Categorie archief: architectuur

Gemopper in de kantlijn

gisteren gekocht: Hooligans (1989) van Jan Hendrik van den Berg
metabletisch onderzoek naar de betekenis van Centre Pompidou en Crystal Palace

hooligansSoms koop je wel eens een boek waarin een vorige lezer aantekeningen heeft gemaakt. Meestal is dat hinderlijk, maar soms is het leerzaam en een enkele keer zelfs amusant. De boekverkoper van boekwinkeltjes.nl had mij netjes geattendeerd op “aantekeningen in potlood”. De volgende dag was het boek er al. Het bleek mee te vallen. De aantekeningen zijn in een klein en fijn handschrift (met een scherp geslepen H-potlood gemaakt) zodat ze tijdens het lezen nauwelijks storend zijn. Hoe ‘fluisterend’ het commentaar visueel ook is, inhoudelijk is het met een vette marker gemaakt. Schreeuwende kritiek genoteerd in een uiterst bescheiden handschrift heeft iets komisch.

De aantekeningen werden misschien wel dertig jaar geleden gemaakt, want Hooligans van Jan Hendrik van den Berg werd gepubliceerd in 1989 (uitgeverij G.F. Callenbach in Nijkerk.) Blijkbaar had deze lezer geen hoge dunk van de metableticus Van den Berg. Dit blijkt al op het titelblad, waar hij achter de naam dr. Jan Hendrik van den Berg geschreven heeft: ‘rechtse rakker, gevaarlijk eenzijdig, bijziend, oppervlakkig, onrechtvaardig, sociale racist – en nog zo wat.’

commentaar
de vorige eigenaar van het boek waarschuwt op het titelblad van Hooligans voor het “weerzinwekkend mens- en wereldbeeld” en de “verderfelijke theorieën” van dr. Jan Hendrik van den Berg.

Het bovenstaande is een voorproefje van wat mijn commentator in de marges van de volgende 230 bladzijden noteert. Zo ontlokt het conservatisme van Van den Berg hem meermalen een spottend ‘ochot!’ Wanneer hij Van den Berg ergens op meent te kunnen betrappen dan staat er: ‘alsjeblieft, de aap uit mouw’. Bij verontwaardiging: ‘Wel ja, toe maar’. En tenslotte laat hij zich kennen als een progressieve moralist: ‘Van den Berg heeft een weerzinwekkend mens- en wereldbeeld. Bovendien bedenkt hij verderfelijke theorieën.’, ‘Heeft Van den Berg sympathie voor bepaalde methoden van Hitler om de minderen en de minsten te laten verdwijnen?’, ‘Van den Berg: dirty mind’, ‘Wat een smeerlapperij’.

Ondanks al dit gemopper in de marge, blijkt het boek Hooligans een interessante cultuurkritische studie over de relatie tussen moderne architectuur en het wegvallen van gezagsverhoudingen in de samenleving. De Hooligans zijn voor Van den Berg voor de cultuur en menselijke waardigheid bedreigender dan de Barbaren dat zijn voor Alessandro Barricco. De laatste, onthoudt zich uit vrees voor cultuurpessimisme van een duidelijke stellingname. Van den Berg schrijft vanuit een dapper conservatisme, waarvoor hij door zijn commentator genadeloos afgerekend wordt.

Gothic Revival

Augustus Welby Northmore Pugin (1812-1852)
en de neogotiek in de negentiende eeuw

PuginZoals in Nederland en Frankrijk de neogotiek vooral aan één naam gebonden is (Pierre Cuypers en E.E. Viollet-le-Duc) is in Engeland A.W.N. Pugin (1812-1852) meestal de eerste naam die genoemd wordt in verband met de Gothic Revival. Deze begint in de jaren dertig en duurt ongeveer tot 1870. Pugin is bekend als de ontwerper van het House of Parliament, de Elisabeth Tower (in de volksmond de Big Ben genoemd naar de reusachtige klok die bovenin hangt) en de Victoria Tower.

Augustus Welby Northmore Pugin (1812-1852) is niet alleen de grote man achter de Gothic Revival in Engeland maar ook de geestelijk vader van het functionalisme.

In de serie Victoria wordt Prins Albert door premier Robert Peel in 1842 voorgedragen als beschermheer van de nieuwbouw van het House of Parliament dat door de brand van 1834 bijna volledig verwoest was. In de aflevering Warp en Weft zien we hoe hij wordt rondgeleid door een deel van het Palace of Westminster dat voor de grote brand van 1834 gespaard was gebleven.

