Categorie archief: Frankrijk

Erinnerungslandschaft [ 3 ]

vandaag is het precies 150 jaar geleden
dat in de spiegelzaal van Versailles het Duitse Keizerrijk werd uitgeroepen

In het Duitse Keizerrijk (18 januari 1871 – 9 november 1918) werd de overwinning op Frankrijk in de oorlog van 1870-1871 uitbundig gevierd. Tussen 1871 en 1898 verschenen er in Duitsland alleen al 7000 historische werken over de Frans-Duitse oorlog en ontwikkelde zich een heus “Erinnerungslandschaft” van nationale monumenten. Maar na 1945 wordt er nauwelijks nog teruggekeken op de Frans-Duitse Oorlog en geldt deze oorlog als een “vergeten conflict’. Hoe komt dat? En wat is er nog over van dat Erinnerungslandschaft bij onze oosterburen? Een drieluik over de Frans-Duitse Oorlog.

Met de proclamatie van het Duitse Keizerrijk op 18 januari 1871 was ook het proces van Duitse eenwording voltooid. Dat begon al in 1815 nadat Napoleon definitief verslagen werd en de Duitse Bond werd opgericht. Maar door de vijf grote mogendheden Engeland, Rusland, Oostenrijk, Pruisen en Frankrijk die na 1815 samen het Concert van Europa vormden, werden liberale bewegingen onderdrukt. Het is tegenwoordig nauwelijks voor te stellen, maar liberalisme stond tijdens de Restauratie (1815-1848) gelijk aan nationalisme. Het nationalisme leefde vooral in Duitsland en Italië waar ondanks de culturele en taalkundige eenheid een enorme versnippering bestond van koninkrijken, hertogdommen en kleine staten. Pas in 1848 zou het nationalisme de wind in de rug krijgen. Italië werd voorlopig verenigd in 1861 en het proces van Duitse eenwording begon pas goed in 1862 nadat Bismarck de eerste minister van Pruisen was geworden.

Eenwording heeft in eerste instantie een positieve betekenis, omdat het synoniem lijkt met verbroedering. De Ode an die Freude van Beethoven met de zin Alle Menschen werden Brüder werd niet voor niets verheven tot de Europese hymne. Toch heeft eenwording ook zijn schaduwkanten, in het bijzonder voor degenen die hun zelfstandigheid niet willen verliezen en zich verzetten tegen centralisatie. Zoals er nu verzet is tegen “meer Europa”, was er in de jaren zestig van de negentiende eeuw toen het proces van Duitse eenwording eenmaal op gang gekomen was, verzet tegen “meer Pruisen”.

Zoals er nu verzet is tegen “meer Europa”, was er in de jaren zestig van de negentiende eeuw toen het proces van Duitse eenwording eenmaal op gang gekomen was, verzet tegen “meer Pruisen”.

Vooral in het Koninkrijk Beieren voelde men in de jaren vóór de proclamatie van het Duitse Keizerrijk de bui al hangen. Koning Ludwig II zocht zelfs toenadering tot Napoleon III. Hij was niet vergeten dat de oom van de Franse Keizer, Napoleon in 1806 Beieren tot een koninkrijk had gemaakt. Maar Pruisen bleek te sterk. Dat bleek in 1866 toen in de Slag bij Königgrätz de Oostenrijkers door de Pruisen verslagen werden. Er kwam een einde aan de Duitse Bond die op het Congres van Wenen was opgericht en aan het dualisme tussen Berlijn en Wenen. Een jaar later werd de Noord-Duitse bond opgericht, de opmaat naar het Keizerrijk. Zes staten in het Zuiden van Duitsland, waaronder Beieren, Baden en Württemberg bleven uitdrukkelijk buiten de Noord-Duitse bond. Maar hun onafhankelijkheid was nu nog een kwestie van tijd. Vier jaar om precies te zijn.

Porta Westfalica
bombastisch nationalisme: het monument van keizer Wilhelm I bij Porta Westfalica (1892-1896)

In augustus 1870 lukte het Bismarck om een oorlog uit te lokken met Frankrijk. De Fransen verklaarden Pruisen de oorlog en de legers van Koning Wilhelm I trokken op naar Parijs. Op 1 en 2 september 1870 werd het Franse leger bij Sedan vernietigend verslagen. Keizer Napoleon III werd zelfs gevangen genomen. De Pruisen trokken onder het opperbevel van koning Wilhelm I, zijn zoon Friedrich Wilhelm en maarschalk Von Moltke op naar Parijs. Op 15 september begon de omsingeling van de Franse hoofdstad en vanaf 19 september was er sprake van een beleg.

Bismarck was een kille pragmaticus die niet niet alleen met bloed en ijzer de Duitse eenwording wilde smeden maar ook met ijzer en bloed de Fransen op hun knieën wilde krijgen. Hij wilde de Parijzenaars vermurwen met een langdurige artillerievuur maar veldmaarschalk Von Blumenthal die het bevel voerde over het beleg van Parijs, was daar op tegen. Een bombardement van de stad ging tegen het oorlogsrecht in. Bovendien en zou Bismarck daarmee de andere Europese mogendheden tegen Pruisen in het harnas jagen.

