Categorie archief: geschiedenis

Wiesn Tatort

gisteren gezien op ARD: Oktoberfest 1900

In de 210 jaar dat het Oktoberfest bestaat (zie onder) werd het alleen aan de kant gezet door twee wereldoorlogen, de hyperinflatie van 1923-1924 en de cholera epidemieën van 1854 en 1873. Dit jaar is er vanwege de corona pandemie voor het eerst sinds 75 jaar geen Oktoberfest in München. Maar er is een alternatief. Bij de ARD kunnen we toch de sfeer proeven van het grootste volksfeest ter wereld. We gaan dan wel 120 jaar terug in de tijd, naar het München van 1900. Oktoberfest 1900 heet de ambitieuze zesdelige Duitse serie waarvan gisterenavond de eerste twee delen werden uitgezonden.

oktoberfest 1900
Oktoberfest 1900 wordt net als Babylon Berlin ondersteund door een zeer fraaie website met heel veel aandacht voor de historische achtergrond.

Of Oktoberfest 1900 representatief is voor de jaarlijkse sfeer op de Oide Wiesn is zeer de vraag. Om het brede Duitse publiek te bereiken heeft de ARD van dit historische drama een soort Wiesn Tatort gemaakt. Deze peperdure productie is inmiddels al in het buitenland verkocht onder de veelzeggende naam Oktoberfest – Beer & Blood. De donkere invloed van Skandinavische misdaaadseries, Twin Peaks en 7even is onmiskenbaar. Ik betwijfel of de keerzijde van “die große Zeit um 1900″ zo grimmig was als deze tv-miniserie ons wil laten geloven. Oktoberfest 1900 is vooral ook de Beierse versie van Babylon Berlin. “Chicago aan de Isar” in plaats van “Chicago aan de Spree”. En Chicago en Babylon staan bij de Duitsers uiteraard voor Krimi.

Deze peperdure productie is inmiddels al in het buitenland verkocht onder de veelzeggende naam Oktoberfest – Beer & Blood

Dat München omstreeks 1900 nog een heel ander gezicht had, is men gelukkig niet vergeten. Sterker nog, Oktoberfest 1900 leunt zwaar op de iconische tijdsbeeld van de Jahrhundertwende. München was in 1900 een liberale stad vol kunstzinnige vernieuwing. Het tijdschrift Jugend (1896-1940) verscheen er sinds 1896 en deze naam werd zoals we weten verbonden met een heel nieuwe stijl. Een ander tijdschrift uit München was Simplicissimus (1896-1944). En in 1911 vormde zich de kunstenaarsgroep Der Blaue Reiter.

München – Die große Zeit um 1900
Was in München um 1900 passiert, ist stets ein wenig bizarrer als anderswo. Unter Begriffen wie Jugendstil, Simplicissimus oder Blauer Reiter treten Gruppen ins internationale Rampenlicht, Künstlerfürsten wie von Lenbach, Stuck oder Hildebrand residieren in München, Schwabing entfaltet seine Sogwirkung. Karl Valentin sondiert sein Terrain, Thomas Mann bleibt gleich vierzig Jahre, Giorgio de Chirico drei, Marcel Duchamp bedarf des München-Erlebnisses zum Take-off in die Weltkarriere.
 
Bron: dtv.de

Het artistieke klimaat in München, Schwabing in het bijzonder, vormt dan ook een van de pijlers van deze mini-serie. Naar aanleiding van Oktoberfest 1900 zond de ARD gisteren de documentaire München 1900 – Von Bierbaronen und Künstlerfürsten uit met veel aandacht voor kunst en cultuur in München rond 1900.

7.10.1810 Anlässlich der Hochzeit von König Ludwig I. und Therese von Sachsen-Hildburghausen wird das erste Oktoberfest mit einem Pferderennen eröffnet.

1818 Die Fahrgeschäfte halten Einzug – das erste Karussell und zwei Schaukeln werden aufgestellt.

1835 Zum ersten Mal findet zu Ehren der Silberhochzeit von König Ludwig I. und Prinzessin Therese ein Trachtenumzug statt. Seit 1950 wird dieser jährlich veranstaltet.

1850 Die Bavaria Statue wird feierlich enthüllt und thront seither mit ihren 18 Metern über der 42 Hektar großen Theresienwiese.