Dat lijkt op het eerste gezicht vreemd. Hoe kan een van de frontmannen van een historische stijl nu aan het begin staan van de stijl die het gezicht van de twintigste eeuw zou gaan bepalen? Functionalisme had toch een broertje dood aan historische stijlen met hun overvloedige ornamentiek? Toch is het begrijpelijk dat juist vanuit de neogotiek in de negentiende eeuw de afslag werd genomen naar het functionalisme, een opvatting die in het modernisme bepalend werd voor architectuur en industriële vormgeving. Want de gotiek is een stijl, die op het kruispunt staat van functioneel en ornamenteel. Onderdelen uit het gotische maaswerk zoals de tweesnuit en de driepas zijn geen loze versierselen, maar in de eerste plaats bouwelementen.

Victoria Tower and Woolworth Building
Wanneer we de geleding van de gevel van de Victoria Tower (1843-1860) vergelijken met die van de Woolworth Building (1910-1913) zien we dat neogotiek en functioneel bouwen uitstekend samengaan.

Maar neo-gotiek kon zich ook uitleven in overdadige ornamentiek. Een duidelijk voorbeeld van een rijk versierd bouwwerk in neogotische stijl is het Albert Memorial (1872-1876) in Londen.

Neogotiek [ nl.wikipedia.org ]

Boek & film [ 3 ]

gezien: The Age of Innocence (1993) van Martin Scorsese
aan het lezen in: De jaren van onschuld (1920) van Edith Wharton

The Age of InnocenceNadat ik The Age of Innocence drie of vier keer gezien heb, is het eerste dat mij opvalt tijdens het lezen van de roman, dat het filmscript vaak letterlijk de woorden van Edith Wharton heeft overgenomen. Martin Scorsese en Jay Cocks die samen het scenario schreven, hebben de sublieme stijl van Wharton in de film zoveel mogelijk overeind proberen te houden. Niet alleen in dialogen maar ook in de fraaie beschrijvingen van interieurs, rijke families en etiquette. De voice over laat de roman hier en daar letterlijk door de film heen schemeren.

Ook visueel wordt het boek nauwgezet gevolgd. Het verhaal speelt zich voornamelijk af in de Victoriaanse interieurs van de beau monde in New York, maar we zien een enkele keer ook straatbeelden. In historische films, waarin het verleden tot leven geroepen moet worden, stelt het straatbeeld de production designer meestal voor technische problemen. Tot het einde van de vorige eeuw werden historische stadsbeelden vaak met matte painting afgedekt en ingevuld. Sinds 25 jaar wordt bijna alles opgelost met digitale animatie. Voor The Age of Innocence maakte art director Dante Ferretti vooral gebruik van matte painting. Persoonlijk zie ik dat liever als Computer Generated Imagery, die het over het totaal een zweem van onechtheid achterlaat.

Op movie-locations.com zien we een overzicht van locaties uit The Age of Innocence. De film begint in de opera, de natuurlijke biotoop waar de upperclass zichzelf met toneelkijkers in de gaten hield. Scorsese en zijn art director Ferretti weken uit naar Philadelphia om te filmen in de Academy of Music die gebouwd werd tussen 1855-1857 en dus uitstekend de Academy of Music in New York die in 1926 werd afgebroken, kan vervangen.

The Age of Innocence begint in de opera waar de wereldberoemde Zweedse sopraan Christine Nilsson (1843-1924) een aria in Faust zingt.

Een andere locatie in New York die niet meer bestaat, is het mansion van Mrs. Mingott op de hoek van Fifth Avenue en de 57th street. In werkelijkheid stond hier vroeger een rij huizen van Mrs. Jones, een tante van Edith Wharton. Ook deze werden in de jaren twintig afgebroken voor hoogbouw. Voor deze locatie liet Ferretti door een production designer een matte painting schilderen, waarbij hij de beschrijving uit het boek volgde. In 1869 toen Wharton’s tante hier haar mansion liet bouwen, was Fifth Avenue boven de 40th street nog een modderige weg die over een braakliggend deel van Manhattan liep.

Een derde locatie is het historische Van Alen House uit 1731 die in de film moet staan voor Skuytercliff, een buitenhuis aan de Hudson van de Van Luydens. Niet alleen de familie Van Luyden maar ook het Van Alen House benadrukken de Nederlandse wortels van de happy few in New York in de 1870′s. Wharton schrijft dat de Van Luydens directe afstammelingen waren van de eerste gouverneur van Manhattan (Nieuw-Amsterdam) en dat was Cornelius Jacobsz May.

Martin Scorsese werkte veel samen met art director Dante Ferretti. Tweemaal werd deze genomineerd voor een oscar voor de art direction voor een Scorsese film (The Age of Innocence, 1994 en The Gangs of New York, 2003) en tweemaal wist hij zijn nominatie ook te verzilveren (The Aviator, 2005 en Hugo, 2012). Ferretti is niet half zo bekend als Scorsese terwijl deze laatste zeker half zoveel te danken heeft aan zijn vaste art director.

