Categorie archief: geschiedenis

de Grote Oorlog op Twitter

het nieuws van 100 jaar geleden op Twitter

Op 1 september 1914 was het precies vier weken na de Duitse inval in België. Volgens het Plan Schlieffen moest Parijs binnen zes weken met een tangbeweging worden ingenomen zodat, net als 44 jaar eerder, Frankrijk zou capituleren. Daarna hoefde Duitsland nog maar op één front te vechten en kon het alles inzetten tegen Rusland. Eind augustus was een cruciale fase in de oorlog die nog geen maand oud was. Op 9 september was het Schlieffen Plan mislukt: de Franse legers en het Engelse expeditieleger hadden de Duitse legers aan de Marne teruggeslagen. De oorlog liep hopeloos vast in een loopgravenoorlog.

tweets
tweets op twitter.com/Wereldoorlog1

De Franse legers moesten zich eind augustus van het opperbevel terugtrekken en het Eerste en Tweede Duitse Leger trokken op naar Parijs. Hier keerden zich de kansen voor het in het nauw gedreven Frankrijk. Het strategisch inzicht en de slagvaardigheid van de Franse opperbevelhebber Joseph Joffre en zijn generaal Joseph Gallieni hield de Duitse opmars tegen. Anders dan zijn Duitse college Helmuth von Moltke zat Joffre vlak achter het front en waren de verbindingslijnen dus kort. Von Moltke liet helemaal vanuit België zijn generaal Alexander von Kluck naar eigen inzicht handelen. Deze besloot met zijn Eerste Leger niet volgens het Schlieffen Plan westwaarts om de Franse hoofdstad heen te trekken, maar af te buigen naar het Tweede Leger van Karl von Bülow omdat de Fransen anders beide Duitse legers uit elkaar dreigden te drijven.

twitter
Twitterkanalen over de Eerste Wereldoorlog

Door deze voortijdige afbuiging naar het oosten zou het Schlieffen Plan definitief mislukken. Volgens veel militaire historici was het plan bij voorbaat al mislukt, omdat Von Moltke de rechtervleugel (met name het Eerste Leger) niet de sterkte had gegeven, die het oorspronkelijk in het aanvalsplan had. Er waren veel reservetroepen gedetacheerd om in België te vechten. Antwerpen moest bijvoorbeeld nog ingenomen worden.

Alfred von Schlieffen zou dit gevaar hebben voorzien en toen hij in 1906 stierf, zouden zijn laatste woorden zijn geweest: “Macht mir den rechten Flügel stark“. Toen het Duitse Eerste Leger naar het oosten afboog, stond de stelling er voor de Fransen plotseling gunstig voor. Joffre besloot tot een offensief aan de Marne. De Duitsers werden terugdrongen achter de Oise. Daar groeven ze zich in. Van het westelijk front kwam er “niets nieuws” meer.

meer nieuws van 1 september 1914
Lord Kitchener (1850-1916) ontmoet in Frankrijk de bevelhebber van het Engelse expeditieleger John French (1852-1925)
Duitsers bombarderen en nemen Soissons in
de naam Sint Petersburg wordt veranderd in Petrograd

a terrible beauty is born

The Art of World War One in 52 Paintings

De Eerste Wereldoorlog maakte definitief een einde aan de negentiende eeuw. In de beeldende kunst had de avant garde al sinds de jaren negentig als een sloophamer ingebeukt op burgerlijke waarden en de daaruit voortvloeiende esthetiek. De kunstenaars van de Sezession, de kubisten, futuristen en de jonge honden van der Blaue Reiter hadden al een heel andere wereld voor ogen dan hun voorgangers: rauwer, dynamischer, kleurrijker. Sommige kunstenaars leken over profetische gaven te beschikken: de futuristen verheerlijkten de machine en de kubisten schoten de zichtbare wereld aan scherven, waardoor hun voorstellingen doen denken aan de granaatsplinters van de loopgravenoorlog.

Lenteriten In zijn prachtige boek Rites of Spring diagnosticeert Modris Eksteins het geestelijke klimaat in Europa kort voor en tijdens de Eerste Wereldoorlog. Hij stelt daarbij vast dat er met name onder de jeugd een sterke drang tot vernieuwing was. Er werd zelfs naar een Europese oorlog uitgekeken als naar een “grote schoonmaak”. Sinds 1815 waren er geen grote en langdurige gewapende conflicten meer in West-Europa geweest en men was eigenlijk vergeten wat oorlog precies betekende.

