Categorie archief: religie

Augustinus van snoepgoed [ 2 ]

op 21 juli bezochten we de voormalige kloosterkerk van Rottenbuch
met Augustinuscyclus (ca. 1750) van Matthäus Günther (1705-1788)

De kloosterkerk van Rottenbuch (Beieren) werd rond het midden van de 18e eeuw gedecoreerd. Matthäus Günther schilderde een omvangrijke een cyclus met episoden uit het leven van de heilige Augustinus. Door zijn Belijdenissen (397/8) , wel eens de eerste spirituele autobiografie uit de geschiedenis genoemd, weten we in vergelijking met andere heiligen veel over zijn levensloop.

Rottenbuch
de cyclus met episoden uit het leven van de heilige Augustinus bevinden zich aan weerszijden van de beide muren van het middenschip. Ze zijn gevat in cartouches met opvallend symmetrisch rocaille. Deze versterken de associatie met het plaatje uit een poesiealbum.

De religieuze schilderkunst uit de achttiende eeuw is duidelijk te onderscheiden van die van de eeuw ervoor en erna. In de barok van de zeventiende eeuw zijn de voorstellingen meestal veel donkerder en zwaarder, terwijl in de negentiende eeuw de religieuze schilderkunst historisch verantwoord is. Na 1800 zien we steeds meer de vruchten van wetenschappelijk historisch onderzoek. Bijbelse en historische figuren dragen daarom geen eigentijdse kleding meer en ook de eigentijdse (neoclassicistische) architectuur maakt plaats voor architectuur zoals deze ooit geweest moest zijn.

Maar in de fresco’s van Matthäus Günther (1747) is van de zwaarte van de zeventiende eeuw en van de objectiviteitsdrang van de negentiende eeuw niets te zien. In de snoeperige voorstellingen verschijnen de figuren in rijke Venetiaanse kledij zoals bij Veronese en Tiepolo.

Augustinus
Augustinus bij de Manicheeërs
En zo kwam ik terecht bij mensen vol hoogmoedige waanzin, vleselijk gezind en praatziek, in wier mond strikken van de duivel waren en vogellijm, bereid met bijvoeging van de uiterlijke klank van Uw naam en van de Heer Jezus Christus en van onze Trooster, de Heilige Geest. Deze namen weken niet van hun mond, maar ze waren niet meer dan een klank en een geluid van de tong; hun hart echter was zonder enige waarheid. En zij zeiden: “waarheid en waarheid” en zij hadden het tegen mij druk over haar, maar zij was nergens in hen te vinden, maar zij spraken onwaarheid niet slechts over U, die in waarheid de Waarheid bent, maar ook over de elementen van deze wereld, Uw schepping.
 
Bron: Belijdenissen
Augustinus
de doop van Augustinus in Milaan in 387
Wij voegden hem bij ons als iemand van gelijken leeftijd als wij in Uw genade, ter opvoeding in Uw tucht: en wij werden gedoopt en de bekommerdheid over ons vroegere leven ging weg van ons. En ik kon mij in die dagen niet verzadigen aan de wonderlijke liefelijkheid, gelegen in de overdenking van de diepte van Uw raadsbesluit tot redding van de mensheid. Hoe weende ik bij Uw lofliederen en gezangen, heftig geroerd door de liefelijk klinkende stemmen Uwer kerk! Die stemmen stroomden mijn oren binnen en de waarheid droppelde helder in mijn hart en vrome aandoeningen welden daarin op, en mijn tranen stroomden en het was mij goed met hen.
 
Bron: Belijdenissen
Augustinus
de priesterwijding van Augustinus in 390
Augustinus
Het graf van Augustinus
In de cartouche boven de tombe van Augustinus staat “erit sepulchrum ejus gloriosum” (zijn graf zal heerlijk zijn) een profetie van Jesaja.

Augustinus van snoepgoed [ 1 ]

op 21 juli bezochten we de voormalige kloosterkerk van Rottenbuch
met Augustinuscyclus (ca. 1750) van Matthäus Günther (1705-1788)

Matthäus GüntherHet blijft mij intrigeren hoe de christelijke iconografie na 1730 met suikerfondant belegd werd. Ik heb daar een eigen theorie over. Na de Vrede van Utrecht (1713) waren de oorlogen tussen het katholicisme en het protestantisme voorbij. In de eeuw van de Verlichting werd alles lichter. Dat is heel duidelijk te zien in de schilderkunst. De zware en donkere barok van de Contrareformatie wordt na 1730 opvallend lichter en dat in de beide betekenissen van het woord licht: licht van kleur en licht van boodschap. Om het volk bij de katholieke kerk te houden, moesten er geen zware leerstukken meer verkondigd worden maar moesten de gelovigen betoverd worden als Hans en Grietje door “het huisje van knibbel knabbel knuisje”.

