Categorie archief: architectuur

het oude en het nieuwe Europa

vrijdag en zaterdag voor de vijfde maal een stadswandeling door Brussel gemaakt

Afgelopen weekend bezochten Michaela en ik voor de vijfde maal Brussel. Ditmaal niet voor de Art Nouveau maar voor een stadswandeling langs architectuur van de 20e eeuw.

onze Art Nouveau wandelingen “doorheen Brussel”
Sint Gilles en Vorst (3 april 2009)
Louizawijk en vijvers van Elsene (25 juli 2009)
Schaarbeek (16 mei 2013)
Squareswijk en Jubelpark (31 maart 2014)

We begonnen vrijdagmiddag in Sint Gilles met het gemeentehuis (1900-1904), dat geheel in neorenaissance stijl gebouwd is, en eindigden zaterdag bij het postmoderne gebouwencomplex van de Leopoldruimte (1987-1995). Een groter contrast in de bouwkunst is nauwelijks denkbaar. De twintigste eeuw is dan ook een eeuw van grote contrasten, die weerspiegeld worden in de bouwkunst.

Sint Gilles en Leopoldruimte
het neorenaissancistische Hotel de Ville de Saint Gilles en het Paul-Henri Spaakgebouw in Brussel zijn gebouwd respectievelijk aan het begin en einde van de twintigste eeuw.

Het verschil tussen het gemeentehuis en het gebouwencomplex van de Leopoldruimte is niet alleen het verschil tussen historisme en postmodernisme, maar ook het verschil tussen het oude en nieuwe Europa. Het Avondland was in de twintigste eeuw bijna ten onder gegaan, maar herrees na 1945 door het Marshallplan en de EGKS. Zo ontstond er een nieuw Europa dat zich ervan verzekerd had dat economische samenwerking het tegengif moest zijn voor nationalisme.

De architectuur die net als andere kunstvormen een uitdrukking van de geschiedenis is, weerspiegelt de omslag van nationalisme naar internationale samenwerking. Misschien is de bouwkunst meer als andere kunstvormen ook de uitdrukking van een politiek programma. De overheid zal in grote bouwprojecten altijd proberen iets van haar visie uit te dragen, of het nu om prestigeobjecten gaat of overheidsgebouwen die de band met de burger moeten versterken.

Vaak waren grote bouwprojecten niet alleen een architecturaal manifest maar ook de uitdrukking van een politiek programma.

Zo heeft het stadsdeel Schaarbeek, net als Sint Gilles, een eigen gemeentehuis met een omringende markt, die helemaal is opgetrokken in historische stijlen. Aan het einde van de negentiende eeuw tot aan de Eerste Wereldoorlog, wilde de overheid de relatie met het nationale verleden versterken. Burgerzin werd gekoppeld aan historisch besef. De Belg, en de Brusselaar in het bijzonder, mocht terugkijken op een roemrijk verleden, dat door het historisme werd doorgetrokken naar het heden.

Het historisme in de bouwkunst was dus gekoppeld aan collectief zelfbewustzijn. Vaak waren grote bouwprojecten, zoals het Paleis van Justitie in Brussel, niet alleen een architecturaal manifest maar ook de uitdrukking van een politiek programma. Na de oorlog veranderde er aan de buitenkant veel, maar aan de binnenkant weinig. Dat werd mij duidelijk bewust toen we het reusachtige complex van de Leopoldruimte betraden waar het Europees Parlement een tweede vestiging heeft.

Leopoldruimte
het Paul-Henri Spaakgebouw (1988-1992)
in de zgn. Leopoldruimte.

De Leopoldruimte is gebouwd tussen 1987 en 1995, maar in 2008 vond nog een uitbreiding plaats. Het is in postmoderne stijl gebouwd. Michaela merkte op dat de stijl herinnert aan art deco. Natuurlijk blijven het allemaal labels. Postmoderne architectuur is goed vergelijkbaar met het eclecticisme uit de tweede helft van de negentiende eeuw waarin architecten teruggrepen naar stijlen uit het verleden. Maar het postmodernisme heeft een nóg groter bereik omdat het historisme combineert met modernisme.

