Categorie archief: geschiedenis

26 april 1945

zeventig jaar geleden werd in Berlijn vliegveld Tempelhof ingenomen
Het Achtste Gardeleger onder leiding van generaal Tsjoejkov had in 1943 meegeholpen om het Duitse leger uit Stalingrad te verjagen. Op 22 april 1945 brak Tsjoejkov door de Duitse verdedigingslinie bij Seelower Höhen en rukte op naar Berlijn. Zijn doel was het vliegveld Tempelhof, net buiten het centrum van de stad. Het vliegveld was niet alleen strategisch van belang, maar was ook de laatste ontsnappingsmogelijkheid voor de nazi-leiders in Berlijn. In ondergrondse bunkers stonden vliegtuigen klaar om hen uit de belegerde stad te evacueren. Had Tjoejkov eenmaal het vliegveld veroverd, dan waren ook de overgebleven nazi-kopstukken in handen van de Sovjets. De Duitse verdediging op het vliegveld bestond uit een mengelmoes van SS-eenheden, lokale luchtafweereenheden en het garnizoen van de vliegbasis. Ze boden urenlang hardnekkig weerstand tegen de Sovjet overmacht. Pas na een zwaar luchtbombardement en in allerijl aangevoerd artilleriegeschut werd Tempelhof op 26 april ingenomen.
 
Bron: liberationroute.nl
Tempelhof
Na de inname van Berlijn verschenen er in de stad Russische borden zoals deze, hier met de cyrillische transcriptie van het woord “Tempelhof”
Met ondergronds geparkeerde vliegtuigen klaar voor vertrek, was de Tempelhof luchthaven de laatste ontsnappingsmogelijkheid voor de nazi-leiding en had daarom prioriteit in Tsjoejkovs aanvalsplannen.

TempelhofEen paar dagen later maakte de oorlogsfotograaf Jergeni Khaldei op het dak van de luchthaven een beroemd geworden foto. Hierop poseren Sovjettroepen onder de Sovjetvlag naast de nazi-adelaar. Op 4 juli 1945, de Amerikaanse Onafhankelijkheidsdag, namen Amerikaanse troepen officieel de leiding over in hun bezettingszone in Zuidwest-Berlijn. Nog dezelfde dag kregen ze ook de controle over de luchthaven.
 
Bron: liberationroute.nl

25 april 1915

Honderd jaar geleden begon de Gallipoli campaign door de ANZAC-troepen
anzac stamps
ANZAC day Australia
More than 8,700 Australians and more than 2,700 New Zealanders lost their lives fighting for King and Empire in this ambitious campaign.
First observed in 1916 and commemorated as an official day of remembrance in 1921, Anzac Day commemorates the landing of the troops at Anzac Cove on 25 April 1915. 100 years on a new generation reflects on the events that occurred at Gallipoli, and remembers all New Zealanders who have served their country during times of conflict and peace.
 
The intention of the Gallipoli campaign was to open the Dardanelles strait to the Allied fleets, giving them access to the Ottoman capital of Constantinople to possibly force a Turkish surrender. After nine months of conflict, the ultimately unsuccessful campaign came to an end and the peninsula remained in its defenders’ hands. The effects the Gallipoli campaign had on New Zealand and Australia were devastating. More than 8,700 Australians and more than 2,700 New Zealanders lost their lives fighting for King and Empire in this ambitious campaign. It was through this hardship that the Anzac spirit was born, a comradeship felt and remembered to this day with the annual observance of Anzac Day – 25 April.
 
The second issue in this special five-year stamp and coin programme, 1915 The Spirit of Anzac tells the story of New Zealand’s role in the First World War. Through the Anzac theme we look at the tale of Evelyn Brooke, a nursing matron from New Plymouth. Evelyn was one of more than 500 nurses from New Zealand who served overseas during the war, and the only New Zealand nurse to be awarded the Royal Red Cross and Bar for her services.
 