Om het volk bij de katholieke kerk te houden, moesten er geen zware leerstukken meer verkondigd worden, maar moesten de gelovigen betoverd worden als Hans en Grietje door “het huisje van knibbel knabbel knuisje”.

Zo ontstond de barok 2.0 : het rococo. Vooral in het katholieke Zuid-Duitsland en in Tirol kwam het rococo tot bloei. We bezochten ook deze zomer weer een paar kerken met interieurs uit het rococo. De meeste van deze kerkinterieurs ontstonden tussen 1740 en 1770.

In Rottenbuch (Beieren) stond ooit een groot vrouwenklooster. De kloosterkerk werd rond het midden van de 18e eeuw gedecoreerd. Matthäus Günther schilderde een omvangrijke een cyclus met episoden uit het leven van de heilige Augustinus. Door zijn Belijdenissen (397/8) , wel eens de eerste spirituele autobiografie uit de geschiedenis genoemd, weten we in vergelijking met andere heiligen veel over zijn levensloop. Een van de bekendste episoden uit Augustinus‘ leven is het moment dat een stem hem gebiedt de Bijbel te lezen. In het achtste boek van de Belijdenissen wordt dit beschreven:

En ineens, daar hoor ik een stem uit een naburig huis, een stem die zingende zei en steeds weer herhaalde, een stem als van een jongetje of van een meisje, ik weet het niet: “‘Tolle, lege! Tolle lege!’ (‘Neem en lees!’) En meteen veranderde mijn gezicht en begon ik ingespannen na te denken of kinderen bij een of ander spelletje iets van dien aard zingen; het wilde me niet te binnen schieten dat ik het ooit ergens had gehoord. Toen bedwong ik de heftige stroom van mijn tranen en stond op: de enige verklaring die ik kon geven was deze, dat ik van Godswege bevel kreeg om het boek te openen en de eerste passage waar mijn oog op viel te lezen.”
 
Bron: Belijdenissen, 8, XII, 29
Augustinus
Tolle, lege! (Neem, Lees!) in de interpretatie van Matthäus Günther
Augustinus ligt als een Junge Werther in het gras als hij overvallen wordt door een (innerlijke) stem.
Augustinus
Augustinus luistert naar de preek van de Ambrosius, de bisschop van Milaan
Augustinus
Augustinus vlucht naar Afrika
Augustinus
Valerius, de bisschop van Hippo, wijdt Augustinus in 395 tot coadjutor. Een jaar later volgt Augustinus hem op als bisschop van Hippo.

Wat gebeurt er met iconografie als je deze in een ander jasje hijst? De uitstraling verandert niet alleen, maar ook de inhoud. Immers: The medium is the message. Hoe beeld je iets onstoffelijks als de goddelijke genade uit? In de Byzantijnse iconografie wordt deze traditioneel weergegeven door een handje uit een wolk in de bovenhoek van de icoon. Maar wat zien we in de iconografie van het rococo? Cherubijntjes met roze billetjes en een Vrijmetselaarsoog! De goddelijke liefde krijgt zo een setting die doet denken aan het verlichte boudoir van Madame de Pompadour.

Augustinus
Augustinus wordt aangestoken door het vuur van de goddelijke liefde

Kloster Rottenbuch

Franz Anton Zeiller

gezien in Museum in Grünen Haus in Reutte: Mit Pinsel und Palette!
Zum 300. Geburtstag von Franz Anton Zeiller
(1716-1794)

Franz Anton ZeillerDriehonderd jaar geleden werd in Reutte (Tirol) de schilder Franz Anton Zeiller geboren. Ik had al wel eens van hem gehoord, maar buiten Oostenrijk is hij om verschillende redenen geen bekende schilder. De belangrijkste reden is waarschijnlijk dat hij een oeuvre schiep dat tegenwoordig heel ver van ons af staat, kerkelijke fresco’s en altaarstukken. Daarbij werkte hij ook nog eens in een stijl waar we sowieso niets meer mee hebben, het rococo. Zijn leven speelde zich voornamelijk af in Beieren, Noord- en Zuid-Tirol (sinds 1919 Italië). In zijn leerjaren bereisde hij wel Italië en woonde hij enkele jaren in Rome.