Hoofdpersoon Newland Archer is een jonge advocaat met een passie voor schilderkunst. Dit laatste gegeven weten Scorsese en Ferretti uit te buiten, door Newland Archer met de blik van een connaisseur over de schilderijen te laten gaan. De camera neemt het daarna van hem over en voor het oog van de camera passeren schilderijen van William-Adolphe Bouguereau, Alexandre Cabanel en Jean Baptiste Isabey die in de roman genoemd worden.

the age of innocence
Newland Archer interesseert zich voor schilderkunst. De New Yorkse elite heeft een voorkeur voor Franse salonschilders met een fabelachtige techniek, zoals William Bouguereau. Maar in het huis van gravin Olenska wordt hij geconfronteerd met de allernieuwste, rauwe schilderkunst uit Europa, die het verlangen naar vrijheid benadrukt.

Ook laat ze ons weten dat haar hoofdpersoon helemaal op de hoogte is van de kunsthistorische literatuur van zijn tijd. Zo heeft hij The Renaissance van Walter Pater uit 1873 en Renaissance in Italy uit 1875 van John Addington Symonds gelezen en is hij thuis in de esthetische geschriften van John Ruskin, Vernon Lee en Philip Gilbert Hamerton.

Boek & film [1] : Schaduw over Berlijn van Volker Kutscher

monument voor een monument

gelezen: De laatste farao (2019)

De Laatste FaraoEind juni liep ik in een boekhandel in het Franse stadje Avallon voor het eerst tegen een exemplaar van le dernier pharaon aan en ik was zeer verbaasd een Blake en Mortimer getekend te zien in een a-typische stijl, namelijk die van François Schuiten, bekend van de cyclus De duistere steden.

Vanuit de stripwereld werd er al lange tijd uitgekeken naar dit album en dat verklaart ook waarom ik begin juli in Franse boekhandels er telkens stapels van zag liggen. Ook in Nederland is het raak. In een doodgewoon Bruna-filiaal ergens in een winkelcentrum in een buitenwijk ligt een stapeltje. Het verschijnen van een nieuwe Blake en Mortimer is een happening die zelfs tot in de supermarkt doordringt. Toen een half jaar geleden De vallei der onsterfelijken verscheen, werden er in de eerste week al grote aantallen van verkocht. Meestal door grijze heren als ik die het inwendige jongetje weer willen opgraven en terugverlangen naar de rode oortjes.

Dat François Schuiten (samen met Jaco van Dormael, Thomas Gunzig en Laurent Durieux) zich ooit zou voegen in het rijtje “Blake en Mortimer tribute tekenaars” had ik nooit kunnen bedenken. De stijl die hij in de loop der decennia is gaan hanteren, met zijn vele arceringen, staat haaks op de klare lijn van de Brussels meesters Hergé en Jacobs. Het doet eerder negentiende eeuws aan. Schuiten heeft dan ook een voorliefde voor het einde van de negentiende eeuw, de periode waarin de Brusselse architect Victor Horta (1861-1947) zijn belangrijkste werk schiep.

De laatste farao is niet alleen een verhaal van Blake en Mortimer maar dompelt ons ook onder in een Schuiten-universum. Daaronder verstaan we een wereld waarin de stad Brussel een belangrijke rol speelt waarbij vooral de architectuur uit de negentiende eeuw naar voren komt. Vaak in combinaties met luchtschepen en steampunk. In De Laatste Farao lichten Schuiten en zijn scenaristen Van Dormael en Guzig er één gebouw letterlijk uit: het Justitiepaleis (1866-1883), een monsterlijk groot gebouw dat als een berg het centrum van Brussel beheerst.

Justitiepaleis Brussel
Het Justitiepaleis in Brussel aan het begin van de twintigste eeuw was een ontwerp van Henri Poelaerts

Schuiten, zoon van twee architecten, is al zijn hele leven gefascineerd door deze kolos, waarover Victor Horta ooit zei: “Cyclopische architectuur ontsproten aan de verbeelding van een dwerg, zonder kennis van de menselijke schaal.” Toen Schuiten in de nagelaten notities van Edgar P.Jacobs ontdekte dat deze ook een verhaal rond dit gebouw wilde maken, stond het voor hem vast: hij zou dat verhaal maken. Het kostte hem bijna vier jaar.