Bron: stamps.nzpost.co.nz
anzac stamps
ANZAC day New Zealand

anzaccentenary.gov.au | gallipoli2015.dva.gov.au | Naval operations in the Dardanelles Campaign

I will survive

aan het lezen in: Joséphine – verlangen, ambitie, Napoleon (2014)
van Kate Williams – Uitgeverij Prometheus – Bert Bakker

JosephineIn 2014 was het tweehonderd jaar geleden dat Joséphine de Beauharnais (1763-1814) stierf, de eerste vrouw van Napoleon Bonaparte. De Britse historica Kate Williams schreef een biografie over deze ooit machtigste vrouw ter wereld. Toen ik in de VPRO-gids van 18 maart 2014 het artikel des Keizers vrouw van Katja de Bruin las, wist ik al dat ik deze biografie wilde gaan lezen. Na het zien van de tentoonstelling Alexander, Napoleon & Joséphine, kocht ik het afgelopen woensdag in de museumwinkel van het Hermitage in Amsterdam.

Inmiddels heb ik van deze zeer vlot geschreven biografie ruim honderd bladzijden gelezen. Sympathie voor Joséphine heb ik nog niet en verwacht ik ook niet te krijgen. Haar belevingswereld is die van de boulevardpers en de showbusinessrubrieken uit de kranten. Na het schrikbewind van Robespierre vormde ze samen met Therésa Tallien, Juliette Récamier en Fortunée Hamelin de Merveilleuses. Joséphine werd een stijlicoon en heel Parijs wist nu wie ze was.

Les Merveilleuses
Juliette Récamier en Fortunée Hamelin, twee andere it-girls die samen met Joséphine de Beauharnais en Therésa Tallien in Parijs grote bekendheid genoten als Les Merveilleuses

Net als de Spicegirls tweehonderd jaar later, lieten Les Merveilleuses in de jaren negentig van de achttiende eeuw girl power zien en werden ze een rolmodel. Hun girl-power bestond vooral uit seksuele energie. In een maatschappij waarin mannen de dienst uitmaakten, kon de vrouw alleen delen in zijn macht wanneer ze hem wist te behagen. Wanneer ze een invloedrijke man wist te betoveren, kon ze de macht zelfs naar zich toetrekken. Dat is precies wat Joséphine deed. Ze was zes jaar ouder dan Napoleon Bonaparte (1769-1821) en had veel meer seksuele ervaring toen ze hem in 1795 voor het eerst ontmoette. Napoleon was 25, Joséphine 31. Kate Williams schrijft over haar cynische opvatting over liefde:

Romantiek en seks waren voor haar een manier om status en financiële zekerheid te verwerven; het waren transacties die een vrouw moest doen om te overleven.

Kate Williams

Voor overleven had Joséphine een groot talent. Misschien is haar wilskracht het enige dat ik na honderd bladzijden van haar biografie in haar waarderen kan. De manier waarop ze haar wil gebruikt om te overleven, door elke moraal aan de kant te schuiven, laat mijn waardering niet boven de walging uitkomen.

Josephine
Joséphine de Beauharnais liet zich in 1812 tijdens een bezoek in Genève portretteren door de Zwitserse schilder Firmin Massot. Zijn portret wordt beschouwd als de meest waarheidsgetrouwe weergave van haar karakter. Kenmerkend voor haar pose is de glimlach met de stijf opeen geknepen lippen om haar slechte gebit te verbergen. Firmin Massot kreeg opdracht om meer dan dertig kopieën van dit portret te schilderen die Joséphine als cadeautje aan haar relaties kon geven. Bovenstaand exemplaar is een van deze kopieën. Het origineel hangt op de tentoonstelling Alexander, Napoleon & Joséphine.

