Categorie archief: geschiedenis

in the Dutch mountains

vandaag is het de 397e geboortedag van Albert Cuyp

Soms droom ik dat ik in de Dutch mountains ben. In de geografie van mijn onderbewustzijn liggen die ergens in de Achterhoek. Het is bepaald geen Zuid-Limburgs heuvellandschap maar echt gebergte. Schilders in de zeventiende eeuw hebben wellicht ook die droom gehad: een berglandschap in Nederland. Jacob van Ruysdael schilderde net over de grens bij Oldenzaal kasteel Bentheim. Hij maakte van de heuvel waar het kasteel ligt een heuse berg. Albert Cuyp overdreef nog meer toen hij in 1655 een schilderij van kasteel Ubbergen maakte, ook gelegen vlakbij de Duitse grens.

Ubbergen
Albert Cuyp 1655
kasteel Ubbergen
Albert Cuyp ontwikkelde na 1650 zijn eigen, rijke stijl. Hij staat bekend om de vele afgebeelde kleurrijke figuren en dieren en om zijn vaak volle kleurenpalet. Zijn marines baden in een zonnig, mediterraan licht, hoewel hij nooit in Italië is geweest. Wel reisde hij naar Arnhem, Rhenen en Kleef. Zijn stemmige riviergezichten echter, waaronder het vrij bekende Gezicht op Dordrecht, vertonen een virtuoos gebruik van matte kleuren, die met Hollandse landschappen geassocieerd worden. Zijn laatst bekende werken dateren van 1665.
 
Bron: nl.wikipedia.org

Ubbergen Castle [ nationalgallery.org.uk ]

kwetsbare democratie

Gelezen in Afdaling in de hel (2015) van Ian Kershaw
woelige vrede, over de kwetsbare democratie in Europa na 1919

Afdaling in de helDe eerste reeks van Heimat (1984) begint in 1919. Paul Simon is te voet van het front teruggekeerd en staat plotseling in de deuropening van zijn ouderlijk huis. Zijn ouders denken dat ze een geest zien. Repin heeft een indrukwekkend schilderij gemaakt van een vergelijkbare situatie. Een dood gewaande echtgenoot is teruggekeerd uit de goelag en verschijnt in de kamer waar de familieleden op de grond genageld staan. Deze “inbraak” zal in 1919 in menig huishouden hebben plaatsgevonden. Het is een variatie op het verhaal van de verloren zoon. 1919 is misschien wel het Jaar van de Verloren Zoon: de soldaat keert terug in het ouderlijk huis. Je kunt het ook als een metafoor zien: Europa keert na zijn hellevaart terug naar huis.

Heimat
still uit Heimat, Fernweh (1984)
1919. Paul Simon is uit Frankrijk komen lopen terwijl zijn ouders, broers en zus veronderstelden dat hij gesneuveld was.

Dat huis is inmiddels grondig veranderd. In de Grote Oorlog zijn vier rijken ten ondergegaan: Het Russische keizerrijk, het Osmaanse Rijk, het Duitse Keizerrijk en het Habsburgse Rijk. Omdat West-Europa zich handhaaft, verbrokkelt met name de kaart van Midden-Europa door de ineenstorting van deze vier imperia. De Amerikaanse president Woodrow Wilson had in januari 1918 zijn 14 punten gepresenteerd. Een van de belangrijkste punten ging over het zelfbeschikkingsrecht der volkeren. De verliezers van de oorlog, Duitsland en Oostenrijk-Hongarije voorop, wisten dat de etnische minderheden na de oorlog hun natiestaat zouden eisen en dat de geallieerden daarin zouden toestemmen.

