Categorie archief: architectuur

David Roberts

De Engelse schilder David Roberts (1796-1864)

Via de expeditie van Napoleon naar Egypte kwam ik op het spoor van de Engelse schilder David Roberts. Hij was bevriend met de 21 jaar oudere William Turner en specialiseerde zich als landschapsschilder in de aquarel. In de jaren dertig van de negentiende eeuw maakte hij reizen naar o.a. Spanje, Frankrijk en Noord-Afrika. Vanaf 1838 raakte hij gefascineerd door de oudheidkundige monumenten in Egypte.

David Roberts
David Roberts Tempel van Kom Ombo, 1838
David Roberts
Tempel van Kom Ombo, 1838 (detail)

De tekeningen en aquarellen die Roberts in Egypte maakte, passen in de traditie van vedute en topografische landschappen, waarin het objectiverende en artistieke bij elkaar komen. Ze passen in de negentiende eeuwse tendens om geschiedenis te objectiveren. In de tweede helft van de negentiende eeuw ontstaat uit de historiserende en objectiverende blik de wetenschappelijk verantwoorde en educatieve historieschilderkunst. Ook de historische spektakelfilm is schatplichtig aan deze traditie. Cabiria (1914) en de “Babylon-scene” uit Intolerance (1916) zijn ondenkbaar zonder de oriëntalistische historieschilderkunst van de negentiende eeuw.

David Roberts
David Roberts Aquaduct bij de Nijl
In augustus 1838 vertrok David Roberts vanuit Londen naar Alexandrië waar hij op 24 september aankwam. Hij had toestemming gekregen van de Britse consul om zich vrij te bewegen in Egypte en huurde een boot om de Nijl af te varen. Door zijn scherp waarnemingsvermogen maakte hij zeer precieze schetsen van Oud-Egyptische monumenten als de tempel van Dendera, de tempel van Philae, het tempelcomplex van Karnak, de Luxortempel, de Vallei der Koningen, de tempel van Edfu en Aboe Simbel. In totaal maakte hij in enkele maanden tweehonderdzeventig tekeningen, drie schriften met schetsen en enkele panorama’s van Caïro.
 
Bron: nl.wikipedia.org

diepdruk maakt indruk [ 4 ]

engraved stamp beauties: architectuur

Toen ik rond 1970 postzegels ging verzamelen, hield ik vooral van grote glanzende postzegels van Polska en Magyar Posta terwijl de ruwere postzegels van Sverige of France met hun tekenachtige ontwerpen mij totaal niet aanspraken. Tegenwoordig is het omgekeerd. Ik ben in de loop der jaren juist gaan houden van diepdruk, waarbij je het reliëf van de lijntjes in het papier met je duim kunt voelen. Het heeft letterlijk meer diepgang dan het vlakke offset. De mooiste postzegels zijn die met gegraveerde ontwerpen tussen 1850 tot 1950. Maar in de eenentwintigste eeuw worden er gelukkig nog steeds postzegels in diepdruk uitgegeven. Op stampboards.com vond ik onder de naam engraved stamp beauties een uitgebreide collectie.

US
eclectische bouwkunst uit de 19e eeuw in de Verenigde Staten
US
Smithsonian Institute in de Verenigde Staten
US
classicistische bouwkunst in de Verenigde Staten
US
Verenigde Staten
Canada
Canada

engraved stamp beauties [ stampboards.com ]

De poëzie van Groningen

gisteren een stadswandeling door Groningen gemaakt

stadswandelingDe historische binnenstad van Groningen is bekend om haar hofjes. Het zijn de spreekwoordelijke oases van groen in de jungle van blik en asfalt. Het meest opvallend troffen we dat aan in het St.Geertruids- of Pepergasthuis. Het werkt als een soort tijdmachine: ben je eenmaal onder het poortje door dan beland je in het verleden. Kleine huisjes rond een plantsoen met Buxushagen. Alles is van steen en hout. Blik en plastic tref je hier niet aan. Schreeuwerige kleuren ook niet. De beslotenheid geeft aangename bescherming. Even weg uit het jachtige stadsleven. “Je verlaat het hofje aan de achterzijde via het trapje naar beneden.” We doen braaf wat de gids schrijft en worden als we de deur onderaan de trap opendoen weer uitgespuwd op straat in de 21e eeuw terwijl de auto’s in twee richtingen voorbijvliegen. Zou het contrast vroeger ook zo groot geweest zijn?

