Categorie archief: religie

een Rus in Italië [ 2 ]

gezien op VHS: Nostalghia (1983) van Andrei Tarkovski

NostalghiaOnbetwiste meesters van de filmkunst leveren per definitie auteursfilms af. Of ze nu een boek verfilmen of zelf een script schrijven, het publiek herkent de hand van de meester onmiddellijk. Dat geldt voor Silence van Martin Scorcese, misschien wel zijn meest persoonlijke film waarin religie een centrale rol speelt. Bij Tarkovski stond religie al vanaf zijn eerste meesterwerk Andrei Rublev (1966) in het middelpunt en in zijn laatste film Offret (1986) ging het nog steeds over religie.

Nostalghia is Tarkovski‘s voorlaatste film en misschien wel zijn meest persoonlijke film. Samen met scenarist Tonino Guerra (1920-2012) schreef hij aan het begin van de jaren tachtig het script. De hoofdpersoon is de Russische schrijver Andrei Gorchakov in wie we een alter ego kunnen zien van Tarkovski. Gorchakov werkt aan een studie over een Russische componist uit de achttiende eeuw in Italië en verblijft daarom zelf ook in dat land. Net als zijn studieobject lijdt hij in Italië aan heimwee naar zijn vaderland. Tarkovski leefde de laatste jaren van zijn leven in ballingschap in Europa. Heimwee naar het vaderland was voor hem dan ook een actueel onderwerp.Tarkovski verbindt het specifieke heimwee naar Rusland met het verlangen naar huis als universeel religieus thema.

Tarkovski verbindt het specifieke heimwee naar Rusland met het verlangen naar huis als universeel religieus thema.

Gorchakov leeft in Italië samen met zijn vrouwelijke tolk Eugenia. Hun relatie lijkt zuiver platonisch. Ze noemt hem een heilige, een zonderlinge man die iets zoekt wat de meeste mannen niet zoeken. Bij het kuuroord waar ze verblijven ontmoet hij Domenico, een geestverwant die net als hij op zoek is naar iets dat alle grenzen overstijgt. Domenico is een dorpsgek maar ook een roepende in de woestijn. Tegen Gorchakov zegt hij dat hij zijn gezin wilde redden en ze daarom zeven jaar lang in een kelder heeft opgesloten. Daarna zag hij dat dit niet genoeg was. Hij wil nu alle mensen redden. Daarvoor moet iemand met een kaars door het bad van de heilige Catharina lopen.

Nostalghia
still uit Nostalghia (1983)

De rol van Domenico wordt gespeeld door de Zweedse acteur Erland Josephson die drie jaar later in Offret de hoofdrol zal spelen. Ook daar speelt hij een man die een offer brengt. Wie goed oplet merkt dat er tussen Nostalghia en Offret allerlei parallellen lopen. Zo spreekt Domenico al over het in brand steken van je huis. Het huis is een telkens terugkerende metafoor in het werk van Tarkovski. Het staat voor onze bestemming maar ook voor onze gebondenheid aan bezit. In het laatste beeld uit Nostalghia versmelten Rusland en Italië in één beeld: Italië als het land van ruïnes en Rusland als het land van herinnering.

Een Rus in Italië [ 1 ]

een Rus in Italië [ 1 ]

gisteren een begin gemaakt aan Nostalghia (1983) van Andrei Tarkovski

NostalghiaNet als de films van Ingmar Bergman (1918-2007) gelden de films van Andrei Tarkovski (1932-1986) als moeilijke films. Voor het grote publiek blijft het oeuvre van Bergman en Tarkovski een gesloten boek maar voor een selecte groep cinefielen en filmcritici wereldwijd zijn ze het neusje van de zalm. Dat een bepaalde mate van ontoegankelijkheid grote aantrekkingskracht heeft op de elite lijkt een natuurwet. Natuurlijk kun je je met een voorliefde voor moeilijke en ontoegankelijke kunst onderscheiden van de massa, maar dat verklaart niet waarom Bergman en Tarkovski door de elite in het hart gesloten worden. De kijker moet bij de lange takes en traagheid van Tarkovski een offer brengen en alleen door dat offer kunnen er geheimen prijsgegeven worden en krijgt de beschouwer toegang. Voor wie dat offer teveel (tijd) kost, blijft het waarschijnlijk een trage, vervelende, onduidelijke film.

