Categorie archief: architectuur

kerk of kermis?

de rococo van de basiliek van Ottobeuren (1757-1766)

Mijn eerste confrontatie met de basiliek van Ottobeuren was in 1986. In 2010 keerde ik nog eenmaal terug. Ottobeuren geldt als een hoogtepunt van kerkelijke rococo in Zuid-Duitsland. Het is een stijl waar we gemakkelijk de neus voor ophalen: teveel krullen en teveel roze billen. Toch probeer ik het rococo al een paar jaar serieus te nemen. Wat is er precies gebeurd halverwege de achttiende eeuw? Waarom veranderden kerkinterieurs in een kermis? De barok kon er ook wat van, maar tijdens het rococo werd het toch een beetje beschamend. Engeltjes leken rechtstreeks uit het boudoir van Madame de Pompadour de kerk binnen gevlogen. En de bisschop had het allemaal goed gevonden!

Ottobeuren
middenschip van de basiliek van Ottobeuren
Wat is er precies gebeurd halverwege de achttiende eeuw? Waarom veranderden kerkinterieurs in een kermis?

Het is meestal bevrijdend om vooroordelen even tussen haakjes te plaatsen. Als ik dat doe met mijn vooroordelen over rococo (“behaagziek”, “vals”, “sentimenteel”) dan gaat er een wereld voor mij open. Het verschilt niet eens zoveel van de glamour uit Hollywood of de eye candy in de glossies. Vergeet even dat het kitsch zou zijn en laat je bedwelmen zoals de gelovigen in de achttiende eeuw. De hemel lijkt open te breken. En zo was het letterlijk ook geschilderd.

Ottobeuren
Ottobeuren detail

Een vondst van het rococo is het zogenaamde “Bild Insel”, het fresco dat omgeven door schuimend rocaille drijft op een roomblanke ondergrond. De fresco’s zijn geschilderd in de kleuren van een Italiaanse ijssalon: pistache, frambozen en meer zoets. Het is echt een lekkernij voor het oog. De rocaille stuwt zich als een branding van slagroom om de stichtelijke taferelen. Het huisje van knibbel, knabbel knuisje. Maar dan binnenstebuiten gekeerd.

Ottobeuren
Ottobeuren detail

In het rococo van de achttiende eeuw werd het Evangelie niet alleen verkondigd als een blijde boodschap maar ook als een lekkere boodschap. De gelovige moest verleid worden. Dat was niet nieuw want in de barok bestond dat ook. Je zou zelfs de hele barok kunnen zien als de visuele propaganda die tijdens de contrareformatie door de kerk van Rome werd ingezet om de protestanten weer terug te winnen voor de moederkerk. Daarbij lag de nadruk op het individuele en vooral op de emotie. Ten hemel gerichte blikken van martelaars in extase. “Het katholicisme. De eerste. De beste. En dat proef je!”

Ottobeuren
Ottobeuren detail
In het rococo van de achttiende eeuw werd het Evangelie niet alleen verkondigd als een blijde boodschap maar ook als een lekkere boodschap.

Het rococo volgde in de jaren dertig de barok op. Europa was enigszins tot rust gekomen en de grote godsdienstoorlogen lagen achter de rug. Er was een nieuwe geest van waaien, de geest van de Verlichting. De sombere, donkere tonen van het barok maakten plaats voor lichte en heldere kleuren. Kerkelijke en wereldse kunst gingen nog meer door elkaar lopen. Anders gezegd: de wereldse kunst drong nog verder de kerk binnen.

