Categorie archief: geschiedenis

volg de meester [ 123 ]

kopie naar de heilige Sebastiaan van Peter Paul Rubens (ca. 1614)

In Mr. Turner (2014) bekijkt de knorrige William Turner samen met enkele leden van de Royal Academy een schilderij waarop de martelaar Sebastiaan staat afgebeeld, waarbij een engeltje de pijlen uit zijn lijf trekt. “Het is bijna niet om aan te zien”, merkt zijn collega Benjamin Robert Haydon droog op. Oude meesters schilderden voorstellingen die vandaag de dag zelfs door World Press Photo niet getoond zouden worden. De gruwelijkheid van de voorstelling werd door stichtende woorden bedekt en verzacht door de standvastigheid van de martelaar, al dan niet met extatische blik naar de hemel. Voor een schilder gold een voorstelling van de martelaar Sebastiaan vaak als een meesterproef waarin hij kon laten zien dat hij de anatomie van het menselijk lichaam beheerste. Ik schilderde Sebastiaan tot nu toe zonder de pijlen. Die komen pas op het laatst, snel en pijnloos.

Rubens
de heilige Sebastiaan na de derde sessie

Sebastiaans ouders waren christenen. Hijzelf bekeerde zich in het geheim, omdat de christenen toen nog door de Romeinen vervolgd werden, en hielp de mensen die leden onder die vervolgingen. Als soldaat onder Diocletianus (284-305) zou hij wonderen hebben verricht en hield hij lange redevoeringen. Hij wist de tweeling Marcus en Marcelianus te overreden de marteldood te sterven. Hij viel hierdoor in ongenade bij de keizer, nadat die ontdekte dat hij christen was. Soldaten arresteerden hem en doorzeefden hem op het Marsveld met pijlen. Volgens een ander verhaal werd hij naakt aan een boom of paal gebonden.
(Bron: nl.wikipedia.org)

volg de meester [ 1-123 ] | van oude meesters en dingen die niet voorbijgaan

Scorsese’s biecht

zaterdagavond met Michaela gezien in Focus Arnhem: Silence (2016)

SilenceWie hecht aan het (voor)oordeel dat het boeddhisme opener, vreedzamer en toleranter is dan het christendom, kan de nieuwste film van Martin Scorsese beter niet kijken. Het verhaal speelt zich af in het Japan omstreeks het midden van de 17e eeuw toen christenen vervolgd werden door boeddhisten. Zij zagen het christendom, dat door Portugese jezuïeten geïntroduceerd was, als iets gevaarlijks en waren vastbesloten het uit te roeien.

De Japanners die zich tot het christendom bekeerd hadden, waren levende getuigenissen van hun Voorbeeld. Ze vormden met elkaar een hechte gemeenschap, gedroegen zich nederig en waren de andere Japanners niet tot last. Toch moesten ze van de Japanse inquisiteurs hun geloof afzweren. Deden ze dat niet, dan werden ze voor de ogen van de anderen gemarteld. Boeddhisme zoals we het nog niet kenden.

Silence is gebaseerd op de roman Chinmoku (1966) van de Japanse schrijver Shusaku Endo. In 1971 werd het boek voor het eerst verfilmd. De verfilming die nu in de bioscoop draait, is eerder een auteursfilm dan een verfilming. Het is misschien wel de meest persoonlijke film van Martin Scorsese en heeft iets van een biecht. De regisseur hoopt dit jaar zijn 75e verjaardag te vieren en Silence is mogelijk zijn testament. Samen met zijn vaste scenarist Jay Cocks (The Age of Innocence, Gangs of New York) schreef hij het draaiboek.

