Categorie archief: Duitsland

het genot een ‘ik’ te zijn

gelezen: hoofdstuk 8 (Berlijn 1811) uit Arthur Schopenhauer –
de woelige jaren van de filosofie
van Rüdiger Safranski (1988)

Arthur Schopenhauer - 
de woelige jaren van de filosofieIn de zomer van 1811 stapt Arthur Schopenhauer over van de Georg-August-Universität in Göttingen naar de Humboldt Universität in Berlijn. Zijn motivatie is simpel: aan deze in het jaar daarvoor gestichte universiteit doceert de beroemde filosoof Johann Gottlieb Fichte. Voor Safranski weer een goede reden om een ‘filosofisch toneel‘ in zijn biografie in te bouwen.

In een terugblik beschrijft Safranski wat er in de jaren negentig van de achttiende eeuw had plaatsgevonden. Fichte was zo onder indruk van de filosofie van Immanuel Kant gekomen dat hij besloot om de beroemde filosoof in 1791 in Königsberg op te zoeken. Kant heeft het echter zo druk met het ontvangen van bezoek van heinde en verre dat Fichte niet binnenkomt. Om toch de aandacht van Kant te krijgen, schrijft hij een essay om zichzelf bij de meester aan te bevelen: Versuch einer Kritik aller Offenbarung. Het werkt. Kant is zeer onder de indruk en laat het anoniem in Königsberg publiceren. Daarna wordt het in heel Duitsland besproken en als tenslotte uitkomt wie het geschreven heeft, is Johann Gottlieb Fichte de nieuwe rijzende ster aan het firmament van de Duitse filosofie.

Humboldtuniversiteit Berlin
De Humboldt Universität in Berlijn waar Schopenhauer van 1811 tot 1812 studeert.

Vanuit zijn bewondering en kritiek op Kant ontwikkelt Fichte zijn eigen filosofie van het Ich. Safranski vat dat prachtig samen. Zeker niet alles wat Safranski over Fichte schrijft, is makkelijk te begrijpen, maar als je het begrijpt, dan klopt het ook helemaal. Bijvoorbeeld: “Het ‘ik’ is iets dat wij pas in het denken voortbrengen en tegelijkertijd is die voortbrengende kracht de onvoorstelbare ik-heid in onszelf. Het denkende en het gedachte ‘ik’ zijn opgesloten in een vicieuze cirkel van activisme.”

Het ‘ik’ is iets dat wij pas in het denken voortbrengen en tegelijkertijd is die voortbrengende kracht de onvoorstelbare ik-heid in onszelf. Het denkende en het gedachte ‘ik’ zijn opgesloten in een vicieuze cirkel van activisme.

Twee bladzijden verder schrijft Safranski in zijn ‘filosofisch toneel’: “Ik ben het ‘Ding an Sich’ – het zichtbare geheim van de wereld. Dit inzicht was voor Fichte die verblindende ‘bliksem’ die zijn filosoferen bleef verhitten. Die ‘bliksem’ was afkomstig uit de geladen geestelijke sfeer van het verlangen naar emancipatie, een sfeer die tot hier was doorgedrongen vanuit de Franse Revolutie. En de invloed van Fichte vloeide niet voort uit moeilijke deducties die zeer weinig mensen begrepen, maar uit datgene waaruit meteen munt geslagen kon worden voor de wisselkoers van het tot dusver ongekende genot een ‘ik’ te zijn.”

