Categorie archief: architectuur

meer is meer !

rococo in OberBayern

Tijdens onze vakantie door OberBayern bezochten we weer een aantal kerken. In Zuid-Duitsland en Tirol vind je de meest uitbundige kerkinterieurs ter wereld. De meeste zijn gebouwd tussen 1740 en 1770 in de periode dat het rococo in de mode was. Ik ben deze stijl de laatste jaren pas gaan waarderen, nadat ik lang tegengehouden ben door beeldvorming: krullen staan nu eenmaal onder de zware verdenking van kitsch, terwijl eenvoudig en minimalistisch daarentegen meestal geassocieerd worden met kunst.

Deze beeldvorming is alomtegenwoordig. Bijna alle klanten voor wie ik de afgelopen vijftien jaar websites maakte, verklaarden met klem geen “toeters en bellen” te willen en met de mantra “minder is meer” was er meestal volmaakte consensus. Eenvoud is nu eenmaal het kenmerk van het ware. En van de goede smaak.

Ettal
rocaille in de abdijkerk van Ettal

Complexe structuren en “drukke” kunstwerken diskwalificeren zich in deze beeldvorming. Toch is dat onzin. We zijn geconformeerd aan het moderne smaakoordeel waarin “minder is meer” per definitie beter is dan “alle registers open”. In het midden van de achttiende eeuw was het smaakoordeel precies omgekeerd. Minder was gewoon minder en meer was gewoon meer! Versieringen waren chique en sober was kaal en armoedig. Het conformisme in die tijd volgde juist de tegengestelde richting.

We zijn geconformeerd aan het moderne smaakoordeel waarin “minder is meer” per definitie beter is dan “alle registers open”.

De barokke visie gaf ruimte voor overvloedig versierde interieurs. Maar vaak zijn deze zwaar en drukkend. In het rococo dat zich na 1730 van de barok begint te onderscheiden, wordt alles lichter. In de eerste plaats de kleuren. De pastelkleuren uit het rococo geven het interieur de lichtheid van een Italiaanse ijssalon. De ornamentiek verandert ook. In plaats van zware vergulde lijsten en cartouches, druipt en slingert er een zwierig rocaille langs de muren. De vormen zijn asymmetrisch geworden zodat ze meer ademen als de symmetrische barokvormen en vrijer bewegen.

preekstoelen
de preekstoelen in de kerk in Steingaden (links)
en in de Wieskirche (rechts)

Het interieur van het kleine kerkje in de Wies (bij Steingaden) wordt beschouwd als het mooiste rococokerkje ter wereld. We bezochten het in juni voor de derde keer. Elke keer ga ik het meer waarderen. Een van de bijzondere dingen van de Wieskirche is de balans tussen ornamentiek en kale witte muren. Pas halverwege de witgepleisterde muren en het plafond begint het rocaille te bewegen. Het lijkt wel een branding. Het plafond is een betoverende onderwaterwereld met “koraalriffen” van rocaille. Die associatie is overigens niet vreemd, want het rocaille is oorspronkelijk een schelpmotief.

Salzburg
fresco (detail) in de St Peter in Salzburg. Typerend voor het rococo zijn de pastelkleuren.

puinhoop

vandaag het Reichsparteitagsgelände in Neurenberg bezocht
en de tentoonstelling Faszination und Gewalt in het Dokuzentrum
Reichsparteitagsgelände
de binnenkant van de onvoltooide Kongresshalle, het grootste monument van het nationaal-socialisme dat bewaard gebleven is.
Noch heute zeugen auf dem ehemaligen Reichsparteitagsgelände im Süden Nürnbergs gigantische Baureste vom Größenwahn des nationalsozialistischen Regimes. Dort, in der unvollendet gebliebenen, für 50.000 Menschen ausgelegten Kongresshalle befindet sich das Dokumentationszentrum Reichsparteitagsgelände.
 
