Categorie archief: Duitsland

Wiesn Tatort

gisteren gezien op ARD: Oktoberfest 1900

In de 210 jaar dat het Oktoberfest bestaat (zie onder) werd het alleen aan de kant gezet door twee wereldoorlogen, de hyperinflatie van 1923-1924 en de cholera epidemieën van 1854 en 1873. Dit jaar is er vanwege de corona pandemie voor het eerst sinds 75 jaar geen Oktoberfest in München. Maar er is een alternatief. Bij de ARD kunnen we toch de sfeer proeven van het grootste volksfeest ter wereld. We gaan dan wel 120 jaar terug in de tijd, naar het München van 1900. Oktoberfest 1900 heet de ambitieuze zesdelige Duitse serie waarvan gisterenavond de eerste twee delen werden uitgezonden.

oktoberfest 1900
Oktoberfest 1900 wordt net als Babylon Berlin ondersteund door een zeer fraaie website met heel veel aandacht voor de historische achtergrond.

Of Oktoberfest 1900 representatief is voor de jaarlijkse sfeer op de Oide Wiesn is zeer de vraag. Om het brede Duitse publiek te bereiken heeft de ARD van dit historische drama een soort Wiesn Tatort gemaakt. Deze peperdure productie is inmiddels al in het buitenland verkocht onder de veelzeggende naam Oktoberfest – Beer & Blood. De donkere invloed van Skandinavische misdaaadseries, Twin Peaks en 7even is onmiskenbaar. Ik betwijfel of de keerzijde van “die große Zeit um 1900″ zo grimmig was als deze tv-miniserie ons wil laten geloven. Oktoberfest 1900 is vooral ook de Beierse versie van Babylon Berlin. “Chicago aan de Isar” in plaats van “Chicago aan de Spree”. En Chicago en Babylon staan bij de Duitsers uiteraard voor Krimi.

Deze peperdure productie is inmiddels al in het buitenland verkocht onder de veelzeggende naam Oktoberfest – Beer & Blood

Dat München omstreeks 1900 nog een heel ander gezicht had, is men gelukkig niet vergeten. Sterker nog, Oktoberfest 1900 leunt zwaar op de iconische tijdsbeeld van de Jahrhundertwende. München was in 1900 een liberale stad vol kunstzinnige vernieuwing. Het tijdschrift Jugend (1896-1940) verscheen er sinds 1896 en deze naam werd zoals we weten verbonden met een heel nieuwe stijl. Een ander tijdschrift uit München was Simplicissimus (1896-1944). En in 1911 vormde zich de kunstenaarsgroep Der Blaue Reiter.

München – Die große Zeit um 1900
Was in München um 1900 passiert, ist stets ein wenig bizarrer als anderswo. Unter Begriffen wie Jugendstil, Simplicissimus oder Blauer Reiter treten Gruppen ins internationale Rampenlicht, Künstlerfürsten wie von Lenbach, Stuck oder Hildebrand residieren in München, Schwabing entfaltet seine Sogwirkung. Karl Valentin sondiert sein Terrain, Thomas Mann bleibt gleich vierzig Jahre, Giorgio de Chirico drei, Marcel Duchamp bedarf des München-Erlebnisses zum Take-off in die Weltkarriere.
 
Bron: dtv.de

Het artistieke klimaat in München, Schwabing in het bijzonder, vormt dan ook een van de pijlers van deze mini-serie. Naar aanleiding van Oktoberfest 1900 zond de ARD gisteren de documentaire München 1900 – Von Bierbaronen und Künstlerfürsten uit met veel aandacht voor kunst en cultuur in München rond 1900.

7.10.1810 Anlässlich der Hochzeit von König Ludwig I. und Therese von Sachsen-Hildburghausen wird das erste Oktoberfest mit einem Pferderennen eröffnet.

1818 Die Fahrgeschäfte halten Einzug – das erste Karussell und zwei Schaukeln werden aufgestellt.

1835 Zum ersten Mal findet zu Ehren der Silberhochzeit von König Ludwig I. und Prinzessin Therese ein Trachtenumzug statt. Seit 1950 wird dieser jährlich veranstaltet.

1850 Die Bavaria Statue wird feierlich enthüllt und thront seither mit ihren 18 Metern über der 42 Hektar großen Theresienwiese.

1854 und 1873 In beiden Jahren entfällt das Volksfest, da in München die Cholera herrscht.