MortimerDe Brusselse striptekenaar Edgar P. Jacobs publiceert zijn eerste avontuur van Blake en Mortimer in 1946, in het weekblad Kuifje. Het Mysterie van de Grote Piramide volgt in 1950. De uitgeverijen Blake en Mortimer en Dargaud Benelux, eigenaars van de beroemde Britse helden, dachten al lang aan een apart deel in de rand van de traditionele reeks. Dit album zou geënt worden op de persoonlijke kijk van een auteur met een grote bewondering voor het werk van Jacobs. De keuze van de uitgever ging als vanzelf naar een andere Brusselaar, François Schuiten. Dat is ook de man die, samen met Benoît Peeters, nieuw leven blies in het Autrique Huis. Onze vereniging moest dus wel de originele platen van De Laatste Farao huisvesten. François Schuiten werkte niet alleen. Hij omringde zich met cineast Jaco Van Dormael en romanschrijver Thomas Gunzig om het scenario van dit uitzonderlijk avontuur van Blake en Mortimer uit te werken en fijn te stellen. Laurent Durieux zorgde voor de prachtige inkleuring. Het is geen eerbetoon, geen nostalgische terugblik, ergens tussen de Gizeh-vlakte en de heuvels van Brussel, maar De Laatste Farao geeft wel een andere zienswijze op de mythe die Edgar P. Jacobs creëerde. (Bron: autrique.be)

De Laatste Farao – persbericht [ PDF ]
interview met Francois Schuiten door Thijs Demeulemeester [ tijd.be ]
Poelaerts, de Schieven Architek [ W&V ]

Romaans in Bourgondië [ 4 ]

Romaanse abdijen en kerken in Bourgondië (1000-1200)
aflevering 4: interieur (Anzy-le-Duc, Autun, Chapaize, Cluny,
Paray-le-Monial, Semur-en-Brionnais

RomaansBij Bourgondië denken we in de eerste plaats meestal aan het goede leven. Of aan de 15e eeuw toen een groot deel van de Lage Landen onderdeel waren van het Rijk van Philips de Goede (1396-1467). Bart de Loo heeft hier onlangs een boek over geschreven. Het Hertogdom Bourgondië gaat echter veel verder terug dan de vijftiende eeuw. Het ontstond in de vroege tiende eeuw en was de geboortegrond van de twee belangrijkste kloosterorden in de Middeleeuwen: de Benedictijnse Orde van Cluny (sinds 910) en de Orde van de Cisterciënzers (sinds 1098). In juni en juli bezochten we in Bourgondië 5 abdijen en 20 kerken die allemaal gebouwd zijn tijdens de bloeitijd van het Romaans (1000-1200).

Routekaartje Romaans Bourgondië
Onze route door Romaans Bourgondië
[klik op afbeelding voor vergroting]

Het interieur van de romaanse kerk wordt gekenmerkt door een stenen gewelf, zware pijlers, dikke muren en kleine vensters waardoor de kerken van binnen veel minder licht zijn dan kerken die in gotische stijl gebouwd zijn. Het stenen tongewelf verving het houten zadeldak van de basilica. Een houten dak was niet alleen brandgevaarlijk maar was architectonisch ook een minder fraaie oplossing dan een stenengewelf.

Het eenvoudigste gewelf is het tongewelf, eigenlijk een aaneenschakeling van rondbogen. Een tongewelf is verdeeld in traveeën (of gewelfjukken) die rusten op zware pijlers. Het krachtenverloop van een tongewelf is sterk zijwaarts gericht. Daarom moet een tongewelf altijd gestut zijn met steunberen en zware muren. Door de zuivere rondboog van boven een knik te geven, worden de spatkrachten van het tongewelf meer naar beneden geleid dan zijwaarts. Dat is ook het grote voordeel van de spitsboog. De muren die het gewelf ondersteunen kunnen daardoor letterlijk en figuurlijk lichter worden, het gewicht neemt af en de vensters kunnen groter worden.

In de elfde eeuw zijn er nog geen spitsbogen en in de twaalfde eeuw zit de spitsboog in een experimenteel stadium. Zo zagen we in de Romaanse kerken die na 1100 gebouwd zijn vaak een tongewelf met een lichte knik. De traveeen en pilaren waren in het Romaans meestal polychroom, met andere woorden, ze waren beschilderd. Dat is bijvoorbeeld te zien in het schip van de Sainte Madeleine in Vezelay of in het koor van de Notre Dame de l’Assomption in Anzy-le-Duc. Het verleent aan het interieur iets ridderlijks.

Notre Dame de l’Assomption in Anzy-le-Duc [bourgogneromane]

Anzy-le-Duc
Het schip van de Notre Dame de l’Assomption gezien vanuit het koor. Deze kerk heeft een zuiver tongewelf dat verdeeld is door zware traveeën. De lichtbeuk boven de arcaden ontbreekt. het licht stroomt via de zijbeuken de kerk binnen.
Anzy-le-Duc
Het koor van de Notre Dame de l’Assomption met gereconstrueerde Romaanse fresco’s.
Anzy-le-Duc
De beschilderde pijlers in de Notre Dame de l’Assomption geven deze kerk iets ridderlijks.