FichteDe kern van de filosofie van Johann Gottlieb Fichte (1762-1814) wordt gevormd door zijn opvatting over de (menselijke) geest, het Ik. Volgens hem is de héle werkelijkheid hieruit te verklaren. Hiermee sluit hij niet aan bij Kant, die een dualisme aannam tussen de werkelijkheid zoals zij zich aan het “ik” voordoet en de onkenbare realiteit zoals zij werkelijk is. Fichte legt duidelijk de nadruk op de geest; zijn filosofie is een vorm van zuiver Idealisme en hijzelf daarmee een van de prominente vertegenwoordigers van het zogenaamde Duits Idealisme. Fichte ziet de individuele menselijke geest als een onderdeel van dat wat alles omvat, Het Absolute; hier in de vorm van het ‘absolute Ik’. Dit ‘absolute Ik’ is over alle bewustzijnen verdeeld. De diepste aard van alles wat bestaat is het goddelijke, absolute Ik. Daarachter kan men niet verder teruggaan, want het Ik “schept” of fundeert zichzelf. Het Ik schept niet alleen zichzelf, maar ook de natuur en de kosmos. Dit laatste noemt Fichte het ‘niet-Ik’, dat echter niet zelfstandig kan bestaan maar alleen in dialectische tegenstelling mét het Ik en in de ervaring als object dóór het Ik. Anders dan het Ik heeft het dus geen absolute maar slechts een relatieve werkelijkheid. Dit wordt door Fichte niet als een hypothese gezien maar als een noodzakelijke waarheid. (Bron: nl.wikipedia.org)

woelige jaren van de filosofie

gelezen: hoofdstuk 7 (1809-1811) uit Arthur Schopenhauer –
de woelige jaren van de filosofie
van Rüdiger Safranski (1988)

Arthur Schopenhauer – de woelige jaren van de filosofie was de tweede biografie die Rüdiger Safranski in 1988 schreef, nadat hij vier jaar eerder zijn eerste biografie had geschreven over E.T.A Hoffmann (1776-1822). Safranski voelt zich in de tijd rond 1800 als een vis in het water. Na zijn biografieën over Hoffmann en Schopenhauer verschenen een prachtige studie over de Duitse Romantiek en biografieën over Schiller en Goethe. Safranski mogen we internationaal rekenen tot een van de Grote Begrijpers van de zogenaamde Goethezeit, de periode 1770-1830.

Georg-August-Universität
De Georg-August-Universität in Göttingen waar Arthur Schopenhauer tussen 1809 en 1811 o.a. de filosofie van Immanuel Kant bestudeerde

Arthur Schopenhauer studierte von 1809 bis 1811 in Göttingen und besuchte vor allem historische und naturgeschichtliche Lehrveranstaltungen. Einer seiner wichtigsten Lehrer war dabei Johann Friedrich Blumenbach, der damals berühmteste Göttinger Naturforscher. Schopenhauer setzte die in Göttingen begonnenen naturwissenschaftlichen Studien auch nach der Entscheidung für eine Laufbahn als Philosoph und dem Wechsel an die neugegründete Universität in Berlin fort. Sein Interesse und seine Kenntnisse auf dem Gebiet der Naturwissenschaften und insbesondere der Physiologie sind ein wichtiger Schlüssel zum Verständnis seiner Philosophie.(Bron: univerlag.uni-goettingen.de)

Arthur Schopenhauer - de woelige jaren van de filosofieArthur Schopenhauer – de woelige jaren van de filosofie is een magistraal boek dat het uit eerbied verdient om nog eens herlezen te worden. Ik zit alweer een paar weken tot aan mijn oren in ‘de woelige jaren van de filosofie‘, bij mijn weten een term die door Safranski zelf gemunt is. Hij bedoelt hiermee de jaren 1781-1818, een iets ruimere interval dan het zo bekende tijdvak 1789-1815. De jaartallen die de woelige jaren van de filosofie begrenzen, vallen samen met het verschijnen van de Kritik der reinen Vernunft van Imanuel Kant in 1781 en Die Welt als Wille und Vorstellung van Arthur Schopenhauer in 1818. De periode daartussen was voor de filosofie net zo stormachtig als de Franse Revolutie (1789-1799) en de Napoleontische tijd (1800-1815).

Wat was er gebeurd? Dit zou een zin van Safranski kunnen zijn. Daarna zou een zogenaamd ‘filosofisch toneel‘ volgen, een intermezzo dat Safranski’s biografieën voor mij zo bijzonder maakt. Elke biograaf zal een decor willen schetsen voor het leven van een bepaalde persoon dat hij wil beschrijven. Dat is vaak een tijdsbeeld of een geografische beschrijving. Maar het kan ook gaan om een geestelijk klimaat. Dat laatste is als decor waarschijnlijk het lastigste om te beschrijven. Maar Safranski is hier een meester in. Hij heeft het zeldzame vermogen om het ingewikkelde samen te vatten, zonder dat dit afbreuk doet aan diepte en complexiteit. Ieder die zich waagt aan het samenvatten van filosofie voor een breed publiek, bijvoorbeeld in een historisch overzicht, weet hoe zwaar het is een bevredigend evenwicht te vinden tussen toegankelijkheid/helderheid en complexiteit. Safranski heeft ook nog eens literair talent, waardoor hij schitterend proza aflevert.