1875 Wurden Völkerschauen mit Menschen aus aller Welt immer populärer. Die Letzte fand 1959 auf dem Oktoberfest statt.

1886 Es gibt endlich Strom auf der Wiesn – der Beginn für aufregendere Fahrgeschäfte und das einzigartige Lichtermeer, welches München zum Leuchten bringt. Einer der die neuartigen Glühbirnen/Lampen in die Fassungen schraubt ist Albert Einstein – seinem Onkel gehört die Elektrotechnische Fabrik J. Einstein & Cie.

1887 Der bayerische Gastwirt Hans Steyrer wollte mit geschmückten Pferdewagen auf die Theresienwiese einziehen, wurde aber von der Polizei gestoppt. Er gilt somit als Vorläufer des heutigen “Einzug der Wiesnwirte”.

1898 Georg Lang, ein Großgastronom aus Nürnberg, errichtet auf dem Oktoberfest die damals größte Bierburg, die bis zu 6000 Personen Platz bot. Zuvor wurde das Bier in kleinen Bierbuden ausgeschenkt, in denen maximal 50 Personen Platz fanden. Die Serie “Oktoberfest 1900″ lehnt sich an diese Begebenheiten an.

1913 Die Bierzelte werden größer. Das neueste Zelt ist mit 4.000 qm Fläche und 12.000 Sitzplätzen nun das größte seiner Art.

1914 – 1918 Ausfall des Oktoberfests wegen des Ersten Weltkriegs.

1923 – 1924 Das Oktoberfest findet aufgrund der Inflation nicht statt.

1939 – 1945 Ausfall des Oktoberfests wegen des Zweiten Weltkriegs

Athene aan de Isar [ W&V]

Lichtheid

Gekregen van René: Barocke Welt – Barockkunst in Schwaben und Altbayern
Van Peter Sustermeier 1966

Barocke WeltNa de vernietigende Dertigjarige Oorlog (1618-1648) kwam er in het Duitse cultuurgebied (Duitsland werd pas 150 jaar geleden een eenheidsstaat) een periode van rust waarin het land weer helemaal moest worden opgebouwd. Dit duurde 40 jaar tot de Negenjarige Oorlog (1688-1697). Vier jaar later brak alweer een volgende oorlog met Frankrijk uit, de Spaanse Successieoorlog (1701-1713). Deze werd beëindigd met de Vrede van Utrecht (1713) en voor het Duitse cultuurgebied met de Vrede van Rastatt.

Het jaar 1713 markeert een nieuw begin voor Europa en in de Duitstalige landen breekt er een ware bouwwoede los. Bekende barokke bouwwerken in Duitsland uit deze periode zijn het Zwinger in Dresden (1710-1728), Schloss Bruchsal (1720-1736) en de residentie van Würzburg (1720-1744)

De barok gaat in deze periode een transformatie door en wordt in twee opzichten lichter: lichter van kleur en lichter van gewicht. We zijn deze vernieuwde barok later rococo gaan noemen, afgeleid van het woord “rocaille” waarmee de schelpachtige motieven die deze stijl ontwikkeld heeft, worden aangeduid. Barok en rococo lopen rond 1720 in elkaar over. Dit heeft mogelijk te maken met het optimisme na de Vrede van Utrecht en Rastatt. De godsdienstoorlogen zijn voorbij en er breekt eindelijk een periode van stabiliteit aan.

Wieskirche 2016
Wieskirche detail interieur
[foto genomen in juli 2016]

De barok is de visuele uitdrukking van de Contrareformatie. De Rooms-Katholieke Kerk had tijdens het Concilie van Trente (1545-1563) gezocht naar een antwoord op de Reformatie. Met een Contrarefomatie moesten de verloren schapen voor het katholicisme worden teruggewonnen. Men besloot de Rooms-Katholieke Kerk visueel aantrekkelijker te maken.

De kunstenaars werden in feite ingezet als de creatives van de reclamejongens van de Contrareformatie. Zo vonden de kunstenaars de barok uit: Caravaggio (1571-1610) in de schilderkunst, Bernini (1598-1680) in de beeldhouwkunst en Borromini (1599-1667) in de bouwkunst. Het is geen verrassing dat Rome, het centrum van de Rooms-Katholieke Kerk, de wieg van de barok werd.

De kunstenaars werden in feite ingezet als de creatives van de reclamejongens van de Contrareformatie. Zo vonden de kunstenaars de barok uit: Caravaggio in de schilderkunst, Bernini in de beeldhouwkunst en Borromini in de bouwkunst.