Saint Lazare in Autun [bourgogneromane]
Tijdens ons bezoek aan de Sainte Lazare in Autun werden de narthex en het schip gerestaureerd, maar ik kon wel een foto maken van het tongewelf van het middenschip. Het verschil met de Notre Dame de l’Assomption in Anzy-le-Duc is duidelijk en we zien hier al een beweging naar de gotiek. Er zit een lichte knik in het tongewelf en de wandopstand is in drie delen: onder de arcaden, in het midden een galerij, het zogenaamde triforium en boven de lichtbeuk.

Autun
De driedelige wandopstand van de Saint Lazare en het tongewelf met een lichte knik.

Saint Martin in Chapaize [bourgogneromane]
De Saint Martin in Chapaize is een van de oudste Romaanse kerkjes die we in Bourgondië bezochten. Het ligt iets ten Westen van Tournus en vertoont verwantschap met de Saint Philibert. De arcaden van het middenschip hebben zeer zware pijlers die zware muren dragen. Bovenin zijn kleine vensters maar het meeste licht stroomt de kerk binnen door de zijbeuken. De travee die het schip verbindt met het dwarsschip is een zuivere rondboog terwijl de traveeën in het middenschip zelf een lichte knik vertonen.

Chapaize
Het middenschip van de Saint Martin

Zuidtransept van Cluny III [bourgogneromane]
De moeder van alle Romaanse kerken in Bourgondië stond ooit in Cluny. Daar is alleen het zuidelijke transept van overgebleven. Maar in het resterende deel van het dwarsschip kunnen we goed zien hoe immens groot deze kerk ooit geweest is. Tot de bouw van de nieuwe Sint-Pieter in Rome was het de grootste kerk ter wereld met het hoogste tongewelf in de romaanse bouwkunst.

Cluny
De binnenzijde van het resterende deel van Cluny III met de koepel van de toren van het zuidelijke transept

Sacre Coeur in Paray-le-Monial [bourgogneromane]
Om een indruk te krijgen van hoe de oorspronkelijke abdijkerk Cluny III eruit moet hebben gezien, kun je het beste een bezoek brengen aan de basiliek van de Sacre Coeur in Paray-le-Monial, zo’n 60 km ten Westen van Cluny. Het zuidelijke transept van deze kerk met zijn zeer hoge wandopstand is bijna een kopie van het resterende zuidelijke transept in Cluny. Het tongewelf en de traveeën hebben een lichte knik gekregen. Boven de arcade bevindt zich een blinde galerij of triforium.

Paray-le-Monial
Het transept (dwarsschip) van de Basilique de Sacre Coeur naar het Noorden en Zuiden toe gezien.

Ook aan de apsis van de basiliek de Sacre Coeur kunnen we zien hoe de apsis van de oorspronkelijk abdijkerk Cluny III er waarschijnlijk uit heeft gezien. Om de apsis lag een kooromloop. Deze was van de apsis gescheiden door een arcade van bijzonder elegante dunne pijlers. Aan de kooromloop lagen vijf straalkapellen.

Paray-le-Monial
De apsis van de Basilique de Sacre Coeur met de kooromloop.
Paray-le-Monial
In de kooromgang zien we een van de vroegste toepassingen van het kruisgewelf.

Saint Hilaire in Semur-en-Brionnais [bourgogneromane]
De Saint Hilaire werd gebouwd in het begin van de twaalfde eeuw maar is veel kleiner dan de basiliek in Paray-le-Monial. We zien hier ook de combinatie van een tongewelf (met een lichte knik) voor het middenschip en een kruisgewelf voor de zijbeuken. Ondanks de geringe hoogte heeft deze kerk een driedelige wandopstand.

Semur-en-Brionnais
Middenschip en apsis van de Saint Hilaire
Semur-en-Brionnais
De noordelijke zijbeuk van de Saint Hilaire heeft een kruisgewelf

[Alle foto's werden eind juni/begin juli genomen.]

Volgende aflevering: het exterieur

Romaanse kunst in Bourgondië op internet
Pierres Romanes biedt een schat aan beeldmateriaal. Maar inhoudelijk en wat aantal locaties betreft is deze site veel beperkter dan L’art roman en Bourgogne. Deze website bestaat al 16 jaar en wordt nog altijd goed bijgehouden. Maar helaas zijn de vormgeving en functionaliteit sinds 2003 niet meer veranderd.