in het hofje van het St.Geertruids- of Pepergasthuis

Groningen kent behalve de hofjes meer plekken waar het lijkt alsof de tijd hier stil heeft gestaan: aan de Noord-Oostzijde van de Martinikerk en aan de Westzijde van de Der Aa-kerk sta je plotseling in een dorpse omgeving. Stad en dorp komen er even bij elkaar.

stadswandeling Groningen
de stadswandeling door de compacte binnenstad van Groningen die wij zondag maakten.

Modernisme en postmodernisme is er in de Groningse binnenstad ook te vinden. Het beroemdste postmoderne gebouw is natuurlijk het Groninger Museum in het verbindingskanaal tegenover het station. In 1994 zette dit opvallende gebouw Groningen internationaal op de kaart. Het Groninger Museum is een postmodern statement, een opzettelijke schreeuw. Er zijn ook postmoderne gebouwen in Groningen te vinden die zich hebben aangepast aan de historische omgeving, zoals het Waagstraatcomplex rondom de Waag. Ik vind dit zeer geslaagde postmoderne architectuur omdat deze vloeiend overgaat in de historische omgeving zonder zelf historiserend te worden.

Waagstraat Groningen
Het Waagstraatcomplex is een goed voorbeeld van postmoderne architectuur die vloeiend overgaat in de historische omgeving zonder zelf historiserend te worden.

De Groningse dichter Jean Pierre Rawie schreef in 1994 ter gelegenheid van de nieuwbouw in de Waagstraat een mooi gedicht dat nu op een gevelsteen voor het winkelende publiek te lezen is.

De eeuwig wisselende hemel welfde
zich eeuwenlang boven dezelfde grond
waar altijd anders en altijd hetzelfde
de stad zichzelf herkende en hervond;
 
van wat hier door de jaren is verrezen
is veel weer door de jaren neergehaald,
maar altijd werd door deze plek het wezen
van Gronings stad en ommeland bepaald,
 
dat, steeds als men het nieuwe met het oude
opnieuw behoedzaam in de waagschaal legt,
voor volgende geslachten blijft behouden,
wanneer ook deze muren zijn geslecht.
Rawie Waagstraat
gedicht van Jean Pierre Rawie op de gevel

architectuur met een draai

Wat hebben Ben van Berkel (1959) en Francesco Borromini (1599-1667)
met elkaar gemeen?

stationshal ArnhemHet nieuwe Centraal Station van Arnhem is een fraai voorbeeld van sculpturale architectuur. Rechte lijnen hebben plaatsgemaakt voor gebogen lijnen en het geheel ziet eruit als een gestolde golf. Sculpturale architectuur is peperduur en wordt meestal toegepast in prestigeobjecten. Paviljoens op wereldtentoonstellingen vallen daar uiteraard ook onder.

Als je ervan uitgaat dat alle bouwkunst ooit begonnen is in een prehistorische grot, dan is sculpturale architectuur de oudste architectuur ter wereld. Maar als je in enger verband naar de oorsprong van sculpturale architectuur gaat kijken, dan kom je volgens mij uit in de zeventiende eeuw. De afwisseling van convex (bol) en concaaf (hol) vinden we niet in de bouwkunst van de Oudheid en Renaissance. Het is echt een uitvinding van de barok en deze uitvinding is op naam van één architect te schrijven: Francesco Borromini. Hij was de eerste die de klassieke bouwkunst vloeibaar maakte.