En zo kon het gebeuren dat kerken, die oorspronkelijk plaatsen van gebed waren geweest, eruit gingen zien als de ultieme plaats van vermaak: de kermis annex bordeel.

een ruil is een ruil

a.s. zaterdag opent de internationale beeldententoonstelling Sonsbeek 2016

Het thema van Sonsbeek 2016 is transACTION. Net als het woord “communicatie” kun je daar de hele wereld aan ophangen. Waar of wanneer je bent, bijna altijd is er een transactie met je omgeving, zeker wanneer je de stad in gaat en je geacht wordt je te gedragen als consument. Met de keuze voor het Indonesische een kunstenaarsinitiatief Ruangrupa uit Indonesië als curator, lijkt Sonsbeek 2016 gekozen te hebben voor een iets specifiekere interpretatie van het woord transactie, namelijk de uitwisseling tussen verschillende culturen. Als er één land in de wereld is geweest, waar Nederland ooit een intense relatie mee had, dan is het wel voormalig Nederlands-Indië, sinds 1945 Republik Indonesia.

Sonsbeek 2016
website van Sonsbeek 2016

Het koloniale tijdperk begon aanvankelijk met ruilen. Met kralen en spiegeltjes. Ik heb er zelf ooit aan meegedaan. In 1986 ruilde ik met een indianenstam aan de Ucayali in het Peruaanse regenwoud mijn onderbroeken (niet van Calvin Klein maar wel erg westers) tegen beschilderde urnen. Terug in Nederland kreeg ik spijt. Dan zijn er godzijdank nog enkele zuivere indianenstammen overgebleven in Zuid-Amerika en die worden dan door toeristen (ik dus) met westerse consumptiegoederen verpest. Ik legde het voor aan H.C.ten Berge die in 1987 gastdocent was aan de kunstacademie in Arnhem. Hij stond o.m. bekend om zijn belangstelling veel natuurvolkeren (Azteken en Inuit) en was voor mij de man die ik mijn “vuile transactie” (de onderbroeken waren overigens wel gewassen) kon opbiechten. Hij verraste mij met zijn reactie. In plaats van mij mores te leren, zei hij: “een ruil is een ruil”. Met andere woorden: een goede of foute ruil bestaat helemaal niet (totdat je erachter komt dat je belazerd bent). De indianen waren blij met mijn onderbroeken en ik was blij met de beschilderde urnen. Een win-winsituatie dus.

Maar kolonialisme heeft bitter weinig met een win-winsituatie te maken. Het ruilen werd al snel roven. Door zijn koloniale verleden draagt de blanke man voor altijd een onaflosbare hypotheek met zich mee. Zullen we daar op Sonsbeek 2016 iets van merken? Kunnen we weer gewoon ruilen, ditmaal met Indonesische kunstenaars? Of worden we in die ruil nog altijd met de schuld van het roven geconfronteerd? De Indonesische kunstenaar Agung Kurniawan is ervan overtuigd dat de Nederlandse overheid en haar burgers de misstanden van de koloniale geschiedenis van Indonesië nooit volledig hebben erkend. Vanmiddag mag hij Sonsbeek 2016 openen met de Parade, een optocht door de Arnhemse binnenstad waarin Arnhemmers zijn statement bevestigen. Kunst of activisme?

Ik vrees dat Sonsbeek 2016 nu al achtervolgd zal worden met het verwijt van een verborgen politieke agenda. Ook loopt Sonsbeek 2016 het risico een vehikel te zijn geworden van de duurzaam-en-ecologisch-bouwen-lobby. Transactie met niet-westerse culturen, wakkert niet zelden de hardnekkige mythe aan van de nobele wilde. Omdat deze dichter bij de natuur leeft, zou hij ook een zuiverder mens zijn. De nobele wilde bouwt zijn huisje duurzaam en ecologisch verantwoord. Dat zouden wij in het Westen ook moeten doen. Wordt “de nobele wilde” hier voor het karretje van de duurzaam-en-ecologisch-bouwen-lobby gespannen?

Wordt “de nobele wilde” hier voor het karretje van de duurzaam-en-ecologisch-bouwen-lobby gespannen?