Anzy-le-Duc [bourgogneromane]
Autun [bourgogneromane]
Chapaize [bourgogneromane]
Cluny [bourgogneromane]
Paray-le-Monial [bourgogneromane]
Semur-en-Brionnais [bourgogneromane]

Romaans in Bourgondië [ 3 ]

Romaanse abdijen en kerken in Bourgondië (1000-1200)
aflevering 3: crypten (Flavigny sur Ozerain, Anzy-le-Duc, Dijon, Vezelay)

RomaansBij Bourgondië denken we in de eerste plaats meestal aan het goede leven. Of aan de 15e eeuw toen een groot deel van de Lage Landen onderdeel waren van het Rijk van Philips de Goede (1396-1467). Bart de Loo heeft hier onlangs een boek over geschreven. Het Hertogdom Bourgondië gaat echter veel verder terug dan de vijftiende eeuw. Het ontstond in de vroege tiende eeuw en was de geboortegrond van de twee belangrijkste kloosterorden in de Middeleeuwen: de Benedictijnse Orde van Cluny (sinds 910) en de Orde van de Cisterciënzers (sinds 1098). In juni en juli bezochten we in Bourgondië 5 abdijen en 20 kerken die allemaal gebouwd zijn tijdens de bloeitijd van het Romaans (1000-1200).

Routekaartje Romaans Bourgondië
Onze route door Romaans Bourgondië
[klik op afbeelding voor vergroting]

De crypte is het verborgen hart van de Romaanse kerk. Vrijwel altijd is de crypte het oudste deel van een kerk die zich bevindt onder het priesterkoor onder de vieringtoren. Soms is deze verder naar achteren geschoven. Een enkele keer komen we crypten tegen in het Westelijk deel. Zelfs crypten die zich onder de hele kerk uitstrekken, komen voor. Men spreekt dan eerder van een onderkerk. De oudste crypten die wij bezochten (Flavigny-sur-Ozerain en Anzy-le-Duc) dateerden uit de 9e eeuw.

Saint Pierre in Flavigny-sur-Ozerain [bourgogneromane.com]
De abdij van Flavigny-sur-Ozerain is vooral bekend door de productie van de bekende anijsbonbons. Deze worden nog altijd gemaakt in een fabriek die gevestigd is in de abdij uit de 18e eeuw. In de 20e eeuw werd onder de restanten van de voormalige Saint Pierre een Karolingische crypte (9e eeuw) blootgelegd. Het is een van de oudste crypten van Frankrijk.

crypte Flavigny
crypte van de Saint Pierre in Flavigny

Notre Dame de l’Assomption in Anzy-le-Duc [bourgogneromane.com]

Ook onder het koor van de priorijkerk in Anzy-le-Duc vinden we een crypte uit de 10e eeuw. Hier rusten de relieken van Hugo van Anzy-le-Duc (ook wel Hugo van Potiers), die hier in 930 stierf.

Anzy-le-Duc
crypte in de Notre Dame de l’Assomption
Anzy-le-Duc
Graftombe van Hugo van Anzy-le-Duc de eerste abt van de priorij (9e/10e eeuw)

Saint Begnine in Dijon [bourgogneromane.com]
Bij crypten van voor het jaar 1100 is de oorspronkelijke kerk meestal vervangen door een nieuwere kerk in romaanse of gotische stijl. Dat is ook het geval bij de Saint Begnine in Dijon. De crypte dateert uit het eerste kwart van de elfde eeuw en is een van de meest indrukwekkende crypten van Frankrijk. Het is een rotonde die bestaat uit drie concentrische ringen van pilaren (resp. 8, 16, 24). Oorspronkelijk werd deze rotonde boven de grond voortgezet. Deze werd in de eerste helft van de elfde eeuw gebouwd onder Willem Volpiano (962-1031).

Saint Begnine
De onderaardse rotonde in de Saint Begnine

Tijdens de Franse Revolutie werd de romaanse rotonde afgebroken en al het puin werd in de crypte gestort. Dat heeft de crypte kunnen redden, want na 1860 begon men deze werd bloot te leggen. Archeologen hebben ontdekt dat de crypte zich oorspronkelijk voortzette onder het hele grondplan van de kerk. Maar sinds hier de huidige gotische kerk staat, kan men hier geen opgravingen meer doen. Het ondergrondse deel van de rotonde, moet ongetwijfeld het indrukwekkendste deel geweest zijn en is gelukkig weer toegankelijk.

Saint Begnine
De onderaardse rotonde in de Saint Begnine

Sainte Madeleine in Vezelay [bourgogneromane.com]
In de crypte van deze kerk bevinden zich de relieken van de heilige Maria Magdalena. Voor de pelgrims in de Middeleeuwen die op weg waren naar Santiago de Compostella was Vezelay een heel belangrijke plek. De crypte was toegankelijk via de zuidzijde van het koor en werd weer verlaten via de noordzijde. Zo konden de ontelbare pelgrims aan de relieken voorbijtrekken. Vooral op hoogtijdagen, zoals 22 juli (de feestdag van de heilige Maria Magdalena), was er een massale toeloop.

Sainte Madeleine
crypte in Sainte Madeleine in Vezelay
Sainte Madeleine
relieken van de heilige Maria Magdelena

[alle foto's, behalve de derde inzet in de eerste foto, werden genomen eind juni/begin juli]

Volgende aflevering: het schip en dwarsschip.