Aan de binnenkant is er eigenlijk weinig veranderd. Natuurlijk zijn ook de gebouwen van de Europese Unie de uitdrukking van een politieke visie, net als de paleisachtige gebouwen uit de tijd van het nationalisme dat waren. De vormentaal is veranderd. In de historische bouwkunst werd net als op de timpaan van een romaanse of gotische kerk nog een verhaal verteld. De nationale helden uit het verleden kregen hun plekje aan de gevel. Maar de EU gebruikt abstracte symbolen omdat nationalisme niet te verenigen is met de geest van het nieuwe Europa. We zien op de Eurobiljetten dan ook geen historische personen meer, maar architectuur: bruggen en ramen, als symbolen van verbinding en openheid.

Leopoldruimte
centrale deel van de Leopoldruimte

Als je goed kijkt, tref je dergelijke symbolen ook aan in het complex van de Leopoldruimte. Er is veel glas, dat staat voor de transparantie van Europa. Ook zijn er veel traversen die gebouwen met elkaar verbinden. Nationale helden hebben plaatsgemaakt voor abstractie.

Maar dan, heel onverwacht, grijpt ons toch nog de heroïek en bombast van de negentiende eeuw naar de strot, in de vorm van een beeld bij de ingang van het Paul-Henri Spaakgebouw. Een vrouwenfiguur die Europa moet verbeelden, rijst op uit een draaikolk en houdt een € omhoog als een overwinningsteken. De boodschap van het beeld lijkt duidelijk: het kruis van het oude Europa is vervangen door “de verlossende en overwinning schenkende Euro” van het nieuwe Europa.

Brussel beelden
het oude en nieuwe Europa
links het beeld van Bonifatius in Fulda
rechts het beeld van Europa
naast het Paul-Henri Spaakgebouw in Brussel
De boodschap van het beeld lijkt duidelijk: het kruis van het oude Europa is vervangen door “de verlossende en overwinning schenkende Euro” van het nieuwe Europa.

“schieven architek”

het Paleis van Justitie (1883) in Brussel van Joseph Poelaert

In 1958 werd in Brussel de eerste naoorlogse wereldtentoonstelling gehouden. Na de wereldbrand van twee wereldoorlogen en met de intrede van het atomaire tijdperk, leek de internationale gemeenschap ervan overtuigd dat moderniteit en internationalisme de weg zouden wijzen naar een menswaardige(re) wereld. De historische bouwkunst, besmet door het nationalisme en kolonialisme van 1815-1914, had zich definitief gediskwalificeerd. Vooruitgang, humanisme en modernisme werden aan elkaar geklonken in een utopie.

Het oude Europa richtte na 1950 zijn blik niet alleen op de toekomst maar ook op Amerika. De Amerikaanse massacultuur en de Amerikaanse kunst werden maatgevend. Europese architecten die voor de oorlog al naar de Verenigde Staten waren uitgeweken, hadden daar aan de wieg gestaan van de internationale stijl, een functionele en zakelijke bouwstijl.

Architecten als Ludwig Mies Van der Rohe, Le Corbusier, Philip Johnson en Oscar Niemeyer representeerden het utopisch modernisme, dat de mensheid door een open en moderne leefomgeving naar een betere wereld zou leiden. In de jaren vijftig voelde het als een enorme bevrijding wanneer gebouwen teruggebracht werden tot hun essentie: eenvoudig en strak. Abstractie werd nog als sereen en vernieuwend ervaren en niet als monotoon.

Het utopisch modernisme zou de mensheid door een open en moderne leefomgeving naar een betere wereld leiden.