Nostalghia
still uit Nostalghia (1983)

Tarkovski was zichzelf zeer bewust van de betekenis van het offer. In zijn twee laatste films Nostalghia (1983) en Offret (1986) die hij in ballingschap in resp. Italië en Zweden maakte, staat het brengen van een offer door de hoofdfiguur centraal. Het onderwerp religie wordt door Tarkovski in een vorm gegoten waar de intellectueel niet voor terugdeinst. Zijn vertelling is dichterlijk, suggestief, gelaagd en raadselachtig en trekt een soort damp rond de kijker op die hem in contact brengt met het ondefinieerbare dat zijn intellect overstijgt.

In zijn beschouwingen over filmkunst die hij publiceerde in de bundel De verzegelde tijd (1977) schrijft Tarkovski dat de lange takes nodig zijn om de werkelijke tijd in de filmische tijd toe te laten. In de meeste films wordt de tijd vernietigd, wordt het wachten ingedikt tot een beeld van wachten. Maar Tarkovski ziet het levensgrote belang van wachten in en haalt het wachten binnen in zijn films als een offer dat hij van zijn publiek vraagt.

In een volgende aflevering meer over de film Nostalghia.

Nostalghia [ imdb.com ]

Saint John Coltrane [ 1 ]

Dit jaar is het een halve eeuw geleden dat John Coltrane overleed

De afgelopen dagen luister ik weer heel veel naar John Coltrane. Op 17 juli is het precies 50 jaar geleden dat hij op 40-jarige leeftijd overleed. Net als bij Bach zijn liefhebbers van John Coltrane geen gewone liefhebbers, maar eerder gelovigen. Zijn muziek heeft een sterk religieuze inslag. In San Francisco is sinds de jaren zeventig de St. John Will-I-Am Coltrane African Orthodox Church gevestigd.

John Coltrane speelt My favourite things (1961)
Na Coltranes overlijden, in 1971, begonnen volgelingen van de Yardbird Temple (genoemd naar Charlie Parker) in San Francisco hem te aanbidden als geïncarneerde God. De groep sloot zich aan bij de Afrikaans-orthodoxe Kerk, opgericht in 1921, waarbij de goddelijke status van Coltrane verviel. Coltrane werd heilig verklaard als Saint John William Coltrane. De daaruit voortkomende St. John Will-I-Am Coltrane African Orthodox Church, ook bekend als de ‘Coltrane-kerk’, is de enige Afrikaans-orthodoxe kerk die Coltranes muziek en teksten opneemt in haar liturgie.
 
Bron: nl.wikipedia.org

coltranechurch.org | johncoltrane.com

Scorsese’s biecht

zaterdagavond met Michaela gezien in Focus Arnhem: Silence (2016)

SilenceWie hecht aan het (voor)oordeel dat het boeddhisme opener, vreedzamer en toleranter is dan het christendom, kan de nieuwste film van Martin Scorsese beter niet kijken. Het verhaal speelt zich af in het Japan omstreeks het midden van de 17e eeuw toen christenen vervolgd werden door boeddhisten. Zij zagen het christendom, dat door Portugese jezuïeten geïntroduceerd was, als iets gevaarlijks en waren vastbesloten het uit te roeien.

De Japanners die zich tot het christendom bekeerd hadden, waren levende getuigenissen van hun Voorbeeld. Ze vormden met elkaar een hechte gemeenschap, gedroegen zich nederig en waren de andere Japanners niet tot last. Toch moesten ze van de Japanse inquisiteurs hun geloof afzweren. Deden ze dat niet, dan werden ze voor de ogen van de anderen gemarteld. Boeddhisme zoals we het nog niet kenden.