Alleen al in het Habsburgse Rijk leefden meer dan tien bevolkingsgroepen en die zouden (bijna) allemaal hun eigen natiestaat krijgen. De Polen, Tsjechen (samen met de Slowaken), de Hongaren en de Slovenen (samen met de Kroaten, Serviërs en Macedoniërs) kwamen na 1919 in opvolgerstaten te wonen: Polen, Tsjechoslowakije, Hongarije en Joegoslavië. Dat waren republieken met een parlementaire democratie. Maar zoals Kershaw schrijft: “In de opvolgerstaten was de parlementaire democratie nog een teer bloemetje dat niet bepaald in vruchtbare bodem was geplant.”

Europa 1920
Na de Eerste Wereldoorlog kreeg Roemenië een enorme gebiedsuitbreiding doordat het Transsylvanië kreeg met een grote Hongaarse minderheid. Maar vooral de Duitse minderheden in Sudetenland (West-Tsjechië) en Polen zouden uiteindelijk leiden tot de volgende grote wereldbrand.

In het derde hoofdstuk (“woelige vrede”) van De afdaling in de hel geeft Kershaw goede samenvattingen van de ontwikkelingen na 1919 in elk van de nieuwe democratieën die na de Eerste Wereldoorlog het licht zagen. Het interbellum betekende voor mij altijd een focus op de Weimar Republiek, Italië en de Sovjet-Unie, waarschijnlijk omdat haar daar echt goed mis ging. Maar ook in andere landen liep het uit de hand. In Spanje vestigde zich onder Miguel Primo de Rivera een militaire dictatuur, in Polen in 1926 onder Józef Klemens Piłsudski. En in Hongarije heerste in de zomer van 1919 zelfs een toestand van chaos. Op 21 maart van dat jaar werd in Hongarije een sovjetrepubliek uitgeroepen.

In de opvolgerstaten was de parlementaire democratie nog een teer bloemetje dat niet bepaald in vruchtbare bodem was geplant.

Ian Kershaw

Zeker niet alleen de Weimar Republiek was instabiel. In zekere zin was de Weimar Republiek in de tweede helft van de jaren twintig veel minder instabiel als menig andere jonge democratie in het nieuwe Europa. Toen de (hyper)inflatie eenmaal weer onder controle was, kon Duitsland gaan opkrabbelen. In Polen was dat niet het geval. De hyperinflatie van november 1923 raakte ook Polen en de nieuw ingevoerde munt, de złoty, kwam in 1925 alweer onder hoge druk te staan.

Ian Kershaw heeft ervoor gekozen om in het hoofdstuk “woelige vrede” geen aandacht te besteden aan de oprichting van de de Paneuropese Unie in 1922. De naam van Richard Coudenhove-Kalergi, de oprichter van de oudste Europese eenheidsbeweging, laat hij pas vallen in hoofdstuk 9 (“vreedzame veranderingen in de duistere decennia”).

Palazzo Farnese 1602

het Palazzo Farnese in Rome
met fresco’s van Carracci en Domenichino

Het Palazzo Farnese in Rome biedt tegenwoordig onderdak aan de Franse ambassade in Italië. Het is een van de hoogtepunten van de Italiaanse renaissance en werd gebouwd voordat de barok in de zeventiende eeuw het beeld van Rome zou gaan bepalen. Het paleis werd ontworpen door Antonio da Sangallo (1484-1546) in opdracht van Alessandro Farnese (1468-1549), die vanaf 1534 beter bekend is als paus Paulus III. Michelangelo werkte mee aan de voltooiing van dit stadspaleis.

Palazzo Farnese
het Palazzo Farnese gezien door Piranesi

Twee schilders uit Bologna werkten in het interieur van het palazzo Farnese mee aan de decoratie. Annibale Carracci (1560-1609) en zijn leerling Domenichino (1581-1641) schilderden vanaf 1602 enkele fresco’s. Het fresco van de heilige maagd van Domenichino is waarschijnlijk het bekendst. Het is geschilderd in een opvallend licht coloriet van grijs-groene tinten, veel minder zwaar dan in de barok gebruikelijk was.

