Categorie archief: architectuur

messidor architectuur

gelezen in 1793 van Victor Hugo

Toen Victor Hugo de zeventig gepasseerd was, schreef hij zijn laatste roman 1793. Zijn hele leven had hij al een roman willen schrijven waarin hij zijn gedachten over de Franse Revolutie kon uitwerken. Hij koos voor het jaar 1793, het annus horribilis van de Franse Revolutie, waarin een verschrikkelijke burgeroorlog woedde in Bretagne en de Vendée en het jaar waarin de beruchte Loi des suspects van kracht werd, waardoor het schrikbewind op een dieptepunt kwam.

1793 is een roman én geschiedenisboek. Het tweede deel is een soort intermezzo met o.a. een uitgebreide beschrijving van de Convention Nationale. Hugo geeft een lange opsomming van namen die hij vaak van voetnoten heeft voorzien. Na 180 bladzijden zijn er al 375 voetnoten voorbijgekomen. Voor de romanlezer kan dat storend zijn, maar voor degene met interesse voor geschiedenis van de Franse Revolutie, is het een bonus.

Convention Nationale
het kale interieur van de Convention Nationale
c’était quelque chose comme Boucher guillotiné par David.
Het was alsof Boucher door David was geguillotineerd.

Hugo over het interieur

Vooral de beschrijving die Hugo geeft van het interieur van de Nationale Conventie vind ik boeiend. De sobere, uitgeklede variant van het classicisme, wordt in Frankrijk l’architecture messidor genoemd. Hugo schrijft: “Na de overweldigende orgiën van vorm en kleur in de achttiende eeuw, ging de kunst op dieet, en alleen nog de rechte lijn was toegestaan. Een dergelijke ontwikkeling mondt uit in lelijkheid. Je krijgt een kunst die gereduceerd is tot skelet. Dat is het nadeel van een dergelijke zedigheid en onthouding; de stijl is zo sober dat hij schraal wordt.”

Convention Nationale
Hugo geeft een beschrijving van het spreekgestoelte. Links de Déclaration des droits de l’homme uit 1789 en rechts de grondwet.
Tout cet ensemble était violent, sauvage, régulier. Le correct dans le farouche; c’est un peu toute la révolution. La salle de la Convention offrait le plus complet spécimen de ce que les artistes ont appelé depuis ‘l’architecture messidor’ c’était massif et grêle. Les bâtisseurs de ce temps-là prenaient le symétrique pour le beau. Le dernier’ mot de la Renaissance avait été dit sous Louis XV, et une réaction s’était faite. On avait poussé le noble jusqu’au fade, et la pureté jusqu’à l’ennui. La pruderie existe en architecture. Après les éblouissantes orgies de forme et de couleur du dix-huitième siècle, l’art s’était mis à la diète, et ne se permettait plus que la ligne droite. Ce genre de progrès aboutit à la laideur. L’art réduit au squelette, tel est le phénomène. C’est l’inconvénient de ces sortes de sagesses et d’abstinences; le style est si sobre qu’il devient maigre. En dehors de toute émotion politique, et à ne voir que l’architecture, un certain frisson se dégageait de cette salle. On se rappelait confusément l’ancien théâtre, les loges enguirlandées, le plaforid d’azur et dé pourpre, le lustre à facettes, les girandoles à reflets de diamants, les tentures gorge de pigeon, la profusion d’amours et de nymphes sur le rideau et sur les draperies,toute l’idylle royale et galante, peinte, sculptée et dorée, qui avait empli de son sourire ce lieu, sévère, et l’on regardait partout autour de soi ces durs angles rectilignes, froids et tranchants comme l’acier; c’était quelque chose comme Boucher guillotiné par David.
 
Bron: Quatre-vingt-treize, deuxième partie, livre troisième: la convention
Convention Nationale
een bladzijde met een illustratie van de Conventie uit de oorspronkelijke uitgave van Quarte-vingt-treize (1874)

Nationale Conventie [ nl.wikipedia.org ]

Pastels aan de Keizergracht

vandaag bezocht: Museum Van Loon aan de Keizersgracht
en de kleine tentoonstelling Pastels: Het pastelportret in Nederland

Woensdag ging weer een wens van mij in vervulling: een bezoek aan het Museum van Loon aan de Keizersgracht. Ik hou van stijlkamers, het liefst niet in een museum maar in de oorspronkelijke omgeving, bij voorkeur woonhuizen. Het Museum Van Loon voldoet daaraan, evenals het museum Willet-Holthuysen aan de Herengracht dat ik in 2015 samen met Michaela bezocht.