Met de Expo ’58 in Brussel bereikte het utopisch modernisme een hoogtepunt. In het volgende decennium zouden planologen en stedenbouwkundigen zich met grootscheepse stadsvernieuwing gaan bezighouden. Het gevolg was de verwoesting van historische stadskernen. Brede “stadssnelwegen” geflankeerd door betonnen en glazen “dozen” kwamen in de plaats voor de organische “stadsweefsels” uit het verleden. Al in 1961 had Jane Jacobs in haar veel geprezen boek The Death and Life of Great American Cities gesignaleerd welke negatieve effecten stadsvernieuwing op onze leefomgeving kan hebben.

Als stadsvernieuwing ergens gewelddadig geweest is, dan is het wel in Brussel. Het meest beruchte voorbeeld is de Noord-Zuidverbinding die tussen 1920 en 1950 een spoor van vernieling had getrokken door het historische centrum van Brussel. In de jaren zestig van de negentiende eeuw vond er een vergelijkbare stadsvernieling plaats. Voor de bouw van het megalomane Paleis van Justitie werd een complete wijk (Bovendael) afgebroken. Misschien is het woord “architect” toen al een Brussels scheldwoord geworden. In ieder geval kreeg Joseph Poelaert, de architect van dit monsterlijk grote gebouw, de bijnaam “schieven architek”.

palais de justice
gravure van het Paleis van Justitie
Als prent a la Piranesi ziet zo’n architectonisch delirium er best leuk uit. Je moet er echter niet aan denken dat zoiets wordt uitgevoerd. Maar in Brussel werd de fantasie van Joseph Poelaert werkelijkheid.
Op 31 oktober 1866 werd de eerste steen gelegd en in 1867 moesten de bewoners van de wijk Bovendael plaats ruimen voor het monumentale gerechtsgebouw. Om aan hun boosheid lucht te geven, wezen ze de architect Joseph Poelaert aan als verantwoordelijke voor hun ongeluk. Zo ontstond de spotnaam “schieven architek”, een van de ergste scheldwoorden in het dialect van de Marollen. Het paleis werd op 15 oktober 1883 uiteindelijk in gebruik genomen. Architect Poelaert, in 1879 overleden, zag dus de voleinding van zijn levenswerk nooit. Uiteindelijk kostte het hele project 45 miljoen BEF, inclusief het meubilair. Architect Victor Horta was hard in zijn kritiek: “Cyclopische architectuur ontsproten aan de verbeelding van een dwerg, zonder kennis van de menselijke schaal.”
 
Bron: nl.wikipedia.org
palais de justice
Michaela probeert zich te verhouden met het Paleis van Justitie van Joseph Poelaert
Cyclopische architectuur ontsproten aan de verbeelding van een dwerg, zonder kennis van de menselijke schaal.

Victor Horta over het Justitiepaleis

Het Paleis van Justitie in Brussel is groter dan de Sint Pieter in Rome. Net als de Rijksdag in Berlijn is deze monstrueuze kolos gebouwd op het hoogtepunt van het nationalisme en imperialisme. Door zijn symmetrie, frontaliteit en kolossale afmetingen is het schaamteloos machtsvertoon. Hitler vond het dan ook een erg mooi gebouw en mogelijk heeft het ook Ceaucescu aangesproken.

palais de justice
Michaela is nog niet klaar met het Paleis van Justitie Misschien eens de andere kant proberen?

Na de Eerste Wereldoorlog, waarin Europa zichzelf bijna om zeep had gebracht, werd dergelijke architectuur gelukkig taboe. Het modernisme kwam ervoor in de plaats en dat werd als een bevrijding ervaren. De geest van de macht, die zich in de bouwkunst van het imperialisme en nationalisme zo had thuis gevoeld, zou zich nu gaan nestelen in de betonnen en glazen dozen van de internationale stijl.