Joséphine de Beauharnais [ nl.wikipedia.org ]

22 april 1915

honderd jaar geleden werd bij Ieper voor het eerst gifgas gebruikt
On April 22, 1915, the Germans launched their first and only offensive of the year. Known as the Second Battle of Ypres, the offensive began with the usual artillery bombardment of the enemy’s line. When the shelling died down, the Allied defenders waited for the first wave of German attack troops but instead were thrown into panic when chlorine gas wafted across no-man’s land and down into their trenches. The Germans targeted four miles of the front with the wind-blown poison gas and decimated two divisions of French and Algerian colonial troops. The Allied line was breached, but the Germans, perhaps as shocked as the Allies by the devastating effects of the poison gas, failed to take full advantage, and the Allies held most of their positions.
22 april 1915
Ieper, 22 april 1915
Immediately after the German gas attack at Ypres, France and Britain began developing their own chemical weapons and gas masks.

history.com

A second gas attack, against a Canadian division, on April 24, pushed the Allies further back, and by May they had retreated to the town of Ypres. The Second Battle of Ypres ended on May 25, with insignificant gains for the Germans. The introduction of poison gas, however, would have great significance in World War I.
 
Immediately after the German gas attack at Ypres, France and Britain began developing their own chemical weapons and gas masks. With the Germans taking the lead, an extensive number of projectiles filled with deadly substances polluted the trenches of World War I. Mustard gas, introduced by the Germans in 1917, blistered the skin, eyes, and lungs, and killed thousands. Military strategists defended the use of poison gas by saying it reduced the enemy’s ability to respond and thus saved lives in offensives. In reality, defenses against poison gas usually kept pace with offensive developments, and both sides employed sophisticated gas masks and protective clothing that essentially negated the strategic importance of chemical weapons.
 
Bron: history.com

wereldoorlog1418.nl

21 april 1945

zeventig jaar geleden begonnen de artilleriebeschietingen op Berlijn

Op 21 april 1945 om half tien ‘s morgens, een paar uur na de allerlaatste geallieerde luchtaanval, begon het Rode Leger met een intensief artilleriebombardement op de binnenstad van Berlijn. In de Führerbunker schreeuwde Hitler waar die herrie toch vandaan kwam. Burgdorf antwoordde dat het centrum van Berlijn onder vuur lag van zware Sovjet-artillerie. De Führer trok wit weg. “Zijn de Russen dan al zo dichtbij?” vroeg hij geschokt.

Karstadt
Karstadt am Hermannplatz in de jaren dertig
en na de verwoesting op 25 april 1945

Tijdens de artilleriebombardementen vielen veel slachtoffers. Vanaf 21 april zouden er in tien dagen 1,8 miljoen Russische granaten op het centrum van Berlijn afgevuurd worden. Antony Beevor schrijft in Berlin. The downfall 1945 dat vooral vrouwen het slachtoffer werden van deze beschietingen. Ze stonden vaak urenlang in lange rijen te wachten voor de winkel of de waterpomp, hopend op een “crisisrantsoen”. Op de Hermannplatz vond om half twaalf ‘s morgens een gruwelijk incident plaats: de granaten richtten een verschrikkelijk bloedbad aan onder de Berlijners die voor het warenhuis Karstadt in de rij stonden.

Das Geräusch war anders als alles, was die Berliner bisher gehört hatten – anders als das Pfeifen herabsausender Bomben oder das Belllen der Flak. Die Menschen, die vor dem Kaufhaus Karstadt am Hermannplatz standen, hoben erstaunt die Köpfe und lauschten. Es war ein leises Heulen, irgendwo in der Ferne, doch dann verwandelte es sich in ein gräßliches, schrilles Kreischen. Einen Augenblick lang schienen die Menschen wie hypnotisiert. Dann stoben sie auseinander. Doch es war zu spät. Überall auf dem Platz schlugen Artilleriegranaten ein, die ersten, die die Stadt erreichten. Zerfetzte Leichen schlugen gegen die mit Brettern verschlagenen Schaufenster. Männer und Frauen lagen schreiend auf der Straße und wanden sich vor Schmerzen. Es war Sonnabend, der 21. April, Punkt 11 Uhr 30. Berlin war Frontstadt.
 
Bron: Cornelius Ryan: Der letzte Kampf, blz. 261
Karstadt
Het ultra moderne koopparadijs Karstadt in art deco stijl gebouwd, blaakt van het consumentenvertrouwen. Het werd op 21 juni 1929 geopend en de bomen leken de hemel in te groeien. Vijf maanden later zou de bubble op Wall Street uiteenspatten.