Omdat Pruisen niet de agressor was geweest van de Frans-Duitse Oorlog (maar deze wel opzettelijk had uitgelokt!) kon het met een conventioneel beleg van Parijs de Tweede Franse Republiek de vrede afdwingen. In de praktijk betekende dit een uithongering van de Parijse bevolking. Van 19 september 1870 tot 28 januari 1871 zouden er 47.000 Parijzenaars onder het beleg bezwijken. 24.000 duizend Franse soldaten werden gedood of verwond en 146.000 werden er krijgsgevangen genomen. Aan Pruisische zijde vielen slechts tweeduizend slachtoffers.

Tijdens het beleg waren er verschillende uitbraakpogingen maar niet één daarvan was succesvol. De laatste uitbraak was een dag na de proclamatie van het Duitse Keizerrijk in Versailles, op 19 januari 1871 bij Buzenval ten Westen van Parijs. De Pruisische kroonprins Friedrich Wilhelm wist de aanval met gemak af te slaan. Het was het begin van het einde. De Gouverneur van Parijs Louis Jules Trochu trad af en op 25 januari 1871 wilde Bismarck de stad alsnog laten bombarderen met zwaar geschut van Krupp . Drie dagen later gaf Parijs zich eindelijk over.

De vernedering van Frankrijk door Pruisen zou de verstandhouding tussen Frankrijk en Duitsland de komende 70 jaar gaan bepalen. In het laatste kwart van de negentiende eeuw verrezen overal in het Duitse Keizerrijk monumenten die de nationale trots van het Duitse volk moesten versterken én de Fransen moesten inpeperen dat zij nu degenen waren die onderop lagen. Het Duitse Keizerrijk eiste de hegemonie op, want de machtsverhoudingen op het Europese vasteland hadden zich nu omgekeerd.

We moeten niet vergeten dat Frankrijk tot de vernedering bij Sedan twee eeuwen het machtigste land op het continent was geweest en dat het vele oorlogen had uitgevochten op Duits grondgebied, niet alleen onder Napoleon, maar ook al tijdens de Dertigjarige Oorlog en de Negenjarige Oorlog. De Duitsers hadden toen zwaar onder de Franse militaire expedities geleden. En nu was dat eens zo machtige Frankrijk eens goed op zijn plaats gezet, nota bene in Versailles

De diplomatieke verhoudingen tussen Frankrijk en het Duitse Keizerrijk bevroren aanvankelijk. Het Franse ressentiment zat diep, maar Frankrijk kon niets doen. Pas in 1919 was er gelegenheid om revanche te nemen. Frankrijk liet de onderhandelingen op 18 januari 1919 beginnen en vernederde op hun beurt weer de Duitsers. Met de rampzalige gevolgen van deze vernedering zijn we bekend.

Na 1945 moesten Frankrijk en Duitsland, ook onder internationale druk, de noodzaak inzien van duurzame vrede door te streven naar economische samenwerking tussen Frankrijk en Duitsland. In 1951 werd de EGKS opgericht, de voorloper van de Europese Unie. Nationalisme werd vervangen door internationale samenwerking. De bombastische monumenten van nationale trots die tijdens het Duitse Keizerrijk waren opgericht, zouden na 1945 een belachelijke indruk maken. Spierballen-nationalisme dat per definitie provocerend was en ondermijnend voor de Frans-Duitse betrekkingen.

Het verenigde Europa kan het nationalisme missen als kiespijn. Toch heeft ook het verenigde Europa een eigen herdenkingscultuur gekregen, waarbij de nadruk steeds valt op “wat ons bindt en niet wat ons scheidt.” Bij Berus in het Saarland, werd in 1970 het Europäer Monument ingewijd.

Europäer Monument
Het Europäer Monument in het Saarland. Waar ooit de nationalistische monumenten van het Duitse keizerrijk verdeeldheid zaaiden, is er nu het bewustzijn gegroeid dat Duitsers en Fransen het samen zullen moeten doen.

Het verschil tussen dit monument en de monumenten van het Duitse Keizerrijk kan moeilijk groter zijn. In plaats van persoonsverheerlijking is er abstractie. In plaats van nationale trots internationale samenwerking. Of het een mooi monument is, is minder belangrijk als de oprechte intentie: dit monument wil de verbondenheid tussen Duitsland en Frankrijk tonen, zonder de oude wonden te verbergen. De twee landen worden zowel samen doorboord door dit leed als er samen door verbonden.