Paleis van Justitie – Architecturaal huzarenstukje of puur wangedrocht? [ historiek.net ]

verloren utopie

gezien op DVD: Histoire(s) d’une utopie à vendre (2006) van Yves Cantraine
documentaire over het Rijksadministratief Centrum in Brussel

het Rijksadministratief CentrumVoormalige ambtenaren en ander personeel vertellen in de documentaire Histoire(s) d’une utopie à vendre van Yves Cantraine hoe het is om in een gigantisch complex te werken. Het Rijksadministratief Centrum, dat tussen 1958 en 1985 gebouwd werd, moest onderdak bieden aan 14.000 ambtenaren. Het was de belichaming van het naoorlogse België. Een verloren utopie, zo blijkt achteraf. In 2003 besloot de federale overheid dat de ambtenaren het RAC moesten verlaten omdat er asbest was aangetroffen in de gebouwen. Projectontwikkelaars namen de zaak over en er volgde een grondige renovatie en gedeeltelijke afbraak. De documentaire vertelt niet alleen het verhaal van mensen, maar ook dat van de teloorgang van het utopisch modernisme. En, hoe kan het ook anders, hier en daar sijpelt ook het verdriet van België door.

Histoire d'une utopie à vendre
Histoire(s) d’une utopie à vendre
van Yves Cantraine (2006)
In 2004 werd het Rijksadministratief Centrum te Brussel ontruimd. In dit reusachtige kantoorcomplex dat na de Expo 58 gebouwd werd werkten duizenden ambtenaren, zowel Vlamingen als Walen. Het RAC werd opgevat als een futuristische utopie, een heuse stad-in-de-stad. Maar hoe heeft men geleefd en gewerkt in deze futuristische ambtenarenstad? Kaderleden, bedienden, arbeiders, keukenpersoneel vertellen… En vandaag blijven hun herinneringen nazinderen in de verlaten kantoren en gangen van het RAC.
 
Bron: cinenews.be
Rijksadministratief Centrum Brussel
in het oorspronkelijke ontwerp stond de financiëntoren (links) niet loodrecht op het langwerpige arcadengebouw, waardoor er een doorgang was naar de Boulevard du Jardin Botanique aan de noordzijde van het complex. Doordat later de financiëntoren loodrecht op het arcadengebouw kwam te staan, werd de opening afgesloten en voelden de ambtenaren zich opgesloten.
Rijksadministratief Centrum Brussel
nadat de Belgische staat de financiëntoren aan een projectontwikkelaar verkocht had, werd de vliesgevel van spiegelglas (onder) vervangen door een eigentijdse facade. (boven)

Rijksadministratief Centrum Brussel [ nl.wikipedia.org ]

terug naar Sint Gilles

gisteren keerden we na zes jaar terug naar het Brusselse stadsdeel Sint Gilles

In 2009 liep ik met Michaela onze eerste stadswandeling langs Art Nouveau door het stadsdeel Saint Gilles. Deze wijk ontwikkelde zich vooral in de tweede helft van de negentiende eeuw. Tussen 1866 en 1900 groeide Sint Gilles van bijna tienduizend naar ruim vijftigduizend inwoners. Naast Art Nouveau die rond 1900 bloeide, kom je erg veel historisme tegen. Twee van de grootste gebouwen die in historische bouwstijlen zijn gebouwd, zijn het gemeentehuis en de gevangenis van Sint Gilles.

Sint Gilles
stadhuis van Sint Gilles aan het begin van de twintigste eeuw in neorenaissance stijl gebouwd.
Sint Gilles
gevangenis van Sint Gilles (1883)
in Engelse neogotiek.
Sint Gilles
Michaela in Sint Gilles

In Sint Gilles bevindt zich ook het woonhuis-atelier van Victor Horta waarin tegenwoordig het Hortamuseum gevestigd is.

voorbijganger in Saint Gilles [ W&V ]

21 april 1945

zeventig jaar geleden begonnen de artilleriebeschietingen op Berlijn

Op 21 april 1945 om half tien ‘s morgens, een paar uur na de allerlaatste geallieerde luchtaanval, begon het Rode Leger met een intensief artilleriebombardement op de binnenstad van Berlijn. In de Führerbunker schreeuwde Hitler waar die herrie toch vandaan kwam. Burgdorf antwoordde dat het centrum van Berlijn onder vuur lag van zware Sovjet-artillerie. De Führer trok wit weg. “Zijn de Russen dan al zo dichtbij?” vroeg hij geschokt.