De kubisten schoten de zichtbare wereld aan scherven, waardoor hun voorstellingen doen denken aan de granaatsplinters van de loopgravenoorlog.

Toen het eenmaal oorlog werd, bleek deze een heel ander gezicht te hebben dan alle voorgaande oorlogen. Weliswaar waren er tijdens de Krimoorlog en de Amerikaanse burgeroorlog al revolutionaire wapens geïntroduceerd die de manier van oorlogvoeren en het slagveld definitief veranderden, maar in 1914 waren de vernietigingskracht en de massaproductie zo explosief toegenomen, dat het iedereen verbijsterde. De machine die ooit de mens het industriële tijdperk had ingevoerd en hem als hulp terzijde had gestaan, bleek zich nu tegen de mens te keren. De soldaten in de loopgraven kwamen in een orkaan van ijzer en vuur terecht. “Stahlgewittern” noemde Ernst Junger de trommelvuren van de houwitzers. De uiteen gereten ruimte van de kubisten werd dagelijkse realiteit. De mens werd herleid tot kanonnenvlees. De dadaïsten reageerden op de verschrikkingen van het westelijk front met cynisme en overleefden door zich aan de absurditeit van de industriële vernietigingsoorlog aan te passen: het hele leven werd voor hen zinloos.

WW 1
William Bernard Adenney
A Mark V Tank Going Into Action (1918)

Honderd jaar geleden werd er een verschrikkelijke schoonheid geboren. Goya had met zijn pinturas negras aan het eind van zijn leven (rond 1820) de gruwelen in beeld gebracht van de oorlog die Napoleon in Spanje had gevoerd. Maar dit pikzwarte werk blijft in de marge van de kunstgeschiedenis. Pas na de Eerste Wereldoorlog wordt deformatie in de kunst (de nazi’s zullen dat “entartet” noemen) een gewaardeerd stijlmiddel.

Op madefromhistory.com is er een online tentoonstelling van ruim 50 schilderijen die tijdens of vlak na de Eerste Wereldoorlog gemaakt zijn, sommigen direct aan het front. De meeste oorlogsschilders van de Grote Oorlog, komen net als de dichters, uit Engeland. De bekendste daarvan is Paul Nash (1889-1946). Hij schilderde de oorlog in zijn rauwheid en lelijkheid. Als het schone, het goede en het ware bij elkaar horen, dan hoort de lelijkheid bij het kwaad en de leugen die oorlog heet.

WW 1
Paul Nash
The Ypres Salient at Night (1918)

The Art of World War One in 52 Paintings [ madefromhistory.com ]

augustus 1914

The guns of August (1962)van Barbara Tuchman
over de eerste oorlogsmaand van de Eerste Wereldoorlog

The guns of August (Pulitzer Prize 1963) is misschien wel het bekendste boek over de eerste maand van de Eerste Wereldoorlog. Het zal op dit moment in de hele wereld veel gelezen worden. Op een zoveelste spoor in mijn hoofd volg ik de gebeurtenissen van precies honderd jaar geleden. Nu de maand augustus ten einde loopt, kijk ik terug naar de eerste oorlogsweken.

Duitse troepen waren op 4 augustus 1914 België binnengevallen. Drie weken later was Brussel gevallen en waren de Duitse legers Noord-Frankrijk binnengedrongen. Maar het Plan Schlieffen stond op het punt te mislukken. Voor veel historici was het bij voorbaat al mislukt omdat generaal-veldmaarschalk Helmuth von Moltke (1848-1916), de opperbevelhebber aan het westelijk front, het oorspronkelijke plan had aangepast. Hij zou de linkervleugel versterkt hebben ten koste van de rechtervleugel. Dit zou zich eind augustus en vooral in de eerste week van september wreken toen de Franse legers de Duitsers terugdrongen tijdens het Marne Offensief. Gewoonlijk wordt daarmee de Eerste Slag bij de Marne (5-9 september 1914) aangeduid.