Domenichino
Heilige maagd met de eenhoorn, ca. 1602

Het fresco is typerend voor de vermenging van het christelijk geloof en heidense mythologie. In de vijftiende eeuw was dat niet ongewoon. De aristocratie hield van de antieke joie de vivre en het christelijke motief was vaak niet meer dan een schaamlap. Volgens de legende zou alleen een maagd de eenhoorn kunnen temmen.

Domenichino
Heilige maagd met de eenhoorn (detail), ca. 1602

100 jaar oktoberrevolutie

gisteren gezien op BBC2: Countdown to revolution
gelezen in De afdaling in de hel van Ian Kershaw over de Oktoberrevolutie

OktoberOp 7 november is het honderd jaar geleden dat in Petrograd (zoals Sint-Petersburg in 1917 heette) de Oktoberrevolutie (volgens de Juliaanase kalender was het op 24 oktober 1917) plaatsvond. In de media zal er deze maand dus veel teruggekeken worden op de Russische Revolutie van 1917. Gisteren was op BBC2 de documentaire Countdown to revolution te zien, waarin vanaf 245 dagen vóór 7 november 1917 wordt teruggekeken op de ontwikkelingen die tot de Russische Revolutie hebben geleid.

Ruslandhistoricus Orlando Figes schreef naast een boek over de Krimoorlog ook een boek over het revolutionaire Rusland. In Revolutionair Rusland 1891-1991 schrijft hij: “Toen de bolsjewieken de macht grepen, bleven de theaters en restaurants gewoon open en ook de trams bleven volgens de dienstregeling rijden. De revolutie van oktober was een staatsgreep die slechts door een kleine minderheid van de bevolking werd gesteund.” (bron)

Dat is een heel ander verhaal dan verteld wordt in Октябрь (1927) van Sergei Eisenstein. In deze beroemde propagandafilm, die ter gelegenheid van het tienjarige jubileum van de Russische Revolutie werd gemaakt, wordt de revolutie juist voorgesteld als een beweging van mensenmassa’s. De bolsjewistische elite had besloten dat de revolutie als hét momentum van het volk moest worden herinnerd.

Октябрь – Десять дней, которые потрясли мир Oktober – tien dagen die de wereld schokten (1927) van Sergei Eisenstein
Toen de bolsjewieken de macht grepen, bleven de theaters en restaurants gewoon open en ook de trams bleven volgens de dienstregeling rijden.

Orlando Figes

Eisenstein pleegt dus ware geschiedvervalsing. Acht jaar later zou Leni Riefenstahl een andere beroemde propagandafilm maken. Maar ditmaal waren de massa’s wél echt.

The Russian Revolution of 1917 is one of the most controversial events of the 20th century. Three men – Lenin, Trotsky and Stalin - emerged from obscurity to forge an entirely new political system. In the space of six months, they turned the largest country on earth into the first Communist state. Was this a triumph of people power or a political coup d’etat that led to blood-soaked totalitarianism? A hundred years later, the Revolution still sparks ferocious debate. This film dramatizes the 245 days that brought these men to supreme power. As the history unfolds, a stellar cast of writers and historians, including Martin Amis, Orlando Figes, Helen Rappaport, Simon Sebag-Montefiore and China Mieville, battle over the meaning of the Russian Revolution and explore how it shaped the world we live in today.
 
Bron: bbc.co.uk

Oktoberrevolutie [ nl.wikipedia.org ]

Max & Maria

gezien op ZDF: Maximilian – Das Spiel von Macht und Liebe (2016)

MaximilianIn december 2016 zond de Oostenrijkse ORF de miniserie Maximilian uit. Coproducent ZDF volgde tien maanden later op drie achtereenvolgende avonden (1, 2 en 3 oktober). Niet voor niets werd Maximilian geprogrammeerd rond de nationale feestdag van Duitsland. Na de Wende zijn de Duitsers weer dieper naar hun identiteit aan het graven. Zo is er bijvoorbeeld weer veel belangstelling voor het Heilige Roomse Rijk. Maximiliaan van Oostenrijk, de grootvader van Karel V, vestigde de basis van een wereldrijk “waar de zon nooit ondergaat”.