1854 und 1873 In beiden Jahren entfällt das Volksfest, da in München die Cholera herrscht.

1875 Wurden Völkerschauen mit Menschen aus aller Welt immer populärer. Die Letzte fand 1959 auf dem Oktoberfest statt.

1886 Es gibt endlich Strom auf der Wiesn – der Beginn für aufregendere Fahrgeschäfte und das einzigartige Lichtermeer, welches München zum Leuchten bringt. Einer der die neuartigen Glühbirnen/Lampen in die Fassungen schraubt ist Albert Einstein – seinem Onkel gehört die Elektrotechnische Fabrik J. Einstein & Cie.

1887 Der bayerische Gastwirt Hans Steyrer wollte mit geschmückten Pferdewagen auf die Theresienwiese einziehen, wurde aber von der Polizei gestoppt. Er gilt somit als Vorläufer des heutigen “Einzug der Wiesnwirte”.

1898 Georg Lang, ein Großgastronom aus Nürnberg, errichtet auf dem Oktoberfest die damals größte Bierburg, die bis zu 6000 Personen Platz bot. Zuvor wurde das Bier in kleinen Bierbuden ausgeschenkt, in denen maximal 50 Personen Platz fanden. Die Serie “Oktoberfest 1900″ lehnt sich an diese Begebenheiten an.

1913 Die Bierzelte werden größer. Das neueste Zelt ist mit 4.000 qm Fläche und 12.000 Sitzplätzen nun das größte seiner Art.

1914 – 1918 Ausfall des Oktoberfests wegen des Ersten Weltkriegs.

1923 – 1924 Das Oktoberfest findet aufgrund der Inflation nicht statt.

1939 – 1945 Ausfall des Oktoberfests wegen des Zweiten Weltkriegs

Athene aan de Isar [ W&V]

Lichtheid

Gekregen van René: Barocke Welt – Barockkunst in Schwaben und Altbayern
Van Peter Sustermeier 1966

Barocke WeltNa de vernietigende Dertigjarige Oorlog (1618-1648) kwam er in het Duitse cultuurgebied (Duitsland werd pas 150 jaar geleden een eenheidsstaat) een periode van rust waarin het land weer helemaal moest worden opgebouwd. Dit duurde 40 jaar tot de Negenjarige Oorlog (1688-1697). Vier jaar later brak alweer een volgende oorlog met Frankrijk uit, de Spaanse Successieoorlog (1701-1713). Deze werd beëindigd met de Vrede van Utrecht (1713) en voor het Duitse cultuurgebied met de Vrede van Rastatt.

Het jaar 1713 markeert een nieuw begin voor Europa en in de Duitstalige landen breekt er een ware bouwwoede los. Bekende barokke bouwwerken in Duitsland uit deze periode zijn het Zwinger in Dresden (1710-1728), Schloss Bruchsal (1720-1736) en de residentie van Würzburg (1720-1744)

De barok gaat in deze periode een transformatie door en wordt in twee opzichten lichter: lichter van kleur en lichter van gewicht. We zijn deze vernieuwde barok later rococo gaan noemen, afgeleid van het woord “rocaille” waarmee de schelpachtige motieven die deze stijl ontwikkeld heeft, worden aangeduid. Barok en rococo lopen rond 1720 in elkaar over. Dit heeft mogelijk te maken met het optimisme na de Vrede van Utrecht en Rastatt. De godsdienstoorlogen zijn voorbij en er breekt eindelijk een periode van stabiliteit aan.

Wieskirche 2016
Wieskirche detail interieur
[foto genomen in juli 2016]

De barok is de visuele uitdrukking van de Contrareformatie. De Rooms-Katholieke Kerk had tijdens het Concilie van Trente (1545-1563) gezocht naar een antwoord op de Reformatie. Met een Contrarefomatie moesten de verloren schapen voor het katholicisme worden teruggewonnen. Men besloot de Rooms-Katholieke Kerk visueel aantrekkelijker te maken.

De kunstenaars werden in feite ingezet als de creatives van de reclamejongens van de Contrareformatie. Zo vonden de kunstenaars de barok uit: Caravaggio (1571-1610) in de schilderkunst, Bernini (1598-1680) in de beeldhouwkunst en Borromini (1599-1667) in de bouwkunst. Het is geen verrassing dat Rome, het centrum van de Rooms-Katholieke Kerk, de wieg van de barok werd.

