het naslagwerk dat wij bij de televisie hebben liggen.

de geniale act Bojangles of Harlem van Fred Astaire uit Swing Time met het nummer Turn the Beat around van Vicky Sue Robertson uit 1976

Bill “Bojangles” Robinson (1878-1949) was an American tap dancer and actor, the best known and most highly paid African American entertainer in the first half of the twentieth century. His long career mirrored changes in American entertainment tastes and technology, starting in the age of minstrel shows, moving to vaudeville, Broadway, the recording industry, Hollywood radio, and television.
Bron: en.wikipedia.org

Swing Time [ imdb.com ] | Grease [ imdb.com ]

Faust als prima ballerina

Donderdag gezien op Net 5: Black Swan (2010)

black swanDe mens die zijn ziel aan de duivel verkoopt, is een terugkerend thema in de literatuur, het theater en de film. Een indringende variatie op het Faust-thema is The Devil’s advocate (1997), waarin Al Pacino de duivel speelt en Keanu Reeves de jonge advocaat die zich door zijn ambities laat verstrikken in het web van het kwaad. In The Godfather speelde Al Pacino de rol van Michael Corleone, de zoon die door zijn eergevoel de corruptie van zijn vader niet afwees maar navolgde.

Meestal zijn het in de literatuur de mannen die door het kwaad verleid worden. Sommigen door hun geldingsdrang, anderen uit angst, maar de meesten uit ijdelheid. Want, zo zegt de duivel in The Devil’s advocate: “Vanity is definitely my favorite sin. Self-love, the all-natural opiate.”

Black Swan is het verhaal van een jonge perfectionistische balletdanseres. Ze is begin twintig maar nog altijd het kleine meisje van haar moeder. Net als bij een topsporter, wordt haar wereld beheerst door haar ambitie. Alles is ondergeschikt aan haar perfectionisme. Wanneer ze op een dag de kans krijgt de hoofdrol te dansen in een nieuwe interpretatie van het Zwanenmeer van Tsjaikowsky, doet ze alles om deze rol te bemachtigen.

Vanity is definitely my favorite sin. Self-love, the all-natural opiate.

The devil’s advocate (1997)

Maar de regisseur heeft zijn bedenkingen. Voor de witte zwaan is ze inderdaad de perfecte keuze, maar de hoofdrol in het Zwanenmeer is een dubbelrol. Ze moet ook de zwarte zwaan kunnen dansen. En daar is ze te onbedorven voor. Nathalie Portman, die met haar zwanenhals en elegantie nogal doet denken aan Audrey Hepburn, heeft het imago van een fee en niet van een vamp. De regisseur wil dat ze zich inleeft in de rol van de zwarte zwaan. Hij geeft haar de bedenkelijke raad haar wellustige kant te ontdekken en te exploiteren.

De ambitieuze balletdanseres toont zich net als Faust bereid haar ziel te verliezen voor dat ene doel. Achter haar blanke imago, verschuilt zich een torenhoge ambitie en hoogmoed. Het ideale handvat voor het kwaad.

Black Swan [ imdb.com ]