Silence gaat over de volharding. Wat is het christelijk geloof je waard? Anders gezegd: blijf je in elke omstandigheid trouw aan God? Dat laatste interpreteren we in onze postchristelijke tijd heel anders dan in de tijd waarin het verhaal zich afspeelt. Voor de Jezuïeten en de tot het christendom bekeerde Japanners was God niet een “concept” maar een Persoon die in Christus mensgeworden en onze persoonlijke Verlosser is. De Japanse boeddhisten keken hier in de zeventiende eeuw op eenzelfde manier naar als de meesten van ons tegenwoordig. De christelijke god is in de boeddhistische, maar ook in de postmoderne visie, een constructie, een godsbeeld. Niets meer en niets minder.

Silence
still uit Silence
De christelijke god is in de boeddhistische, maar ook in de postmoderne visie, een constructie, een godsbeeld.

Dat maakt het lastig om naar Silence te kijken vanuit de ogen van de twee Portugese priesters en de Japanse christenen. Wij kijken in de eenentwintigste eeuw eigenlijk met de ogen van de boeddhistische Japanners in de zeventiende eeuw. Waarom komen jullie je godsbeeld aan ons opdringen? Vanuit deze heilige verontwaardiging kan de blijdschap en de innerlijke revolutie van de bekeerde Japanners niet worden (mee)gevoeld en begrepen. De Japanse heersers voelden zich door het christendom bedreigd, kozen voor isolationisme en besloten de bekeerde Japanners tot afvalligheid te dwingen. Hun priesters moesten daarin voorgaan, want de priesters waren immers hun leiders.

In de postkoloniale tijd zijn we geneigd de kerstening van vreemde volkeren (dus ook van de Japanners) door onze blanke voorouders af te keuren. Tegelijkertijd vinden we het vanzelfsprekend dat niet-Westerse migranten hun godsdienst hier verspreiden. In de 17e eeuw verspreidden de Europeanen het christendom over de wereld. De Japanners in Silence bekeerden zich uit vrije wil omdat ze in Christus de Waarheid leerden kennen. De Waarheid werd in het Japan van de 17e eeuw niet getolereerd. En ook het postmodernisme heeft het er moeilijk mee.

Het zeventiende-eeuwse Japan confronteert ons op verschillende manieren: de overtuiging dat openheid voor andere culturen en godsdienstvrijheid iets fundamenteels is, botst hier op een andere overtuiging, namelijk dat het boeddhisme een zeer tolerante levensbeschouwing is die alle vormen, en dus verschillen, overstijgt. Maar in Silence toont het boeddhisme een onverdraagzaamheid die we bepaald niet met het boeddhisme associëren. Christenen moeten hun geloof afzweren en weer Japanners worden. Boeddhisme first! Je voelt je er ongemakkelijk bij: het isolationistische Japan van 1640 bleek vele malen erger dan het huidige Amerika van Trump: een andere godsdienst werd verboden en de gelovigen werden op uiterst wrede wijze vervolgd.

De Waarheid werd in het Japan van de 17e eeuw niet getolereerd. En ook het postmodernisme heeft het er moeilijk mee.

Hoofdpersoon Padre Rodrigues, die net als Petrus zijn Heer niet verloochenen wil, komt in Silence soms over als een koppige man die vasthoudt aan zijn eigen gelijk. Zo zien de boeddhisten het in ieder geval. Een mens die niet wil loslaten. Dat het verraad van de Ander, want dat betekent het afzweren van het christelijk geloof, iets totaal anders is dan een boeddhistisch “loslaten”, een “go with the flow”, maakt Silence voor mij niet genoeg duidelijk. In navolging van Christus krijgt Padre Rodrigues een verschrikkelijke beproeving.

De inquisiteur plaatst hem voor een duivels dilemma: door afvalligheid kan hij het leven van zijn vrienden sparen. Of hij moet toezien hoe zij op een wrede wijze gedood worden “als hij zich koppig en egoïstisch vastklampt aan een denkbeeld”. Deze ultieme beproeving brengt hem in de godverlatenheid waarin Silence eindigt. Scorsese lijkt ons te willen zeggen: in deze leegte komt de zwijgende God dichterbij en tenslotte moeten wijzelf misschien ook zwijgen over God en dat geheim meenemen in ons graf.