Barok wil de gelovigen direct raken. Niet via leerstellingen maar rechtstreeks via de zintuigen. Alle registers worden daarbij opengetrokken om de gelovigen “kippenvel” te bezorgen. Caravaggio schilderde 3D-schilderijen, een soort kijkkasten eigenlijk met daarin heiligen van vlees en bloed. Bernini liet het marmer ademen en soms kreunen. Borromini brak de ruimte open en maakte de antieke Renaissancevormen “vloeibaar”. En dat allemaal met het doel om de beschouwer in het hart te treffen en in extase te brengen, zoals Bernini’s engel de heilige Theresia met een pijl in het hart raakt. De gewijde ruimte van het kerkinterieur wordt nu een “belevingsgebied” gericht op de persoonlijke religieuze ervaring van de beschouwer.

De barok werd dé artistieke uitdrukkingsvorm van de zeventiende eeuw. Zelfs in protestantse gebieden, zoals de Republiek, streek de barok neer. Calvinisten hielden zich met hun afkeer van het uiterlijke, uiteraard verre van de Contrareformatie. Dat de invloed van Caravaggio doordrong tot in het katholieke Utrecht was natuurlijk geen wonder. Maar ook Rembrandt in Amsterdam stond sterk onder zijn invloed en wordt gerekend tot de barok.

Wieskirche 2016
Wieskirche detail interieur
[foto genomen in juli 2016]

In de eerste helft van de achttiende eeuw transformeert de barok dus naar het rococo. Deze uiterlijke verandering komt echter nog steeds voort uit de oorsprong van de barok: de gelovige rechtstreeks raken via de zintuigen en daarbij alle registers open zetten. Vanaf 1720 wordt alles lichter en beweeglijker. Die beweeglijkheid wordt veroorzaakt doordat de symmetrie van barok 1.0 wordt losgelaten. Daardoor gaan ornamenten zich vrijer bewegen.

Uit de cartouches en bladmotieven ontwikkelt zich het rocaille. Een nieuwe ornamentele vormentaal ontstaat, die enigszins doet denken aan een onderwaterwereld. Het rocaille lijkt te leven en zich als anemonen aan pilaren en lijstwerk gehecht te hebben. Door de lichtheid en beweeglijkheid neemt de ervaring van vrijheid toe. Dat moet ook wel, want in de achttiende eeuw krijgt de Rooms-Katholieke Kerk na de Reformatie opnieuw tegenstand te verwerken: de Verlichting.

Wieskirche 2016
Wieskirche detail interieur
[foto genomen in juli 2016]

Hoe geef je de gelovige een gevoel van vrijheid binnen de kerk? Door hem het gevoel te geven dat hij zweeft! Meer nog dan de barok probeert het rococo de beschouwer op te tillen. De pilaren worden ranker en witter en stuwen de blik omhoog. Het plafond wordt opengebroken door een vergezicht op de Hemel, zodat de gelovige letterlijk “uit zijn dak” kan gaan. De Olympus wordt het christendom binnengehaald, maar de Griekse goden op hun berg worden nu vervangen door christelijke heiligen op de wolken.

Volgens G.K. Chesterton (1874-1936) hebben heiligen niet alleen het vermogen tot lijfelijke opheffing (levitation) maar ook het vermogen tot lichtheid (levity). De Kerk weet in haar kunstuitingen volgens hem instinctief dat engelen kunnen vliegen omdat ze niet zwaar aan zichzelf tillen.
“Angels can fly because they can take themselves lightly” – Orthodoxy, 1908)

Ze kijken daarbij niet neer op de stervelingen, maar richten hun blik naar boven. In het midden troont Christus, nu niet als een strenge Byzantijnse Pantokrator met Zijn Wetboek, maar als Triomfator in Zijn opstandingsgewaad. In veel rococo koepelfresco’s houdt Christus met één arm het Kruis vast. Dit om te benadrukken dat er geen Opstanding zonder Kruis is, geen verhoging zonder vernedering.

Met deze eenvoudige boodschap “Neem je Kruis op en volg Mij” (Matteus 6:24, Marcus 8:34, Lukas 9:23), wordt alle dogmatiek “overschreven”. De zwaarte van het eigen zondebesef lijkt als sneeuw voor de zon verdwenen. De gelovige hoeft niet meer in zijn eigen onderwereld te kijken, maar mag zich omhoog richten naar de “Zon der Gerechtigheid” die hem tot Zich roept.

Wieskirche 2016
Wieskirche detail interieur
[foto genomen in juli 2016]

Het is gemakkelijk om te schamperen over dit feel good christendom. Is dit niet gewoon een goedkope kermisattractie in plaats van een kerk? De ervaring die het interieur van een donker romaanse kerk geeft, is toch vele malen dieper en authentieker dan de ervaring van deze rococo kitsch?

Of is het allemaal toch weer een kwestie van smaak?