Silence is gebaseerd op de roman Chinmoku (1966) van de Japanse schrijver Shusaku Endo. In 1971 werd het boek voor het eerst verfilmd. De verfilming die nu in de bioscoop draait, is eerder een auteursfilm dan een verfilming. Het is misschien wel de meest persoonlijke film van Martin Scorsese en heeft iets van een biecht. De regisseur hoopt dit jaar zijn 75e verjaardag te vieren en Silence is mogelijk zijn testament. Samen met zijn vaste scenarist Jay Cocks (The Age of Innocence, Gangs of New York) schreef hij het draaiboek.

Silence gaat over de volharding. Wat is het christelijk geloof je waard? Anders gezegd: blijf je in elke omstandigheid trouw aan God? Dat laatste interpreteren we in onze postchristelijke tijd heel anders dan in de tijd waarin het verhaal zich afspeelt. Voor de Jezuïeten en de tot het christendom bekeerde Japanners was God niet een “concept” maar een Persoon die in Christus mensgeworden en onze persoonlijke Verlosser is. De Japanse boeddhisten keken hier in de zeventiende eeuw op eenzelfde manier naar als de meesten van ons tegenwoordig. De christelijke god is in de boeddhistische, maar ook in de postmoderne visie, een constructie, een godsbeeld. Niets meer en niets minder.

Silence
still uit Silence
De christelijke god is in de boeddhistische, maar ook in de postmoderne visie, een constructie, een godsbeeld.

Dat maakt het lastig om naar Silence te kijken vanuit de ogen van de twee Portugese priesters en de Japanse christenen. Wij kijken in de eenentwintigste eeuw eigenlijk met de ogen van de boeddhistische Japanners in de zeventiende eeuw. Waarom komen jullie je godsbeeld aan ons opdringen? Vanuit deze heilige verontwaardiging kan de blijdschap en de innerlijke revolutie van de bekeerde Japanners niet worden (mee)gevoeld en begrepen. De Japanse heersers voelden zich door het christendom bedreigd, kozen voor isolationisme en besloten de bekeerde Japanners tot afvalligheid te dwingen. Hun priesters moesten daarin voorgaan, want de priesters waren immers hun leiders.

In de postkoloniale tijd zijn we geneigd de kerstening van vreemde volkeren (dus ook van de Japanners) door onze blanke voorouders af te keuren. Tegelijkertijd vinden we het vanzelfsprekend dat niet-Westerse migranten hun godsdienst hier verspreiden. In de 17e eeuw verspreidden de Europeanen het christendom over de wereld. De Japanners in Silence bekeerden zich uit vrije wil omdat ze in Christus de Waarheid leerden kennen. De Waarheid werd in het Japan van de 17e eeuw niet getolereerd. En ook het postmodernisme heeft het er moeilijk mee.

Het zeventiende-eeuwse Japan confronteert ons op verschillende manieren: de overtuiging dat openheid voor andere culturen en godsdienstvrijheid iets fundamenteels is, botst hier op een andere overtuiging, namelijk dat het boeddhisme een zeer tolerante levensbeschouwing is die alle vormen, en dus verschillen, overstijgt. Maar in Silence toont het boeddhisme een onverdraagzaamheid die we bepaald niet met het boeddhisme associëren. Christenen moeten hun geloof afzweren en weer Japanners worden. Boeddhisme first! Je voelt je er ongemakkelijk bij: het isolationistische Japan van 1640 bleek vele malen erger dan het huidige Amerika van Trump: een andere godsdienst werd verboden en de gelovigen werden op uiterst wrede wijze vervolgd.

De Waarheid werd in het Japan van de 17e eeuw niet getolereerd. En ook het postmodernisme heeft het er moeilijk mee.

Hoofdpersoon Padre Rodrigues, die net als Petrus zijn Heer niet verloochenen wil, komt in Silence soms over als een koppige man die vasthoudt aan zijn eigen gelijk. Zo zien de boeddhisten het in ieder geval. Een mens die niet wil loslaten. Dat het verraad van de Ander, want dat betekent het afzweren van het christelijk geloof, iets totaal anders is dan een boeddhistisch “loslaten”, een “go with the flow”, maakt Silence voor mij niet genoeg duidelijk. In navolging van Christus krijgt Padre Rodrigues een verschrikkelijke beproeving.