De kunstenaars werden in feite ingezet als de creatives van de reclamejongens van de Contrareformatie. Zo vonden de kunstenaars de barok uit: Caravaggio in de schilderkunst, Bernini in de beeldhouwkunst en Borromini in de bouwkunst.

Barok wil de gelovigen direct raken. Niet via leerstellingen maar rechtstreeks via de zintuigen. Alle registers worden daarbij opengetrokken om de gelovigen “kippenvel” te bezorgen. Caravaggio schilderde 3D-schilderijen, een soort kijkkasten eigenlijk met daarin heiligen van vlees en bloed. Bernini liet het marmer ademen en soms kreunen. Borromini brak de ruimte open en maakte de antieke Renaissancevormen “vloeibaar”. En dat allemaal met het doel om de beschouwer in het hart te treffen en in extase te brengen, zoals Bernini’s engel de heilige Theresia met een pijl in het hart raakt. De gewijde ruimte van het kerkinterieur wordt nu een “belevingsgebied” gericht op de persoonlijke religieuze ervaring van de beschouwer.

De barok werd dé artistieke uitdrukkingsvorm van de zeventiende eeuw. Zelfs in protestantse gebieden, zoals de Republiek, streek de barok neer. Calvinisten hielden zich met hun afkeer van het uiterlijke, uiteraard verre van de Contrareformatie. Dat de invloed van Caravaggio doordrong tot in het katholieke Utrecht was natuurlijk geen wonder. Maar ook Rembrandt in Amsterdam stond sterk onder zijn invloed en wordt gerekend tot de barok.

Wieskirche 2016
Wieskirche detail interieur
[foto genomen in juli 2016]

In de eerste helft van de achttiende eeuw transformeert de barok dus naar het rococo. Deze uiterlijke verandering komt echter nog steeds voort uit de oorsprong van de barok: de gelovige rechtstreeks raken via de zintuigen en daarbij alle registers open zetten. Vanaf 1720 wordt alles lichter en beweeglijker. Die beweeglijkheid wordt veroorzaakt doordat de symmetrie van barok 1.0 wordt losgelaten. Daardoor gaan ornamenten zich vrijer bewegen.

Uit de cartouches en bladmotieven ontwikkelt zich het rocaille. Een nieuwe ornamentele vormentaal ontstaat, die enigszins doet denken aan een onderwaterwereld. Het rocaille lijkt te leven en zich als anemonen aan pilaren en lijstwerk gehecht te hebben. Door de lichtheid en beweeglijkheid neemt de ervaring van vrijheid toe. Dat moet ook wel, want in de achttiende eeuw krijgt de Rooms-Katholieke Kerk na de Reformatie opnieuw tegenstand te verwerken: de Verlichting.

Wieskirche 2016
Wieskirche detail interieur
[foto genomen in juli 2016]

Hoe geef je de gelovige een gevoel van vrijheid binnen de kerk? Door hem het gevoel te geven dat hij zweeft! Meer nog dan de barok probeert het rococo de beschouwer op te tillen. De pilaren worden ranker en witter en stuwen de blik omhoog. Het plafond wordt opengebroken door een vergezicht op de Hemel, zodat de gelovige letterlijk “uit zijn dak” kan gaan. De Olympus wordt het christendom binnengehaald, maar de Griekse goden op hun berg worden nu vervangen door christelijke heiligen op de wolken.

Volgens G.K. Chesterton (1874-1936) hebben heiligen niet alleen het vermogen tot lijfelijke opheffing (levitation) maar ook het vermogen tot lichtheid (levity). De Kerk weet in haar kunstuitingen volgens hem instinctief dat engelen kunnen vliegen omdat ze niet zwaar aan zichzelf tillen.
“Angels can fly because they can take themselves lightly” – Orthodoxy, 1908)

Ze kijken daarbij niet neer op de stervelingen, maar richten hun blik naar boven. In het midden troont Christus, nu niet als een strenge Byzantijnse Pantokrator met Zijn Wetboek, maar als Triomfator in Zijn opstandingsgewaad. In veel rococo koepelfresco’s houdt Christus met één arm het Kruis vast. Dit om te benadrukken dat er geen Opstanding zonder Kruis is, geen verhoging zonder vernedering.

