
op een mooie pinksterdag [ 1 ]


In de jaren zeventig was het woordje fascist een verbaal projectiel waarmee je elk debat kon saboteren. Tegenwoordig lijkt het woordje fundamentalist die functie te hebben overgenomen. Daarmee wordt dan een religieuze fanaticus of betweter bedoeld. In ieder geval een gesloten persoon die niet echt open staat voor de ander. Maar misschien zijn we zélf fundamentalistischer dan we denken. Wanneer we tolerantie tegenover fundamentalisme stellen en vervolgens daarboven verheffen, nemen we ongemerkt eenzelfde positie in als dat verfoeide fundamentalisme. Tolerantie is misschien eerder een eigenschap die het eigen gelijk siert, en juist niet het tegendeel van fundamentalisme.
Voltaire
De funditest lijkt ontworpen vanuit de idee dat tolerantie en fundamentalisme tegengesteld zijn aan elkaar en elkaar dus min of meer uitsluiten. Hoe lager je score in deze test, hoe toleranter en zelfs hoe ruimdenkender je zou zijn. Wordt tolerantie (of ruimdenkendheid) in de funditest niet teveel opgevat als het ruimhartige eigen gelijk dat te prefereren is boven het gelijk van “de fundamentalist”?

Herman Philipse

Het verleden is iets merkwaardigs, vooral als het om onze jeugd gaat. Nu ik inmiddels een veertiger geworden ben, heeft mijn jeugd een eeuwigheidsstatus gekregen. Het verleden is de steen die je niet wentelen kunt en die onwrikbaar op zijn plek blijft liggen, een leven lang. De dag na Pasen was ik in een nostalgische bui en heb ik een klassenfoto uit 1973/74 op schoolbank.nl geplaatst. Ik zat toen in de vijfde klas van de CNS II in Veenendaal.

Gisteren was ik weer eens in Veenendaal en kwam ik even op het Dr. Slotemaker de Bruïneplein terecht waar het gebouw van de voormalige CNS staat. Het heeft voor mij altijd een rituele functie gehad om op deze plek terug te komen; even contact maken met mijn jeugd, de jaren tussen mijn zesde en twaalfde. Maar gisterenmiddag bleek de traditionele sentimental journey naar het Dr. Slotemaker de Bruïneplein plotseling een afscheid. Want aan het gebouw van de CNS II knaagde een gele grijper.

Gelukkig draag ik meestal een fototoestel bij me en kon ik het afscheid vastleggen. Het schoolplein was al behoorlijk omgewoeld en er stonden een paar containers. Ik vroeg aan een van de slopers of ik het gebouw even mocht inlopen. Dat mocht wel, het asbest was toch al verwijderd. Als ik maar uit de buurt van de grijper bleef. Ik liep naar het lokaal waar ik in augustus 1969 in klas 1 (groep3) aan mijn lagere schooltijd begonnen was.

In deze ruimte heb ik heel wat van mijn kostbare kindertijd doorgebracht. Hier heb ik lezen en schrijven geleerd. Hier tekende ik de eerste plattegrond van mijn wereld. Hier hoorde ik met Bijbelse geschiedenis over het volk van Israël dat veertig jaar door de Sinaï zwierf. Veertig jaren! Daar kon ik mij als zesjarige niets bij voorstellen. Nu als 46-jarige weet ik wat het betekent… Het is precies de periode die mij scheidt van de tijd dat ik in dit ontzielde lokaal mijn eerste jaar op ‘de grote school’ doorbracht.

Volgende week is het schoolgebouw met de grond gelijk gemaakt en zal er geen steen meer op de andere liggen. En tóch, mijn jeugd blijft de steen die niemand wentelen kan. Onwrikbaar blijft deze op zijn plek liggen, een leven lang.

In de voetsporen van Heidegger
Voetnoten bij de 19e eeuw
Amerikaanse Burgeroorlog
Napoleon en zijn schilders
Landschapsschilders uit de Goethezeit
Schilders in Italië
De schilder en zijn broodheer
De waakzaamheid van het hart
Ovidius’ Metamorphosen
Dantes Divina Commedia
Wolkenkrabbers
Op zoek naar de atoomstijl
Een avontuur van luitenant Blueberry
My favourite things