De inquisiteur plaatst hem voor een duivels dilemma: door afvalligheid kan hij het leven van zijn vrienden sparen. Of hij moet toezien hoe zij op een wrede wijze gedood worden “als hij zich koppig en egoïstisch vastklampt aan een denkbeeld”. Deze ultieme beproeving brengt hem in de godverlatenheid waarin Silence eindigt. Scorsese lijkt ons te willen zeggen: in deze leegte komt de zwijgende God dichterbij en tenslotte moeten wijzelf misschien ook zwijgen over God en dat geheim meenemen in ons graf.

Silence [ imdb.com ]

Beeld(jes)vorming

zondag gezien in het Fries Museum in Leeuwarden:
Großes Licht durchbricht die Schatten van Trijnie van der Wal (Lemmer, 1941)

Hedendaagse kunst is polyinterpretabel. Ieder is vrij om zijn eigen interpretatie te vormen. Een mooi streven. Maar de kunstenaar geeft ons natuurlijk wél de “voorzet”. De beschouwer mag ‘m (de interpretatie) er vervolgens in knallen (of koppen). De “voorzet” van Trijnie van der Wal met haar kunstwerk Großes Licht durchbricht die Schatten is typisch postmodern. De enorme collage is een scan van honderden beeldjes, sacraal en profaan, die geassocieerd worden met “religie” (als containerbegrip) omdat ze in de vorm van een Russisch-Orthodox Kruis geperst zijn.

Trijnie van der Wal
Großes Licht durchbricht die Schatten

De titel van het werk (Großes Licht durchbricht die Schatten) duwt mij in een richting. Door de ontelbare beeldjes en verhalende beelden breekt het Grote Licht door. Een zinspeling op de vigerende (en luie) gedachte dat alle religies naar hetzelfde doel zouden wijzen.

Trijnie van der Wal
detail
Tijdens een reis door Hongarije raakt Van der Wal gefascineerd door porseleinen beeldjes die men er uitstalt in etalages en vensterbanken. Dan ontdekt ze dat men overal ter wereld dit soort kleine beeldjes verzamelt.
 
Van der Wal besluit deze internationale verzamelwoede samen te brengen. Ze vult haar eigen foto’s aan met reisfoto’s van anderen, afbeeldingen van Google, Marktplaats en natuurbeelden van de televisie.
 
Ze schept er een duizelingwekkende miniatuurwereld mee bekroond door het vrijheidsbeeld op de Gellértheuvel in Boedapest. De vorm van een Russisch-Orthodox kruis versterkt de iconische uitstraling.
 
Toelichting van het Fries Museum bij “Großes Licht durchbricht die Schatten”

nieuwe aanwinsten [ friesmuseum.nl ]

vergeten radicalen [ 3 ]

gelezen: de proloog van Het verdorven genootschap
De vergeten radicalen van de Verlichting
van Philipp Blom

Het verdorven genootschapDe historicus en romanschrijver Philipp Blom is overtuigd atheïst en schreef in 2010 een bevooroordeeld boek over de salon van baron d’Holbach die het derde kwart van de achttiende eeuw floreerde en prominenten uit binnen- en buitenland naar zich toetrok. De historicus verbergt zijn bewondering voor d’Holbach en Diderot niet en zijn afkeer voor Voltaire en Rousseau evenmin.

Al in de proloog merkt hij op dat het oordeel van de geschiedenis in het voordeel van de laatste twee is uitgevallen en in het nadeel van de d’Holbach en Diderot. Terwijl Voltaire en Rousseau in het Pantheon werden bijgezet als de twee grote Franse Verlichtingsfilosofen, is er geen groot eerbetoon voor d’Holbach en Diderot.

Philip Blom wil daar verandering inbrengen met zijn boek. Hij komt uit de kast als een discipel van de materialistische en atheïstische denkers d’Holbach en Diderot. Juist vanwege het atheïsme konden ze nooit in de positie komen die Voltaire en Rousseau voor zichzelf wel wisten te bemachtigen, die van de verlichte superstar. Voltaire bleef bewust zijn leven lang een deïst en was ervan overtuigd dat er een Schepper was. Alleen bemoeide deze zich niet meer met zijn Schepping. Voor het deïsme was God een uurwerkmaker die na zijn arbeid het mechanische universum aan zichzelf had overgelaten.