Francesco Borromini was de eerste architect die de klassieke bouwkunst vloeibaar maakte.
San Carlo
San Carlo voorgevel

Zijn meesterwerk is de San Carlo alle Quattro Fontane (1634 en 1677). Dit kleine kerkje in Rome zou een enorme invloed hebben op de bouwkunst van de late barok en het rococo. Pas na 1775 als er weer een strak lineair neo-classicisme in de mode komt, zouden de vloeibare vormelementen weer uit de bouwkunst verdwijnen. Ook voor de niet plastische kunsten had Borromini betekenis. In veel rococo prenten ziet de architectuur eruit als het beroemde horloge van Dali. Door de verbeeldingskracht worden de vaste vormen rond geslepen, net als in een rivier.

rocaille
Gravure omstreeks 1740 …net als een rivier slijpt de verbeeldingskracht de vaste vormen rond…
Van 1634 tot 1637 werkt Borromini aan zijn eerste zelfstandige opdracht, de reconstructie van de kerk van San Carlo alle Quattro Fontane (ook wel bekend als de San Carlino). De voorgevel zou veel later volgen, aan het einde van zijn carrière. Deze wordt door de San Carlino mooi begonnen en beëindigd. De kerk is gewijd aan San Carlo Borromeo, en dit kan mogelijk ertoe hebben geleid dat hij zijn naam in Borromini veranderde. De kleine kerk wordt beschouwd als een exemplarisch meesterwerk uit de Romeinse Barok.
 
Borromini voorkwam lineair classicisme en vermeed een eenvoudige ronde vorm, maar werkte liever met bijvoorbeeld rimpelende ovalen, octagonen (achthoeken) die vervagen naarmate men dichter bij de lantaren komt, de enige bron van licht in het donkere interieur. De kerk is klein van stuk; hij “ontwierp naar binnen en buiten golvende muren die er uit zagen alsof ze niet van steen gevormd waren maar van een soepele stof die in beweging was gezet door een energetische ruimte, met daarin de uitgehouwen entablaturen, kroonlijsten, met zich meedragend de uitgehouwen gedenktekens, de friezen en pedimenten
 
Bron: nl.wikipedia.org

Barok met een twist [ dekluizenaar.mimesis.nl ]

sculpturaal

gisteren foto’s genomen van het nieuwe Arnhem CS

Het nieuwe Centraal Station van Arnhem doet erg denken aan de TWA Flight Center uit 1962 van de Finse architect Eero Saarinen op JFK Airport bij New York.

CS Arnhem
het nieuwe Arnhem CS

Architect Ben van Berkel (1957) geeft toe dat hij zich door dit iconische gebouw heeft laten inspireren, een van de schoolvoorbeelden van sculpturale architectuur.

CS Arnhem
ingang van Arnhem CS

De architect van de Erasmusbrug werkte ooit voor beroemde architecten als Zaha Hadid (1950) en Santiago Calatrava (1952) beiden bekend van onconventionele constructies.

CS Arnhem
stationshal
CS Arnhem
stationshal
CS Arnhem
passerelle met overkappingen op de perrons
CS Arnhem
trap naar het perron
CS Arnhem
overkapping van het perron
CS Arnhem
de twintowers van Arnhem: de blauwe Rijntoren (WTC) en de groene Parktoren

Arnhem CS heeft 53 jaar oudere broer in New York [ houvanarnhem.nl ]

staatspropaganda

tot 2 november nog te bezichtigen: de Oranjezaal
in Paleis Huis ten Bosch Den Haag

Bijzonder hoogleraar Johan de Haan deed een prima uitspraak. De Oranjezaal in Paleis Huis ten Bosch is volgens hem meer dan een eerbetoon aan stadhouder prins Frederik Hendrik. Volgens De Haan kun je de decoraties in de Oranjezaal ook zien als een politiek pamflet van Amalia van Solms, de weduwe van de stadhouder. Ik ben het helemaal met hem eens en voeg er graag aan toe dat de verreweg de meeste kunst uit het verleden bedoeld was om de boodschap van de opdrachtgever te verspreiden. En die boodschap was bijna altijd politiek: “kijk eens hoe rijk, dus hoe machtig ik ben!”