Karstadt
Karstadt am Hermannplatz in de jaren dertig
en na de verwoesting op 25 april 1945

Tijdens de artilleriebombardementen vielen veel slachtoffers. Vanaf 21 april zouden er in tien dagen 1,8 miljoen Russische granaten op het centrum van Berlijn afgevuurd worden. Antony Beevor schrijft in Berlin. The downfall 1945 dat vooral vrouwen het slachtoffer werden van deze beschietingen. Ze stonden vaak urenlang in lange rijen te wachten voor de winkel of de waterpomp, hopend op een “crisisrantsoen”. Op de Hermannplatz vond om half twaalf ‘s morgens een gruwelijk incident plaats: de granaten richtten een verschrikkelijk bloedbad aan onder de Berlijners die voor het warenhuis Karstadt in de rij stonden.

Das Geräusch war anders als alles, was die Berliner bisher gehört hatten – anders als das Pfeifen herabsausender Bomben oder das Belllen der Flak. Die Menschen, die vor dem Kaufhaus Karstadt am Hermannplatz standen, hoben erstaunt die Köpfe und lauschten. Es war ein leises Heulen, irgendwo in der Ferne, doch dann verwandelte es sich in ein gräßliches, schrilles Kreischen. Einen Augenblick lang schienen die Menschen wie hypnotisiert. Dann stoben sie auseinander. Doch es war zu spät. Überall auf dem Platz schlugen Artilleriegranaten ein, die ersten, die die Stadt erreichten. Zerfetzte Leichen schlugen gegen die mit Brettern verschlagenen Schaufenster. Männer und Frauen lagen schreiend auf der Straße und wanden sich vor Schmerzen. Es war Sonnabend, der 21. April, Punkt 11 Uhr 30. Berlin war Frontstadt.
 
Bron: Cornelius Ryan: Der letzte Kampf, blz. 261
Karstadt
Het ultra moderne koopparadijs Karstadt in art deco stijl gebouwd, blaakt van het consumentenvertrouwen. Het werd op 21 juni 1929 geopend en de bomen leken de hemel in te groeien. Vijf maanden later zou de bubble op Wall Street uiteenspatten.

Vier dagen later, op 25 april 1945, gaf Krukenberg het bevel om het gigantische gebouw van Karstadt onmiddellijk op te blazen omdat gevreesd werd dat de Sovjets het binnen afzienbare tijd zouden plunderen.

The decision to blow up Karstadt to prevent it from being taken over and plundered by the Soviets was taken quickly. Civilians who were trying to find food inside the building were all forcefully removed already four days earlier, upon Nordland´s arrival. Krukenberg himself gave a signal to blast the old Karstadt away. Gone were the 70,000 m2 of space, the famous roof gardens, the delivery van lift and the 11-storey towers. Ironically, despite the heavy fighting between what by the end became five (!) Soviet armies and two German divisions, hardly any other buildings around Hermannplatz suffered the same fate.
 
Bron: kreuzberged.com

Karstadt am Hermannsplatz [ berliner-untergrundbahn.de ]
Karstadt am Hermannsplatz [ berlin-hermannplatz.de ]

fly me to the sixties

maandagavond gezien op RTL8: Catch me if you can (2002)

Catch me if you can is een misdaadkomedie die gebaseerd is op het ware verhaal van oplichter Frank W. Abinagle Jr. die carrière zou maken bij de FBI als expert in check fraude. Het is een aardige onderhoudende film met een stercast (naast Leonardo Di Caprio en Tom Hanks in de hoofdrollen spelen Christopher Walken en Martin Sheen mee, bekend van twee legendarische anti-Vietnamfilms uit de late jaren zeventig). Het leukste van de film vind ik de stijl van de jaren zestig in het bijzonder de luchtvaartcultuur. De toon wordt al gezet met de openingsgeneriek, een animatie in frisse kleurige vectorstijl.