Sonsbeek 2016 moet natuurlijk over kunst gaan, maar kunst is, zoals we weten, nooit autonoom maar diep verstrengeld met onze maatschappij en de tijdgeest. Het toverwoord van de 21 eeuw is “duurzaam”. Dit wordt duidelijk gepresenteerd in het statement van de Indonesische kunstenaar Eko Prawoto. Naast de witte Sonsbeekvilla heeft hij van bamboe een paviljoen laten bouwen dat een soort spiegelbeeld in bamboe is. Het past prima in het thema transACTION: Nederland ontmoet Indonesië en westers bouwen ontmoet bouwen met natuurmateriaal.

sonsbeek.org

David Roberts

De Engelse schilder David Roberts (1796-1864)

Via de expeditie van Napoleon naar Egypte kwam ik op het spoor van de Engelse schilder David Roberts. Hij was bevriend met de 21 jaar oudere William Turner en specialiseerde zich als landschapsschilder in de aquarel. In de jaren dertig van de negentiende eeuw maakte hij reizen naar o.a. Spanje, Frankrijk en Noord-Afrika. Vanaf 1838 raakte hij gefascineerd door de oudheidkundige monumenten in Egypte.

David Roberts
David Roberts Tempel van Kom Ombo, 1838
David Roberts
Tempel van Kom Ombo, 1838 (detail)

De tekeningen en aquarellen die Roberts in Egypte maakte, passen in de traditie van vedute en topografische landschappen, waarin het objectiverende en artistieke bij elkaar komen. Ze passen in de negentiende eeuwse tendens om geschiedenis te objectiveren. In de tweede helft van de negentiende eeuw ontstaat uit de historiserende en objectiverende blik de wetenschappelijk verantwoorde en educatieve historieschilderkunst. Ook de historische spektakelfilm is schatplichtig aan deze traditie. Cabiria (1914) en de “Babylon-scene” uit Intolerance (1916) zijn ondenkbaar zonder de oriëntalistische historieschilderkunst van de negentiende eeuw.

David Roberts
David Roberts Aquaduct bij de Nijl
In augustus 1838 vertrok David Roberts vanuit Londen naar Alexandrië waar hij op 24 september aankwam. Hij had toestemming gekregen van de Britse consul om zich vrij te bewegen in Egypte en huurde een boot om de Nijl af te varen. Door zijn scherp waarnemingsvermogen maakte hij zeer precieze schetsen van Oud-Egyptische monumenten als de tempel van Dendera, de tempel van Philae, het tempelcomplex van Karnak, de Luxortempel, de Vallei der Koningen, de tempel van Edfu en Aboe Simbel. In totaal maakte hij in enkele maanden tweehonderdzeventig tekeningen, drie schriften met schetsen en enkele panorama’s van Caïro.
 
Bron: nl.wikipedia.org

diepdruk maakt indruk [ 4 ]

engraved stamp beauties: architectuur

Toen ik rond 1970 postzegels ging verzamelen, hield ik vooral van grote glanzende postzegels van Polska en Magyar Posta terwijl de ruwere postzegels van Sverige of France met hun tekenachtige ontwerpen mij totaal niet aanspraken. Tegenwoordig is het omgekeerd. Ik ben in de loop der jaren juist gaan houden van diepdruk, waarbij je het reliëf van de lijntjes in het papier met je duim kunt voelen. Het heeft letterlijk meer diepgang dan het vlakke offset. De mooiste postzegels zijn die met gegraveerde ontwerpen tussen 1850 tot 1950. Maar in de eenentwintigste eeuw worden er gelukkig nog steeds postzegels in diepdruk uitgegeven. Op stampboards.com vond ik onder de naam engraved stamp beauties een uitgebreide collectie.