Franz Anton Zeiller is een van de vele schilders van religieuze kunst uit de achttiende eeuw waar je gewoon aan voorbij loopt. Of onderdoor loopt. Want veel van zijn werk zijn koepelfresco’s en plafondschilderingen in het middenschip. Het is vooral meer van hetzelfde. Geen grote kunst, wel degelijk ambachtswerk.

Franz Anton Zeiller
Het boomwonder van de heilige Martinus in de St. Martin in Sachsenried, de eerste zelfstandige opdracht van Zeiller in 1753.

In Beieren, Noord- en Zuid-Tirol is het bezaaid met kerkjes die aan de buitenkant vaak opvallend kaal en eenvoudig zijn, maar aan de binnenkant weelderig gedecoreerd zijn. Ontelbare schilders en andere ambachtslieden waren er in de achttiende eeuw druk mee. Het resultaat zijn kermisachtige interieurs en hebben dus een uitstraling die eerder frivool dan ernstig is. Alsof de muziek van Mozart gematerialiseerd is.

Franz Anton Zeiller
Het boomwonder van de heilige Martinus detail

Wat bijna alle schilders van kerkelijke kunst uit Beieren en Tirol in de achttiende eeuw met elkaar gemeen hebben, is het kleurgebruik en de theatraliteit. Beide zijn door en door Italiaans.

De Venetiaanse frescoschilder Tiepolo introduceerde rond 1730 een nieuw soort kleurgebruik. De barok had vooral onder invloed gestaan van Caravaggio, de schilder van dramatische lichteffecten die altijd heel veel donker nodig had in zijn werk. Maar 140 jaar na Caravaggio liet Tiepolo iets heel nieuws zien: voorstellingen waar de donkere tonen helemaal uit verdreven waren. De pasteltinten deden hun intrede in de schilderkunst. Het leek alsof de zon was doorgebroken. Dat gevoel werd effectief toegepast in koepelfresco’s waarin de hemel letterlijk openbrak en de Zon der Gerechtigheid, soms gezeten op een regenboog, in het gezicht scheen.

In het werk van Franz Anton Zeiller zie je overal de Italiaanse invloed. Hij bracht dan ook een uitzonderlijk lange studietijd in Italië door, van 1742 tot 1749. Toen hij terugkeerde in Tirol ging hij eerst aan het werk als assistent bij een meester. Maar in 1757 kreeg hij zijn eerste grote opdracht: een reeks grote plafondschilderingen in de abdijkerk van Ottobeuren. Hij zou er vier jaar aan werken, langer dan Tiepolo aan de fresco’s in de residentie van Würzburg had gewerkt.

Franz Anton Zeiller
In 1763, tien jaar na de fresco’s in de St. Martin in Sachsenried, schilderde Zeiler nogmaals Het boomwonder van de heilige Martinus in de St. Martin in Schlingen.

De opdracht in Ottobeuren zou de carrière van Zeiller veel goed doen. In 1766 werd hij door de bisschopsvorst van Brixen naar Zuid-Tirol gehaald om het priesterseminar te decoreren. Hij werd er zelfs tot hofschilder benoemd. Zeiller had nu het hoogste bereikt wat een eenvoudige schilder uit Reutte kon bereiken. Toen hij in 1783 (hij was toen 66 jaar) naar zijn geboorteplaats terugkeerde, was hij een belangrijk man geworden. Maar hij ging nooit met pensioen en werkte door tot in de jaren tachtig van de achttiende eeuw. Zijn laatste werken bevinden zich in Böhen (St. Georg), Matrei im Ost-Tirol (St. Alban), Bichlbach (St. Laurentius) en Wängle (St. Martin).

Grüne HausDer Museumsverein des Bezirkes Reutte gedenkt in der diesjährigen Sommerausstellung an den bedeutenden Reuttener Maler Franz Anton Zeiller. Er wurde am 18. April 1716 in Breitenwang getauft. Schon früh verlor er seine Eltern. So kam er in der Lehre seines Großonkels Paul Zeiller. Nach Lehrjahren in Augsburg und vor allem in Italien bekam er vor allem Aufträge im Allgäu und in Nordtirol.
 