Omdat de miniserie een groot publiek wil bereiken, is er gekozen voor een combinatie van historisch drama én romantiek. Zoals de ondertitel al aangeeft, draait het verhaal van Maximilian om macht en liefde. Niet één, maar twee liefdesparen staan centraal: Maximiliaan van Oostenrijk en Maria van Bourgondië én zijn kamerdienaar Wolf von Polheim en Maria’s hofdame Johanna von Hallewyn. In een bikkelharde wereld vol geweld, verraad en liefdeloosheid, vinden zij toch de ware liefde. We zouden onszelf daar zomaar in kunnen herkennen!

habsburger.net
op de prachtige website habsburger.net staat een uitgebreide biografie over Maximiliaan.

Huwelijken op het allerhoogste niveau waren in de regel het vreedzame alternatief voor oorlogsvoering. Het ging in de eerste plaats om de macht en niet om de liefde. Maar net als vierhonderd jaar later met het huwelijk tussen Franz-Jozef en Sisi, vormde het huwelijk tussen Maximiliaan en Maria van Bourgondië een uitzondering op deze regel. Beiden gingen op den duur voor elkaar voelen en zelfs van elkaar houden. Toen Maria in 1482 (ze was toen nog geen vijf jaar met Maximiliaan getrouwd) een dodelijke val van haar paard maakte, was Maximiliaan ontroostbaar. Tot aan zijn dood in 1519 is hij nooit meer gelukkig geweest in de liefde.

Bourgondië
Bourgondië (rode gebiedsdelen) lag op de grens van Frankrijk en het Heilige Duitse Roomse Rijk

Naast de twee liefdesverhalen biedt Maximilian vooral veel visueel spektakel. We krijgen een aardig beeld van het leven in de laat-Bourgondische tijd. In deel drie, dat begint met een bruiloftsmaal, zien we de rijkdom van de Bourgondische keuken, alsof een van de miniaturen van de gebroeders Van Limburg tot leven is gekomen. Iedereen kijkt met verbazing naar de nog middeleeuwse tafelmanieren van de jonge Oostenrijker. Maximiliaan eet met zijn handen en zijn kin druipt van het vet, terwijl de verfijnde Bourgondiërs met mes en vork eten.

De overgang van Middeleeuwen naar Renaissance ging geleidelijk, maar soms was het contrast duidelijk te zien. Maximiliaan wordt der letzte Ritter genoemd, omdat hij op de drempel stond naar de nieuwe tijd waarin de rijke burgerij het levensniveau omhoog stuwde, weg uit die donkere kuil die we de Middeleeuwen zijn gaan noemen. Nog altijd zijn Bourgondisch en carpe diem synoniemen van elkaar, benamingen voor het goede leven.

Maximilian [ imdb.com ]

Luxemburgse crisis 1867

150 jaar geleden: de Luxemburgse kwestie

De Luxemburgse kwestie ontstond na de ontbinding van de Duitse Bond op 23 augustus 1866 in het Verdrag van Praag. De Duitse Bond was op het Congres van Wenen in 1815 onder leiding van Oostenrijk opgericht. Tijdens de Restauratie had de bond weliswaar gefunctioneerd maar na 1848 werd de spanningen tussen Oostenrijk en Pruisen steeds groter, al bleef Oostenrijk de dominante macht. Tenslotte leidde de rivaliteit binnen de Duitse Bond tot een oorlog tussen Pruisen en Oostenrijk en bondgenoten aan beide kanten. In juli 1866 versloeg Pruisen tijdens de Slag bij Königgrätz zijn rivaal. Na ruim een halve eeuw was er een einde gekomen aan de Duitse Bond.