Silence [ imdb.com ]

Brombeer [ 2 ]

opnieuw gezien: Mr. Turner (2014)

Mr. TurnerIn 2014 had ik al weken uitgezien naar Mr. Turner en toen deze eindelijk in het filmhuis draaide, ging ik onmiddellijk kijken. Er was nauwelijks publiek net als bij Girl with a Pearl Earring (2003) en Goya’s Ghosts (2006). Historische films met schilders in de hoofdrol zijn nu eenmaal geen publiekstrekkers. Of ze moeten Pollock heten. Bijna elke film waarin een schilder centraal staat, is voor mij een feestje. En dat heb ik al sinds Rembrandt fecit 1669 (1977) van Jos Stelling en Caravaggio (1986) van Derek Jarman.

Laatst werd Mr. Turner voor het eerst op de Nederlandse televisie uitgezonden. Ik nam ‘m op en kijk nu gedoceerd want 150 minuten waarin het leven van Joseph Mallord William Turner (1775-1851) langzaam voortkabbelt, blijft voor de televisie toch een lange zit. Nieuwe dingen vallen op. Zoals in het meeste Britse kostuumdrama is de historische betrouwbaarheid groot en het tijdsbeeld tot in de kleinste details gereconstrueerd. De episode die uit het leven van Turner is uitgelicht valt in het tweede kwart van de negentiende eeuw. We zien enkele schilders uit zijn tijd, o.a. John Constable en Benjamin Robert Haydon die opvallend goed gecast zijn.

John Constable
John Constable acteur en zelfportret
Benjamin Robert Haydon
Benjamin Robert Haydon acteur en zelfportret

In de scène die zich afspeelt tijdens de voorbereidingen van de jaarlijkse tentoonstelling van de Royal Academy of Arts zijn naast John Constable en Benjamin Robert Haydon nog andere Victoriaanse schilders te zien.

members of the Royal Academy
Thomas Stothard, Henry William Pickersgill, Martin Archer Shee (tussen 1830 en 1850 de president van de Royal Academy) en Charles Robert Leslie

Mr. Turner (2014)
Cinematography: Dick Pope
Production Design: Suzie Davies
Art Direction: Dan Taylor
Set Decoration: Charlotte Watts
Costume Design: Jacqueline Durran

Brombeer [ 1 ]

De Krimoorlog [ 13 ]

films over de Charge van de lichte brigade (1936, 1954 en 1968)

Light Brigade 1936Een van de bekendste episoden uit de Krimoorlog is de Charge van de Lichte Brigade tijdens de Slag bij Balaklava op 25 oktober 1854. Dat de aanval van de Lichte Brigade van de Britse cavalerie zo bekend geworden is, komt vooral door het gedicht van Alfred Lord Tennyson dat begint met de regels Half a league, half a league, / Half a league onward, / All in the valley of Death / Rode the six hundred. / ‘Forward, the Light Brigade! / Charge for the guns’ he said: / Into the valley of Death / Rode the six hundred.

Light Brigade 1968De Charge van de Lichte Brigade is bij mijn weten tussen 1936 en 1968 driemaal verfilmd. De meest indrukwekkende reconstructie van deze cavalerieaanval is te zien in de film The Charge of the Light Brigade uit 1968 met John Gielgud als opperbevelhebber Fitzroy Somerset 1st Baron Raglan en Trevor Howard als majoor-generaal James Brudenell 7th Earl of Cardigan. Vanessa Redgrave speelt de enige vrouwelijke hoofdrol in deze mannenfilm.

