Categorie archief: architectuur

1250 jaar Ottobeuren

1250 jaar Benedictijner Abdij Ottobeuren

De abdij van Ottobeuren bestond al duizend jaar toen de huidige basiliek gewijd werd. Deze werd door de architecten Simpert Kraemer (van 1737 tot 1748) en Johann Michael Fischer (van 1748 tot 1766) gebouwd in de stijl van de late barok. Het interieur van deze kloosterkerk is overweldigend. De uitbundige rococo woekert als een fuga van Bach door de ruimte.

Ottobeuren
rococo plafondschildering met de “nieuwe” basiliek van de Benedictijner Abdij Ottobeuren

Ottobeuren ist als Familienkloster der Grafen Silach um 764 gegründet und von Mönchen aus dem Bodenseeraum – St. Gallen und Reichenau – besiedelt worden. Das Kloster erlangte im Lauf seiner Geschichte die “Reichsunmittelbarkeit”, das heißt, sein Gebiet war innerhalb des deutschen Reiches unabhängig und allein dem Kaiser verpflichtet. Der kleine Klosterstaat – Ottobeuren und 27 Dörfer des Umlandes – wurde so bis zum Jahr 1802, als Ottobeuren an Bayern fiel, nachhaltig vom Kloster geprägt.

Ottobeuren
In 1964 gaf de Deutsche Post een herdenkingszegel uit ter gelegenheid van het 1200 jarige bestaan van de Benedictijner Abdij Ottobeuren Aan het 1250-jarige bestaan wordt geen postzegel gewijd. Begin dit jaar verscheen er wel een postzegel om het 1250-jarige bestaan van de beroemde Königshalle van het Kloster Lorsch te herdenken. De originele bouw uit 764 is daar bewaard gebleven.

abtei-ottobeuren.de | Kloster Ottobeuren [ de.wikipedia.org ]

320° Licht

vrijdag gezien in gasometer Oberhausen: Der Schöne Schein
en 320° Licht van kunstenaarscollectief URBANSCREEN

Het is lang geleden dat ik zo onder de indruk ben geweest van een abstract kunstwerk als afgelopen vrijdagmiddag in de gasometer in Oberhausen. Het project 320° Licht van kunstenaarscollectief URBANSCREEN uit Bremen laat als climax van de tentoonstelling Der Schöne Schein een boeiend contrast zien. De schoonheid van de klassieke en ambachtelijke kunst tegenover de computer en de techniek. Deze laten de schoonheid van wetmatige patronen en ontregeling van die patronen zien.

In de onderste twee lagen van de gasometer, een honderd meter hoge cilinder die vroeger voor gasopslag gebruikt werd, wordt de bezoeker als opmaat naar 320° Licht rondgeleid langs de klassieke kunst. In twee boven elkaar gelegen donkere ronde ruimten staan grote glanzende reproducties opgesteld van bekende en minder bekende schilderijen, afgewisseld met replica’s van klassieke beelden. Het is een indrukwekkend overzicht van kunst die een klassiek schoonheidsideaal weerspiegelt: de representatie van de werkelijkheid in een bepaalde stijl.

der schöne schein
Der Schöne Schein
een schilderij van Caspar David Friedrich is het beeldmerk van deze tentoonstelling

Op de derde verdieping kom je in een gigantische ruimte, een soort industriële kathedraal. Het ronde dak, in de vorm van een wiel met spaken, bevindt zich op honderd meter van de grond. De 320° projecties over een oppervlakte van 20.000 m² gaan in cycli van telkens 22 minuten tussen 10.00 en 18.00 non stop door, begeleid door ambient en minimal music. Je voelt je in de buik van een reusachtige caleidoscoop.

Dit is voor mij abstracte kunst zoals abstracte kunst bedoeld is. In onze nietigheid staan we tegenover processen uit micro- en macrokosmos, bewegende patronen van elementaire vormen: punten, streepjes, lijnen. In de bewegingen tussen chaos en orde van ontelbare stippen die op 20.000 m² geprojecteerd worden, ervaar je iets van kosmische processen en openbaart zich een wiskundige schoonheid die boven onze maat uitstijgt.