Bron: museen.nuernberg.de
Reichsparteitagsgelände
…op de ruïnes van het Derde Rijk…
[inzet: still uit "Triumph des Willens", 1935]

Dokuzentrum [ museen.nuernberg.de ]

Een beetje vreemd … [ 2 ]

vandaag bezocht: Schloss Herrenchiemsee

Na Schloss Hohenschwangau, Schloss Neuschwannstein en Schloss Linderhof bezochten we het vierde kasteel van Ludwig II van Beieren. Net als de Sint Pieter van Oudenbosch is het een verkleinde replica, in dit geval van het paleis van Versailles. Ludwig II stond op goede voet met Napoleon III van Frankrijk en vergaapte zich aan Versailles waar Bismarck in 1871 Frankrijk vernederd had door in de spiegelzaal het Duitse Keizerrijk uit te roepen.

Schloss Herrenchiemsee
Schloss Herrenchiemsee
Het slot moest – als hommage aan de door Lodewijk II zo bewonderde Lodewijk XIV – stilistisch een replica worden van het Kasteel van Versailles. Sinds Lodewijk II met eigen ogen Versailles had aanschouwd, was hij niet meer te stuiten. In 1878 begon de bouw van dit reusachtige slot, dat in afmeting en aanzien Versailles ruimschoots diende te overtreffen. De langgerekte gevel is gedecoreerd met beelden in nissen. De bouw vergde een nauwkeurige planning en organisatie, er waren zo’n 4000 mensen tegelijkertijd met de bouw bezig.
 
Bron: nl.wikipedia.org

Een beetje vreemd … [ 1 ]

vandaag bezocht: Wieskirche en Schloss Linderhof

Vijf jaar geleden bezochten we voor het eerst de Wieskirche aan de Romantische Strasse in Beieren. Het is een beetje vreemd: een kerk in de vorm van een ijssalon met veel roomijs, pistache, aardbeien en afgewerkt met honing. Maar wél lekker.

Wieskirche
Wieskirche

De onderbouw van het interieur is wit gepleisterd en maakt een sobere indruk. Maar halverwege het plafond wordt het oog meegevoerd in een branding van rocaille. De fantasierijke schuimkoppen slaan tegen een enorme plafondschildering. Daarop zien we hoe God zijn Rechterstoel heeft verlaten en bovenop de regenboog is gaan zitten. Alle zonden zijn vergeven. De associatie met de ijssalon waar elk kind (van God) getrakteerd wordt, is zo gek nog niet…

Koning Ludwig II van Beieren kreeg het rocaille met de paplepel ingegoten. De historistische paleizen die de sprookjeskoning overal in Beieren liet bouwen zijn bijna allemaal in neorococo. Schloss Linderhof is een miniatuur Versailles middenin een groot jachtgebied in de Ammergauer Alpen.

Schloss Linderhof
Schloss Linderhof

nationalisme in Brussel

In zijn colleges vaderlandsliefde – nationalisme en nationaal gevoel wijst Joep Leerssen erop dat de meeste standbeelden van historische figuren in West-Europa gebouwd zijn ergens tussen 1815 en 1914, de eeuw van het nationalisme. Toen we vorige week in Brussel waren, viel mij op hoe uitbundig het nationalisme in de negentiende eeuw bij onze Zuiderburen gevierd is. De grandeur van het negentiende eeuwse Brussel heeft alles met Parijs en niets met Amsterdam. Voor een deel komt dit door het cultuurverschil tussen katholieke Zuiden en protestantse Noorden van de Nederlanden.

Maar het is ook een gevolg van de afscheiding van 1830, toen België zich van Nederland afkeerde. De profilering van België als onafhankelijke staat is het duidelijkst zichtbaar op en rond het Koningsplein. Dit plein wordt gedomineerd door een enorm ruiterstandbeeld uit 1848. Het stelt de kruisvaarder Godried van Bouillon (1060-1100) voor, de eerste koning van Jeruzalem. (Zijn broer Boudewijn I (1068 1118) volgde hem in 1100 op.) Met deze katholieke koning zette België zich als onafhankelijke staat op de kaart met een duidelijk signaal naar Nederland: België was een katholieke natie.