US
eclectische bouwkunst uit de 19e eeuw in de Verenigde Staten
US
Smithsonian Institute in de Verenigde Staten
US
classicistische bouwkunst in de Verenigde Staten
US
Verenigde Staten
Canada
Canada

engraved stamp beauties [ stampboards.com ]

De poëzie van Groningen

gisteren een stadswandeling door Groningen gemaakt

stadswandelingDe historische binnenstad van Groningen is bekend om haar hofjes. Het zijn de spreekwoordelijke oases van groen in de jungle van blik en asfalt. Het meest opvallend troffen we dat aan in het St.Geertruids- of Pepergasthuis. Het werkt als een soort tijdmachine: ben je eenmaal onder het poortje door dan beland je in het verleden. Kleine huisjes rond een plantsoen met Buxushagen. Alles is van steen en hout. Blik en plastic tref je hier niet aan. Schreeuwerige kleuren ook niet. De beslotenheid geeft aangename bescherming. Even weg uit het jachtige stadsleven. “Je verlaat het hofje aan de achterzijde via het trapje naar beneden.” We doen braaf wat de gids schrijft en worden als we de deur onderaan de trap opendoen weer uitgespuwd op straat in de 21e eeuw terwijl de auto’s in twee richtingen voorbijvliegen. Zou het contrast vroeger ook zo groot geweest zijn?

in het hofje van het St.Geertruids- of Pepergasthuis

Groningen kent behalve de hofjes meer plekken waar het lijkt alsof de tijd hier stil heeft gestaan: aan de Noord-Oostzijde van de Martinikerk en aan de Westzijde van de Der Aa-kerk sta je plotseling in een dorpse omgeving. Stad en dorp komen er even bij elkaar.

stadswandeling Groningen
de stadswandeling door de compacte binnenstad van Groningen die wij zondag maakten.

Modernisme en postmodernisme is er in de Groningse binnenstad ook te vinden. Het beroemdste postmoderne gebouw is natuurlijk het Groninger Museum in het verbindingskanaal tegenover het station. In 1994 zette dit opvallende gebouw Groningen internationaal op de kaart. Het Groninger Museum is een postmodern statement, een opzettelijke schreeuw. Er zijn ook postmoderne gebouwen in Groningen te vinden die zich hebben aangepast aan de historische omgeving, zoals het Waagstraatcomplex rondom de Waag. Ik vind dit zeer geslaagde postmoderne architectuur omdat deze vloeiend overgaat in de historische omgeving zonder zelf historiserend te worden.

Waagstraat Groningen
Het Waagstraatcomplex is een goed voorbeeld van postmoderne architectuur die vloeiend overgaat in de historische omgeving zonder zelf historiserend te worden.

De Groningse dichter Jean Pierre Rawie schreef in 1994 ter gelegenheid van de nieuwbouw in de Waagstraat een mooi gedicht dat nu op een gevelsteen voor het winkelende publiek te lezen is.

De eeuwig wisselende hemel welfde
zich eeuwenlang boven dezelfde grond
waar altijd anders en altijd hetzelfde
de stad zichzelf herkende en hervond;
 
van wat hier door de jaren is verrezen
is veel weer door de jaren neergehaald,
maar altijd werd door deze plek het wezen
van Gronings stad en ommeland bepaald,
 
dat, steeds als men het nieuwe met het oude
opnieuw behoedzaam in de waagschaal legt,
voor volgende geslachten blijft behouden,
wanneer ook deze muren zijn geslecht.
Rawie Waagstraat
gedicht van Jean Pierre Rawie op de gevel

architectuur met een draai

Wat hebben Ben van Berkel (1959) en Francesco Borromini (1599-1667)
met elkaar gemeen?

stationshal ArnhemHet nieuwe Centraal Station van Arnhem is een fraai voorbeeld van sculpturale architectuur. Rechte lijnen hebben plaatsgemaakt voor gebogen lijnen en het geheel ziet eruit als een gestolde golf. Sculpturale architectuur is peperduur en wordt meestal toegepast in prestigeobjecten. Paviljoens op wereldtentoonstellingen vallen daar uiteraard ook onder.