Als je je onbevangen aan de overdaad van het rococo kunt overgeven, geloof ik dat zelfs de grootste less-is-more-freak verrukt kan zijn over een rococojuweel als (het interieur van) de Wieskirche in Beieren. Hier is de smaak van het oneindige en de authentieke ervaring van lichtheid en speelsheid voor iedereen te vinden.

Wieskirche 2016
Wieskirche detail interieur
[foto genomen in juli 2016]

Hegel 250

Vandaag is de 250e verjaardag van Georg Wilhelm Friedrich Hegel (1770-1831)

Georg Wilhelm Friedrich Hegel is bij het grote publiek bekend als de man van these-antithese-synthese. Dat is het eenvoudigste schema waarmee het dialectische proces kan worden weergegeven. Hegel presenteerde zijn filosofie in 1807 in zijn hoofdwerk Phänomenologie des Geistes, dat zelfs onder academische filosofen bekend staat als zeer abstract en moeilijk leesbaar.

Briefmark 2020
Hegel postzegel 2020 met chocoladeletters

Gewone stervelingen komen met Hegel meestal niet veel verder dan het bovenstaande denkschema, al dan niet met de toevoeging dat het dialectische proces zich in en door de geschiedenis voltrekt. Voor Hegel weerspiegelt de (wereld)geschiedenis de absolute Geest die daarin steeds meer tot zichzelf komt. Zijn opvatting van geschiedenis is dus uitgesproken teleologisch en helemaal gericht op vooruitgang. Nu zouden we dit “de weg van het voortschrijdende inzicht” noemen.

Hegel briefmarke set 2020
De absolute geest daalt ook neer in de geschiedenis van de filatelie

Hegels filosofie had een enorme invloed op de filosofie van de negentiende eeuw, vooral in de eerste helft. Daarna zou de kritiek op zijn denken toenemen. In de eerste plaats door links-Hegelianer als Ludwig Feuerbach, Karl Marx en Max Stirner. Bovendien zou de pessimistische filosofie van Arthur Schopenhauer na 1850 toegang vinden bij een breder publiek en gehakt maken van het optimisme en het redelijke in de filosofie van Hegel.

Duitse kranten besteden dit jaar veel aandacht aan zijn 250e verjaardagsfeestje. Daarbij is de insteek telkens “de betekenis van Hegel voor onze tijd”. Wat is er in zijn filosofie nog steeds geldig (universeel) en wat is er inmiddels achterhaald (tijdgebonden)? Wat kunnen we met zijn filosofie zeggen over een verenigd Europa, de klimaatcrisis, emancipatie, enz…? En hoe kunnen we de huidige polarisatie verbinden met de dialectiek van Hegel? Kunnen links en rechts zich “aufheben” in een synthese?

Stammbaum des Geistes
Duitsland blijft het land van Dichter und Denker. In de zondagskrant “Welt am Sonntag” stond eind juni deze Stammbaum des Geistes. Kom daar maar eens om bij een zondagskrant in Nederland.

Hegel wordt in de Stammbaum des Geistes als een soort Christusfiguur in het centrum geplaatst, in dit geval in het centrum van de geschiedenis van de filosofie, als de denker die het klassieke denken met het moderne denken verbindt. Dat hij die plek krijgt toebedeeld, heeft alles te maken met de Franse Revolutie, dé centrale gebeurtenis die de piramide van de samenleving op de kop zette. Toen Hegel in de jaren 1820 professor was in Berlijn en men in heel Europa de klok weer had teruggedraaid, bleef hij tegenover zijn studenten de blijvende betekenis van de Franse Revolutie benadrukken. De Restauratie zou niet “het einde van de geschiedenis” zijn, maar een reactionaire stap in de historische ontwikkeling van voortschrijdende emancipatie van de absolute geest.

“Solange die Sonne am Firmamente steht und die Planeten um sie herumkreisen, war das nicht gesehen worden, daß der Mensch sich auf den Kopf, das ist, auf den Gedanken stellt und die Wirklichkeit nach diesem erbaut. (…) Es war dieses somit ein herrlicher Sonnenaufgang. Alle denkenden Wesen haben diese Epoche mitgefeiert. Eine erhabene Rührung hat in jener Zeit geherrscht, ein Enthusiasmus des Geistes hat die Welt durchschauert, als sei es zur wirklichen Versöhnung des Göttlichen mit der Welt nun erst gekommen.”
 