Romaanse kunst in Bourgondië op internet
Pierres Romanes biedt een schat aan beeldmateriaal. Maar inhoudelijk en wat aantal locaties betreft is deze site veel beperkter dan L’art roman en Bourgogne. Deze website bestaat al 16 jaar en wordt nog altijd goed bijgehouden. Maar helaas zijn de vormgeving en functionaliteit sinds 2003 niet meer veranderd.

Flavigny-sur-Ozerain [ bourgogneromane.com ]
Anzy-le-Duc [ bourgogneromane.com ]
Dijon [ bourgogneromane.com ]
Vezelay [ bourgogneromane.com ]

Romaans in Bourgondië [ 2 ]

Romaanse abdijen en kerken in Bourgondië (1000-1200)
aflevering 2: timpanen (Autun, Charlieu, St.Julien-de-Jonzy, Anzy-le-Duc)

RomaansBij Bourgondië denken we in de eerste plaats meestal aan het goede leven. Of aan de 15e eeuw toen een groot deel van de Lage Landen onderdeel waren van het Rijk van Philips de Goede (1396-1467). Bart de Loo heeft hier onlangs een boek over geschreven. Het Hertogdom Bourgondië gaat echter veel verder terug dan de vijftiende eeuw. Het ontstond in de vroege tiende eeuw en was de geboortegrond van de twee belangrijkste kloosterorden in de Middeleeuwen: de Benedictijnse Orde van Cluny (sinds 910) en de Orde van de Cisterciënzers (sinds 1098). In juni en juli bezochten we in Bourgondië 5 abdijen en 20 kerken die allemaal gebouwd zijn tijdens de bloeitijd van het Romaans (1000-1200).

Routekaartje Romaans Bourgondië
Onze route door Romaans Bourgondië
[klik op afbeelding voor vergroting]

Het timpaan verwelkomt de gelovigen die de kerk binnentreden met een afbeelding van Christus als Majestas Domini. In de christelijke iconografie gaat dit type terug tot in de vierde eeuw. Christus bevindt zich op Zijn Rechterstoel tijdens de Jongste Dag om alle mensen te oordelen. Hij wordt omgeven door de mandorla, een amandelvormige figuur (mandorla betekent ‘amandel’ in het Italiaans) die de verbinding tussen hemel en aarde symboliseert. In de middeleeuwse bouwkunst (ook in de gotiek) bevindt het timpaan zich in het portaal waar we de kerk kunnen binnentreden. Meestal is dit het portaal in de Westelijke facade, maar vaak vinden we ook timpanen in het Noord- of Zuidportaal. Het timpaan wordt boven begrensd door een of meerdere archivolten (geprofileerde versiering rond een arcadeboog) en onder door een architraaf die meestal sculpturen bevat.

Romaans portaal
Het Romaanse portaal A. Timpaan B. Archivolt(en) c. Architraaf D. Trumeau (of verdeelpijler) E. Pilaargroepen

Ik fotografeerde de timpanen van de Saint Lazare in Autun, de Saint Fortunat in Charlieu, de Saint Julien de Jonzy en tenslotte van de priorijkerk in Anzy-le-Duc. Het beroemdste Romaanse timpaan van Bourgondië, dat van de Saint Madeleine in Vezelay, zat vanwege een restauratie achter de steigers. Ook voor het het timpaan van de Saint Hilaire in Semur-en-Brionnais stonden steigers. Jammer natuurlijk, maar tegelijkertijd weet je dan ook dat het Romaanse erfgoed in Bourgondië gekoesterd wordt.

Saint Lazare in Autun [bourgogneromane.com]
Op maandag 1 juli stonden we op een snikhete dag voor het iconische timpaan van de Saint Lazare in Autun. Het is een indrukwekkende binnenkomer. De pelgrims die in de Middeleeuwen van heinde en verre hier binnentraden om de relieken van de heilige Lazarus te vereren, moeten enorm ontzag gevoeld hebben.

Autun
Het Westportaal van de Saint Lazare in Autun

Niet alles aan het machtige Westportaal van de Saint Lazare dateert overigens uit 1120-1146, de periode waarin deze kerk gebouwd werd. De trumeau die de deuren van de hoofdingang van elkaar scheidt, is 19e eeuws. Zoals gebruikelijk staat op de verdeelpijlers in de portaal een beeld van de patroonheilige. De heilige Lazarus wordt geflankeerd door twee vrouwen, zijn zusters.

Autun
Trumeau uit de 19e eeuw met de heilige Lazarus in een wit gewaad, opgestaan uit de dood en geflankeerd door zijn zusters

Het is moeilijk voor te stellen dat de originele Romaanse timpaan in 1766 werd dicht gepleisterd. Toen men vanaf 1820 de Middeleeuwen eindelijk begon te waarderen werd het weer zichtbaar gemaakt.