1764 berief ihn der Brixener Fürstbischof in seine Residenzstadt und ernannte ihn 1768 zum Hofmaler. Jetzt waren vor allem das Pustertal und Osttirol sein bevorzugtes Betätigungsfeld. Nach dem Tod seines „Vetters“ Johann Jakob Zeiller kam Franz Anton ins Außerfern zurück und malte Deckenbilder für die Pfarrkirchen in Bichlbach, Wängle und Grän. Er starb am 4. März 1794 in Reutte als berühmter Sohn seiner Heimatgemeinde.
 
Bron: museum-reutte.at

Kerk of kermis? De rococo van de basiliek van Ottobeuren [ W&V ]

kerk of kermis?

de rococo van de basiliek van Ottobeuren (1757-1766)

Mijn eerste confrontatie met de basiliek van Ottobeuren was in 1986. In 2010 keerde ik nog eenmaal terug. Ottobeuren geldt als een hoogtepunt van kerkelijke rococo in Zuid-Duitsland. Het is een stijl waar we gemakkelijk de neus voor ophalen: teveel krullen en teveel roze billen. Toch probeer ik het rococo al een paar jaar serieus te nemen. Wat is er precies gebeurd halverwege de achttiende eeuw? Waarom veranderden kerkinterieurs in een kermis? De barok kon er ook wat van, maar tijdens het rococo werd het toch een beetje beschamend. Engeltjes leken rechtstreeks uit het boudoir van Madame de Pompadour de kerk binnen gevlogen. En de bisschop had het allemaal goed gevonden!

Ottobeuren
middenschip van de basiliek van Ottobeuren
Wat is er precies gebeurd halverwege de achttiende eeuw? Waarom veranderden kerkinterieurs in een kermis?

Het is meestal bevrijdend om vooroordelen even tussen haakjes te plaatsen. Als ik dat doe met mijn vooroordelen over rococo (“behaagziek”, “vals”, “sentimenteel”) dan gaat er een wereld voor mij open. Het verschilt niet eens zoveel van de glamour uit Hollywood of de eye candy in de glossies. Vergeet even dat het kitsch zou zijn en laat je bedwelmen zoals de gelovigen in de achttiende eeuw. De hemel lijkt open te breken. En zo was het letterlijk ook geschilderd.

Ottobeuren
Ottobeuren detail

Een vondst van het rococo is het zogenaamde “Bild Insel”, het fresco dat omgeven door schuimend rocaille drijft op een roomblanke ondergrond. De fresco’s zijn geschilderd in de kleuren van een Italiaanse ijssalon: pistache, frambozen en meer zoets. Het is echt een lekkernij voor het oog. De rocaille stuwt zich als een branding van slagroom om de stichtelijke taferelen. Het huisje van knibbel, knabbel knuisje. Maar dan binnenstebuiten gekeerd.

Ottobeuren
Ottobeuren detail

In het rococo van de achttiende eeuw werd het Evangelie niet alleen verkondigd als een blijde boodschap maar ook als een lekkere boodschap. De gelovige moest verleid worden. Dat was niet nieuw want in de barok bestond dat ook. Je zou zelfs de hele barok kunnen zien als de visuele propaganda die tijdens de contrareformatie door de kerk van Rome werd ingezet om de protestanten weer terug te winnen voor de moederkerk. Daarbij lag de nadruk op het individuele en vooral op de emotie. Ten hemel gerichte blikken van martelaars in extase. “Het katholicisme. De eerste. De beste. En dat proef je!”

Ottobeuren
Ottobeuren detail
In het rococo van de achttiende eeuw werd het Evangelie niet alleen verkondigd als een blijde boodschap maar ook als een lekkere boodschap.

Het rococo volgde in de jaren dertig de barok op. Europa was enigszins tot rust gekomen en de grote godsdienstoorlogen lagen achter de rug. Er was een nieuwe geest van waaien, de geest van de Verlichting. De sombere, donkere tonen van het barok maakten plaats voor lichte en heldere kleuren. Kerkelijke en wereldse kunst gingen nog meer door elkaar lopen. Anders gezegd: de wereldse kunst drong nog verder de kerk binnen.