Als je ervan uitgaat dat alle bouwkunst ooit begonnen is in een prehistorische grot, dan is sculpturale architectuur de oudste architectuur ter wereld. Maar als je in enger verband naar de oorsprong van sculpturale architectuur gaat kijken, dan kom je volgens mij uit in de zeventiende eeuw. De afwisseling van convex (bol) en concaaf (hol) vinden we niet in de bouwkunst van de Oudheid en Renaissance. Het is echt een uitvinding van de barok en deze uitvinding is op naam van één architect te schrijven: Francesco Borromini. Hij was de eerste die de klassieke bouwkunst vloeibaar maakte.

Francesco Borromini was de eerste architect die de klassieke bouwkunst vloeibaar maakte.
San Carlo
San Carlo voorgevel

Zijn meesterwerk is de San Carlo alle Quattro Fontane (1634 en 1677). Dit kleine kerkje in Rome zou een enorme invloed hebben op de bouwkunst van de late barok en het rococo. Pas na 1775 als er weer een strak lineair neo-classicisme in de mode komt, zouden de vloeibare vormelementen weer uit de bouwkunst verdwijnen. Ook voor de niet plastische kunsten had Borromini betekenis. In veel rococo prenten ziet de architectuur eruit als het beroemde horloge van Dali. Door de verbeeldingskracht worden de vaste vormen rond geslepen, net als in een rivier.

rocaille
Gravure omstreeks 1740 …net als een rivier slijpt de verbeeldingskracht de vaste vormen rond…
Van 1634 tot 1637 werkt Borromini aan zijn eerste zelfstandige opdracht, de reconstructie van de kerk van San Carlo alle Quattro Fontane (ook wel bekend als de San Carlino). De voorgevel zou veel later volgen, aan het einde van zijn carrière. Deze wordt door de San Carlino mooi begonnen en beëindigd. De kerk is gewijd aan San Carlo Borromeo, en dit kan mogelijk ertoe hebben geleid dat hij zijn naam in Borromini veranderde. De kleine kerk wordt beschouwd als een exemplarisch meesterwerk uit de Romeinse Barok.
 
Borromini voorkwam lineair classicisme en vermeed een eenvoudige ronde vorm, maar werkte liever met bijvoorbeeld rimpelende ovalen, octagonen (achthoeken) die vervagen naarmate men dichter bij de lantaren komt, de enige bron van licht in het donkere interieur. De kerk is klein van stuk; hij “ontwierp naar binnen en buiten golvende muren die er uit zagen alsof ze niet van steen gevormd waren maar van een soepele stof die in beweging was gezet door een energetische ruimte, met daarin de uitgehouwen entablaturen, kroonlijsten, met zich meedragend de uitgehouwen gedenktekens, de friezen en pedimenten
 
Bron: nl.wikipedia.org

Barok met een twist [ dekluizenaar.mimesis.nl ]

sculpturaal

gisteren foto’s genomen van het nieuwe Arnhem CS

Het nieuwe Centraal Station van Arnhem doet erg denken aan de TWA Flight Center uit 1962 van de Finse architect Eero Saarinen op JFK Airport bij New York.

CS Arnhem
het nieuwe Arnhem CS

Architect Ben van Berkel (1957) geeft toe dat hij zich door dit iconische gebouw heeft laten inspireren, een van de schoolvoorbeelden van sculpturale architectuur.

CS Arnhem
ingang van Arnhem CS

De architect van de Erasmusbrug werkte ooit voor beroemde architecten als Zaha Hadid (1950) en Santiago Calatrava (1952) beiden bekend van onconventionele constructies.

CS Arnhem
stationshal
CS Arnhem
stationshal
CS Arnhem
passerelle met overkappingen op de perrons
CS Arnhem
trap naar het perron
CS Arnhem
overkapping van het perron
CS Arnhem
de twintowers van Arnhem: de blauwe Rijntoren (WTC) en de groene Parktoren

Arnhem CS heeft 53 jaar oudere broer in New York [ houvanarnhem.nl ]