Jacob Jordeans
Jacob Jordeans de Triomf van Frederik Hendrik

Het gepronk van onze rijke en machtige voorouders heeft natuurlijk geweldige kunstwerken opgeleverd. De schoonheid van die kunstwerken koppelen we niet graag aan machtsvertoon. Schoonheid hoort schoon te zijn en macht is per definitie vuil. Toch is het de aardse realiteit dat de schoonheid van kunst op de een of andere manier verbonden is met macht.

Schoonheid hoort schoon te zijn en macht is per definitie vuil. Toch is het de aardse realiteit dat de schoonheid van kunst op de een of andere manier verbonden is met macht.

In de Oranjezaal is het machtsvertoon expliciet aanwezig. Het is een beetje ongepast bij het calvinistische Nederland, dat vooral in de eerste helft van de zeventiende eeuw leefde in een besef van overvloed en onbehagen. Maar de welvaart die door haar geografische ligging tijdens de Dertigjarige Oorlog (1618-1648), naar de Republiek stroomde, deed de calvinistische terughoudendheid voor het tonen van rijkdom langzaam verdwijnen. Dat is goed te zien in de haast katholieke uitbundigheid van de Oranjezaal die tussen 1648 en 1652 werd ingericht. Deze loopt al vooruit op de pracht en praal in de tweede helft van de zeventiende eeuw, die vooral in Frankrijk onder Lodewijk XIV een hoogtepunt zou bereiken.

Caesar van Everdingen
Caesar van Everdingen Pegasus en de vier muzen
Dit is een 17e eeuwse illustratie van het principe “kunst als het glijmiddel van de economie”

Wij waarderen de Gouden Eeuw vooral om haar unieke Hollandse karakter, de intimiteit en het realisme. Wie het grote theatrale gebaar wil, kan beter naar de Fransen en de Italianen gaan. Toch heeft Nederland op het hoogtepunt van zijn Gouden Eeuw rond 1650 in de Oranjezaal een theatraal en imponerend artistiek machtsvertoon gekregen. De schilders die opdracht kregen om deze zaal te decoreren, kwamen ook uit het katholieke Zuiden en Utrecht, want daar wisten ze wel raad met grote kleurige wandschilderingen.

De Oranjezaal in Paleis Huis ten Bosch is zonder enige twijfel een van de belangrijkste schilderkunstige ensembles van de Nederlandse zeventiende eeuw. In opdracht van Amalia van Solms werkte in de jaren 1648-1652 onder regie van de architect-schilder Jacob van Campen een twaalftal kunstenaars aan de reeks van 39 doeken en panelen en een aantal gewelfschilderingen. De schilders van dit monumentale geheel waren deels uit de Noordelijke en deels uit de Zuidelijke Nederlanden afkomstig. Het vormt een eerbetoon aan de nagedachtenis van de kort daarvoor overleden stadhouder Frederik Hendrik. Hoewel er in de loop der eeuwen diverse architectonische ingrepen in de Oranjezaal zijn uitgevoerd, bleef de monumentale reeks van schilderingen vrijwel ongeschonden bewaard.
(Bron: oranjezaal.rkdmonographs.nl)

Gerard van HonthorstZo schilderde Jacob Jordeans, die na Rubens en Van Dyck tot de grootste Vlaamse schilders van de Antwerpse School gerekend wordt, de centrale voorstelling, de Triomf van Frederik Hendrik. Ook de Triomf van de tijd nam hij voor zijn rekening. Een ander grote katholieke schilder die een opdracht kreeg, was de Utrechtse caravaggist Gerard van Honthorst. Hij was al 55 toen hij in de Oranjezaal maar liefst zes voorstellingen schilderde: Het huwelijk van Frederik Hendrik en Amalia van Solms, De ontscheping van Mary Stuart en de begroeting van Willem II, Louise Henriette leidt Friedrich Wilhelm, Keurvorst van Brandenburg, naar haar ouders, De standvastigheid van Frederik Hendrik, Amalia met haar dochters als toeschouwers van de triomf en een portret van Amalia van Solms als weduwe met een schedel. Hij werd daarbij geholpen door zijn assistenten.