Vier dagen later, op 25 april 1945, gaf Krukenberg het bevel om het gigantische gebouw van Karstadt onmiddellijk op te blazen omdat gevreesd werd dat de Sovjets het binnen afzienbare tijd zouden plunderen.

The decision to blow up Karstadt to prevent it from being taken over and plundered by the Soviets was taken quickly. Civilians who were trying to find food inside the building were all forcefully removed already four days earlier, upon Nordland´s arrival. Krukenberg himself gave a signal to blast the old Karstadt away. Gone were the 70,000 m2 of space, the famous roof gardens, the delivery van lift and the 11-storey towers. Ironically, despite the heavy fighting between what by the end became five (!) Soviet armies and two German divisions, hardly any other buildings around Hermannplatz suffered the same fate.
 
Bron: kreuzberged.com

Karstadt am Hermannsplatz [ berliner-untergrundbahn.de ]
Karstadt am Hermannsplatz [ berlin-hermannplatz.de ]

20 april 1945

zeventig jaar geleden begon de Slag om Berlijn

Anthony Beevor - Berlin 1945De Duitse film Der Untergang (2004) is gebaseerd op het boek Der Untergang. Hitler und das Ende des Dritten Reiches (2002) van Joachim Fest. Het ooggetuigeverslag van Hitler’s secretaresse Traudl Junge bepaalde het perspectief van het scenario voor Der Untergang.

In 2002 verscheen ook het boek Berlin. The downfall 1945 van Anthony Beevor. Beide titels in de Nederlandse vertaling staan in mijn kast. Fest begint zijn boek op 16 april 1945 toen het Rode Leger begon aan de Slag om Berlijn. Beevor neemt een lange aanloop en start op nieuwjaarsdag 1945. Pas in hoofdstuk 17 zijn we op 20 april 1945, de laatste verjaardag van Adolf Hitler.

20 april 1945
Op zijn 56e verjaardag (20 april 1945) reikte Hitler onderscheidingen uit aan kindsoldaten. Dit moment is in Der Untergang gereconstrueerd.
Vrijdag 20 april was de vierde mooie dag op rij. Het was de zesenvijftigste verjaardag van Adolf Hitler. Als het vroeger op deze datum zo’n mooie dag was, plachten vreemden elkaar op straat te wijzen naar Führerwetter, met andere woorden: weer een wonder. Nu zinspeelde alleen nog de meest verdwaasde nazi op Hilter’s bovennatuurlijke krachten.
 
uit: Anthony Beevor, Berlijn. Hoofdstuk 17: de laatste verjaardag van de Führer

Alexander, Napoleon & Joséphine

vooruitblik op Alexander, Napoleon & Joséphine
Hermitage Amsterdam, 28 maart tot 8 november 2015

Volgende week hoop ik de tentoonstelling Alexander, Napoleon & Joséphine in het Hermitage in Amsterdam te bezoeken. Een aantal van de tentoongestelde schilderijen en kunstwerken heb ik tien jaar geleden al eens gezien in het Hermitage in Sint Petersburg. Bijvoorbeeld het prachtige schilderij van de wolfshond van Paulus Potter.

Paulus Potter
Paulus Potter wolfshond, ca. 1650

“De wolfshond” behoorde tot Joséphine‘s privécollectie op le châteaux de Malmaison. Bij haar dood in mei 1814 telde deze verzameling zo’n vierhonderd schilderijen. Het schilderij van Paulus Potter was een van haar lievelingswerken. Tsaar Alexander I kocht het in 1814 samen met ruim dertig andere schilderijen en sindsdien hangt het in het Hermitage in Sint Petersburg. Maar voor de tentoonstelling is het weer even terug in Amsterdam.

Op de website van Vrij Nederland las ik een uitgebreid artikel over de achtergrond van deze tentoonstelling, tweehonderd jaar na de Slag bij Waterloo. Ook op de site van het Financiële Dagblad staat een lang artikel dat gewijd is aan Alexander, Napoleon & Joséphine.

Alexander, Napoleon & Joséphine [ hermitage.nl ]