Het ‘Ding an Sich’ was net een gat waardoor een verontrustende tocht binnenstroomde.

Een paar voorbeelden: “Het is alsof de onttroonde oude metafysica, eenmaal verdreven uit de onbegrensde ruimten van de kosmos, alle resterende kracht heeft vergaard en de geseculariseerde subjecten op het gemoed heeft gewerkt, waar ze danig rammelt en knelt.” Dit schrijft hij met betrekking tot de Categorische Imperatief, het centrale begrip uit de Kritik der praktischen Vernunft (1888). En met betrekking het centrale begrip uit de Kritik der reinen Vernunft (1781), het Ding an Sich, schrijft hij: “Kant liet ons een goed ingericht huis van rationele kennis na, maar het ‘Ding an Sich’ was net een gat waardoor een verontrustende tocht binnenstroomde.”

Het is precies deze ‘tocht’ die in het westerse denken een storm zou veroorzaken. Deze zou het Duitse idealisme van Fichte en Schelling, het optimisme van Hegel maar ook het pessimisme van Schopenhauer voortbrengen. We mogen daarom gerust spreken van ‘de woelige jaren van de filosofie’.

Berlin 1926

zondagavond gezien op ZDF: Terra-X Ein Tag in Berlin 1926

De tv-serie Babylon Berlin maakt in Duitsland veel los. Verwonderlijk is dat niet want deze Weimar Krimi bundelt twee Duitse obsessies: de misdaadfilm en de opkomst van het nationaalsocialisme. De serie die in 2018 door de betaalzender Sky 1 werd uitgezonden en in januari op de ARD werd herhaald, trekt in zijn kielzog verschillende documentaires met zich mee. Duitsers hebben nu eenmaal veel interesse voor hun nationale identiteit en het brandpunt ligt vaak op de Eerste Republiek (1919-1933) beter bekend als de Weimar Republiek. Hoe heeft het allemaal zo ver kunnen komen?

In Duitse documentaires zijn de jaren twintig al bijna net zo uitgemolken als de periode 1933-1945. Toch belicht Babylon Berlin (gebaseerd op de romancyclus van Volker Kutscher over inspecteur Gereon Rath) een nieuw aspect van de jaren twintig: de ontwikkeling van de organisatie van de recherche en sporenonderzoek. Een belangrijke vernieuwer was de legendarische hoofdinspecteur Ernst Gennat (1880-1839). In het boek Der Nasse Fisch (Schaduw over Berlijn) is hij de hoogste baas van hoofdpersoon Gereon Rath.

Alexanderplatz 1908
De Alexanderplatz in 1908 met in het midden het Polizeipräsidium (der Roten Burg). In 1929 ligt de ‘Alex’ op de schop en zal aan het begin van de jaren dertig een hypermodern aanzien krijgen.

Zondag was bij ZDF in Terra-X de documentaire Ein Tag Im Leben des Kriminalkommissars Fritz Kiehl te zien. Anders dan in de ARD documentaire 1929 – Das Jahr Babylon werd de koppeling met de serie Babylon Berlin niet gemaakt. Waarschijnlijk heeft dat te maken met het feit dat de ARD een van de coproducenten van Babylon Berlin is en de ZDF zich niet met de serie verbonden heeft. De vele overeenkomsten tussen documentaire en tv-serie berusten beslist niet op toeval. Het jaar 1929 werd “een dag in 1926″ en de jonge inspecteur Gereon Rath werd Kriminalkommissar Fritz Kiehl. Het decor blijft ongewijzigd: Spree Chicago, der Roten Burg (Polizeipräsidium am Alexanderplatz), en Ernst Gennat. Ook wordt de titel van Kutscher’s bestseller Der Nasse Fisch verklaard. Dat was een uitdrukking van Gennat waarmee hij een onopgeloste zaak bedoelde. Overigens stond Gennat bekend om zijn ongekend hoge percentage van zaken die wel opgelost werden.