En zo kon het gebeuren dat kerken, die oorspronkelijk plaatsen van gebed waren geweest, eruit gingen zien als de ultieme plaats van vermaak: de kermis annex bordeel.

de bekering van een dadaïst

Heilung durch Heil. Hugo Ball und die religiöse Konversion
lezing van Rüdiger Safranski donderdag 23 juni j.l. in Zürich

Hugo BallTijdens de manfestatie Dada, ich und über(m)ich – Das fragmentierte Selbst und seine Sehnsuch nach Ganzheit in Zürich was Rüdiger Safranski de laatste spreker. Ik was er graag bij geweest. Hugo Ball is samen met Joris Karl Huysmans een van de kunstenaars uit de vroege twintigste eeuw wiens levensloop mij bijzonder aanspreekt. Net als Augustinus gaven beiden zich in hun jeugd over aan uitspattingen en leefden decadent of dadaïstisch. Uiteindelijk kwamen ze door een creatieve Umwertung aller Werte uit bij de waarheidsschat van de Kerk. Waar de meeste intellectuelen niet in slagen, namelijk de overgave aan de persoonlijke God, kwamen zij tot geloof. De leap of faith is het duidelijkst bij personen die zich eerst ten volle hebben gegeven aan decadentie (Huysmans) of nihilisme (Ball). William Blake schreef “The road of excess leads to the palace of wisdom.” In de uitspattingen en dwalingen blijkt een oprecht verlangen naar waarheid en wijsheid aanwezig.

Aus psychologischer Sicht ist Dada der Versuch, dem “vernünftigen Wahnsinn” der Moderne Widerstand zu leisten, um zu einer umfassenderen und humaneren Identität zu gelangen.
Im Verlust der «psychischen Einheit» sieht Hugo Ball das zentrale Problem des modernen Menschen, das im Künstler auf exemplarische Weise sichtbar wird. Er ist Symptomträger seiner Epoche, weil er ein fragmentiertes Selbst vor Augen führt, das der Heilung durch Bewusstwerdung und Integration bedarf. Aus psychologischer Sicht ist Dada der Versuch, dem «vernünftigen Wahnsinn» (Hans Arp) der Moderne Widerstand zu leisten, um zu einer umfassenderen und humaneren Identität zu gelangen.
 
Bron: collegium.ethz.ch

Hugo BallByzantinisches Christentum: Drei Heiligenleben – door Hugo Ball
Seinem literarischen Nein von 1916 (‘Dada’) und der politischen Generalabrechnung von 1919 (‘Kritik der deutschen Intellektuellen’) ließ Hugo Ball 1923 mit seinem Buch ‘Byzantinisches Christentum’ eine religionsgeschichtlich argumentierende Neubestimmung der eigenen Position folgen. Dieses eigentümlich sperrige Werk wurde von christlichen Theologen weithin mit Kopfschütteln und Unverständnis aufgenommen und trug selbst für wohlmeinende Freunde Züge des Skandalösen. Auch die literatur- wissenschaftliche Forschung sollte sich später diesem Text verweigern. Der von Ball - auf Anregung Hermann Hesses – gewählte Untertitel, der das Buch der gängigen katholischen Hagiographie zuzuordnen scheint, tat ein Übriges, um das Werk weitgehend in Vergessenheit geraten zu lassen.
 
Bron: amazon.de

Von Dada zur Catholica [ literaturkritik.de ] | dada100zuerich2016.ch

onverdraagzame Verlichting

vandaag 222 jaar geleden: La fête de l’Être suprême
op 20 prairial an II (8 juni 1794)

De opvatting dat het afschaffen van religie tot een vreedzame en dus betere wereld zou leiden, is de laatste jaren weer in opmars. De afschuw over het islamitische terrorisme wordt doorgetrokken naar religie in het algemeen. Godsdiensten zouden aanzetten tot onbegrip, haat en tenslotte tot geweld. Tegenstanders van religie hoeven maar naar de kruistochten of de godsdienstoorlogen van de zestiende en zeventiende eeuw te wijzen om hun gelijk te halen. In de achttiende eeuw zou de Verlichting de gemoederen tot bedaren brengen. Het verstand zou het ideale tegengif zijn tegen geloof.