Met deze eenvoudige boodschap “Neem je Kruis op en volg Mij” (Matteus 6:24, Marcus 8:34, Lukas 9:23), wordt alle dogmatiek “overschreven”. De zwaarte van het eigen zondebesef lijkt als sneeuw voor de zon verdwenen. De gelovige hoeft niet meer in zijn eigen onderwereld te kijken, maar mag zich omhoog richten naar de “Zon der Gerechtigheid” die hem tot Zich roept.

Wieskirche 2016
Wieskirche detail interieur
[foto genomen in juli 2016]

Het is gemakkelijk om te schamperen over dit feel good christendom. Is dit niet gewoon een goedkope kermisattractie in plaats van een kerk? De ervaring die het interieur van een donker romaanse kerk geeft, is toch vele malen dieper en authentieker dan de ervaring van deze rococo kitsch?

Of is het allemaal toch weer een kwestie van smaak?

Als je je onbevangen aan de overdaad van het rococo kunt overgeven, geloof ik dat zelfs de grootste less-is-more-freak verrukt kan zijn over een rococojuweel als (het interieur van) de Wieskirche in Beieren. Hier is de smaak van het oneindige en de authentieke ervaring van lichtheid en speelsheid voor iedereen te vinden.

Wieskirche 2016
Wieskirche detail interieur
[foto genomen in juli 2016]

Sedantag

Vandaag is de Slag bij Sedan precies 150 jaar geleden
Dit leidde tot het einde van het Tweede Franse Keizerrijk
en de geboorte van het Duitse Keizerrijk
Sedantag
Toen een nationale feestdag nog een nationalistisch feestje was. Sedantag was de nationale feestdag in het Duitse Keizerrijk van 1871 tot en met 1918.

jungefreiheit.de

een waargebeurd verhaal

Gelezen: The Bride of Lammermoor (1819) van Walter Scott
opnieuw begonnen in: Le Rouge et le Noir (1830) van Stendhal

The Bride of Lammermoor The Bride of Lammermoor is een Shakespeareaans drama en lijkt enigszins op Romeo en Julia. Edgar, de meester van Ravenswood en Lucia Ashton verloven zich zonder instemming van Lucia’s ouders. Lady Ashton, haar moeder, bepaalt echter dat haar dochter met een ander moet trouwen, want de meester van Ravenswood is een vijand van de familie Ashton. De bruidegom die haar is opgedrongen, wordt in de huwelijksnacht door haar in een vlaag van wanhoop met een dolk (bijna) dodelijk verwond. De climax komt helemaal op het einde, na ruim driehonderd bladzijden.

De auteur richt zich daarna tot zijn lezers en schrijft: “vele lezers mogen dit overdreven achten, romantisch en verzonnen door de wilde fantasie van een schrijver die graag de algemene lust naar het afschuwelijke streelt; maar degenen die op de hoogte zijn van de persoonlijke familiegeschiedenis van Schotland tijdens de periode waarin het toneel geplaatst is, zullen gemakkelijk, door de vermomming van geleende namen en toegevoegde gebeurtenissen heen, de voornaamste bijzonderheden ontdekken van een zeer waar verhaal.”

In de inleiding van zijn roman noemt Walter Scott de bron waarop zijn roman gebaseerd is. Het drama vond plaats in een vooraanstaande Schotse familie (Dalrymple). Janet Dalrymple had zich zonder medeweten van haar ouders verloofd met Lord Rutherford. Maar deze was voor haar ouders een onaanvaardbare partij. Ze wezen Lord Rutherford af en vonden in David Dunbar van Baldoon een geschikte huwelijkskandidaat. In de nacht dat het huwelijk geconsumeerd zou worden, hoorden de gasten een afschuwelijk gekrijs uit de bruidskamer. Toen ze gingen kijken wat er aan de hand was, vonden ze de bruidegom liggend op de drempel, vreselijk besmeurd met bloed. De bruid vonden ze zittend in de hoek van een grote schoorsteenmantel met een lang wit hemd vol bloedvlekken. Ze had een krankzinnige blik in haar ogen en het enige wat ze uit kon brengen was “pak je mooie bruidegom”. Ze stierf twee dagen naar haar wanhoopsdaad op 12 september 1669.