Erinnerungslandschaft [ 2 ]

morgen is het precies 150 jaar geleden
dat in de spiegelzaal van Versailles het Duitse Keizerrijk werd uitgeroepen

In het Duitse Keizerrijk (18 januari 1871 – 9 november 1918) werd de overwinning op Frankrijk in de oorlog van 1870-1871 uitbundig gevierd. Tussen 1871 en 1898 verschenen er in Duitsland alleen al 7000 historische werken over de Frans-Duitse oorlog en ontwikkelde zich een heus “Erinnerungslandschaft” van nationale monumenten. Maar na 1945 wordt er nauwelijks nog teruggekeken op de Frans-Duitse Oorlog en geldt deze oorlog als een “vergeten conflict’. Hoe komt dat? En wat is er nog over van dat Erinnerungslandschaft bij onze oosterburen? Een drieluik over de Frans-Duitse Oorlog.

Herdenken is een fenomeen dat bij uitstek tot het menselijke domein behoort. Bij onze menselijke conditie hoort de behoefte om te willen herinneren. Of om te willen vergeten. De herinnering wordt geritualiseerd in een collectieve, vaak nationale herdenking. Dat gebeurt in een jaar of op een dag wanneer de tijd “rond” is en we met elkaar kunnen zeggen: “vandaag is het precies zoveel jaar geleden dat…”

Herdenken kunnen we zelfs ook opvatten als een humanitaire plicht, zeker bij gebeurtenissen die zo ingrijpend waren voor de mensheid als geheel, dat we onszelf verplicht hebben deze nooit meer te vergeten. Zo wordt er in de Nationale Holocaust Herdenking jaarlijks in januari stilgestaan bij de holocaust. En op op 27 januari in het bijzonder, de dag dat in 1945 het concentratiekamp Auschwitz bevrijd werd. Herdenken geldt hier als imperatief. “Opdat we nooit mogen vergeten.”

Bij het fenomeen van het herdenken is het een interessante vraag waarom we de ene ingrijpende gebeurtenis wel herdenken en de andere juist niet. Deze vraag wierp zich bij mij op in de aanloop naar de 150e verjaring van de proklamatie van het Duitse Keizerrijk op 18 januari 1871 in het paleis van Versailles. Zeker geen onbelangrijke gebeurtenis en als je naar de gevolgen kijkt dan lag in dit momentum de kiem van twee wereldoorlogen die de twintigste eeuw tot de meest verschrikkelijke eeuw uit de wereldgeschiedenis hebben gemaakt.

SiegessauleToch lijkt het erop dat Duitsland en Frankrijk, nu gebroederlijk naast elkaar in de EU, samen de ferme wil hebben om deze historische gebeurtenis van formaat te willen vergeten. Nu het verenigde Europa de angel uit de vroegere vijandschap tussen Frankrijk en Duitsland heeft getrokken, lijkt er in de huidige politieke verhoudingen tussen Frankrijk en Duitsland geen enkele behoefte te zijn om 18 januari 1871 te herdenken.

Dit staat in schril contrast met de nationalistische herdenkingscultuur in het Duitse Keizerrijk, toen 2 september de nationale feestdag was, zoals 3 oktober dat sinds 1990 voor het huidige Duitsland is. Sedantag werd niet alleen gevierd als overwinning op de Franse erfvijand, maar vooral ook als Tag der Deutschen Einheit. In de herdenkingscultuur van het jonge Duitse Keizerrijk vormde zich een Erinnerungslandschaft van nationale monumenten. Deze waren vaak triomfantelijk, zoals de Siegessäule (1873) in Berlijn, maar waren soms ook opgericht als een waarschuwing naar Frankrijk. Zo was het Niederwalddenkmal (1883) bij Rüdesheim aan de Rijn vooral bedoeld als een Wacht am Rhein.

Het Niederwalddenkmal (1883) aan de Rijn.

De vernedering van Frankrijk door de Pruisen werd in de jaren na 1871 een nationaal trauma voor de Fransen. Het was uiterst pijnlijk dat ze het verlies van Elzas-Lotharingen moesten te accepteren, hoewel het in feite om een herovering ging, want in de Negenjarige Oorlog had Lodewijk XIV dit Duitse cultuurgebied aan Frankrijk toegevoegd. De Franse politicus Leon Gambetta zei in een toespraak in Saint-Quentin op 16 november 1871: “Pensons-y toujours, n’en parlons jamais.” (Denk er altijd aan, maar praat er nooit over.) De Fransman was zo in zijn trots zo gekrenkt, dat hij het eigenlijk niet wilde laten merken.

Versailles 1871 was een keerpunt in de Europese geschiedenis. Dieper had Bismarck de Fransen niet kunnen vernederen. Het zou de angel worden van de Frans-Duitse vijandschap, waar pas een einde aan zou komen met de Europese eenwording na de Tweede Wereldoorlog. Met de echo van Versailles zou Frankrijk op haar beurt in 1919 Duitsland vernederen. Want de verdragen die hier in 1919 en 1920 getekend werden, zouden de kiem leggen voor de Tweede Wereldoorlog.