URBANSCREEN is based in Bremen, Germany. Established in 2005, their team currently consists of eight contributors, artists brought together from different disciplines representing architecture, music, stage design and media-art. Large-scale projection on urban surfaces is their creative company’s field of activity. They conceive and produce custom-made, site-specific media installations using high artistic standards and an interdisciplinary approach to stylistic devices. The main focus of their approach is to take up existent or inherent structures of architecture, its thematic context and surroundings. Through an architectural staging, they examine the intersection of a site’s concept of space, location, and appearance. Tailored site-specific projection procedures enable them to interlink various media – such as computer-generated imagery, artificial illumination and dance performance – in order to characterize architecture and the versatile levels of it that can be experienced vis-à-vis a building itself. (Bron: urbanscreen.com/about)

gasometer.de | urbanscreen.com

landschap en herinnering [ 3 ]

de ruïne als nuttig obstakel of als idylle

Gerd wees mij op een schilderij van de Franse ruïneschilder Hubert Robert (1733-1808). Het is een voorstelling van de brug van Salario die hij rond 1775 geschilderd moet hebben. Als voorbeeld gebruikte hij een bijna twintig jaar oudere ets van Giovanni Battista Piranesi (1720-1778). Beide kunstenaars werden in Rome beïnvloed door Giovanni Paolo Panini (1691-1765), een beroemdheid op het gebied van Romeinse stadsgezichten.

Ponte Salario
Giovanni Battista Piranesi
Il Ponte Salario (ca. 1760)

Wat mij in de etsen van Piranesi treft, is de vanzelfsprekendheid waarmee de overblijfselen van Romeinse architectuur met het dagelijks leven samengaan. Ruïnes waren halverwege de achttiende eeuw nog geen eilandjes van monumentenzorg, maar obstakels in het landschap. Vaak deden ze dienst als veestal of soms letterlijk als steunpilaar en werd er een boerderij of herberg tegenaan geflanst.

Ponte Salario
Hubert Robert
Il Ponte Salario (ca. 1775)

Ook de brug van Salario is op de ets van Piranesi geen dode hoop stenen, maar vol leven. Robert maakte er een eigen interpretatie van. Wie tegenwoordig deze brug zoekt, drie kilometer ten noorden van Porta Collina bij Rome wordt teleurgesteld. De brug werd in 1867 afgebroken. De huidige stenen boogbrug dateert uit 1874 en mist verbeeldingskracht.

In de negentiende eeuw veranderde de houding tegenover het verleden. Er kwam monumentenzorg op gang. In de romantiek werden ruïnes gekoesterd als broeinesten van historische verbeelding. Thomas Cole (1801-1848), een Amerikaanse schilder uit het begin van de negentiende eeuw die ook in de omgeving van Rome werkte, schilderde twee jaar voor zijn dood een idyllisch landschap met daarin de ruïne van de boog van Nero. De ruïne is net als het zonovergoten pastorale landschap aaibaar geschilderd, als een dierbare herinnering die onze zorg en koestering verdient.

Boog van Nero
Thomas Cole
Boog van Nero (ca.1846)

Volgens een interpretatie van het Newark Museum wilde Thomas Cole zijn landgenoten met deze pastorale juist een les leren:

Thomas Cole may have made this painting because scenes of shepherds in Roman ruins were popular with American and British tourists who wanted picturesque souvenirs. The Arch of Nero may contain warnings about America. Cole wanted this country to remain an agrarian society and may have used the ruins of the Roman Empire as a symbol for what happens to a country when it is expansionist, consumed by materialism and falls out of harmony with nature. Cole went to Italy twice, in 1832 and again in 1842, and each time he painted the Arch of Nero, part of the Claudian aqueduct, located just south of Tivoli.
 
Bron: newarkmuseum.org

Ponte Salario [ en.wikipedia.org ]

twee paleizen [ 2 ]

vrijdagavond gezien: Het Koninkrijk deel 3: een pijnlijke scheiding
Het Koninklijk Paleis in Brussel en Paleis Noordeinde in Den Haag

Twee weken geleden zaten we op een bankje in het Warandepark in Brussel. Met uitzicht op het koninklijk paleis met mansardedaken van meerdere verdiepingen hoog waanden we ons in Parijs. Grandeur die we in Nederland niet kennen. Het monolithische en bombastische gebouw moest een voortbrengsel zijn uit de tijdperk van het imperialisme, waarschijnlijk gefinancierd met kapitaal uit Congo, zo vermoedde ik.