Macht mir den rechten Flügel stark

laatste woorden van Von Schlieffen

Daarna zou het westelijk front vier jaar muurvast komen te liggen boven de rivier de Aisne op de lijn Noyon-Verdun. Het plan van Alfred von Schlieffen (1833-1913) had een tangbeweging om Parijs moeten maken en binnen zes weken de overwinning op Frankrijk moet behalen. Maar eind augustus moest het Eerste Leger onder leiding van Alexander von Kluck (1846-1934) naar het oosten afbuigen om het Tweede Leger van Karl von Bülow (1846-1921) te ondersteunen. De tangbeweging, waarbij het Eerste Leger westelijk om Parijs had moeten trekken, was mislukt en daarmee ook het Schlieffenplan.

Het plan Schlieffen
Het Plan Schlieffen mislukte omdat het Eerste Leger van Alexander von Kluck naar het oosten moest afbuigen en daardoor geen tangbeweging om Parijs kon maken. Daarna drongen de Fransen de Duitse legers aan de Marne terug achter de Aisne.
The guns of August is een militair geschiedenisboek geschreven door Barbara Tuchman. Het beschrijft de gebeurtenissen van de laatste weken voor en de eerste maand van de Eerste Wereldoorlog. Het boek richt zich op de geschiedenis vanaf de Duitse oorlogsverklaring aan Frankrijk tot het moment waarop het Duitse offensief vastloopt. Het focust zich in de eerste plaats op het Westelijk front, maar schenkt ook ruim aandacht aan het Oostelijk front, waar Duitsland een Russische invasie tracht te stoppen. In de marge heeft Tuchman het ook over de gebeurtenissen in de Middellandse Zee. De oorlog in de Balkan laat ze zo goed als helemaal links liggen. In 1963 kreeg Tuchman voor dit boek de Pulitzerprijs voor literatuur in de categorie non-fictie.
 
De Amerikaanse president John F. Kennedy was een bewonderaar van het boek. Hij gaf alle leden van zijn kabinet en militaire staf een kopie ervan en beval hen om het te lezen. Kennedy leerde van het boek hoe een snelle escalatie van gebeurtenissen kon leiden tot een wereldoorlog. Het hielp hem om een vreedzame oplossing te vinden voor de Cubacrisis en hij wist zo een Derde Wereldoorlog te voorkomen.
 
Bron: nl.wikipedia.org

eerste hoofdstuk uit de kanonnen van Augustus [ PDF ]

twee rococoresidenties

in juli bezochten we Schloss Augustusburg in Brühl en Schloss Bruchsal

Tussen 1689 en 1714 voerde de Franse koning Lodewijk XIV verschillende keren oorlog in Duitse gebiedsdelen. De Negenjarige Oorlog (1688-1697) en de Spaanse Successie Oorlog (1701-1714) worden in Duitsland soms samengevat als de Franzosenkrieg. De Pfalz en grote delen ten oosten van de Rijn werden door de Fransen verwoest. De oorlogsschade was in deze gebieden veel groter dan honderd jaar later onder Napoleon en vergelijkbaar met de schade die tijdens de Dertigjarige Oorlog (1618-1648) in andere delen van Duitsland was aangericht. Driehonderd jaar geleden, na de Vrede van Rastatt (1714) lagen de Pfalz en andere gebieden aan beide zijden van de Rijn in puin.

Vanaf 1720 herrezen deze gebieden uit de as. Er heerste een enorme bouwwoede en er verrezen talrijke gebouwen in late barokstijl. Omdat de bouwperiode van grote projecten enkele decennia kon duren, getuigen veel gebouwen sinds 1720 van een stijlverandering naar het feestelijke rococo dat vanaf 1740 in de mode komt. In Duitsland spreekt men van rococoresidenzen bij paleizen die halverwege de achttiende eeuw hun definitieve vorm kregen.

Michaela en ik bezochten de Würzburger Residenz in 2010 en afgelopen maand juli Schloss Augustusburg in Brühl en Schloss Bruchsal. Deze drie paleizen zijn mede wereldberoemd door hun pronktrappen die ontworpen zijn door de meest gevierde Duitse architect van zijn tijd Balthasar Neumann (1687-1753). Zijn eerste trappenhuis bouwde hij in Bruchsal (vanaf 1727), daarna werkte hij aan het trappenhuis in Würzburg (begin jaren dertig) en tenslotte in Brühl (begin jaren veertig).