Versailles 1871 zou de angel worden van de Frans-Duitse vijandschap, waar pas een einde aan zou komen met de Europese eenwording na de Tweede Wereldoorlog.

De historicus Albert Pignaud schreef in 1919 in La revue des deux mondes:“Les jours triomphants à Versailles cet été peuvent être considérés non seulement comme une rançon, mais aussi comme une conséquence lointaine des événements qui s’y sont déroulés en 1870, pendant les tristes mois de l’occupation prussienne.” (De triomfantelijke dagen in Versailles deze zomer [1919] kunnen niet alleen als losgeld worden gezien, maar ook als een verre consequentie van de gebeurtenissen die daar plaatsvonden in 1870, tijdens de droevige maanden van de Pruisische bezetting.)

Erinnerungslandschaft [ 1 ]

overmorgen is het precies 150 jaar geleden
dat in de spiegelzaal van Versailles het Duitse Keizerrijk werd uitgeroepen

In het Duitse Keizerrijk (18 januari 1871 – 9 november 1918) werd de overwinning op Frankrijk in de oorlog van 1870-1871 uitbundig gevierd. Tussen 1871 en 1898 verschenen er in Duitsland alleen al 7000 historische werken over de Frans-Duitse oorlog en ontwikkelde zich een heus “Erinnerungslandschaft” van nationale monumenten. Maar na 1945 wordt er nauwelijks nog teruggekeken op de Frans-Duitse Oorlog en geldt deze oorlog als een “vergeten conflict’. Hoe komt dat? En wat is er nog over van dat Erinnerungslandschaft bij onze oosterburen? Een drieluik over de Frans-Duitse Oorlog.

18 januari 1871 was niet zomaar een datum. Voor de proclamatie van het Duitse Keizerrijk had Bismarck zeer bewust voor deze dag gekozen omdat hij wilde verwijzen naar 18 januari 1701. Dat was namelijk de geboortedag van het Koninkrijk Pruisen en vooral ook het moment dat Pruisen in Europa mee begon te tellen als grote mogendheid. In feite was 18 januari voor Bismarck wat 2 december was voor Napoleon III. Op 2 december 1851 had de neef van Napoleon, Karel Lodewijk Napoleon met succes een staatsgreep gepleegd. Een jaar later zou hij op die dag het Tweede Franse Keizerrijk laten uitroepen met zichzelf als keizer Napoleon III van Frankrijk, precies 48 jaar nadat zijn oom Napoleon I zichzelf tot keizer had gekroond.

Proclamatie
De Proklamatie van het Duitse Keizerrijk in Versailles in 1871
een geschenk van keizer Wilhelm I aan Bismarck voor zijn 70e geboortedag in 1885

Ook de plek die Bismarck had uitgekozen, was niet zomaar een plek. De spiegelzaal van het Paleis van Versailles was voor de Fransen een soort heilige der heiligen. Versailles was het centrum geweest van het absolutisme waar Lodewijk XIV als zonnekoning geresideerd had. Door juist op deze plaats het Duitse Keizerrijk uit te roepen, werd Frankrijk tot op het bot vernederd.

Het Tweede Franse Keizerrijk was al vier maanden eerder ter ziele gegaan. Op 2 september 1870 behaalden de Pruisen een grote overwinning in de Slag bij Sedan waarbij zelfs de Franse keizer Napoleon III door de Pruisen gevangen werd genomen. Sedan werd zo het roemloze einde van het Tweede Franse Keizerrijk. Twee dagen later riep Leon Gambetta de Derde Republiek uit. Maar de strijd ging verder.

Uit diplomatieke redenen werd de proclamatie van het Duitse Keizerrijk op 18 januari niet het jaarlijkse hoogtepunt in de nationale herdenkingscultuur, maar 2 september. Op die dag vierden de Duitsers Sedantag. In Berlijn besefte men dat 18 januari te gevoelig lag voor de overige Duitse staten die zich bij de Reichsgründing hadden moeten neerleggen. De proclamatie in Versailles op 18 januari 1871 was toch vooral een Pruisisch feestje geweest, terwijl de overwinning bij Sedan een overwinning was voor alle soldaten die tegen de Fransen hadden gevochten en dat waren niet alleen de Pruisen. Op Sedantag konden dus alle Duitsers delen in de victorie en dat was voor het draagvlak voor de Duitse Eenwording van 1871 uiteraard van het grootste belang. Zo bleef 18 januari 1871 vanaf de Reichsgründing in de schaduw staan van 2 september 1870.

De Franse “North & South”

gezien op Arte: Chouans! (1988)

chouans!Aan de vooravond van het Bicentenaire de la Révolution werd de film Chouans! uitgebracht. Eerst als bioscoopfilm (145 minuten) en daarna als miniserie op televisie (4 afleveringen van ieder 52 minuten). Arte.tv zond zondagavond de bioscoopversie uit.