Museum Van Loon
achterzijde en trappenhuis van Museum Van Loon
In het voorjaar van 2018 zal Museum Van Loon de tentoonstelling Pastels: Het pastelportret in Nederland presenteren. Voor het eerst sinds 1948 zal een overzicht gegeven worden van het werk van de belangrijkste pastelportrettisten in Nederland in de 18e en 19e eeuw. In de stijlkamers van het huis worden werken getoond van zowel Nederlandse als buitenlandse meesters in deze techniek. De bloei van het pastelportret in de achttiende eeuw zorgde voor een komen en gaan van getalenteerde buitenlandse portrettisten in ons land, waaronder Jean-Etienne Liotard (1702-1789), Jean-Baptiste Perronneau (1715-1783) en Charles Howard Hodges (1764-1837). De portrettisten hadden een Nederlandse clièntele bestaande uit bankiers, politici, de adel en het Koninklijk Huis.
 
Bron: museumvanloon.nl
Museum Van Loon
een deel van de tentoonstelling op de eerste etage
Museum Van Loon
Biedermeier met familieportret van Charles Howard Hodges

Charles Howard Hodges woonde aan de Keizersgracht en was in Amsterdam een veelgevraagd portrettist en pastellist. Hodges maakte rond 700 portretten; de meeste zijn uit de 19e eeuw. De vroegste zijn met pastel, de latere met olieverf. Zijn portretten zijn te vinden in het Rijksmuseum in Amsterdam, in musea en talloze kastelen en in koninklijke en particuliere verzamelingen.

Museum Van Loon
een portret van een van de grootste pastellisten uit de geschiedenis: Jean-Etienne Liotard (1702-1789)

museumvanloon.nl

Grachtenboek 1768

Het Grachtenboek van Caspar Philips Jacobszoon (1768)

grachtenboek 1768Volgende week hoop ik aan de Keizersgracht het Museum Van Loon te bezoeken. In 2015 bezocht ik met Michaela al het Museum Willet-Holthuysen aan de Herengracht. We kregen toen een prachtige indruk van het rijke leven achter een van de fraaie gevels. Nu ik in De Patriotten aan het lezen ben, een roman over een Amsterdamse regentenfamilie in de jaren 1778-1787, trekt de grachtengordel mij weer aan. De website amsterdamsegrachtenhuizen.info is online misschien wel de beste voorbereiding op een bezoek aan de grachtengordel. Alle gevels zijn hier aan te klikken en van informatie voorzien, zoals bouwjaar, architect en overzicht van de bewoners. Het standaardwerk van Caspar Philips Jacobszoon uit 1768 dient als basis.

grachtenboek
gravures van Caspar Philips Jacobszoon
Op de Heren- en Keizersgracht staan ca. 490 halsgevels, 230 lijstgevels, 200 verhoogde lijstgevels, 190 trapgevels, 190 klokgevels, 70 verhoogde halsgevels, 25 tuitgevels en 20 overige gevels.
Het Grachtenboek geeft een gaaf en harmonisch beeld van het Amsterdamse stadsgezicht tegen het einde van de 18de eeuw. Op de Heren- en Keizersgracht staan ca. 490 halsgevels, 230 lijstgevels, 200 verhoogde lijstgevels, 190 trapgevels, 190 klokgevels, 70 verhoogde halsgevels, 25 tuitgevels en 20 overige gevels. Van de meer dan 1.400 afgebeelde gevels zijn er zo’n 480 in min of meer ongewijzigde toestand bewaard gebleven. Klaarblijkelijk zijn geen opmetingen verricht, want de verhoudingen van de meeste gevels kloppen niet. In 1959 werden door C.A. van Swigchem in een kast van de KNAW de tekeningen teruggevonden die de basis vormde voor de gravures en toen bleek dat de tekeningen zeer nauwkeurig waren gegraveerd en dus dat de onnauwkeurigheden door de oorspronkelijke tekenaars zijn gemaakt. Voor een deel zijn de onnauwkeurigheden toe te schrijven aan het toegepaste vereenvoudigingssysteem. De in 1959 gevonden tekeningen bevatten een verrassing: van een aantal huizen is de oorspronkelijke tekening overgeplakt met een nieuwe tekening. Kennelijk heeft men vlak vóór het graveren nog even snel de laatste mutaties aangebracht.
 