Brühl
Slot Augustusburg Brühl tuinzijde met asymmetrische middenrisaliet
Een pronkpaleis roept bij mij gemengde gevoelens op. De politieke en sociale functies van een dergelijk bouwwerk zijn: pronken, imponeren, opscheppen, …

Een pronkpaleis roept bij mij gemengde gevoelens op. De politieke en sociale functies van een dergelijk bouwwerk zijn: pronken, imponeren, opscheppen… Omdat het een plek was waar feesten worden gegeven en binnen- en buitenlandse gasten werden ontvangen, wilde de gastheer graag goede indruk maken. Veel Duitse vorsten probeerden zich te spiegelen aan de absolutistische heersers in Europa en de pronkpaleizen van Versailles (Parijs) en Schönbrunn (Wenen) waren dé grote voorbeelden. Dergelijk machtsvertoon middels de architectuur en decoratieve kunsten was de wens van bijna alle heersers in de achttiende eeuw. Het gewone volk bleef er buiten staan. Met name de eerste helft van de achttiende eeuw was eigenlijk een feestje voor de happy few. Doordat de superrijken elkaar na-aapten werden rococoresidenties gebouwd volgens een vast schema.

Brühl
Slot Augustusburg Brühl voorzijde met zijvleugels

Het hart van het gebouw bestond uit een pronktrap die van een ontvangstruimte naar de zogenaamde bel étage leidde. Hier bevonden zich meerdere feestzalen plus een hele reeks pronkkamers. Meestal waren er twee zijvleugels met gastenverblijven, de corps-de-logis. Beneden, onder of achter het trappenhuis bevond zich de tuinzaal op hetzelfde niveau als de tuin.

Brühl en Bruchsal
grondplan van Slot Augustusburg Brühl (links) en Slot Bruchsal (rechts) In het middendeel bevindt zich de pronktrap die naar de feestzalen leidt. Daarnaast bevinden zich de pronkkamers (bel etage). De gastenkamers zijn in de zijvleugels (corps-de-logis).

Dit schema vinden we bij de residenties in Brühl, Bruchsal en Würzburg terug. Hooggeplaatste gasten werden als het ware ook uitgenodigd om te vergelijken en te oordelen over de smaak en rijkdom van hun gastheer.

Bruchsal
Slot Bruchsal tuinzijde

Nu zijn bovengenoemde residenties alle drie bisschoppelijke residenties. De vorst-bisschop van Keulen (Brühl), Speyer (Bruchsal) en Würzburg spiegelden zich aan de wereldlijke heersers. Op de plafondfresco’s van hun balzalen fladderen dezelfde cherubijntjes en antieke goden rond als in profane paleizen. Hier en daar is de ruimte opgesmukt met allegorieën van christelijke deugden of is een vroom verhaal geïllustreerd. Maar qua geest onderscheidt de bisschoppelijke residentie zich niet van andere pronkpaleizen uit de achttiende eeuw.

Brühl
Slot Augustusburg Brühl
de pronktrap (1741-1744) van Balthasar Neumann van onderaf gezien

Wanneer je er lang genoeg om je heen kijkt, ga je vanzelf begrijpen waarom de Verlichting en de Franse Revolutie tenslotte een einde zouden maken aan het gepronk van het ancien régime. Maar gelukkig is er veel bewaard gebleven of gerestaureerd. De residenties in Brühl en Würzburg zijn beide UNESCO werelderfgoed terwijl Slot Bruchsal een van de indrukwekkendste restauratieprojecten van na de Tweede Wereldoorlog is. Wij zagen er in juli de permanente tentoonstelling Gebaut, zerstört, wiedererstanden. We kregen een erg goed beeld van het indrukwekkende restauratieproject en inzicht in verschillende technieken, zoals fresco, verguld- en stucwerk.