Rousseau is in de ogen van Philipp Blom meer een verkapte christen. Ook al had Rousseau de kerk de rug toegekeerd, zijn hele filosofie baseert zich op christelijke thema’s als paradijs, zondeval en verlossing. De invloed van Rousseau was enorm. Door zijn volgelingen werd hij vereerd en na zijn dood in 1778 werd zijn laatste rustplaats op Île des peuplier een bedevaartsoord. Tijdens de Franse Revolutie was Jean-Jacques inmiddels een seculiere heilige geworden. Zijn invloed is er nog altijd. In de eenentwintigste eeuw kunnen we in het verlangen naar authenticiteit en natuurlijk leven maar ook in de romantische religie van de nieuwetijdse spiritualiteit sporen van zijn denken aantreffen. Voor Philipp Blom is Rousseau vooral een negatieve figuur die het heldere Verlichtingsdenken van Diderot vertroebeld heeft. Rousseau stond aan het begin van de Romantiek en de Romantiek keerde zich zelfs tegen de Verlichting.

Philipp Blom pleit voor het sapere aude, de moed om zelf te blijven denken en weerstand te bieden aan de reflexen van het gevoel en terug te deinzen voor een universum dat door de radicale Verlichting metafysisch is uitgekleed. Een universum zonder doel, waarin de mens geworpen is, is door het existentialisme van de twintigste eeuw geëxploreerd, maar in de achttiende eeuw waren weinig geesten daar nog rijp voor. De kring rond Baron d’Holbach en Diderot was een grote uitzondering. Volgens Blom was hun salon in de Rue Royale Saint-Roch het brandpunt van de radicale Verlichting, een Verlichting die compromisloos de consequenties durft te trekken van het zelfstandige denken, dat zich ontworsteld heeft aan de eeuwenoude onderworpenheid aan het christelijk geloof.

Philipp Blom pleit voor het sapere aude – de moed om zelf te blijven denken en weerstand te bieden aan de reflexen van het gevoel en terug te deinzen voor een universum dat door de radicale Verlichting metafysisch is uitgekleed.

De radicale Verlichting aan de Parijse Rue Royale Saint-Roch had uitgesproken politieke ambities: het verzet tegen instituties, niet alleen tegen de katholieke kerk, maar ook tegen de monarchie die door de kerk gefaciliteerd werd. Rond 1750 was er een strenge censuur en alle geschriften waarin het christelijk geloof ondermijnd werd, waren staatsgevaarlijk. Een aanval op de fundamenten van het christendom was indirect ook een aanval op het koningschap dat gelegitimeerd werd door het droit divin.

De vrije geesten van de radicale Verlichting waren gedwongen om onder pseudoniemen te publiceren. Hun boeken moesten vaak in Nederland gedrukt worden en werden daarna Frankrijk binnengesmokkeld. Het was streng verboden deze boeken in bezit te hebben en de lezers werden net als de auteurs streng vervolgd. Deze onderdrukking van het atheïsme heeft de radicale Verlichting onvermijdelijk gepolitiseerd. Blom beschrijft de vrijdenkers uit de achttiende eeuw soms als martelaren van de geest die net als vervolgde christenen uit de eerste eeuwen moeten wegduiken in hun catacomben. Natuurlijk roept deze underdogpositie sympathie op.

Het hoofdstuk Le bon David gaat over de connectie met de Schotse filosoof David Hume. Aan het begin van de jaren zestig was Hume diplomaat in Parijs. Hij werd door de baron uitgenodigd in zijn salon aan de Rue Royale Saint-Roch. Daar ging Hume graag op in. Hij genoot van alle aandacht en hield van lekker eten, een “bijkomstigheid” waar de salon van d’Holbach bekend om stond. Bovendien spraken Baron d’Holbach en Diderot beiden uitstekend Engels. De salon verheugde zich op de komst van The Great Infidel, zoals Hume in zijn calvinistische Schotse vaderland genoemd werd.

David Hume
David Hume in 1766 door Alan Ramsay
Voor David Hume lieten materialisten en atheïsten zich verleiden tot een zekerheid die er niet is.