Keizer Napoleon III bouwde Parijs tijdens zijn regeringsperiode (1852-1870) om tot een indrukwekkende metropool met brede boulevards en protserige neobarok. Vanaf 1870 volgden Berlijn, München en Wenen het Parijse voorbeeld. Ook in deze steden verschenen imposante boulevards waaraan opschepperige gebouwen stonden, als luxe bakken op de oprit die de buren jaloers moesten maken.

Het mondaine Parijs van Napoleon III werkte ook aanstekelijk op Brussel. De basis van koninklijk paleis in Brussel was weliswaar in de jaren twintig van de negentiende eeuw gelegd door koning Willem I. Maar zijn huidige vorm kreeg het pas in het laatste kwart van de negentiende eeuw.

paleis_brussel_postzegel
koninklijk paleis Brussel op een postzegel uit 1971
Het mondaine Parijs van Napoleon III werkte aanstekelijk op Brussel.

Op Nederland heeft de grandeur die je in Parijs, Berlijn, München en Brussel aantreft, geen vat gehad. Een van de weinige imponerende gebouwen is het paleis op de Dam, maar dat dateert uit de tweede helft van de 17e eeuw. Het heeft een strenge façade, maar is met pilasters in plaats van zuilen tamelijk sober vergeleken bij het koninklijk paleis in Brussel.

paleis Noordeinde postzegel
paleis Noordeinde op een postzegel uit 1987 (fotograaf Vincent Mentzel, ontwerper: Kees Nieuwenhuijzen)

Toen België zich had afgescheiden, moest koning Willem I zijn paleis in Brussel achter zich laten. Voortaan resideerde hij in paleis Noordeinde. En zoon Willem II, die ook verknocht was aan het mondaine Brussel , moest het doen met paleis Kneuterdijk. Een wereld van verschil.

In het derde deel van Het Koninkrijk gaan we terug naar 1830. Dan vindt de eerste revolutie plaats sinds de stichting van het Koninkrijk. België scheidt zich in dit jaar af van Nederland. De titel van de aflevering ‘Een pijnlijke scheiding’ geeft aan dat deze scheiding niet zonder slag of stoot verliep. Eelco Bosch van Rosenthal en Waldemar Torenstra zoeken uit wat er precies gebeurde.
 
Het Koninkrijk – deel 3 [ nos.nl ]

twee paleizen [ 1 ]

voorbijganger in Brussel

maandagmiddag een Art Nouveau wandeling doorheen Brussel gemaakt

handvatPrecies vijf jaar geleden begonnen we met onze architectuurwandelingen door Brussel. Wat ons betreft mag Brussel zich ook hoofdstad van de Art Nouveau noemen. Nergens ter wereld vind je zoveel bouwwerken in deze stijl. Tijdens de Bruxellisation, de rigoureuze stadsvernieuwing in de jaren zestig en zeventig, is er met name in het centrum veel moois verloren gegaan. Toch telt Brussel nog altijd meer dan duizend bouwwerken die tot de Art Nouveau gerekend mogen worden.

Art Nouveau kende in Europa een korte maar hevige bloei. In Brussel duurde het misschien toch wat langer. Een van de eerste woonhuizen in deze vernieuwende stijl is het Maison Autrique uit 1893. Tot aan de Eerste Wereldoorlog bleven Brusselse architecten eindeloos variëren met de stijlprincipes van de Art Nouveau, waarvan de zweepslaglijn het bekendst is. Art Nouveau werd tot in de kleinste details doorgevoerd. Na 1910 werden de vormen strakker, de Art Deco kondigde zich aan.

Onze vierde en laatste wandeling maakten we door de Squareswijk en Jubelwijk. Net als Sint Gilles, de Louizawijk en Schaarbeek ontstonden deze wijken rond 1900, tijdens de bloeiperiode van de Art Nouveau. Architecten als Victor Horta, Gustave Strauven en Paul Hankar werkten meestal in opdracht van bemiddelde opdrachtgevers. Hun huizen stonden vaak aan de rand van een klein stadspark, meestal met een vijver, of een groene boulevard. Zo vonden we aan de vijvers van Elsene, de Avenue Eugène Demolderde in Schaarbeek en aan de vijvers in de Squarewijk een grote dichtheid aan Art Nouveau. Maar ook in smalle straten waar je het niet verwacht, is veel moois te ontdekken.