Koningsplein
het ruiterstandbeeld van Godried van Bouillon op het Koningsplein in Brussel
Na de onafhankelijkheid van België in 1830 besliste de jonge regering om overal in het land standbeelden te plaatsen van grote figuren uit het “nationale” verleden. Centraal op het Koningsplein staat sindsdien het ruiterstandbeeld van Godfried van Bouillon, gemaakt door Eugène Simonis in 1848. Deze kruisvaarder was aanvoerder van de Eerste Kruistocht (1096–1099). Hij was hertog van Neder-Lotharingen, waartoe ook Brabant behoorde, en werd na zijn kruistocht uitgeroepen tot koning van Jeruzalem en beschermer van het Heilig Graf. Beneden op het voetstuk staan twee reliëfs: Koning Godfried beraadslaagt (links) en De inname van Jeruzalem (rechts). Deze beide reliëfs werden er later bijgeplaatst.
 
Bron: nl.wikipedia.org
Koningsplein
het classicistische Koningsplein in Brussel wordt gedomineerd door de Sint Jacobskerk en het Grondwettelijk Hof die in het laatste kwart van de achttiende eeuw gebouwd werden.

het oude en het nieuwe Europa

vrijdag en zaterdag voor de vijfde maal een stadswandeling door Brussel gemaakt

Afgelopen weekend bezochten Michaela en ik voor de vijfde maal Brussel. Ditmaal niet voor de Art Nouveau maar voor een stadswandeling langs architectuur van de 20e eeuw.

onze Art Nouveau wandelingen “doorheen Brussel”
Sint Gilles en Vorst (3 april 2009)
Louizawijk en vijvers van Elsene (25 juli 2009)
Schaarbeek (16 mei 2013)
Squareswijk en Jubelpark (31 maart 2014)

We begonnen vrijdagmiddag in Sint Gilles met het gemeentehuis (1900-1904), dat geheel in neorenaissance stijl gebouwd is, en eindigden zaterdag bij het postmoderne gebouwencomplex van de Leopoldruimte (1987-1995). Een groter contrast in de bouwkunst is nauwelijks denkbaar. De twintigste eeuw is dan ook een eeuw van grote contrasten, die weerspiegeld worden in de bouwkunst.

Sint Gilles en Leopoldruimte
het neorenaissancistische Hotel de Ville de Saint Gilles en het Paul-Henri Spaakgebouw in Brussel zijn gebouwd respectievelijk aan het begin en einde van de twintigste eeuw.

Het verschil tussen het gemeentehuis en het gebouwencomplex van de Leopoldruimte is niet alleen het verschil tussen historisme en postmodernisme, maar ook het verschil tussen het oude en nieuwe Europa. Het Avondland was in de twintigste eeuw bijna ten onder gegaan, maar herrees na 1945 door het Marshallplan en de EGKS. Zo ontstond er een nieuw Europa dat zich ervan verzekerd had dat economische samenwerking het tegengif moest zijn voor nationalisme.

De architectuur die net als andere kunstvormen een uitdrukking van de geschiedenis is, weerspiegelt de omslag van nationalisme naar internationale samenwerking. Misschien is de bouwkunst meer als andere kunstvormen ook de uitdrukking van een politiek programma. De overheid zal in grote bouwprojecten altijd proberen iets van haar visie uit te dragen, of het nu om prestigeobjecten gaat of overheidsgebouwen die de band met de burger moeten versterken.

Vaak waren grote bouwprojecten niet alleen een architecturaal manifest maar ook de uitdrukking van een politiek programma.

Zo heeft het stadsdeel Schaarbeek, net als Sint Gilles, een eigen gemeentehuis met een omringende markt, die helemaal is opgetrokken in historische stijlen. Aan het einde van de negentiende eeuw tot aan de Eerste Wereldoorlog, wilde de overheid de relatie met het nationale verleden versterken. Burgerzin werd gekoppeld aan historisch besef. De Belg, en de Brusselaar in het bijzonder, mocht terugkijken op een roemrijk verleden, dat door het historisme werd doorgetrokken naar het heden.

Het historisme in de bouwkunst was dus gekoppeld aan collectief zelfbewustzijn. Vaak waren grote bouwprojecten, zoals het Paleis van Justitie in Brussel, niet alleen een architecturaal manifest maar ook de uitdrukking van een politiek programma. Na de oorlog veranderde er aan de buitenkant veel, maar aan de binnenkant weinig. Dat werd mij duidelijk bewust toen we het reusachtige complex van de Leopoldruimte betraden waar het Europees Parlement een tweede vestiging heeft.