Autun
Timpaan uit de periode 1120-1146 met een voorstelling van het Laatste Oordeel rond Christus als Majestas Domini
Autun
Details (rechts) van het timpaan (links)

Saint Fortunat in Charlieu [bourgogneromane.com]
In 1094 werd een begin gemaakt aan de abdijkerk van Saint Fortunat in Charlieu. Tegenwoordig staat alleen de narthex nog overeind. Deze werd gebouwd in het tweede kwart van de twaalfde eeuw. De ingang bevindt zich niet aan de West- maar aan de Noordzijde en bestaat uit een groot en klein portaal.

Charlieu
De noordzijde van de narthex van de abdijkerk Saint Fortunat in Charlieu

In het grote portaal bevindt zich traditioneel een timpaan met centrale Christusfiguur in een mandorla. Hij wordt omgeven door de vier Evangelisten, gerepresenteerd als een mens (Mattheus), leeuw (Marcus), rund (Lucas) en adelaar (Johannes). Deze iconografie is gebaseerd op het visioen van Ezechiël. In de architraaf staan op een rij de twaalf apostelen afgebeeld. De ornamenten in de archivolten boven het timpaan zijn gedetailleerd. De menselijke figuren zijn helaas zwaar beschadigd geraakt in de achttiende eeuw als gevolg van de Franse Revolutie.

Charlieu
Timpaan op het grote portaal van de narthex van de Saint Fortunat in Charlieu met de Majestas Dominus

Naast het grote portaal bevindt zich rechts een kleiner portaal. Ook hier zien we een origineel Romaanse timpaan uit de eerste helft van de twaalfde eeuw. Hierin wordt de Bruiloft te Kana afgebeeld waar Jezus zijn eerste wonder verricht. Ook hier heeft de Franse Revolutie helaas zijn gewelddadige sporen achtergelaten. In de archivolt boven het timpaan staan figuren afgebeeld uit het verhaal van de Verheerlijking op de Berg Tabor. We zien hier Petrus, Elia, Mozes en Jakobus.

Charlieu
Timpaan op het kleine portaal van de narthex van de Saint Fortunat in Charlieu met de Bruiloft van Kana.
Charlieu
Detail van de Bruiloft van Kana. Helaas zijn de beelden tijdens de Franse Revolutie vernield.

Notre-Dame-de-l’Assomption in Anzy-le-Duc [bourgogneromane.com]
Iets ten Noorden van Charlieu ligt de priorijkerk Notre-Dame-de-l’Assomption uit de twaalfde eeuw. Het Westportaal heeft een timpaan uit de twaalfde eeuw met een voorstelling van Christus als Majestas Domini gezeten in een mandorla en geflankeerd door twee engelen. In de achttiende eeuw werd het timpaan verwijderd (wellicht om het in veiligheid te brengen voor de revolutionairen?) en werd later vervangen door een kopie. Het origineel is tegenwoordig te zien in het Musee Hieron in Paray-le-Monial.

Saint Trinite
Het originele timpaan op de westgevel van de Notre-Dame-de-l’Assomption in Anzy-le-Duc bevindt zich in het Musee Hieron in Paray-le-Monial. Duidelijk is te zien dat Romaanse beeldhouwrken oorspronkelijk beschilderd (polychroom) waren.

Saint Julien de Jonzy [bourgogneromane.com]
Tenslotte vonden we in de Brionnais (het uiterste Zuid-Westen van Bourgondië) nog een klein kerkje uit de twaalfde eeuw met een fraai timpaan. Het vertoont wat de voorstelling betreft een duidelijke overeenkomst met het timpaan in Anzy-le-Duc. Maar de stijl is beweeglijker en Christus zit hier behalve in een mandorla ook op Zijn Rechterstoel. Het voetenbankje komt uit de Byzantijnse iconografie.

Saint Julien de Jonzy
Timpaan op de westgevel van de Saint Julien de Jonzy

[alle foto's, behalve de voorlaatste met het timpaan in het Musee Hieron, werden eind juni/begin juli genomen.]

Volgende aflevering: Romaanse crypten

Romaanse kunst in Bourgondië op internet
Pierres Romanes biedt een schat aan beeldmateriaal. Maar inhoudelijk en wat aantal locaties betreft is deze site veel beperkter dan L’art roman en Bourgogne. Deze website bestaat al 16 jaar en wordt nog altijd goed bijgehouden. Maar helaas zijn de vormgeving en functionaliteit sinds 2003 niet meer veranderd.

Autun [bourgogneromane.com]
Charlieu [bourgogneromane.com]
Anzy-le-Duc [bourgogneromane.com]
Saint-Julien-de-Jonzy [bourgogneromane.com]