Catch me if you can
de openingsgeneriek van Catch me if you can

Fraudeur Frank Abinagle ontdekt dat een piloot priveleges geniet en veel gemakkelijker toegang krijgt en doet zich in een uniform van panam voor als copiloot. We zien de wereld vanuit het perspectief van de luchthaven. In de jaren vijftig en zestig kondigde het airport zich aan als de voorbode van onze huidige geglobaliseerde wereld. Daar paste een blij modernistisch beeld bij zoals dat in de posters van Trans Word Airlines naar voren komt.

TWA
TWA poster uit de jaren zestig

Een van de iconen van het futurisme van de late jaren vijftig en zestig is het TWA Flight Centre (1962) op John F. Kennedy (JFK) International Airport van de Finse architect Eero Saarinen. Het is tevens een van de schoolvoorbeelden van sculpturale architectuur. Een van de scenes speelt zich af in het interieur van het TWA Flight Centre. Op de achtergrond klinkt Fly me to the moon van Astrud Gilberto. Onbezorgder en maakbaarder kun je je de wereld bijna niet voorstellen. Precies in de geest van het utopisch modernisme dat vijftig jaar geleden een hoogtepunt had bereikt. Snel daarna kwam de ontnuchtering met Vietnam en de schaduwzijde van de welvaart.

TWA Flight Centre van Eero Saarinen
Op de achtergrond van het TWA Flight Centre klinkt Fly me to the moon van Astrud Gilberto. Maakbaarder is de wereld nauwelijks voor te stellen.

Catch me if you can [ imdb.com ]

de Bazel in Arnhem

hoofdkantoor van de voormalige Heidemij (1914) in Arnhem
ontworpen door K.P.C. de Bazel

Negen jaar geleden schreef ik hier iets over het hoofdkantoor van de voormalige Nederlandse Handelmaatschappij aan de Vijzelstraat in Amsterdam dat vóór 1919 ontworpen werd door architect K.P.C. de Bazel (1869-1923). Het kolossale gebouw, ingeklemd tussen de Herengracht en de Keizersgracht, werd in 1926 voltooid. Alweer een aantal jaren is hier nu het Amsterdamse stadsarchief gehuisvest.

HeidemijVlak voor de Eerste Wereldoorlog had De Bazel opdracht gekregen om in Arnhem het hoofdkantoor van de Nederlandse Heide Maatschappij te bouwen. Vanmorgen liepen René en ik er langs. Het is een tamelijk streng en somber gebouw van donkere baksteen, maar weerspiegelt de geest aan het begin van de twintigste eeuw. Deze stond in het teken van het nieuwe bouwen, dat in Nederland vooral in gang gezet was door H.P.Berlage. Niet langer werden historische stijlen eindeloos herhaald en door elkaar geklutst, maar werd het materiaal als uitgangspunt genomen. Vaak waren dat bakstenen. De Amsterdamse School is het bekendste voorbeeld van het nieuwe bouwen aan het begin van de twintigste eeuw.

Heidemij portaal
de hoofdingang (1912-1914) van de Nederlandse Heide Maatschappij in Arnhem

Het is aardig om de hoofdingangen van de twee gebouwen in Arnhem en Amsterdam eens met elkaar te vergelijken omdat je daarin iets van de ontwikkeling van De Bazel kunt zien. Beide portalen hebben wachters in de vorm van symbolistische beelden. De figuren in het portaal van de Nederlandse Handelmaatschappij moeten Europa en Azië uitbeelden.

portaal
de hoofdingang (1919-1926) van de Nederlandse Handelmaatschappij in Amsterdam (tegenwoordig Stadsarchief). De Bazel heeft de voltooiing van zijn gebouw aan de Vijzelstraat niet mee mogen maken. Hij overleed in 1923, slechts 53 jaar oud.

K.P.C. de Bazel [ nl.wikipedia.org ]