De film is losjes gebaseerd op Les Chouans uit 1829 van Honoré de Balzac. Het is niet de eerste keer dat deze roman van Balzac verfilmd werd. In 1947 verscheen al een adaptie onder de titel Les Chouans. De volledige titel die Balzac in 1829 aan zijn roman gaf, was Les Chouans ou La Bretagne in 1799. Het verhaal speelt zich dus af in 1799 in Bretagne. Hier brak een opstand uit zoals zes jaar eerder in de Vendée. Victor Hugo schreef hier (pas) in 1874 een roman over. De opstanden in de Vendée en in Bretagne leidden tot een zeer bloedige burgeroorlog. Het was een boerenopstand en een contrarevolutie van royalisten ineen. De opstandelingen werden chouans genoemd.

Chouans! werd gemaakt voor het grote publiek en het romantische verhaal van twee jongemannen die op hetzelfde meisje verliefd zijn maar elkaars tegenstander worden dringt zich erg naar de voorgrond waardoor de burgeroorlog gedegradeerd wordt tot dramatisch decor. Dit kennen we natuurlijk ook van de tv-serie North and South (1985).

Hoofdrolspelers Lambert Wilson, Stéphane Freiss en Sophie Marceau zijn een Franse versie van het trio James Read, Patrick Swayze en Lesley-Anne Down uit de Amerikaanse tv-serie North and South. Maar ook Novecento (1976) komt in de herinnering op. De twee zonen van de Comte de Kerfadec (Philippe Noiret), de adellijke zoon Aurèle de Kerfadec (Lambert Wilson) en de geadopteerde Tarquin (Lambert Wilson) doen uiteraard onmiddellijk denken aan Alfredo (Robert de Niro) en Olmo (Gérard Depardieu).

De sterke romantisering is niet de enige knieval voor het grote publiek. De scenes waarin gevochten worden passen meer in een luchtige swashbuckler dan in een historische film over een van de zwartste bladzijden van de Franse Revolutie, de burgeroorlog in de Vendée en in Bretagne. Zo wordt een wrede burgeroorlog lichtvoetig in beeld gebracht en de Fransen zijn daar goed in. Al hangen de soldaten nog net niet met zwart geblakerde gezichten en gescheurde uniformen over een tak heen zoals in Fanfan la tulipe, regisseur Philippe de Broca zoekt het grensgebied van de burlesque regelmatig op.

Chouans! geeft dus een vertekend beeld van de historische werkelijkheid. Maar het doel was een romantische en onderhoudende film over de revolutie en daar is Philippe de Broca in geslaagd. De rol van Philippe Noiret, een icoon van de Franse cinema, voegt genoeg amusementswaarde toe. Hij speelt een Bretonse graaf die ervan droomt te kunnen vliegen en experimenteert niet alleen met een luchtballon maar zelfs met een vliegtuigje. De gebroeders Montgolfier en Louis Blériot verenigd in één persoon.

Chouans! [arte.tv]

Spierballen-nationalisme

op 6 juli bezochten Michaela en ik het Niederwalddenkmal

150 jaar na de Frans-Duitse Oorlog is het Niederwalddenkmal bij Rüdesheim nog altijd een plek waar je iets kan voelen van het spierballen-nationalisme uit de negentiende eeuw. Dit opgeblazen nationalisme kwam rond 1900 op haar hoogtepunt en ging gelijk op met Europese imperialisme. Deze trotse bombast moest onvermijdelijk een keer tot uitbarsting komen, al duurde het na 1900 toch nog 14 jaar voordat het werkelijk zover was.

Niederwald Denkmal
Michaela bij het Niederwalddenkmal

Het reusachtige monument staat op een heuvel, vlak bij een scherpe bocht die de Rijn bij Bingen maakt en kijkt uit naar het Zuid-Westen. Het wordt bekroond door een 12,5 meter hoog beeld van Germania, een personificatie van het Duitse volk, die in haar rechterhand de keizerskroon in de hoogte steekt en met haar linkerhand dreigend een zwaard vasthoudt. Het is een duidelijk signaal naar de Erbfeind Frankrijk.

Niederwald Denkmal
uitzicht vanaf het Niederwalddenkmal Linksonder Rüdesheim en daarachter de linker Rijnoever.

Het monument werd tussen 1871 en 1883 opgericht, in de euforie na de victorie op het Franse Keizerrijk. Dat was nu gedegradeerd tot Republiek terwijl Pruisen zich met de andere staten uit de Noord-Duitse Bond verenigd had tot het Duitse Keizerrijk. Dit was niet alleen symbolisch, het was vooral de uitkomst van de Pruisische Realpolitik onder leiding van Otto von Bismarck (1815-1898).