Der Spiegel | Tatort Berlin [ tagesspiegel.de ]

Boek & Film

eindelijk uit: Schaduw over Berlijn (2008) van Volker Kutscher
in januari gezien: Babylon Berlin (2017)

Schaduw over BerlijnIn de eerste twee weken van januari herhaalde de ARD op de late avond de zestien episodes uit de eerste serie van Babylon Berlin (2017), een Krimi die zich afspeelt in Berlijn in mei 1929. Wanneer je een verfilmd boek leest nadat je de film al gezien hebt, worden de personages in het boek onvermijdelijk ingevuld door de acteurs uit de film. Bij Gereon Rath, Bruno Wolter en Charlotte Ritter zag ik tijdens het lezen dus de gezichten van Volker Bruch, Peter Kurth en Liv Lisa Fries. Ook herinnerde ik mij tal van scenes uit de film. Maar vooral de verschillen tussen het boek en het scenario kwamen aan het licht.

Regisseur Tom Tykwer bewerkte samen met Henk Handloegten en Achim von Borries de thriller van Volker Kutscher. Voor deze duurste Duitstalige tv-serie uit de geschiedenis moest het boek stevig omgewerkt worden. Er zijn teveel verschillen tussen boek en scenario om op te noemen. Het belangrijkste verschil is dat Charlotte Ritter samen met Gereon Rath in de film de hoofdrol speelt. In het boek is Gereon Rath op afstand de hoofdpersonage en speelt Charlotte Ritter een veel kleinere rol.

Babylon BerlinDe personage van gravin Svetlana Sorokina duikt pas op de laatste bladzijden van het boek op, terwijl ze in de tv-serie in elke episode te zien is. Dat Charlotte Ritter en Svetlana Sorokina in het verhaal zo naar voren geplaatst zijn, was ongetwijfeld een van de eisen van de filmproducent. Als je een tv-serie van veertig miljoen produceert, wil je uiteraard ook de vrouwelijke kijker kunnen bereiken. Een derde vrouw die tenslotte in de tv-serie een grote rol krijgt dan in het boek, is Elisabeth Behnke, de hospita van Gereon Rath.

Wat de plot betreft, wil ik hier niet in details treden, maar de ontknoping in het boek is totaal anders dan die in de film. Hoewel de ondergang van de slechterik in het boek al behoorlijk Wagneriaans is, heeft men er in de film toch nog een schepje bovenop gedaan met een actiescene a la James Bond. De drie scenaristen hebben nog een aantal verhaallijnen door de tv-serie geweven die niet in het boek zitten. En de achtergrond van Gereon in zijn geboortestad Keulen, die in het boek soms aangestipt wordt, is verder uitgesponnen. De film opent perspectieven op zijn katholieke geloof en zijn loopgraafervaringen tijdens de Eerste Wereldoorlog. Ook maken we kennis met zijn schoonzuster en zijn neefje en op het laatst ook met zijn dood gewaande broer Anno.

Alexanderplatz 1929
‘Der Alex’ (Alexanderplatz) in 1929
Warenhuis Tietz wordt in het boek een paar keer genoemd. De finale van het boek speelt zich af op het legendarische dakterras van de gloednieuwe Karstadt aan de Hermannplatz.

Boek en film moeten op eigen kwaliteiten beoordeeld worden. Ik begrijp de teleurstelling van sommigen die eerst de thriller gelezen hebben en daarna pas de tv-serie zagen. De scenaristen hebben voor de productie veel concessies moeten doen waardoor de film een zeer vrije bewerking van het boek is geworden. Omdat er voor iedere aflevering een cliffhanger moest komen, heeft de plot een heel ander ritme gekregen. Veel is toegevoegd en vaak is dat gedaan vanuit commercieel oogpunt. Het oorspronkelijke verhaal is echt iets anders dan de film. Volker Kutscher schrijft in de stijl van de hard boiled en Gereon Rath is soms een Duitse Sam Spade of Philip Marlowe. Preciezer gezegd: een Keulenaar in Berlijn met de hoed van Philip Marlowe op. Het film noir aspect uit het boek heeft Tom Tykwer uiteraard dankbaar uitgebuit.