Hegel over de betekenis van de Franse Revolutie

6 juni 1931

Bij het 40-jarige huwelijksfeest van mijn overgrootouders

Op zaterdag 6 juni 1931 vierden mijn overgrootouders hun 40-jarige huwelijksfeest in het bijzijn van kinderen en kleinkinderen. Het jongste kleinkind was mijn vader, toen nog een baby van 8 maanden. Over vier weken hoopt hij 90 te worden.

familiefoto
De familie van den Heuvel op 6 juni 1931 met in het midden Hendrik “de Levi” van den Heuvel

Fotografie is magie. Een momentopname van 89 jaar geleden is in feite licht van 89 jaar geleden. Je zou ook kunnen zeggen dat deze foto op 89 lichtjaar afstand van mij staat. Ik zie mijn vader zoals ik hem nog nooit gezien heb. In zijn nest. Met mensen die ik niet of nauwelijks gekend heb. Mijn overgrootvader overleed zeven jaar voordat ik zelf ter wereld kwam. Toen mijn grootvader stierf was ik twaalf.

vader 1931Deze mensen die op een afstand van 89 lichtjaar van mij zitten en staan te kijken, zijn een deel van mijn familie. Ze leefden in een heel andere tijd. Dat is duidelijk te zien aan de patriarch (en mijn naamgenoot) van de familie Van den Heuvel, precies in het midden van het gezelschap. Een statige man die met ten minste één been in de negentiende eeuw was blijven staan. Daar hoorde hij eigenlijk meer thuis dan in de twintigste eeuw.

Toch was in 1931 de moderne tijd al in volle gang. Een maand voor het 40-jarige huwelijksfeest van mijn overgrootouders, werd het hoogste gebouw ter wereld in gebruik genomen, het Empire State Building in New York. Veertig jaar lang zou de 389 meter hoge wolkenkrabber in hoogte onovertroffen blijven. Ook dat was dus 1931.

6 juni 1931 – een zwarte dag voor de romantische schilderkunst
Ik was benieuwd wat 6 juni 1931 voor een dag was. Wat was er in het wereldnieuws te melden? In ieder geval was 6 juni 1931 geen 6 juni 1944. Het leek een dag als alle andere. Toch was er nieuws te melden vanuit München dat mij nog altijd verdrietig stemt: een grote brand verwoestte het Glaspalast. Op dat moment liep daar de tentoonstelling Werke deutscher Romantiker von Caspar David Friedrich bis Moritz von Schwind. Alle 110 schilderijen uit de Romantiek gingen verloren, waaronder negen van Caspar David Friedrich.

„Entsetzlich ist der Verlust berühmter Kunstwerke, insbesondere der in drei Sälen ausgestellten deutschen Romantiker (Werke von Künstlern aus der Zeit von etwa 1820–1860), darunter Caspar David Friedrich, Rottmann, Schwind, Runge, (aus Frankfurt geliehen), Spitzweg usw. Von den etwa 120 Bildern der Romantiker konnte angeblich nichts gerettet werden – ein Verlust in der Höhe von vielen Millionen….“
 
Bron: Grafinger Zeitung, Nr. 125
Glaspalast
Het Glaspalast in München werd op 6 juni 1931 door brand verwoest.

Glazen paleizen eindigden vaak met een brand. De moeder van alle glazen paleizen, The Crystal Palace in Londen, werd in 1936 tenslotte door een brand verwoest. Het Paleis voor Volksvlijt in Amsterdam ging in 1929 al in vlammen op. En twee jaar later, op 6 juni 1931, werd dus ook het Glaspalast in München door een grote brand verwoest.

Friedrich
Negen schilderijen van Caspar David Friedrich gingen bij de brand op 6 juni 1931 verloren

Kunstausstellungen im Münchner Glaspalast (1869-1931)

pronkschilder [ 3 ]

De neo-rococo van Franz Xaver Winterhalter (1805-1873)

Na de Parijse salon van 1837 zou de ster van 32-jarige Franz Xaver Winterhalter snel gaan stijgen. Dat hij zo in de belangstelling van de Europese vorstenhuizen kwam, was te danken aan een aantal factoren. In de eerste plaats kon hij in de jaren veertig koningin Victoria van Engeland en in de jaren vijftig keizerin Eugènie van Frankrijk tot zijn vaste klanten rekenen. Betere referenties waren er voor een hofschilder niet.

Franz Xaver Winterhalter
Keizerin Eugènie en haar hofdames (1855) is een van de bekendste schilderijen van Winterhalter

In de tweede plaats leken zijn portretten altijd goed, geen onbelangrijke kwaliteit voor een portretschilder. In de derde plaats wist hij met name vrouwen, en dat waren toch zijn voornaamste klanten, het gevoel geven te behagen. Want in het midden van de negentiende eeuw was dit, na het zorgen voor een erfopvolger en nakomelingen, nog altijd het eerste wat er van een vrouw aan het hof verwacht werd.