Niederwald Denkmal
Germania met een personificatie van “vadertje Rijn” op de sokkel van het Niederwalddenkmal

De Rijn had voor Frankrijk en Duitsland niet alleen een economische betekenis, maar speelde vooral in de geopolitiek een grote rol. Frankrijk had er nooit een geheim van gemaakt dat het de Rijn beschouwde als haar natuurlijke grens. De Fransen meenden dus dat ze recht hadden op de linker (westelijke) Rijnoever. Lodewijk XIV had de Elzas veroverd en tussen 1794 en 1814 hoorde de linker Rijnoever (en de stad Koblenz) bij Frankrijk.

Op de sokkel van de Germania vinden we een groot bas-reliëf met in het midden de Pruisische koning Wilhelm I die als keizer Wilhelm I van Duitsland Parijs binnentrekt. Rechts van hem staat Bismarck. Dit is vooral bedoeld om de Fransen in te peperen dat nu hun oosterburen superieur zijn.

Niederwald Denkmal
Een demonstratie van keizerlijke macht op de sokkel van het Niederwalddenkmal

Onder dit machtsvertoon staan de coupletten van het nationalistische gedicht Die Wacht am Rhein uit 1840. In het eerste couplet wordt de vraag gesteld “zum Rhein, zum Rhein zum deutschen Rhein – Wer will des Stromes Hüter sein?” Het laatste couplet besluit met “am Rhein, am Rhein, am deutschen Rhein, wir alle wollen Hüter sein.” Zo wordt het Duitse volk opgeroepen om samen met Germania de Rijn te beschermen tegen Franse agressie. Duitsland bestond tot 1871 nog niet als grootmacht en de Duitse staatjes, met name in de Pfalz, hadden altijd invallen van Frankrijk moeten verduren.

Niederwald Denkmal
De sokkel van het Niederwalddenkmal

Het Niederwalddenkmal is een prima illustratie van het spierballen-nationalisme uit de negentiende eeuw. In de jaren twintig wilden separatisten het monument opblazen, maar gelukkig heeft men dat weten te voorkomen. Zo kunnen we nog altijd zien hoe in de tijd van het nationalisme de onderbuik van het Duitse volk door de politieke elite uit Berlijn bespeeld werd. In de eenentwintigste eeuw zien we (Duits) nationalisme als de voornaamste aanstichter van twee wereldoorlogen en zien we een verenigd Europa als een medicijn tegen oorlog. Zolang we blijven zien dat het Verenigde Europa evengoed een constructie is als het Verenigde Duitsland van Bismarck, kunnen we wakker blijven. Aan de Rijn bijvoorbeeld.

Niederwald Denkmal
De Grundstein van het Niederwalddenkmal werd “gelegd” door keizer Wilhelm I op 16 september 1877

niederwalddenkmal.de

vlek op vlek

150 jaar Frans-Duitse Oorlog (1870-1871)

Alle oorlogen in West-Europa liggen nu al 75 jaar in de schaduw van de Tweede Wereldoorlog. Ze komen daar ook moeilijk uit. Zeker in Nederland. Vóór de Tweede Wereldoorlog kende ons land 127 jaar lang geen bezetting of oorlog. Vanuit Europees perspectief is dat anders. Omdat we steeds meer vanuit dit perspectief naar de geschiedenis kijken, is er gelukkig ook in Nederland tussen 2014 en 2018 de nodige aandacht besteed aan de Eerste Wereldoorlog. In Frankrijk en België waren er grote herdenkingen en het bewustzijn dat de Eerste en Tweede Wereldoorlog onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn, is groter dan ooit. Iedereen weet nu dat met de vernedering van Duitsland in 1919 door het Verdrag van Versailles 21 jaar later een revanche is uitgelokt.

Dat het vernederende Verdrag van Versailles in 1919 ook een revanche was, is minder bekend. Want 48 jaar eerder was Frankrijk in Versailles op de knieën gegaan voor Duitsland. En zo kun je vanuit de Tweede Wereldoorlog een lijn trekken via de Eerste Wereldoorlog naar de Frans-Duitse Oorlog. Op 19 juli 2020 was het precies 150 jaar geleden dat het Tweede Franse Keizerrijk de oorlog verklaarde aan Pruisen. Deze oorlog was in de eerste plaats een gewapend conflict tussen Frankrijk en het nieuwe Duitsland (het Duitse Keizerrijk zou in Versailles worden uitgeroepen). Toch heeft deze oorlog voor de geschiedenis van Europa rampzalige gevolgen gehad omdat de Eerste en Tweede Wereldoorlog hieruit voort kwamen.

Fransch-Duitsche Oorlog
In het Beknopt Leerboek der Algemeene Geschiedenis van Jos Kleijntjes (Malmberg, Nijmegen) uit ca. 1910 wordt de Fransch-Duitsche Oorlog nog uitvoerig behandeld. Het lag nog ‘maar’ 40 jaar in het verleden en de wereld had nog geen twee wereldoorlogen gezien.