Charge of the Lancers 1954Luitenant-generaal George Bingham, de earl van Lucan ontving een bevel van de commandant Fitzroy Somerset dat de cavalerie naar voren moest om te verhinderen dat de Russen zijn scheepskanonnen bij de redoute mee konden nemen. Hij zou versterking krijgen door paardgetrokken artillerie en Franse cavalerie. De order werd opgesteld door brigadier Airey en overgebracht door kapitein Louis Edward Nolan. Bingham had echter niet het overzicht op de situatie zoals Fitzroy Somerset die had. Later bleek ook dat Nolan een verkeerde positie voor de buitgenomen scheepskanonnen aanwees. Het kan zijn dat Nolan dit later pas doorhad, toen gezien werd dat hij Bingham probeerde in te halen. Hij had dus mogelijk nog meer of gedetailleerdere instructies bij zich, maar werd geraakt door een artilleriegranaat. De charge werd verricht door de Lichte Brigade van de Britse cavalerie, bestaande uit de 4e en 13e Lichte Dragonders, 17e Lansiers, en de 8e en 11e Huzaren, onder het bevel van majoor-generaal James Brudenell.
 
Bron: nl.wikipedia.org

DDR-maniërisme [ 1 ]

Werner Tübke – meesterschilder tussen Oost en West
Museum De Fundatie Zwolle, 28 januari t/m 14 mei 2017

In 2010 schreef ik over de grootste staatsopdracht uit de geschiedenis van de DDR, het panorama in Bad Frankenhausen van de Leipziger schilder Werner Tübke. Het reusachtige panorama, een van de grootste ter wereld, werd dertig jaar geleden voltooid nadat Tübke en zijn assistenten er negen jaar onafgebroken aan gewerkt hadden. Nog steeds staat de Sixtijnse Kapel van het Noorden in Bad Frankenhausen bij mij op mijn lijstje van plaatsen in Duitsland die ik wil bezoeken. Maar gelukkig hoef ik nu niet helemaal naar Thüringen te reizen om het panorama te zien. Op de tentoonstelling Werner Tübke – meesterschilder tussen Oost en West die zaterdag in Museum De Fundatie in Zwolle opent, is een 1:10 schaalmodel van het panorama te zien. Dat is nog altijd 13,5 meter lang! Daarnaast zijn er bijna honderd schilderen van Tübke te zien.

Tübke 1966/1967
Levensherinneringen van Dr. Jur. Schulze VII, 1966/1967 (olieverf op doek, 122,5 x 182,5 cm, Museum der bildenden Künste Leipzig)
Tübke was zeker niet de eerste moderne schilder die zich vrijwillig terugtrok tussen de oude meesters.

Werner Tübke werkte voor de naoorlogse westerse schilderkunst achter de gesloten gordijnen van het Oostblok. Aan de kunstacademie van Leipzig ontwikkelde hij zich in de jaren vijftig en zestig in een stijl die haaks stond op alles wat toen als modern gezien werd. De laat renaissancistische en maniëristisch stijl uit de zestiende eeuw was sowieso een anachronisme. Veel (verwrongen) bloot, gloeiende kleuren en een afwijzing van het clair-obscur, de belangrijkste pijler van de barokschilderkunst. Tübke was zeker niet de eerste moderne schilder die zich vrijwillig terugtrok tussen de oude meesters. Surrealisten als Christian Schad, deden dat tijdens het interbellum al. Anderen zoals Giorgio de Chirico werden na een korte flirt met de moderniteit volledig reactionair. Eenlingen als Balthus bleven hun leven lang hun eigenzinnige spoor trekken langs de moderne schilderkunst.

Voor de rest werden de meeste figuratieve en realistische schilders na de oorlog door de moderne westerse schilderkunst in de ban gedaan. Concept en expressie werden de heilige graal en op ambacht werd neergekeken. Achter het ijzeren gordijn zag de situatie er compleet anders uit. De abstracte schilderkunst die na 1945 in West-Europa in zo’n hoog aanzien kwam te staan, werd gezien als een Amerikaans product, een kapitalistisch verschijnsel. Het socialisme stelde daar het socialistisch realisme tegenover. Stalin had ooit de stijl van Repin tot standaard verheven. Dit noodzaakte de socialistische schilder om zich vooral technisch te ontwikkelen. De jonge Tübke was daar één van.