La fête de l'Être suprême
La fête de l’Être suprême
op 20 prairial an II (8 juni 1794)

Toch blijft het allemaal een zaak van framing en selectief waarnemen. De seculiere ideologieën die via de Franse Revolutie zijn voortgekomen uit de Verlichting waren niet bepaald vreedzaam. Onder het atheïstische communisme en fascisme zijn waarschijnlijk meer slachtoffers gevallen dan bij de kruistochten, inquisitie en godsdienstoorlogen samen.

Maar zelfs al blijven we in de eeuw van de Verlichting, dan zien we dat een mensheid die zich door de Rede laat leiden, al snel ontspoort. Toen het christelijk geloof werd afgeschaft en vervangen werd door de Cultus van het Opperwezen, werd het revolutionaire Frankrijk zeker niet vreedzamer. Integendeel.

Onder het schrikbewind (1793-1794) van Robespierre werd Frankrijk gezuiverd van het christelijke geloof. De katholieke kerk werd schuldig verklaard en moest boeten. Het rigide secularisme van de radicale Jakobijnen gedroeg zich even intolerant als de kerkelijke inquisitie uit de late Middeleeuwen. Hoezo Verlichting?

Voor het christendom kwam een seculiere Jakobijnse religie in de plaats. Robespierre doopte deze met de naam De Cultus van het Opperwezen. Een maand voor zijn eigen ondergang werd op 20 prairial an II (8 juni 1794) La fête de l’Être suprême gevierd. De kern van deze cultus was deïstisch en draaide om “de god van de filosofen”, een transcendente idee van het universele, die we tegenwoordig nog altijd in New Age tegenkomen.

Robespierre geloofde dat de rede, met de cultus van de Rede, niet voldoende was om mensen deugdelijk te maken. Een nieuw soort godsdienst dat rationele draagvlakken had, moest het christendom vervangen. Overeenkomsten met het christendom had de cultus het geloof in een transcendente god en de onsterfelijkheid van het menselijke ziel. Tegensprekende kenmerken zijn o.a. de overtuiging dat die transcendente god na het scheppen van de aarde, de dieren en de mens, zich nimmer met het leven op aarde bemoeit. Verder zijn de deugden van deze godsdienst trouw aan je vaderland en de democratie. (Bron: nl.wikipedia.org)

Het verlichte schrikbewind van Robespierre laat zien dat een wereld die wordt aangevoerd door de zuivere Rede eerder leidt tot haar ondergang dan tot haar opgang. Dat moet een les zijn voor de tegenstanders van religie in onze tijd. Het is dus leven en laten leven. De gedachte dat een wereld zonder religie vreedzamer zou zijn, is niet alleen een misvatting, maar voedt ook het verlangen de wereld te zuiveren van religie. Een wereld waar de vrijheid ingeperkt wordt door een systeem van zuiveringen, religieus of verlicht, wordt beslist gewelddadig.

Cultus van het Opperwezen [ nl.wikipedia.org ]

Anselm in Arnhem

vrijdagmiddag hield Anselm Grün een lezing in Arnhem
Michaela vroeg hem een paar van zijn boeken te signeren
Anselm Grün
Anselm Grün in de Walburgiskerk in Arnhem

Vorig jaar waren we op bezoek in het stamklooster van Anselm Grün in Münsterschwarzach. Helaas was de beroemde monnik niet aanwezig. Meestal is hij onderweg om lezingen te geven in Duitsland of in het buitenland. Vrijdag 13 mei was hij door de burgemeester van Arnhem uitgenodigd om een lezing te geven in de Walburgiskerk. En zo konden we Anselm Grün ontmoeten in onze eigen woonplaats.

Anselm Grün
Michaela en Anselm Grün tijdens het signeren

Anselm GrünEen van de boekjes die Michaela liet signeren, is Der Weg durch die Wüste – 40 Weisheitssprüche der Wüstenväter. In dit boekje licht Anselm Grün 40 spreuken van woestijnvaders toe, kluizenaars uit het vroege christendom die zich hadden teruggetrokken in de woestijn van Egypte en Syrië. Ze staan aan het begin van het christelijke kloosterleven. Grün slaat een brug tussen het christendom en een miljoenenpubliek dat vooral geïnteresseerd is in een therapeutische benadering van spiritualiteit. Zijn boeken zijn daarom geschreven als zelfhulpboeken. Het is een soort christendom 2.0 waarbij het sleutelen aan de eigen ziel een grotere plaats inneemt dan het bidden tot de mensgeworden God.

Succesmonnik Anselm Grün [ eo.nl ]