Kladderadatsch  1867
spotprent uit Kladderadatsch (maart 1867), een liberaal Duits blad met als bijschrift: “een goede herder laat zijn schaap verloren gaan”

In het jaar daarop richtte Pruisen de Noord-Duitse Bond op, in feite de opmaat naar het Duitse Keizerrijk. De Noord-Duitse Bond omvatte alle staten ten noorden van de Main die eerder tot de Duitse Bond hadden behoord, behalve Luxemburg en Limburg. Op het Congres van Wenen in 1815 waren deze gebieden toebedeeld aan het Koninkrijk der Nederlanden. Toen België in 1830 zich onafhankelijk verklaarde, werden Limburg en Luxemburg doormidden gedeeld. Het westelijke deel van beide gebiedsdelen werd bij de nieuwe staat België gevoegd. De koning van Nederland was groothertog van de oostelijke delen van Limburg en Luxemburg zodat een personele unie met het koninkrijk der Nederlanden gevormd werd. Limburg en Luxemburg maakten tot 23 augustus 1866 deel uit van de Duitse Bond en in Luxemburg waren zelfs Pruisische soldaten gestationeerd.

In 1867 liet Napoleon III zijn oog op Luxemburg vallen. De Franse keizer vond dat na de Duitse Oorlog van 1866 het machtsevenwicht hersteld moest worden en dat Luxemburg uit de boedel van de Duitse Bond door Frankrijk moest worden overgenomen. Bismarck had aanvankelijk geen bezwaar, maar al snel werd het een politieke kwestie waarbij de grootmachten tegen elkaar kwamen te staan, terwijl koning Willem III als groothertog van Luxemburg klem kwam te zitten.

Harper's Week 1867
spotprent uit Harper’s Week(1867) Zuster Nederland tegen de koning van Pruisen en de keizer van Frankrijk: “het heeft geen zin heren, ze zal naar niemand gaan”
Nederland had bij Bismarck getracht te bewerkstellingen, dat Limburg niet zou hoeven toe te treden tot de Noord-Duitse Bond. Maar Bismarck antwoordde dat het Nederlandse deel van Limburg zou worden geannexeerd, als het niet zou toetreden. Nederland informeerde daarop bij Frankrijk of er op militaire steun gerekend kon worden, als er daadwerkelijk een Pruisische inval zou plaatsvinden. Frankrijk reageerde positief, maar eiste als voorwaarde de overdracht van Luxemburg. Koning Willem III en zijn minister van Buitenlandse Zaken Jules van Zuylen van Nijevelt stemden toe: Willem III zou vijf miljoen gulden ontvangen voor de verkoop van zijn groothertogdom (waarvan zijn broer Hendrik sinds 1850 stadhouder was).
 
Voor de zekerheid liet Willem III Pruisen consulteren. De kwestie belandde nu toch in de kranten, en voor Willem III en Nederland werd de situatie plotseling heikel. Kroonprins Willem (‘Wiwill’) was als speciaal gezant naar Frankrijk afgevaardigd, en deponeerde in Parijs een schriftelijke verklaring van afstand aan Napoleon III. De Luxemburgse Statenvergadering moest nog wel tekenen, en Napoleon III dreigde met oorlog indien de overdracht alsnog niet door zou gaan.
 
Intussen had de publiciteit uiteraard ook het Pruisische parlement wakker geschud, waardoor Bismarck plots volledig van standpunt wijzigde en óók dreigde met een Pruisische oorlogsverklaring aan zowel Frankrijk als Nederland, wanneer de overdracht wél doorging. Schielijk annuleerde Nederland de overdracht – Pruisen werd intussen meer gevreesd dan Frankrijk. Het Tweede Congres van Londen (mei 1867) garandeerde de neutraliteit van Luxemburg, dat evenals Limburg ook buiten de Noord-Duitse Bond zou blijven. Het Pruisische garnizoen verdween, de vesting van Luxemburg werd afgebroken.
 
Bron: historiek.net