Duitsers zijn gek op Krimi’s. Elke avond worden er op de verschillende Duitse zenders meerdere uitgezonden en het totaal aantal Duitstalige Krimi’s is meer dan vijftig series. Er zijn komische Krimi’s, regionale Krimi’s, vakantie Krimi’s en er is zelfs een Amsterdam Krimi (met Fedja van Huet). Babylon Berlin voegt aan al deze series weer een nieuw element toe: de brisante politieke situatie in Berlijn vlak voor de Beurskrach van 1929 en de nationaalsocialistische dreiging. Twee Duitse obsessies worden zo gebundeld.

Der nasse Fisch. Gereon Raths erster Fall [de.wikipedia.org]

Orlacs Hände, Veidts Antlitz

gezien: Orlacs Hände (1924) van Robert Wiene

Orlacs HändeDe Duitse filmpionier Robert Wiene is vooral bekend van de expressionistische film Das Cabinet des Dr. Caligari uit 1920. Maar dit was niet zijn enige klassieker. Ook Orlacs Hände (1924) is een een verfilmd griezelverhaal en schitterend voorbeeld van (laat)expressionisme op het witte doek. De film is gebaseerd op de roman Les mains d’Orlac (1920) van Maurice Renard.

De hoofdrol wordt gespeeld door filmlegende Conrad Veidt (1893-1943), die in Das Cabinet des Dr. Caligari bekend geworden was in de rol van Cesare. In de jaren veertig zou hij zijn filmcarrière in de Verenigde Staten beëindigen met o.a. Casablanca (1942) en het Technicolorwonder The Thief of Bagdad (1940). Wat mij betreft is Veidt de koning van het Duitse expressionisme in de cinema. Wanneer Gloria Swanson in Sunset Boulevard (1950) uitroept We had faces then, dan denk ik eerst aan Cesare en Orlac. Met zijn fabelachtige mimiek, geaccentueerde ogen en mond was Conrad Veidt een tovenaar van de gezichtsuitdrukking. Alleen met digitale morphing nog te overtreffen.

Conrad Veidt
Conrad Veidt als Orlac, de koning van het Duitse expressionisme in de cinema
Wanneer Gloria Swanson in Sunset Boulevard uitroept ‘We had faces then!’ dan denk ik eerst aan Cesare en Orlac.
Nur knapp überlebt der berühmte Konzertpianist Paul Orlac ein schweres Zugunglück. Eine Notoperation rettet sein Leben, doch nicht seine Hände. Orlacs Frau fleht den Arzt an, eine Lösung zu finden, bedeuten dem Virtuosen diese Hände doch „mehr als sein Leben“. So transplantiert man Orlac die Hände eines kürzlich Verstorbenen – eines Mannes namens Vasseur, der als Mörder für eine grausame Tat hingerichtet wurde. Operation und Heilung verlaufen reibungslos. Doch als Orlac erfährt, dass er die Hände eines Verbrechers trägt, wird er von der quälenden Vorstellung heimgesucht, unter Vasseurs unheilvollem Einfluss zu stehen.
 
Bron: arte.tv

Orlacs Hände [ imdb.com ]

Spree-Chicago

begonnen in Schaduw over Berlijn van Volker Kutscher

Schaduw over BerlijnGisteren kocht ik de Nederlandse vertaling van Der nasse Fisch van de Duitse auteur Volker Kutscher. Vorige week zag ik de eerste en tweede serie van Babylon Berlin en was zo onder de indruk dat ik besloot om het boek te gaan lezen waar deze serie op gebaseerd is.

Spree-Athen ist tot, Spree-Chicago wächst heran

Walter Rathenau in Die schönste Stadt der Welt (1899)

Hoofdpersoon is de Keulse inspecteur Gereon Rath, die zich in 1929 als Mordermittler am Alexanderplatz vestigt. Berlijn is op dat moment de op twee na grootste metropool ter wereld. In 1899 had de Duitse industrieel (en later politicus in de Weimar Republiek) Walther Rathenau in zijn essay Die schönste Stadt der Welt geschreven: “Spree-Athen ist tot, Spree-Chicago wächst heran”. Hij bedoelde dat positief. Berlijn was als hoofdstad van het Keizerrijk booming en zou net als een Amerikaanse stad voor de moderniteit kiezen.