Toen Hume aanschoof, merkte hij op dat hij niet wist hoe atheïsten eruit zagen omdat hij er nog nooit een gezien had. “Kijkt u dan maar eens even goed om u heen”, zei zijn gastheer “van de achttien mensen hier aan tafel zijn er vijftien atheïst en drie zijn er nog niet helemaal uit!” Maar Hume die bekend stond als een Godloochenaar, zag zichzelf helemaal niet als atheïst. Voor een scepticus is de “zekerheid dat God niet bestaat” een brug te ver. Hume kon hoogstens een agnostisch standpunt innemen.

De vrijdenkers in de salon waren te politiek georiënteerd om Hume echt te kunnen begrijpen. Hun doel was het omverwerpen van de macht van Kerk en staat, terwijl Hume meer filosoof dan activist was. Voor hem draaide de Verlichting om het inzicht dat de menselijke identiteit gebaseerd is op waarneming en gewoonte en dat er nergens vaste grond te vinden is, ook niet in materialisme of atheïsme. Want materialisten en atheïsten lieten zich voor Hume verleiden tot een zekerheid die er niet is. De salon van d’Holbach was uitgesproken progressief, terwijl de radicale twijfel Hume juist conservatief had gemaakt. Want als je alles betwijfelt, kun je evengoed niets betwijfelen en kiezen voor een pragmatisch volgen van gewoonten en tradities.

Atheïsme is de foute term voor gezond verstand [ nrc.nl ]
Wij zijn aapjes die zin zoeken [ volkskrant.nl ]
in the name of godlessness [ economist.com ]

vergeten radicalen [ 2 ]

aan het lezen in: Het verdorven genootschap
De vergeten radicalen van de Verlichting
van Philipp Blom

Het verdorven genootschapIn de proloog van Het verdorven genootschap – De vergeten radicalen van de Verlichting wordt direct al duidelijk dat Philipp Blom met zijn boek een missie heeft. Hij presenteert het materialistische denken van Baron d’Holbach en Denis Diderot als het hoogtepunt van de Verlichting. In de eenentwintigste eeuw zouden we nog steeds niet écht voor de Verlichting hebben gekozen, maar ergens zijn blijven steken in een schemering van gevoelens, die vooral door de Romantiek bepaald zijn.

Blom noemt bijvoorbeeld het verzet tegen stamcellenonderzoek, de cyborg of klonen van dieren. Onze weerstand daartegen zou bepaald zijn door de romantische opvatting dat je het leven moet eerbiedigen en niet mag onderwerpen aan techniek. Ook al weten we met ons verstand, dat we met stamcellenonderzoek bepaalde ziekten kunnen voorkomen of genezen, we blijven grote moeite houden met het idee van “sleutelen aan het leven”. Philipp Blom ziet uiteindelijk de oorzaak van dit verzet in het christendom. We leven weliswaar in een postchristelijke maatschappij, maar toch werkt de christelijke erfenis, met name door de Romantiek, nog altijd diep op ons door.

Ook al weten we met ons verstand, dat we met stamcellenonderzoek bepaalde ziekten kunnen voorkomen of genezen, we blijven grote moeite houden met het idee van “sleutelen aan het leven”.

We zouden radicaal voor de Verlichting moeten kiezen, meent de schrijver en lijkt daarmee toegetreden tot de gelederen van strijdbare atheïsten als Christopher Hitchens, Richard Dawkins, Daniel Dennett en Sam Harris. Zijn grote voorbeelden zijn Denis Diderot en Baron d’Holbach. Zij waren openlijk atheïst en ondervonden in hun tijd enorm veel weerstand. Veel van hun geschriften waren verboden en werden illegaal verspreid. Hun vijand was uiteraard de toen nog machtige kerk en de monarchie, die tijdens het ancien régime twee handen op één buik waren. Nog altijd ziet het atheïsme het christelijk geloof als zijn tegenstander. Daarom ziet Blom achter de Romantiek nog altijd de geest van het christendom. Dat Rousseau, die je de geestelijk vader van de Romantiek zou kunnen noemen, juist een paganist was en niets van de Kerk moest hebben en dat de meeste romantici pantheïstisch georiënteerd waren, daar kijkt hij veel te gemakkelijk overheen.