Bron: onderdekeizerskroon.nl

Schloss Falkenlust

vandaag geeft de Deutsche Post nieuwe postzegels uit
waaronder in de serie Duitse kastelen Schloss Falkenlust in Brühl
Schloss Falkenlust
Schloss Falkenlust zu Brühl
Nur einen kurzen Spaziergang von Schloss Augustusburg in Brühl entfernt, liegt am Rande eines abgeschiedenen Wäldchens eine reizvolle Sehenswürdigkeit das Jagdschloss Falkenlust, eines der bevorzugten Jagdschlösser des Kölner Kurfürsten und Erzbischofs Clemens August (1700/-61). In nur wenigen Jahren entstand zwischen 1729 und 1737 nach den Plänen des kurbayerischen Hofbaumeisters François de Cuvilliés eine der intimsten und kostbarsten Schöpfungen des deutschen Rokoko.
 
Die Wahl des Bauplatzes für dieses Jagdschloss wurde bestimmt durch die Flugbahn der Reiher, den bevorzugten Beutevögeln der Falkenjagd. Auf dem Flug von ihren Horsten im Brühler Schlosspark zu ihren Fischgründen im Altrheingebiet bei Wesseling wurden sie von dem leidenschaftlichen Falkenjäger Clemens August und seiner Jagdgesellschaft mit abgerichteten Falken »gebeizt«.
 
Nach den Jagdvergnügungen versammelte sich die höfische Gesellschaft zu Souper und Spiel in den kostbar ausgestatteten Innenräumen des Schloss Falkenlust. Unter den vollständig erhaltenen Räumen ragen die aufwändig ausgestatteten Kabinette hervor, die bereits 1763 der junge Mozart bewunderte.
 
Bron: schlossbruehl.de

Nederland herrijst 1950

de wederopbouw volgens de zomerzegels van 1950

In 2010 schreef ik al iets over mijn voorliefde voor eenkleurige postzegels in plaatdruk. Na de oorlog werd deze langzaam verdrongen door de rasterdiepdruk. De postzegel zou daarna nooit meer worden wat het ooit geweest was: een fijn stukje grafiek door een meesterhand gegraveerd. Een van mijn favorieten zijn de zomerzegels uit 1950.

Zuidpleinflat
De Zuidpleinflat (1949) van Willem van Tijen was in 1950 nog iets speciaals in Nederland.

Na de donkere jaren veertig is de tijd van de wederopbouw definitief aangebroken. Nederland herrijst en Rotterdam wordt het symbool van het naoorlogse Nederland, waar het optimisme van het nieuwe bouwen voor de hoogte kiest.

zomerzegel 1950
5 cent Zuidpleinflat in Rotterdam (ontwerp: Frans Lammers, gravure W.Z. van Dijk)
zomerzegel 1950
potloodschets voor herstel van Keizersveer door Frans Lammers
zomerzegel 1950
10 cent gravure van W.Z. van Dijk

zomerzegels 1950 [ postzegelontwerpen.nl ]

a brave new world

Nieuwe Zakelijkheid in Amsterdam

In M – eine Stadt sucht einen Mörder (1931) zit een opname van Neubauten in Berlijn. De strakke gordijngevel van glas is in 1930 duidelijk nog een Fremdkörper te midden van de bebouwing die nog de geest ademt van de late negentiende eeuw. Maar na de Tweede Wereldoorlog zou het gezicht van de moderniteit de stad voorgoed veranderen: strak en zakelijk werd de norm. A brave new world.

M
In M – eine Stadt sucht einen Mörder zien we een overgang van expressionisme naar Nieuwe Zakelijkheid. De functionele, sobere manier van bouwen, zoals dit kale trappenhuis laat zien, benadrukt het naakte en onversierde bestaan waar het existentialisme zich op zou gaan richten.