En in de vierde en laatste plaats was Winterhalter erg goed in het schilderen van dure stoffen. Voor de glamourportretten waarin hij zich had gespecialiseerd, was de kleding het visitekaartje van de geportretteerde. Winterhalter had zich in zijn Italiaanse jaren (1833-34) een gedetailleerde stijl eigen gemaakt. Hij schilderde volgens de norm van het Biedermeier: nauwgezet en geïdealiseerd. Het realisme was in de jaren dertig nog niet doorgebroken en de portretschilderkunst was nog doortrokken van de geest van het classicisme.

Franz Xaver Winterhalter
Voor dit portret van Keizerin Eugènie van Frankrijk in een jurk uit de achttiende eeuw viel Winterhalter terug op Francois Boucher, die 100 jaar voor hem de voornaamste schilder aan het Franse hof was

Na 1850 zou Winterhalter zich aanpassen aan de Franse mode en ging hij ook losser schilderen. Omdat hij stoffen ook heel precies kon schilderen, kon hij ze ook overtuigend “samenvatten” in vrije penseelstreken die aan Velasquez herinneren. De suggestie van gedetailleerdheid is zo groot dat zijn losjes geschilderde portretten ook aan het hof gewaardeerd werden.

Franz Xaver Winterhalter
detail van de crinoline van keizerin Eugènie

Tijdens het Tweede Franse Keizerrijk kon Winterhalter teruggrijpen naar het rococo, omdat keizer Napoleon III en keizerin Eugènie een voorliefde hadden voor deze stijl. Deze was na 1789 niet alleen hopeloos ouderwets geworden; men vond het rococo ook verwerpelijk omdat het de stijl was geweest van het ancien régime.

Franz Xaver Winterhalter
Prinses Elizabeth Esperovna Troubetskoi 1859

Zowel tijdens het Eerste als in het Tweede Keizerrijk lieten de Bonapartes de achttiende eeuw aan hun hof herleven. Halverwege de negentiende eeuw was dat een anachronisme geworden. Want de industriële revolutie en spoorwegen hadden de wereld een ander, functioneel aanzien gegeven. Toch liepen de vrouwen in de hogere klasse in een pijnlijk korset en met een onhandige hoepelrok. De emancipatie van de vrouw liet nog decennia op zich wachten en de vrouw was nog altijd het attribuut van de man.

Franz Xaver Winterhalter
detail van de crinoline van Elizabeth Esperovna Troubetskoi (zie boven)
Franz Xaver Winterhalter
Een plooistudie

franzxaverwinterhalter.wordpress.com

Spierballen-nationalisme

op 6 juli bezochten Michaela en ik het Niederwalddenkmal

150 jaar na de Frans-Duitse Oorlog is het Niederwalddenkmal bij Rüdesheim nog altijd een plek waar je iets kan voelen van het spierballen-nationalisme uit de negentiende eeuw. Dit opgeblazen nationalisme kwam rond 1900 op haar hoogtepunt en ging gelijk op met Europese imperialisme. Deze trotse bombast moest onvermijdelijk een keer tot uitbarsting komen, al duurde het na 1900 toch nog 14 jaar voordat het werkelijk zover was.

Niederwald Denkmal
Michaela bij het Niederwalddenkmal

Het reusachtige monument staat op een heuvel, vlak bij een scherpe bocht die de Rijn bij Bingen maakt en kijkt uit naar het Zuid-Westen. Het wordt bekroond door een 12,5 meter hoog beeld van Germania, een personificatie van het Duitse volk, die in haar rechterhand de keizerskroon in de hoogte steekt en met haar linkerhand dreigend een zwaard vasthoudt. Het is een duidelijk signaal naar de Erbfeind Frankrijk.

Niederwald Denkmal
uitzicht vanaf het Niederwalddenkmal Linksonder Rüdesheim en daarachter de linker Rijnoever.

Het monument werd tussen 1871 en 1883 opgericht, in de euforie na de victorie op het Franse Keizerrijk. Dat was nu gedegradeerd tot Republiek terwijl Pruisen zich met de andere staten uit de Noord-Duitse Bond verenigd had tot het Duitse Keizerrijk. Dit was niet alleen symbolisch, het was vooral de uitkomst van de Pruisische Realpolitik onder leiding van Otto von Bismarck (1815-1898).