Toen Tübke (1929-2004) eind jaren veertig aan de Hochschule für Grafik und Buchkunst in Leipzig aan zijn opleiding begon, werd hij gekneed in het socialistisch realisme. Toch zou hij zich al snel onderscheiden van zijn medestudenten. Tübke greep terug op de stijl van de oude Duitse schilderkunst uit de eerste helft van de zestiende eeuw en dat paste niet in het plaatje van het socialistisch realisme. Uit onvrede met de rigide artistieke koers die men in Leipzig volgde, stapte hij over naar het Caspar David Friedrich Institut in Greifswald. Daar leerde hij ook de kunstgeschiedenis beter kennen.

Ik ben erg benieuwd naar de tentoonstelling in Zwolle. Als het een goede overzichtstentoonstelling is, dan zouden we de ontwikkeling van Werner Tübke vanaf de jaren vijftig moeten kunnen volgen. Kunnen we zien door welke schilders hij zich heeft laten beïnvloeden? In het panorama van Bad Frankenhausen grijpt Tübke letterlijk terug naar eerste helft van de zestiende eeuw. Het panorama beeldt namelijk de Slag bij Frankenhausen uit die plaatsvond op 15 mei 1525. Het was de beslissende slag in de Duitse Boerenoorlog. Het DDR regime zag deze oorlog als een voorafbeelding van de socialistische klassenstrijd. Tübke was deze opdracht op het lijf geschreven. Hij kon zich letterlijk uitleven in de stijl van zijn grote voorbeelden: Albrecht Dürer (1471-1528) en Matthias Grünewald (ca.1470-1528) die de Duitse Boerenoorlog (1524-1525) bewust hebben meegemaakt.

museumdefundatie.nl | Welgericht [ W&V ]

the Leiden collection

vandaag gaat The Leiden Collection online
175 werken uit de verzameling van Thomas en Daphne Kaplan
Leyden Collection
theleidencollection.com
This online catalogue of The Leiden Collection provides the first scholarly overview of the remarkable collection of Dutch paintings and drawings assembled by Thomas Kaplan and his wife, Daphne Recanati Kaplan. Named after Rembrandt’s native city, The Leiden Collection currently numbers more than 250 paintings and drawings, 175 of which are included in the present catalogue.
 
Bron: theleidencollection.com

De Krimoorlog [ 12 ]

De verovering van de Malakoff op 8 september 1855

De Krimoorlog wordt door historici soms gezien als “generale repetitie” voor de Eerste Wereldoorlog. Het was de eerste industriële oorlog. De geallieerden schoten dagelijks tienduizenden granaten af op de Russische stellingen van Sebastopol. Men werd geconfronteerd met een vernietigingskracht die de wereld nog nooit gekend had. De uitdrukking “kanonnenvoer” werd gemunt door Leo Tolstoi die als jonge artilleriecommandant in de belegerde stad aanwezig was.

KrimoorlogOrlando Figes schrijft in zijn briljante De Krimoorlog of de vernedering van Rusland gedetailleerd het verloop van het beleg dat in totaal 349 dagen duurde: van oktober 1854 tot 8 september 1855. De Krimoorlog telde een lange reeks blunders aan beide kanten. Toen de geallieerden in september 1854 op de Krim landden, waren de Engelsen vergeleken bij de Fransen enorm traag. Het duurde bijna twee weken voordat op 20 september de eerste slag op de Krim geleverd werd. De Russen moesten zich daarbij terugtrekken op Sebastopol. Als de geallieerden toen niet getreuzeld hadden, was er waarschijnlijk helemaal geen beleg nodig geweest en hadden ze Sebastopol zo kunnen innemen. Honderdduizenden doden waren dan bespaard gebleven.