Maar zijn uitspraak kun je ook anders interpreteren. In de roaring twenties zouden Chicago en Berlijn wedijveren om de twijfelachtige eer wie zich de meest criminele stad ter wereld mocht noemen. De vraag is of Rathenau dat in 1899 al voorzien had. Op 24 juni 1922 zou hij op de Königsallee in Berlin-Grunewald vermoord worden.

Berlijn, 1929. Als het lichaam van een bruut gemartelde Rus uit de rivier de Spree wordt getrokken, ziet rechercheur van de zedenpolitie Gereon Rath zijn kans schoon om terug te keren bij de afdeling moordzaken. Hij duikt op eigen houtje de Berlijnse onderwereld in op zoek naar de moordenaar en legt een samenzwering bloot die van de Russische bendes voert naar de allerhoogste politieke kringen, waar achter de schermen een staatsgreep wordt beraamd. Waar hij echter niet op had gerekend is dat hij zelf als verdachte gezien zou gaan worden. (Bron: thehouseofbooks.com)

1929 – Das Jahr Babylon

woensdag gezien op ARD: 1929 – Das Jahr Babylon

Waar denk je het eerst aan bij het jaar 1929? Bijna iedereen zal de beurskrach van 1929 te binnen schieten. Deze gebeurtenis was immers een kantelmoment in de geschiedenis. Zonder de plotselinge ineenstorting van de aandelenkoersen op de beurs van Wall Street, zou er geen Great Depression zijn geweest en dus ook minder voedingsbodem voor het nationaalsocialisme in Duitsland. Vanuit dit ene kantelmoment kunnen we enig inzicht krijgen in de geschiedenis van de jaren dertig en de Tweede Wereldoorlog die daarop volgde. Maar 1929 is natuurlijk veel meer en er waren ook veel meer factoren die de loop van de geschiedenis na 1929 bepaalden dan alleen de beurskrach op Wall Street.

Das Jahr Babylon
Das Jahr Babylon

De documentaire 1929 – Das Jahr Babylon van Volker Heise is een originele geschiedenisles. We gaan 90 jaar terug in de tijd en stappen van maand tot maand door de straten van Berlijn, destijds het hippe middelpunt van de wereld, de wereld van Alfred Döblin. Verschillende inwoners van Berlijn, in 1929 na New York en Londen de grootste stad ter wereld, doen hun verhaal. Ze worden gespeeld door vier acteurs uit de serie Babylon Berlin: Fritzi Haberlandt, Leonie Benesch, Anton von Lucke en Peter Kurth. De laatste speelt in de serie de rol van Bruno Wolter, de corrupte hoofdcommissaris van de zedenpolitie. Grotesker had George Grosz deze Duitse speknek niet kunnen maken.

Peter Kurth en George Grosz
Peter Kurth speelt in Babylon Berlin de rol van Bruno Wolter, de corrupte hoofdcommissaris van de zedenpolitie. Daarnaast een groteske figuur van George Grosz.

Der Film basiert auf Tagebüchern und Erinnerungen, auf Augenzeugenberichten und Polizeiakten, auf Zeitungsausschnitten und Mitschriften von Diplomaten und Handwerkern, von Tänzerinnen und Journalistinnen, von Proleten, Hausfrauen, Politikerinnen und Kokainhändlern. Über 30 reale Menschen aus der Vergangenheit, deren Zitate verknüpft sind mit Archivmaterial zum Porträt einer Gesellschaft im Taumel.