Gebaut, zerstört, wiedererstanden
Der 1. März 1945 war ein Schicksalstag für Schloss Bruchsal – der Tag der Zerstörung. Wie sah die Schlossruine aus – und wie ging es danach mit ihr weiter? Darüber informiert die Dokumentation „Schloss Bruchsal – gebaut, zerstört, wiedererstanden“ im Erdgeschoss. Trümmerfunde erinnern an die zerstörte Innenausstattung. Außerdem sind hier künstlerische Handwerkstechniken des 18. Jahrhunderts anschaulich dokumentiert.
Bron: schloss-bruchsal.de

Schloss Augustusburg Brühl [ schlossbruehl.de ] | Schloss Bruchsal [ schloss-bruchsal.de]

Visé, augustus 1914

de verwoesting van Visé op 16 augustus 1914

In augustus 1982 liftte ik met een vriend naar de Belgische Ardennen Onze godsdienstleraar had ons warm gemaakt voor een oecumenische plek: het klooster van Chevetogne. Met een van de priestermonniken maakten we een wandeling in de tuin en spraken daarbij over het geloof. Het was voor het eerst dat ik hoorde over het westers schisma van 1054. In dat jaar scheidden zich de wegen van de Rooms-katholieke en Orthodoxe Kerk. De priestermonnik bestempelde onze vriendschap als “oecumenisch” (mijn metgezel was Rooms-katholiek en ik was Nederlands Hervormd). Ik kon op dat moment nog niet vermoeden dat ik elf jaar later, na geestelijke omzwervingen door het Oosten, voor de Orthodoxe Kerk zou kiezen. Al maakte de Byzantijnse ritus met de zang en de iconen toen al veel indruk.

De reis naar Chevetogne herinner ik mij nog vrij goed. We maakten ‘s morgens een vliegende start naar Maastricht. Daar bleven we steken. Weinig automobilisten hadden blijkbaar zin om twee middelbare scholieren de grens over te nemen. We besloten langs de snelweg naar de grensovergang te lopen en daar maar weer de duim uit te steken. Het was een lange wandeling over het asfalt. In 1982 waren de grenzen nog niet opengegooid, maar de grensovergang ter hoogte van Eijsden was toen al buiten gebruik. Uiteindelijk kwamen we aan in Visé, een plaatsje waar ik nog nooit van gehoord had.

Dat het grensstadje aan het begin van de Eerste Wereldoorlog door de Duitsers helemaal is platgebrand, las ik pas deze week op de website geschiedenis24.nl waar de oorlogsverslaggever Lambertus Mokveld in augustus 1914 schrijft over de eerste dagen van het oorlogstoneel in België. Dit verslag is ook te lezen op wereldoorlog1418.nl, de meest omvangrijke Nederlandstalige website over de Eerste Wereldoorlog.

Visé
Duitse soldaten tussen de ruïnes van het Belgische grensstadje Visé, vlak onder Maastricht
Ze vertellen me nog, hoe ze juist een oude vrouw uit hare woning hebben moeten sleepen omdat ze niet wilde meegaan en in haar wanhoop slechts uitriep: ‘Me laisser mourir, Me laisser mourir.’

uit het verslag van Mokveld

“Toen ik vanmorgen uit Luik terugkeerde, stond geheel Visé in vlammen. Geen huis is gespaard. Van morgen om 6 uur deden de Duitschers het stadje op verschillende plaatsen ontbranden op de beschuldiging, dat de inwoners gisterenavond weer op de Duitsche troepen geschoten zouden hebben. De mannen werden weggeleid om gefusilleerd te worden en slechts weinige konden vluchten. Vrouwen en kinderen werden weggedreven. Andere werden in de woningen vastgebonden en kwamen zoo in de vlammen om. Oude menschen konden ze veelal niet meer verlaten en lagen jammerlijk ten gronde in de straten, die aan weerszijden van een vuurzee omgeven waren. Kinderen negeerden de vlammen en liepen den dood te gemoet, luid gillende om hun ouders. Duitsche soldaten maakten zich aan afschuwelijke plunderingen schuldig. Alles, wat het vuur straks toch vernielen zou, wierpen zij stuk in alle richtingen en haalden weg uit de winkels, wat ze gebruiken konden. Hieronder behoorden vooral flesschen wijn, jenever enz. Velen hunner zwierven met geladen geweer half dronken rond. ‘t Was een beestachtig gezicht.
 
Bijna twee uur lang heb ik die ontzaglijke vernieling aangezien, doch ten slotte werd ik verdreven door de ondragelijke hitte en den verstikkenden rook. Alle vrouwen en kinderen vluchtten half krankzinnig en meer dood dan levend in de richting van Maastricht.
 
Bron: geschiedenis24.nl

Ook Theo Moussault, verslaggever voor Panorama, gaf verslag over de eerste oorlogsdagen in België.