Om de Frans-Duitse Oorlog te kunnen begrijpen, moet je nog eens 56 jaar dieper het verleden induiken. Na het Congres van Wenen (1814-1815) was er in Europa een nieuwe orde ontstaan. Frankrijk was door de geallieerde mogendheden Engeland, Rusland, Oostenrijk en Pruisen teruggedreven achter zijn grenzen van 1789. Engeland wilde uiteindelijk geen vernedering van Frankrijk omdat het gebaat was bij een machtsevenwicht tussen de continentale mogendheden. En daarom was Frankrijk als agressor gewoon aanwezig tijdens de onderhandelingen in Wenen. De nieuwe politieke orde die ontstond, nadat Napoleon bij Waterloo definitief verslagen was, staat bekend als het Concert van Europa en de Oostenrijkse staatsman Metternich gold daarbij als de dirigent. De vrede in Europa werd gewaarborgd door een machtsevenwicht tussen de vijf grootmachten.

Het Concert van Europa zou standhouden tot 1854. In de Krimoorlog zouden Engeland en Frankrijk de oorlog verklaren aan Rusland, terwijl Oostenrijk en Pruisen het lieten gebeuren. Maar tussen de vier andere grootmachten zouden er ook spanningen groeien, met name tussen Oostenrijk en Pruisen. Beiden zaten in de Duitse Bond (1815-1866) en Oostenrijk had hier de eerste plaats. Maar na 1850 kwam er steeds meer rivaliteit al bleef Oostenrijk dominant. Maar door het diplomatieke talent van Bismarck, de architect van het Duitse Keizerrijk (1871-1918), zou Oostenrijk tenslotte onderop komen te liggen. Dat gebeurde in de korte Oostenrijks-Pruisische Oorlog (1866). Pruisen had Oostenrijk verslagen en richtte nu de Noord-Duitse Bond (1867-1870) op, de opmaat naar het Duitse Keizerrijk.

Voor Frankrijk was de Pruisische dominantie in het Oosten erg bedreigend. Frankrijk was op 2 december 1852 voor de tweede maal een Keizerrijk geworden en Napoleon III had zich laten kronen als de opvolger van Napoleon I. De Fransen kregen daarmee weer hun oude zelfvertrouwen terug. In de achttiende eeuw waren ze cultureel superieur in Europa en tijdens het Eerste Keizerrijk (1804-1814) waren ze ook militair superieur geworden. Charles-Louis-Napoléon (1808-1873), de neef van Napoleon Bonaparte maakte van Frankrijk weer het machtigste land op het Europese continent. Rond 1860 was Frankrijk weer bijna net zo machtig als een halve eeuw daarvoor.

Maar in de jaren na 1866, toen Pruisen Oostenrijk verslagen had, werd de dreiging voor Frankrijk zo groot dat Napoleon III zich door Bismarck liet uitlokken tot een preventieve oorlog. Op 19 juli verklaarde Frankrijk Pruisen de oorlog. Dit zou het einde betekenen van het Tweede Franse Keizerrijk (1852-1870) en het begin van het Duitse Keizerrijk (1871-1918).

Bismarck_NapoleonIII
Op 2 september 1870 werd Frankrijk bij Sedan verpletterend verslagen door Pruisen. Keizer Napoleon III werd zelfs de gevangene van Bismarck.

Vandaag precies 150 jaar geleden, op 4 augustus 1870, vond bij Wissembourg de Slag bij Weißenburg plaats. Dit stadje was de poort naar de Elzas. De Elzas hoorde oorspronkelijk bij het Duitse taal- en cultuurgebied. Lodewijk XIV veroverde het tijdens de Negenjarige Oorlog en in 1697 verwierf Frankrijk tijdens de Vrede van Rijswijk de Elzas definitief. Toen de Pruisen in 1870 de Elzas binnenvielen, werd er nog altijd Duits gesproken. Voor Pruisen was de verovering van de Elzas een herovering. Tussen 1871 en 1918 zou de Elzas bij het Duitse Keizerrijk horen.

Anton von Werner
Kroonprins Friedrich bij het lijk van de Franse generaal Abel Douay die tijdens de Slag bij Weißenburg gesneuveld was.(geschilderd door Anton von Werner)

Frans-Duitse_Oorlog [ nl.wikipedia.org ]

pronkschilder [ 2 ]

Franz Xaver Winterhalter (1805-1873)

Franz Xaver Winterhalter, een boerenzoon uit het Zwarte Woud, werd in de jaren veertig van de negentiende eeuw een van de meeste gevraagde portretschilders van Europa en rekende naast koningin Victoria van Engeland en keizerin Eugènie van Frankrijk talrijke vorsten en adellijke personen onder zijn klanten. Als schilder die uitsluitend werkte in opdracht bereikte hij ongeveer het hoogst haalbare.