Leopoldruimte
het Paul-Henri Spaakgebouw (1988-1992)
in de zgn. Leopoldruimte.

De Leopoldruimte is gebouwd tussen 1987 en 1995, maar in 2008 vond nog een uitbreiding plaats. Het is in postmoderne stijl gebouwd. Michaela merkte op dat de stijl herinnert aan art deco. Natuurlijk blijven het allemaal labels. Postmoderne architectuur is goed vergelijkbaar met het eclecticisme uit de tweede helft van de negentiende eeuw waarin architecten teruggrepen naar stijlen uit het verleden. Maar het postmodernisme heeft een nóg groter bereik omdat het historisme combineert met modernisme.

Aan de binnenkant is er eigenlijk weinig veranderd. Natuurlijk zijn ook de gebouwen van de Europese Unie de uitdrukking van een politieke visie, net als de paleisachtige gebouwen uit de tijd van het nationalisme dat waren. De vormentaal is veranderd. In de historische bouwkunst werd net als op de timpaan van een romaanse of gotische kerk nog een verhaal verteld. De nationale helden uit het verleden kregen hun plekje aan de gevel. Maar de EU gebruikt abstracte symbolen omdat nationalisme niet te verenigen is met de geest van het nieuwe Europa. We zien op de Eurobiljetten dan ook geen historische personen meer, maar architectuur: bruggen en ramen, als symbolen van verbinding en openheid.

Leopoldruimte
centrale deel van de Leopoldruimte

Als je goed kijkt, tref je dergelijke symbolen ook aan in het complex van de Leopoldruimte. Er is veel glas, dat staat voor de transparantie van Europa. Ook zijn er veel traversen die gebouwen met elkaar verbinden. Nationale helden hebben plaatsgemaakt voor abstractie.

Maar dan, heel onverwacht, grijpt ons toch nog de heroïek en bombast van de negentiende eeuw naar de strot, in de vorm van een beeld bij de ingang van het Paul-Henri Spaakgebouw. Een vrouwenfiguur die Europa moet verbeelden, rijst op uit een draaikolk en houdt een € omhoog als een overwinningsteken. De boodschap van het beeld lijkt duidelijk: het kruis van het oude Europa is vervangen door “de verlossende en overwinning schenkende Euro” van het nieuwe Europa.

Brussel beelden
het oude en nieuwe Europa
links het beeld van Bonifatius in Fulda
rechts het beeld van Europa
naast het Paul-Henri Spaakgebouw in Brussel
De boodschap van het beeld lijkt duidelijk: het kruis van het oude Europa is vervangen door “de verlossende en overwinning schenkende Euro” van het nieuwe Europa.

“schieven architek”

het Paleis van Justitie (1883) in Brussel van Joseph Poelaert

In 1958 werd in Brussel de eerste naoorlogse wereldtentoonstelling gehouden. Na de wereldbrand van twee wereldoorlogen en met de intrede van het atomaire tijdperk, leek de internationale gemeenschap ervan overtuigd dat moderniteit en internationalisme de weg zouden wijzen naar een menswaardige(re) wereld. De historische bouwkunst, besmet door het nationalisme en kolonialisme van 1815-1914, had zich definitief gediskwalificeerd. Vooruitgang, humanisme en modernisme werden aan elkaar geklonken in een utopie.

Het oude Europa richtte na 1950 zijn blik niet alleen op de toekomst maar ook op Amerika. De Amerikaanse massacultuur en de Amerikaanse kunst werden maatgevend. Europese architecten die voor de oorlog al naar de Verenigde Staten waren uitgeweken, hadden daar aan de wieg gestaan van de internationale stijl, een functionele en zakelijke bouwstijl.

Architecten als Ludwig Mies Van der Rohe, Le Corbusier, Philip Johnson en Oscar Niemeyer representeerden het utopisch modernisme, dat de mensheid door een open en moderne leefomgeving naar een betere wereld zou leiden. In de jaren vijftig voelde het als een enorme bevrijding wanneer gebouwen teruggebracht werden tot hun essentie: eenvoudig en strak. Abstractie werd nog als sereen en vernieuwend ervaren en niet als monotoon.