La Folie de la fiancée de Lammermoor
Emile Signol 1850
La Folie de la fiancée de Lammermoor

Walter Scott (1771-1832) was beslist niet de enige schrijver in zijn tijd die een roman baseerde op een werkelijk gebeurd drama. Zijn tijdgenoot Stendhal (1783-1840) zou in Le Rouge et le Noir een nieuwsbericht omwerken tot een verhaal. Stendhal noemde dit het être vrai en hechtte daar grote waarde aan. Een verhaal moest niet helemaal uit de duim gezogen zijn, maar uit het leven gegrepen.

Voor de plot van zijn roman liet Stendhal zich in de eerste plaats inspireren door de zaak-Berthet, die zich afspeelde in Brangues, een klein dorpje in zijn departement Isère. Antoine Berthet was de zoon van bescheiden handarbeiders. Een priester merkt al snel zijn intelligentie op en stuurt hem op seminarie. Nadat hij door de jury van Isère veroordeeld werd, bezocht zijn vriendin hem bij de executie. Zijn zwakke gezondheid zette Berthet ertoe aan het seminarie en de te zware levensomstandigheden te verlaten, en om werk te zoeken. Hij werd huisleraar voor de kinderen van de familie Michoud. Kort daarna werd hij de minnaar van Madame Michoud, maar hij moest haar al vlug weer verlaten. Na een volgend verblijf in een seminarie, een vermaarder dan het vorige (dat van Grenoble) vond Berthet nogmaals werk als huisleraar, deze keer bij een familie van adel: de familie Cordon, waar hij de dochter van zijn werkgever verleidde, die hem voortdurend achtervolgde. Berthet was zeer verbitterd, omdat hij ondanks zijn grote intelligentie geen carrière wist te maken, en besloot zich te wreken. Op het moment dat de pastoor de mis aan het opdragen was in de dorpskerk stormde hij binnen en schoot zijn oude geliefde, mevrouw Michoud, neer. Zijn proces vond plaats in december 1827, en een paar maanden later, op 23 februari 1828, werd hij op 25-jarige leeftijd geëxecuteerd.
 
Bron: nl.wikipedia.org

Hegel 250

Vandaag is de 250e verjaardag van Georg Wilhelm Friedrich Hegel (1770-1831)

Georg Wilhelm Friedrich Hegel is bij het grote publiek bekend als de man van these-antithese-synthese. Dat is het eenvoudigste schema waarmee het dialectische proces kan worden weergegeven. Hegel presenteerde zijn filosofie in 1807 in zijn hoofdwerk Phänomenologie des Geistes, dat zelfs onder academische filosofen bekend staat als zeer abstract en moeilijk leesbaar.

Briefmark 2020
Hegel postzegel 2020 met chocoladeletters

Gewone stervelingen komen met Hegel meestal niet veel verder dan het bovenstaande denkschema, al dan niet met de toevoeging dat het dialectische proces zich in en door de geschiedenis voltrekt. Voor Hegel weerspiegelt de (wereld)geschiedenis de absolute Geest die daarin steeds meer tot zichzelf komt. Zijn opvatting van geschiedenis is dus uitgesproken teleologisch en helemaal gericht op vooruitgang. Nu zouden we dit “de weg van het voortschrijdende inzicht” noemen.

Hegel briefmarke set 2020
De absolute geest daalt ook neer in de geschiedenis van de filatelie

Hegels filosofie had een enorme invloed op de filosofie van de negentiende eeuw, vooral in de eerste helft. Daarna zou de kritiek op zijn denken toenemen. In de eerste plaats door links-Hegelianer als Ludwig Feuerbach, Karl Marx en Max Stirner. Bovendien zou de pessimistische filosofie van Arthur Schopenhauer na 1850 toegang vinden bij een breder publiek en gehakt maken van het optimisme en het redelijke in de filosofie van Hegel.

Duitse kranten besteden dit jaar veel aandacht aan zijn 250e verjaardagsfeestje. Daarbij is de insteek telkens “de betekenis van Hegel voor onze tijd”. Wat is er in zijn filosofie nog steeds geldig (universeel) en wat is er inmiddels achterhaald (tijdgebonden)? Wat kunnen we met zijn filosofie zeggen over een verenigd Europa, de klimaatcrisis, emancipatie, enz…? En hoe kunnen we de huidige polarisatie verbinden met de dialectiek van Hegel? Kunnen links en rechts zich “aufheben” in een synthese?