Niet alleen in Berlijn maar in alle grote steden was kort na de Eerste Wereldoorlog al de voorbode van de nieuwe tijd te zien. Ook in Nederland en Vlaanderen. Honderd jaar geleden begonnen in Amsterdam de stadsuitbreidingen van het Plan Zuid (1917-1925) en daarna van het Plan West (1925-1927). De Amsterdamse School ging in de jaren twintig geleidelijk over in een strakke, zakelijke stijl die we Nieuwe Zakelijkheid zijn gaan noemen. Op de beeldbank van het Stadsarchief Amsterdam staan foto’s van de fonkelnieuwe wijken die in de jaren twintig in Amsterdam-Zuid en in Amsterdam-West verrezen.

Amsterdam 1925
Hudsonstraat Amsterdam-West, ca. 1925
Amsterdam 1925
Olympiaweg Amsterdam-Zuid, ca. 1925
Amsterdam 1925
Balboastraat Amsterdam-West, ca. 1925
Amsterdam 1925
Hoofdweg Amsterdam-West, ca. 1925
Amsterdam 1925
Hoofdweg Amsterdam-West, ca. 1925
Amsterdam 1925
Schipbeekstraat Amsterdam-Zuid, ca. 1925
Betondorp is een buurt in het Amsterdamse stadsdeel Oost. De buurt werd als tuindorp gebouwd in de Watergraafsmeer tussen 1923 en 1925 als Tuindorp Watergraafsmeer. Doordat voor het eerst veel beton werd toegepast bij de bouw van de woningen, ging het in de volksmond al snel Betondorp heten. De buurt was bedoeld als experiment om de mogelijkheden te verkennen van de toepassing van beton in de volkshuisvesting, maar een tekort aan bakstenen door de vele woningbouw in Nederland en de oplopende prijzen van bakstenen speelden zeer zeker ook een rol.
 
Bron: nl.wikipedia.org
Amsterdam 1925
Betondorp ca. 1925

Romaanse kerken in de Elzas [ 4 ]

Op 26 juni j.l. bezochten we de Saint Léger in Guebwiller

Iets ten Zuid-Oosten van Murbach ligt het stadje Guebwiller. In het hart staat de Saint Léger, een fraaie romaanse kerk met dubbele torenfaçade die gebouwd werd tussen 1182 en 1235. Ook deze kerk had te lijden tijdens de Franse Revolutie. Na ontwijding door de revolutionairen werd de Saint Léger in 1831 opnieuw gewijd.

Guebwiller
De Saint Léger in Guebwiller dateert uit de eerste helft van de dertiende eeuw.
Guebwiller
blik vanuit het Noord-Westen
Guebwiller
blik vanuit het Zuid-Oosten met koor, dwarsschip en de imposante vieringtoren
Guebwiller
Op de dakzwikken onder aan de vieringtoren bevinden zich figuren, net als bij de St. Peter en St. Paul in Rosheim.

De foto’s zijn gemaakt op 26 juni 2017.

bezochte romaanse bouwwerken in Duitsland en de Elzas (sinds 1998)
1998 Paderborn – Dom (Staufisch)
2002 Hildesheim – St. Michael (Ottoons)
2006 Limburg – Dom (Staufisch)
2006 Maria Laach – kloosterkerk (Salisch)
2007 Hersfeld – kloosterruïne (Salisch)
2011 Reichenau – St. Georg (Karolingisch)
2014 Maulbronn – klooster (Staufisch)
2016 Rosheim (Elzas) – St. Peter en St. Paul (Staufisch)
2016 Selestat (Elzas) – Sainte-Foy (Staufisch)
2016 Lorsch – poortgebouw (Karolingisch)
2017 Aachen – Pfalzkapel (Karolingisch)
2017 Murbach (Elzas) – kloosterkerk (Salisch)
2017 Guebwiller (Elzas) – St. Léger (Staufisch)

Romaanse kerken in de Elzas [ 1 ] | Romaanse kerken in de Elzas [ 2 ] | Romaanse kerken in de Elzas [ 3 ]