In 1929 – Das Jahr Babylon trekt het jaar 1929 in de hoofdstad van de Weimar Republiek aan ons voorbij. Wat opvalt, is de polarisering van de samenleving. Omdat Duitsland sinds 1919 een democratie geworden is, is er persvrijheid. Het nieuwe jaar begint in de miljoenenstad met veertig kranten, die de meest uiteenlopende politieke geluiden laten horen en ideologieën verkondigen. Helemaal aan de linkerkant van het politieke spectrum staat Die rote Fahne, de communistische krant die in november 1918 direct na de val van het Duitse Keizerrijk werd opgericht door Karl Liebknecht en Rosa Luxemburg. Uiterst rechts staat de Völkischer Beobachter, het partijorgaan van de NSDAP. Op 1 januari 1929 verschijnt voor het eerst een Berlijnse editie van deze nationaalsocialistische krant.

Kort na de verkiezingen van 1928 had zich in de zomer van 1928 een brede coalitie gevormd, een GroKo zouden de Duitsers tegenwoordig zeggen. Deze moest de Duitse samenleving, die in ideologisch opzicht middelpuntvliedend was geworden, bij elkaar houden. Berlijn was het centrum van het gepolariseerde Duitsland, maar tegelijkertijd een arbeidersstad waar de KPD een enorme aanhang had. De vonk zou vanuit de Sovjet Unie zomaar over kunnen vliegen! Vanuit de angst dat in Duitsland de revolutie zou uitbreken en net als Rusland zou veranderen in een communistische dictatuur, kwam de situatie op scherp te staan. Op 1 mei 1929 escaleerde het.

In de vierde aflevering van Babylon Berlin zien we heel concreet waar Blutmai voor staat. Tijdens de demonstraties op de Dag van de Arbeid, kwamen de communisten en de politie tegenover elkaar te staan. Er werd met scherp geschoten. Op 1 mei 1929 werden in Wedding en Neuköln negen demonstranten doodgeschoten en op de twee dagen die volgenden werden nog eens 24 demonstranten gedood, waaronder een vrouw op een balkon. Dit laatste gegeven speelt in het scenario van Babylon Berlin een grote rol. In de weken die volgen verdedigt de Berlijns politie zichzelf. Daarmee is de polarisatie voltooid. Ernst Thälmann de leider van de Kommunistische Partei Deutschlands zegt nu: ‘SPD und NSDAP sind Zwillingen’. Socialisten en fascisten worden vanaf dit moment door de communisten op één hoop gegooid.

Door de Blutmai wordt de polarisatie voltooid. Ernst Thälmann de leider van de KPD zegt nu: ‘SPD und NSDAP sind Zwillingen’. Socialisten en fascisten worden vanaf dit moment door de communisten op één hoop gegooid.
Das Jahr Babylon op Youtube
1929 – Das Jahr Babylon erzählt die zwölf Monate als ein Jahr der Entscheidungen. Land und Stadt stehen auf der Kippe, die Zukunft ist offen, niemand weiß, wohin die Reise geht. Der Erste Weltkrieg ist seit gut zehn Jahren vorbei, die Niederlage unverstanden, die Republik ein permanenter Ausnahmezustand. Nur vier goldene Jahre hat die Geschichte ihr zugestanden. Der Glanz beruht auf Pump und droht bereits zu verblassen. Im Reichstag sitzen 15 Parteien, von ganz links bis extrem rechts, jede Regierung ist eine unmögliche Koalition.
 
Babylon Berlin spielt 1929. Berlin ist eine Metropole in Aufruhr, eine zerrissene Stadt im radikalen Wandel. Die Dokumentation zur Serie wirft ein Blick hinter die Kulissen der Fiktion. Erzählt wird das Jahr anhand von Tagebüchern, Protokollen und Briefen: das Kaleidoskop einer taumelnden Großstadt aus der Sicht ihrer Bewohner. Noch kommen die Menschen aus ganz Europa, um sich in der Stadt der Sünde, in der die alten Regeln nichts mehr gelten, neue aber noch nicht gefunden sind, zu vergnügen. Sie gehen in die Bars und Cabarets, sie verschwinden in dunklen Spelunken, in denen Verbrecherbanden regieren und Sex billig ist. Im Theater wird die Sprache der Moderne gesprochen, auf den Bildern explodieren die Farben. Doch die Arbeitslosigkeit ist hoch und die alten Mächte wollen zurück an die Macht.
 
Bron: daserste.de

babylon-berlin.com