Art Nouveau werd tot in de kleinste details doorgevoerd. Na 1910 werden de vormen strakker, de Art Deco kondigde zich aan.

neostijlenIn de wijken die aan het einde van de 19e eeuw in Brussel gebouwd werden, vormt de Art Nouveau uiteindelijk toch een bescheiden bestanddeel. De meeste gevels zijn opgetrokken in een of andere neo-stijl. Tijdens de vier wandelingen door de Brusselse stadsdelen vormde het eclecticisme telkens de hoofdmoot. Het Hôtel communal de Schaerbeek (1884-1887) en het Hôtel de Ville de Saint-Gilles (1896-1904) zijn toonbeelden van historisme.

Het is begrijpelijk dat jonge architecten rond 1890 uitzagen naar een nieuwe bouwkunst. Na neo-gotiek, neo-romaans, neo-renaissance, neo-barok en neo-classicisme hadden ze het gehad met deze eindeloze herhalingsoefening.

De breuk met de neo-stijlen ontstond uiteindelijk door de toepassing van nieuwe bouwmaterialen. In de utiliteitsbouw werden ijzer en glas als prefab onderdelen al sinds Crystal Palace (1851) toegepast. Maar pas aan het einde van de negentiende eeuw begon men deze materialen te waarderen om hun eigen karakter. Moderne constructies als stationsoverkappingen en natuurlijk ook de Eiffeltoren overtuigden architecten er tenslotte van dat staal en glas een nieuwe esthetiek vertegenwoordigden. Maar bijna altijd werden ze nog gecombineerd met een historische stijl. Dit is goed te zien in de twee tentoonstellingshallen in het Jubelpark . Op een onderbouw met zuilen die rechtstreeks teruggaat naar de bouwkunst uit de Oudheid rust een moderne constructie van glas en ijzer.

jubelpark-hal
Luchtvaarthal in het Jubelpark
op een onderbouw met zuilen die rechtstreeks teruggaat naar de bouwkunst uit de Oudheid rust een moderne constructie van glas en ijzer

En tóch kregen sommige architecten zelfs aan het begin van de twintigste eeuw nog steeds geen genoeg van deze neo-stijlen. Het neo-barokke Koninklijk Museum voor Midden-Afrika uit 1910 is hier een duidelijk voorbeeld van. Ook de triomfboog in het Jubelpark uit 1905 is een fraai staaltje van volharding in het historisme.

jubelpark
Triomfboog in het Jubelpark 1905
Samen met de Dom van Berlijn (1905), het Koninklijk Museum voor Midden-Afrika (1910) in Tevuren en het Vredespaleis (1907-1913) in Den Haag is dit een fraai staaltje van volharding in het historisme.

We eindigden onze laatste wandeling bij het Palais Stoclet (1906-1911) dat de Weense architect Josef Hoffmann ontwierp voor de zakenman Adolphe Stoclet. Het is een stukje Wiener Secession in Brussel dat zich duidelijk onderscheidt van de zweepslaglijnen van Horta. Het gebouw markeert het einde van de flamboyante Art Nouveau in Brussel. De toekomst was aan de strakke en meer zakelijke Art Deco.

Brussel
Onze vierde en laatste stadswandeling langs Art Nouveau in Brussel: van Hotel Van Eetvelde tot Palais Stoclet

Victor Horta (1861-1947)
Vorig jaar bezochten we tijdens onze derde wandeling het Maison Autrique van Victor Horta uit 1893. Het was een van de eerste ontwerpen van Horta die daarna nog vele andere woonhuizen en publieke gebouwen in Brussel zou ontwerpen. Hij bleef de stad zijn lange leven trouw. Horta´s woonhuis in Sint Gilles is tegenwoordig het Victor Horta Museum. Wij bezochten het tijdens onze eerste wandeling in 2009.

wandeling 1 Sint Gilles, 3 april 2009
wandeling 2 Louizawijk, 25 juli 2009
wandeling 3 Schaarbeek, 16 mei 2013
wandeling 4 Squareswijk, 31 maart 2014