Wat dit boek mij wel duidelijk maakt, is dat de zuivere Verlichting waarvan d’Holbach en Diderot de exponenten waren, in zijn radicalisme het zuivere licht van de rede wil en dat we alle grijstinten, die ontstaan door menging van de duisternis van het christelijk (bij)geloof, achter ons zouden moeten laten. Ook al is het christendom in de seculiere samenleving naar de marge verdrongen, nog steeds speelt religie in de postchristelijke maatschappij een grote rol. Het atheïsme accepteert geen enkel godsbeeld, ook niet dat van de nieuwetijdse spiritualiteit (New Age) waarin elke mens ten diepste het goddelijke in zich Zelf kan realiseren. Dat zou allemaal de erfenis van Rousseau zijn, die een verkeerde afslag heeft genomen en in dezelfde duisternis terecht zou zijn gekomen als het christelijk geloof.

Je zou denken dat Immanuel Kant, de Verlichtingsfilosoof bij uitstek, wél de goedkeuring zou krijgen van de radicale verlichters. Maar Kant sloot vrede met de (christelijke) religie en kiest niet radicaal voor het atheïsme. Weliswaar ziet hij de rede en niet de religie als basis voor de moraal, toch geeft hij religie de ruimte. Want, zo concludeert Kant in zijn Kritik der reinen Vernunft: de wereld zoals deze echt is, het Ding an Sich, blijft voor het verstand principieel onkenbaar. En dat schept ruimte voor het geloof.

In onderstaande illustraties heb ik de visie die Philipp Blom in zijn boek verkondigt, proberen te visualiseren. Hij is ervan overtuigd dat de zuivere Verlichting, vertegenwoordigd door d’Holbach en Diderot, de mensheid de weg omhoog wijst. We zouden ons moeten afkeren van de sprookjes die het christendom verkondigt, maar ook van de “romantische religie” die bijvoorbeeld in New Age onderdak heeft gevonden. Helaas werd de zuivere Verlichting tegengewerkt door invloedrijke figuren als Rousseau en zelfs door Kant. De laatste sloot vrede met het geloof en dat geldt voor de radicale Verlichting als een verraad.

Verlichting
het beeld vanuit de radicale Verlichting
[ klik op afbeelding voor vergroting ]

Het bovenstaande beeld kun je natuurlijk ook omkeren. Vanuit het traditionele christendom gezien is de Verlichting een dwaallicht, dat de mens bij Zijn Schepper vandaan lokt. Het verleidt de mens met de triomfen van de wetenschap. Het maakt hem klein (een dier onder de dieren) om iets groots met hem te beginnen (technologische vooruitgang). De mens wint daarbij de wereld, maar verliest zijn ziel. Hoe dieper hij afdaalt in de Verlichting, hoe meer hij gaat denken dat hij louter materie is en dat “de ziel” een misvatting is. Net als God. Als hij dit traject helemaal uitloopt, passeert hij Rousseau en Kant die het christendom wel de rug hadden toegekeerd, maar nog niet ver genoeg waren gegaan.

Verlichting
het beeld vanuit het traditionele christendom
[ klik op afbeelding voor vergroting ]

Bovenstaande illustraties tonen de tegenpolen die beide uitgaan van een radicale grondhouding. Je zou ze als de uiteinden van het religieuze spectrum kunnen zien. Alle posities daartussen worden afgewezen als laffe of vuile compromissen. Voor de radicale atheïst, zijn alle posities waarin God, het goddelijke of de ziel gespaard blijven, halfslachtig. Voor de orthodoxe christen vallen alle posities die God niet aanvaarden als persoonlijke Schepper die mens is geworden in Christus buiten het ware geloof. Om een mogelijk beeld te geven van godsbeelden, van de christelijke God tot het goddeloze wereldbeeld van atheïsme, heb ik een infographic gemaakt van het religieuze spectrum.

Verlichting
het religieuze spectrum
[ klik op afbeelding voor vergroting ]

vergeten radicalen [ 1 ]