Stammbaum des Geistes
Duitsland blijft het land van Dichter und Denker. In de zondagskrant “Welt am Sonntag” stond eind juni deze Stammbaum des Geistes. Kom daar maar eens om bij een zondagskrant in Nederland.

Hegel wordt in de Stammbaum des Geistes als een soort Christusfiguur in het centrum geplaatst, in dit geval in het centrum van de geschiedenis van de filosofie, als de denker die het klassieke denken met het moderne denken verbindt. Dat hij die plek krijgt toebedeeld, heeft alles te maken met de Franse Revolutie, dé centrale gebeurtenis die de piramide van de samenleving op de kop zette. Toen Hegel in de jaren 1820 professor was in Berlijn en men in heel Europa de klok weer had teruggedraaid, bleef hij tegenover zijn studenten de blijvende betekenis van de Franse Revolutie benadrukken. De Restauratie zou niet “het einde van de geschiedenis” zijn, maar een reactionaire stap in de historische ontwikkeling van voortschrijdende emancipatie van de absolute geest.

“Solange die Sonne am Firmamente steht und die Planeten um sie herumkreisen, war das nicht gesehen worden, daß der Mensch sich auf den Kopf, das ist, auf den Gedanken stellt und die Wirklichkeit nach diesem erbaut. (…) Es war dieses somit ein herrlicher Sonnenaufgang. Alle denkenden Wesen haben diese Epoche mitgefeiert. Eine erhabene Rührung hat in jener Zeit geherrscht, ein Enthusiasmus des Geistes hat die Welt durchschauert, als sei es zur wirklichen Versöhnung des Göttlichen mit der Welt nun erst gekommen.”
 
Hegel over de betekenis van de Franse Revolutie

onthaasten met Sir Walter Scott

aan het lezen in The Bride of Lammermoor (1819) van Walter Scott

bride of Lammermoor 1964The Bride of Lammermoor werd voor het eerst gepubliceerd in 1819. Walter Scott (1771-1832) was toen al een beroemdheid. In de negentiende eeuw werden zijn historische romans overal ter wereld gelezen. Toen ik aan de inleiding van The Bride of Lammermoor begon, werd mij op de eerste bladzijde onmiddellijk duidelijk waarom de schrijver van Ivanhoe tegenwoordig nauwelijks nog gelezen wordt. Scott is namelijk nogal lang van draad. In de negentiende eeuw zat men daar niet mee. Er was geen televisie, laat staan een snelle internetverbinding en er waren, vooral in de winter, eindeloos lange avonden. Overigens wordt alles dat niet in het haastige tempo van de ongeduldige mens gaat vanzelf wel “lang van draad”.

Ik besloot, ook bij wijze van een oefening onthaasting, mij door The Bride of Lammermoor heen te gaan worstelen. Inmiddels ben ik op tweederde. Eenmaal door de eerste veertig bladzijden heen, verging het me zoals met een heel taaie lap vlees. Na kauwen en nog eens kauwen, blijkt het taaiste vlees “vanzelf” doorgeslikt te kunnen worden. Tijdens dat langdurige kauwen komt nog steeds smaak vrij. Het is een hoogdrempelige smaakervaring.

Sir Eddy Landseer landseer
Een van de “huisschilders” van Victoria, Sir Edwin Landseer schilderde een scene uit The Bride of Lammermoor. Een dolle stier valt de Lord Keeper en zijn dochter Lucia aan. Maar vanuit het gebladerte richt een schutter een dodelijk schot en redt daarmee het leven van vader en dochter. De schutter maakt zich bekend als Lord of Ravenswood, de vijand van de Lord Keeper. Door deze gebeurtenis komt het tot een verzoening, maar tegelijkertijd versnelt dit het tragische lot van Lord Ravenswood en zijn bruid Lucia.
Millais
Ook John Everett Millais maakte een schilderij van de Bride of Lammermoor. In 1878 schilderde hij dit portret van Edgar en Lucia, the Lord of Ravenswood en de Bride of Lammermoor.