Niederwald Denkmal
Germania met een personificatie van “vadertje Rijn” op de sokkel van het Niederwalddenkmal

De Rijn had voor Frankrijk en Duitsland niet alleen een economische betekenis, maar speelde vooral in de geopolitiek een grote rol. Frankrijk had er nooit een geheim van gemaakt dat het de Rijn beschouwde als haar natuurlijke grens. De Fransen meenden dus dat ze recht hadden op de linker (westelijke) Rijnoever. Lodewijk XIV had de Elzas veroverd en tussen 1794 en 1814 hoorde de linker Rijnoever (en de stad Koblenz) bij Frankrijk.

Op de sokkel van de Germania vinden we een groot bas-reliëf met in het midden de Pruisische koning Wilhelm I die als keizer Wilhelm I van Duitsland Parijs binnentrekt. Rechts van hem staat Bismarck. Dit is vooral bedoeld om de Fransen in te peperen dat nu hun oosterburen superieur zijn.

Niederwald Denkmal
Een demonstratie van keizerlijke macht op de sokkel van het Niederwalddenkmal

Onder dit machtsvertoon staan de coupletten van het nationalistische gedicht Die Wacht am Rhein uit 1840. In het eerste couplet wordt de vraag gesteld “zum Rhein, zum Rhein zum deutschen Rhein – Wer will des Stromes Hüter sein?” Het laatste couplet besluit met “am Rhein, am Rhein, am deutschen Rhein, wir alle wollen Hüter sein.” Zo wordt het Duitse volk opgeroepen om samen met Germania de Rijn te beschermen tegen Franse agressie. Duitsland bestond tot 1871 nog niet als grootmacht en de Duitse staatjes, met name in de Pfalz, hadden altijd invallen van Frankrijk moeten verduren.

Niederwald Denkmal
De sokkel van het Niederwalddenkmal

Het Niederwalddenkmal is een prima illustratie van het spierballen-nationalisme uit de negentiende eeuw. In de jaren twintig wilden separatisten het monument opblazen, maar gelukkig heeft men dat weten te voorkomen. Zo kunnen we nog altijd zien hoe in de tijd van het nationalisme de onderbuik van het Duitse volk door de politieke elite uit Berlijn bespeeld werd. In de eenentwintigste eeuw zien we (Duits) nationalisme als de voornaamste aanstichter van twee wereldoorlogen en zien we een verenigd Europa als een medicijn tegen oorlog. Zolang we blijven zien dat het Verenigde Europa evengoed een constructie is als het Verenigde Duitsland van Bismarck, kunnen we wakker blijven. Aan de Rijn bijvoorbeeld.

Niederwald Denkmal
De Grundstein van het Niederwalddenkmal werd “gelegd” door keizer Wilhelm I op 16 september 1877

niederwalddenkmal.de

vlek op vlek

150 jaar Frans-Duitse Oorlog (1870-1871)

Alle oorlogen in West-Europa liggen nu al 75 jaar in de schaduw van de Tweede Wereldoorlog. Ze komen daar ook moeilijk uit. Zeker in Nederland. Vóór de Tweede Wereldoorlog kende ons land 127 jaar lang geen bezetting of oorlog. Vanuit Europees perspectief is dat anders. Omdat we steeds meer vanuit dit perspectief naar de geschiedenis kijken, is er gelukkig ook in Nederland tussen 2014 en 2018 de nodige aandacht besteed aan de Eerste Wereldoorlog. In Frankrijk en België waren er grote herdenkingen en het bewustzijn dat de Eerste en Tweede Wereldoorlog onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn, is groter dan ooit. Iedereen weet nu dat met de vernedering van Duitsland in 1919 door het Verdrag van Versailles 21 jaar later een revanche is uitgelokt.

Dat het vernederende Verdrag van Versailles in 1919 ook een revanche was, is minder bekend. Want 48 jaar eerder was Frankrijk in Versailles op de knieën gegaan voor Duitsland. En zo kun je vanuit de Tweede Wereldoorlog een lijn trekken via de Eerste Wereldoorlog naar de Frans-Duitse Oorlog. Op 19 juli 2020 was het precies 150 jaar geleden dat het Tweede Franse Keizerrijk de oorlog verklaarde aan Pruisen. Deze oorlog was in de eerste plaats een gewapend conflict tussen Frankrijk en het nieuwe Duitsland (het Duitse Keizerrijk zou in Versailles worden uitgeroepen). Toch heeft deze oorlog voor de geschiedenis van Europa rampzalige gevolgen gehad omdat de Eerste en Tweede Wereldoorlog hieruit voort kwamen.