Amalia van Solms zette dus zonder bezwaren katholieke schilders in omdat ze met meer bravoure schilderden dan hun calvinistische vakbroeders. Andere schilders die een opdracht kregen voor de Oranjezaal waren o.a: Salomon de Bray (3 werken), Jacob van Campen (5 werken), Caesar van Everdingen (5 werken) en Pieter de Grebber (5 werken).

Oranjezaal
Bekijk de Oranjezaal vanuit vier hoeken: Westarm, Noordarm, Oostarm en Zuidarm
Jacob van CampenVoorafgaand aan de renovatie van Paleis Huis ten Bosch is de bijzondere Oranjezaal van maandag 7 september tot en met zondag 1 november open voor publiek. Geïnteresseerden kunnen na aanmelding de Oranjezaal gratis bezichtigen onder begeleiding van een gids.
 
De Oranjezaal in Paleis Huis ten Bosch is een uniek ensemble van schilderingen uit de Gouden Eeuw. In opdracht van Amalia van Solms werkten in de jaren 1648-1652 onder regie van de architect-schilder Jacob van Campen twaalf kunstenaars aan tientallen doeken, panelen en gewelfschilderingen.
 
Het geheel vormt een eerbetoon aan haar kort daarvoor overleden echtgenoot, stadhouder Frederik Hendrik. De openstelling van de zaal is mogelijk omdat deze tussen 1998 – 2001 al is gerestaureerd. In de rest van het paleis worden voorbereidingen getroffen voor groot onderhoud en renovatie. Daarom is alleen de Oranjezaal te bezoeken.
 
Bron: bezoekdeoranjezaal.nl

De Oranjezaal – catalogus en documentatie [ oranjezaal.rkdmonographs.nl ]

de buik van het beest

vanavond op Canvas om 23.00 in Lichtpunt:
documentaire over de Gevangenis van Vorst

Vanavond zendt het Vlaamse canvas de documentaire De buik van het beest uit. Daarin duiken de filmmakers van Patrick Lemy en Eric D’Agostino in de gevangenis van Vorst in Brussel. In mei liepen Michaela en ik door de Verbindingslaan/Avenue de la Jonction die deze gevangenis scheidt van zijn grote broer, de gevangenis van Sint Gilles.

Google Maps
De gevangenis van Vorst (onder) en die van Sint Gilles (boven). Beiden zijn gescheiden door de Verbindingslaan met aan de zuidzijde de hoge gevangenismuur van Sint Gilles.

Op Google Maps is te zien dat het enorme complex op de grens ligt van de stadsdelen Sint Gilles en Vorst. De oudste gevangenis is die van Sint-Gilles. Deze dateert uit 1884. De gevangenis van Vorst opende dertig jaar later zijn zware deuren. Beide behoren tot de oudste gevangenissen van België en zijn gebouwd in een of andere neostijl.

Saint Gilles
De ingang van de gevangenis van Saint Gilles aan het begin van de twintigste eeuw.
Sint Gilles
het poortgebouw van de gevangenis van Sint Gilles zoals ik het in mei dit jaar fotografeerde.
Vorst
Verbindingslaan met het poortgebouw van de gevangenis van Vorst in neorenaissancestijl
Vorst
Verbindingslaan met het poortgebouw van de gevangenis van Vorst in neorenaissancestijl
Ze hebben ernstige misdaden begaan. Justitie beschouwt hen echter ontoerekeningsvatbaar bij het plegen van deze daden. Ze worden opgesloten voor onbepaalde tijd binnen de muren van de psychiatrische afdeling van de gevangenis van Vorst. Deze documentaire voert ons mee naar het hart van de cellen waar de gedetineerden zich bloot geven en hun vaak vergeten menselijkheid met ons delen.
 
Bron: lichtpunt.be

canvas.be