Koningin Victoria las deze historische roman in 1836, in het jaar voordat ze koningin van Engeland en Schotland werd. Het boek maakte grote indruk op haar als 16-jarige en haar hele leven zou het een van haar favoriete boeken blijven. Mede door The Bride of Lammermoor, kreeg ze een bijzondere band met Schotland. Sir Walter Scott was in 1832 al overleden, toen Victoria 13 was. Als hij langer geleefd zou hebben, dan had Victoria de grootste Schotse schrijver aller tijden vast eens een keer ontmoet.

The Bride of Lammermoor [ en.wikipedia.org ]

6 juni 1931

Bij het 40-jarige huwelijksfeest van mijn overgrootouders

Op zaterdag 6 juni 1931 vierden mijn overgrootouders hun 40-jarige huwelijksfeest in het bijzijn van kinderen en kleinkinderen. Het jongste kleinkind was mijn vader, toen nog een baby van 8 maanden. Over vier weken hoopt hij 90 te worden.

familiefoto
De familie van den Heuvel op 6 juni 1931 met in het midden Hendrik “de Levi” van den Heuvel

Fotografie is magie. Een momentopname van 89 jaar geleden is in feite licht van 89 jaar geleden. Je zou ook kunnen zeggen dat deze foto op 89 lichtjaar afstand van mij staat. Ik zie mijn vader zoals ik hem nog nooit gezien heb. In zijn nest. Met mensen die ik niet of nauwelijks gekend heb. Mijn overgrootvader overleed zeven jaar voordat ik zelf ter wereld kwam. Toen mijn grootvader stierf was ik twaalf.

vader 1931Deze mensen die op een afstand van 89 lichtjaar van mij zitten en staan te kijken, zijn een deel van mijn familie. Ze leefden in een heel andere tijd. Dat is duidelijk te zien aan de patriarch (en mijn naamgenoot) van de familie Van den Heuvel, precies in het midden van het gezelschap. Een statige man die met ten minste één been in de negentiende eeuw was blijven staan. Daar hoorde hij eigenlijk meer thuis dan in de twintigste eeuw.

Toch was in 1931 de moderne tijd al in volle gang. Een maand voor het 40-jarige huwelijksfeest van mijn overgrootouders, werd het hoogste gebouw ter wereld in gebruik genomen, het Empire State Building in New York. Veertig jaar lang zou de 389 meter hoge wolkenkrabber in hoogte onovertroffen blijven. Ook dat was dus 1931.

6 juni 1931 – een zwarte dag voor de romantische schilderkunst
Ik was benieuwd wat 6 juni 1931 voor een dag was. Wat was er in het wereldnieuws te melden? In ieder geval was 6 juni 1931 geen 6 juni 1944. Het leek een dag als alle andere. Toch was er nieuws te melden vanuit München dat mij nog altijd verdrietig stemt: een grote brand verwoestte het Glaspalast. Op dat moment liep daar de tentoonstelling Werke deutscher Romantiker von Caspar David Friedrich bis Moritz von Schwind. Alle 110 schilderijen uit de Romantiek gingen verloren, waaronder negen van Caspar David Friedrich.

„Entsetzlich ist der Verlust berühmter Kunstwerke, insbesondere der in drei Sälen ausgestellten deutschen Romantiker (Werke von Künstlern aus der Zeit von etwa 1820–1860), darunter Caspar David Friedrich, Rottmann, Schwind, Runge, (aus Frankfurt geliehen), Spitzweg usw. Von den etwa 120 Bildern der Romantiker konnte angeblich nichts gerettet werden – ein Verlust in der Höhe von vielen Millionen….“
 
Bron: Grafinger Zeitung, Nr. 125
Glaspalast
Het Glaspalast in München werd op 6 juni 1931 door brand verwoest.

Glazen paleizen eindigden vaak met een brand. De moeder van alle glazen paleizen, The Crystal Palace in Londen, werd in 1936 tenslotte door een brand verwoest. Het Paleis voor Volksvlijt in Amsterdam ging in 1929 al in vlammen op. En twee jaar later, op 6 juni 1931, werd dus ook het Glaspalast in München door een grote brand verwoest.

Friedrich
Negen schilderijen van Caspar David Friedrich gingen bij de brand op 6 juni 1931 verloren

Kunstausstellungen im Münchner Glaspalast (1869-1931)