Zijn leven leest als een succesverhaal. Nadat zijn vader hem eerst naar Freiburg had gestuurd waar hij als lithograaf bij een uitgever werkte, mocht hij in München aan de kunstacademie studeren. Hij kreeg daar o.a. les van hofschilder Joseph Karl Stieler. Deze was op zijn beurt een leerling van Gérard. Deze laatste had hem in Parijs geschoold in de gepolijste stijl van het classicisme, de heersende stijl onder Napoleon. Zo leerde Winterhalter van Stieler zijn portretten uiterst nauwkeurig en glad uit te werken. Dit was de eerste stap naar de roem, want bij de vorstenhoven in Europa kwam je omstreeks 1830 alleen in beeld als je de fotografisch precieze benadering van je onderwerp beheerste.

Sophie van BadenToen Winterhalter zijn studie in München had afgerond, vertrok hij eind jaren twintig naar Karlsruhe waar het hof van groothertog Leopold van Baden gevestigd was. Daar werd hij tekenleraar van groothertogin Sophie én hofschilder. In 1833 ontving hij van de groothertog een stipendium voor een studiereis naar Italië. Deze reis zou van groot belang zijn voor zijn verdere ontwikkeling. In de jaren dertig waren er zoveel schilders uit Noord-Europa in Italië dat zich in Rome hele gemeenschappen hadden gevormd. Winterhalter sloot zich aan bij een Duitse groep schilders. Net als zijn vakgenoten vond hij zijn modellen meestal op straat: vaak Italiaanse kinderen of mooie meisjes die voor bijna niets tot de beschikking van de kunstenaar stonden. Van Winterhalter zijn schetsboeken en olieverfstudies uit zijn tijd in Italië bewaard gebleven en een deel wordt geëxposeerd in Le Petit Salon, het Winterhalter Museum in Menzenschwand.

In Italië maakte Winterhalter genreschilderijen die een grote rol zouden spelen in zijn loopbaan als portretschilder. In december 1834 waagde hij de sprong naar Parijs, destijds het artistieke centrum van Europa. Om daar als schilder carrière te kunnen maken, was deelname aan de Parijse salon een verplicht nummer. Deze kunsttentoonstelling was het jaarlijkse hoogtepunt voor de schilderkunst waarbij de koning hoogstpersoonlijk de onderscheidingen kwam uitdelen. Wanneer je op de salon indruk wilde maken, moest je echt uitpakken. Het historiestuk was een vereiste geworden om mee te dingen daar de koninklijke medaille. dit type schilderij vertelde een verhaal en bundelde alle genres inéén: portret, naakt, stilleven en landschap. Met een historiestuk kon de schilder laten zien hoe goed hij alle genres beheerste en hoe overtuigend hij een verhaal kon vertellen.

Römische genrescene
Römische genrescene 1833
De Italiaanse periode (1833-34) bleek voor Winterhalter een belangrijke stap op weg naar zijn succes in Parijs

De genreschilderijen die Winterhalter tijdens zijn verblijf in Italië (1833-1834) had gemaakt, kwamen voor zijn inzendingen voor de Parijse salon goed van pas, want zo had hij geleerd om groepsportretten te componeren. Bovendien had de kleurigheid van de Italiaanse schilderkunst hem sterk beïnvloed. Voor de salon van 1836 schilderde Winterhalter een historiestuk dat helemaal met Italië verbonden is en wat ook een Italiaanse titel draagt Il dolce far niente. Het was een voor Biedermeierbegrippen groot schilderij met acht volwassen personen en drie kinderen, geplaatst in een zinderend Italiaans landschap.

Il dolce far niente
Il dolce far niente 1836

Winterhalter greep terug naar pastorale scenes van Titiaan. Drie eeuwen eerder schilderde deze Venetiaanse meester al kleurige bacchanalen. Het Italiaanse genrestuk was in de salons altijd het terrein geweest van Louis Léopold Robert. Maar door de zelfmoord van deze schilder in 1835 was deze plaats vacant gekomen. Met zijn dolce far niente solliciteerde Winterhalter als de opvolger van Robert. Hij plaatste zijn werk strategisch in de markt, een kwaliteit die onmisbaar is voor ambitieuze schilders die carrière wilde maken. Op de salon van 1836 maakte zijn schilderij furore maar de echte doorbraak kwam een jaar later.

Decamerone
Decamerone 1837

Op de salon van 1837 maakte Winterhalter grote indruk met opnieuw een Italiaanse genrestuk. Het thema van Decamerone lijkt op dat van Il dolce far niente. Eigenlijk deed hij zijn kunstje nog eens over. Maar nu met een overtuigender compositie en met nog stralender kleuren. Een groep van drie mannen en zeven vrouwen hebben zich in de tuin van een Italiaanse villa neer gevleid en luisteren naar een verhaal dat Boccaccio in zijn Decamerone heeft opgetekend. De lof van de critici was vrijwel unaniem en koning Louis Philippe beloonde het werk met een gouden medaille. Daarmee had Winterhalter zijn naam in Frankrijk gevestigd. Decamerone was zijn eerste grote succes en vanaf dat moment begon zijn ster te stijgen.

franzxaverwinterhalter.wordpress.com