Het utopisch modernisme zou de mensheid door een open en moderne leefomgeving naar een betere wereld leiden.

Met de Expo ’58 in Brussel bereikte het utopisch modernisme een hoogtepunt. In het volgende decennium zouden planologen en stedenbouwkundigen zich met grootscheepse stadsvernieuwing gaan bezighouden. Het gevolg was de verwoesting van historische stadskernen. Brede “stadssnelwegen” geflankeerd door betonnen en glazen “dozen” kwamen in de plaats voor de organische “stadsweefsels” uit het verleden. Al in 1961 had Jane Jacobs in haar veel geprezen boek The Death and Life of Great American Cities gesignaleerd welke negatieve effecten stadsvernieuwing op onze leefomgeving kan hebben.

Als stadsvernieuwing ergens gewelddadig geweest is, dan is het wel in Brussel. Het meest beruchte voorbeeld is de Noord-Zuidverbinding die tussen 1920 en 1950 een spoor van vernieling had getrokken door het historische centrum van Brussel. In de jaren zestig van de negentiende eeuw vond er een vergelijkbare stadsvernieling plaats. Voor de bouw van het megalomane Paleis van Justitie werd een complete wijk (Bovendael) afgebroken. Misschien is het woord “architect” toen al een Brussels scheldwoord geworden. In ieder geval kreeg Joseph Poelaert, de architect van dit monsterlijk grote gebouw, de bijnaam “schieven architek”.

palais de justice
gravure van het Paleis van Justitie
Als prent a la Piranesi ziet zo’n architectonisch delirium er best leuk uit. Je moet er echter niet aan denken dat zoiets wordt uitgevoerd. Maar in Brussel werd de fantasie van Joseph Poelaert werkelijkheid.
Op 31 oktober 1866 werd de eerste steen gelegd en in 1867 moesten de bewoners van de wijk Bovendael plaats ruimen voor het monumentale gerechtsgebouw. Om aan hun boosheid lucht te geven, wezen ze de architect Joseph Poelaert aan als verantwoordelijke voor hun ongeluk. Zo ontstond de spotnaam “schieven architek”, een van de ergste scheldwoorden in het dialect van de Marollen. Het paleis werd op 15 oktober 1883 uiteindelijk in gebruik genomen. Architect Poelaert, in 1879 overleden, zag dus de voleinding van zijn levenswerk nooit. Uiteindelijk kostte het hele project 45 miljoen BEF, inclusief het meubilair. Architect Victor Horta was hard in zijn kritiek: “Cyclopische architectuur ontsproten aan de verbeelding van een dwerg, zonder kennis van de menselijke schaal.”
 
Bron: nl.wikipedia.org
palais de justice
Michaela probeert zich te verhouden met het Paleis van Justitie van Joseph Poelaert
Cyclopische architectuur ontsproten aan de verbeelding van een dwerg, zonder kennis van de menselijke schaal.

Victor Horta over het Justitiepaleis

Het Paleis van Justitie in Brussel is groter dan de Sint Pieter in Rome. Net als de Rijksdag in Berlijn is deze monstrueuze kolos gebouwd op het hoogtepunt van het nationalisme en imperialisme. Door zijn symmetrie, frontaliteit en kolossale afmetingen is het schaamteloos machtsvertoon. Hitler vond het dan ook een erg mooi gebouw en mogelijk heeft het ook Ceaucescu aangesproken.

palais de justice
Michaela is nog niet klaar met het Paleis van Justitie Misschien eens de andere kant proberen?

Na de Eerste Wereldoorlog, waarin Europa zichzelf bijna om zeep had gebracht, werd dergelijke architectuur gelukkig taboe. Het modernisme kwam ervoor in de plaats en dat werd als een bevrijding ervaren. De geest van de macht, die zich in de bouwkunst van het imperialisme en nationalisme zo had thuis gevoeld, zou zich nu gaan nestelen in de betonnen en glazen dozen van de internationale stijl.

Paleis van Justitie – Architecturaal huzarenstukje of puur wangedrocht? [ historiek.net ]