Fransch-Duitsche Oorlog
In het Beknopt Leerboek der Algemeene Geschiedenis van Jos Kleijntjes (Malmberg, Nijmegen) uit ca. 1910 wordt de Fransch-Duitsche Oorlog nog uitvoerig behandeld. Het lag nog ‘maar’ 40 jaar in het verleden en de wereld had nog geen twee wereldoorlogen gezien.

Om de Frans-Duitse Oorlog te kunnen begrijpen, moet je nog eens 56 jaar dieper het verleden induiken. Na het Congres van Wenen (1814-1815) was er in Europa een nieuwe orde ontstaan. Frankrijk was door de geallieerde mogendheden Engeland, Rusland, Oostenrijk en Pruisen teruggedreven achter zijn grenzen van 1789. Engeland wilde uiteindelijk geen vernedering van Frankrijk omdat het gebaat was bij een machtsevenwicht tussen de continentale mogendheden. En daarom was Frankrijk als agressor gewoon aanwezig tijdens de onderhandelingen in Wenen. De nieuwe politieke orde die ontstond, nadat Napoleon bij Waterloo definitief verslagen was, staat bekend als het Concert van Europa en de Oostenrijkse staatsman Metternich gold daarbij als de dirigent. De vrede in Europa werd gewaarborgd door een machtsevenwicht tussen de vijf grootmachten.

Het Concert van Europa zou standhouden tot 1854. In de Krimoorlog zouden Engeland en Frankrijk de oorlog verklaren aan Rusland, terwijl Oostenrijk en Pruisen het lieten gebeuren. Maar tussen de vier andere grootmachten zouden er ook spanningen groeien, met name tussen Oostenrijk en Pruisen. Beiden zaten in de Duitse Bond (1815-1866) en Oostenrijk had hier de eerste plaats. Maar na 1850 kwam er steeds meer rivaliteit al bleef Oostenrijk dominant. Maar door het diplomatieke talent van Bismarck, de architect van het Duitse Keizerrijk (1871-1918), zou Oostenrijk tenslotte onderop komen te liggen. Dat gebeurde in de korte Oostenrijks-Pruisische Oorlog (1866). Pruisen had Oostenrijk verslagen en richtte nu de Noord-Duitse Bond (1867-1870) op, de opmaat naar het Duitse Keizerrijk.

Voor Frankrijk was de Pruisische dominantie in het Oosten erg bedreigend. Frankrijk was op 2 december 1852 voor de tweede maal een Keizerrijk geworden en Napoleon III had zich laten kronen als de opvolger van Napoleon I. De Fransen kregen daarmee weer hun oude zelfvertrouwen terug. In de achttiende eeuw waren ze cultureel superieur in Europa en tijdens het Eerste Keizerrijk (1804-1814) waren ze ook militair superieur geworden. Charles-Louis-Napoléon (1808-1873), de neef van Napoleon Bonaparte maakte van Frankrijk weer het machtigste land op het Europese continent. Rond 1860 was Frankrijk weer bijna net zo machtig als een halve eeuw daarvoor.

Maar in de jaren na 1866, toen Pruisen Oostenrijk verslagen had, werd de dreiging voor Frankrijk zo groot dat Napoleon III zich door Bismarck liet uitlokken tot een preventieve oorlog. Op 19 juli verklaarde Frankrijk Pruisen de oorlog. Dit zou het einde betekenen van het Tweede Franse Keizerrijk (1852-1870) en het begin van het Duitse Keizerrijk (1871-1918).

Bismarck_NapoleonIII
Op 2 september 1870 werd Frankrijk bij Sedan verpletterend verslagen door Pruisen. Keizer Napoleon III werd zelfs de gevangene van Bismarck.

Vandaag precies 150 jaar geleden, op 4 augustus 1870, vond bij Wissembourg de Slag bij Weißenburg plaats. Dit stadje was de poort naar de Elzas. De Elzas hoorde oorspronkelijk bij het Duitse taal- en cultuurgebied. Lodewijk XIV veroverde het tijdens de Negenjarige Oorlog en in 1697 verwierf Frankrijk tijdens de Vrede van Rijswijk de Elzas definitief. Toen de Pruisen in 1870 de Elzas binnenvielen, werd er nog altijd Duits gesproken. Voor Pruisen was de verovering van de Elzas een herovering. Tussen 1871 en 1918 zou de Elzas bij het Duitse Keizerrijk horen.

Anton von Werner
Kroonprins Friedrich bij het lijk van de Franse generaal Abel Douay die tijdens de Slag bij Weißenburg gesneuveld was.(geschilderd door Anton von Werner)

Frans-Duitse_Oorlog [ nl.wikipedia.org ]