Doordat de Engelsen en Fransen zo lang wachtten, konden de Russen Sebastopol in een vesting veranderen. Aan de kwetsbare zuidkant van de stad werden stellingen gegraven, wallen opgeworpen en verhakkingen gebouwd. De Engelsen en Fransen deden hetzelfde. Zo ontstond de eerste moderne stellingenoorlog. De Russen hadden op een aantal strategische posities een fort gebouwd. Het belangrijkste was de Malakoff op een verhoging ten oosten van de stad. Vanaf de Malakoff was de hele stad te overzien en te beschieten. Deze moest dus tot het laatste moment verdedigd worden. De verovering van de Malakoff door de geallieerden zou de val van Sebastopol betekenen.

Vanaf de Malakoff was de hele stad te overzien en te beschieten. Deze moest dus tot het laatste moment verdedigd worden. De verovering van de Malakoff door de geallieerden zou de val van Sebastopol betekenen.

Het duurde bijna een jaar voordat de Malakoff genomen kon worden. De Franse inname op 8 september 1855 verliep bijzonder bloedig. Doordat het fort keer op keer door de Russen heroverd werd in felle gevechten met de bajonet, stapelden de lijken zich op. Voor de Franse keizer Napoleon III was de verovering van de Malakoff, die het symbool was van de val van Sebastopol, de “glorieuze overwinning” waarmee hij nationaal en internationaal aan prestige wilde winnen.

Daarom wilde hij graag dat voor het thuisfront, met name voor de Parijzenaars, deze “glorieuze overwinning” in beeld werd gebracht. Foto’s werden er tijdens de Krimoorlog wel gemaakt, maar vanwege de lange sluitertijd beperkte de fotografie zich tot het stilleven. Voor een actiescène was men in de jaren vijftig van de negentiende eeuw nog altijd aangewezen op de schilderkunst. Bovendien maakte een schilderij meer indruk. Het was groot, in kleur en bovendien kon de schilder alles zo in scène zetten dat het de keizer behaagde.

Oom Wim 1979
Adolphe Yvon presenteert Napoleon III zijn enorme schilderij La Prise de la tour de Malakoff (uit: “De verhalen van Oom Wim” door O.Joly en Cicuendez in Robbedoes, 5 april 1979, Uitgeverij Dupuis, Brussel.

Er zijn twee beroemde schilderijen van de Malakoff. Het eerste werd geschilderd door Adolphe Yvon (1817-1893) in 1856. Vlak na de oorlog bezocht hij in het voorjaar van 1956 het slagveld om ter plekke schetsen te maken. Zijn La Prise de la tour de Malakoff is 9 meter lang en 6 meter hoog. Het werd tentoongesteld op de Parijse salon van 1857. Het megalomane doek was precies was Napoleon III wilde zien ter meerdere glorie van zichzelf.

Malakoff 1857
La Prise de la tour de Malakoff
door Adolphe Yvon (1857)
Shortly after the end of the Crimean War in September 1855, Yvon was commissioned by the French government to paint a large picture of the capture of the Malakoff at Sevastopol. He sailed for the Crimea on February 19, 1856 where he spent six weeks compiling a portfolio of sketches, as well as visiting the battlefield of Inkerman. In 1857, the finished painting La Prise de la tour de Malakoff 8 septembre 1855 was shown at the Paris Salon, and two years later came La Gorge de Malakoff, and La courtine de Malakoff. La Prise was a massive piece measuring 6 metres by 9 metres and represented the moment when the fortification was captured around midday.
 
Bron: en.wikipedia.org
Malakoff 1857
La prise de Malakoff
door Horace Vernet (1858)

Het tweede beroemde schilderij over de Franse verovering van de Malakoff, is een paar jaar later geschilderd door Horace Vernet (1789-1863). Hij was tijdens de oorlog meegereisd naar de Krim waar hij schetsen maakte aan het front. Hij schilderde o.a. de Slag aan de Alma. Zijn versie van La prise de Malakoff is iconisch geworden. De compositie is veel sterker dan die van Yvon doordat hij ingezoomd heeft op de top waaronder massa’s gewonde en dode soldaten liggen. De Franse vlag is doorzeefd met kogelgaten, die symbool staan voor het offer. “Glorieuze overwinning” én offer ineen.