Categorie archief: architectuur

Amsterdam in kaart

Het aanzien van Amsterdam
te zien tot 8 januari 2008 in Het Stadsarchief van Amsterdam

Op dit moment is er in het Amsterdamse Stadsarchief een tentoonstelling te zien over panorama’s, plattegronden en profielen van de stad Amsterdam uit de Gouden Eeuw. Het stadsarchief is sinds augustus dit jaar ondergebracht in het historische gebouw De Bazel aan de Vijzelstraat. Vorig jaar schreef ik al iets over historische kaarten van Amsterdam.

schatkamer in De Bazel
Bij een bezoek aan het Stadsarchief is het de moeite waard om de zgn. ‘schatkamer’ te bezoeken, een fraaie hal in art deco die de indruk wekt van een Egyptische tempel. Gratis toegankelijk.

boek De Bazel De Bazel
Tempel aan de Vijzelstraat in Amsterdam

Redactie: Mariëlle Hageman en Ludger Smit

Amsterdam telt een aantal grote gebouwen die bepalend zijn voor het beeld van de stad, zoals het Centraal Station, het Rijksmuseum, de Beurs van Berlage én gebouw De Bazel, het voormalige hoofdkantoor van de Nederlandsche Handel-Maatschappij aan de Vijzelstraat. Het is ontworpen door K.P.C. de Bazel (1869-1923), in nauwe samenwerking met A.D.N. van Gendt (1870-1932) en voltooid in 1926. In 2000 verliet de ABN AMRO het monumentale hoofdkantoor in de binnenstad en werd begonnen met het geschikt maken van het gebouw voor het Stadsarchief van Amsterdam. Het gesloten bankgebouw is inmiddels verbouwd tot een voor iedereen toegankelijke openbare instelling. In ‘De Bazel. Tempel aan de Vijzelstraat in Amsterdam’ wordt de complete geschiedenis van het gebouw verteld, van bank tot archief: de ontwerp- en bouwgeschiedenis, de plek in de stad, het fenomeen van het vroeg twintigste-eeuwse kantoorgebouw, het interieur, de gebruiksgeschiedenis, de restauratie door architectenbureau Fritz en de verbouwing door Claus en Kaan Architecten. Het verhaal van een geldtempel getransformeerd tot cultuurtempel. De Bazel overleed drie jaar voor de oplevering van het gebouw. Daardoor heeft hij de positieve ontvangst van zijn laatste grote schepping bij de officiële opening, op 4 oktober 1926, niet mogen meemaken. Een tijdgenoot schreef: „Regelmaat, welgekozen verhoudingen, een prachtig evenwicht van lijn en kleuren beheerschen deze tempel, die een kunstwerk is.„
( Bron: bma.amsterdam.nl )

Stadsarchief Amsterdam | over het Stadsarchief Amsterdam

de krullen van de keizer

zondag bezocht ik met Michaela Huis Doorn
en wandelde door de vertrekken waar de laatste Duitse keizer leefde

Wilhelm IIIn de toiletkamer van de keizerin stond een grote spiegel gevangen in weelderige kwabornamenten. Op mijn vraag of keizer Wilhelm II van Jugendstil hield, gaf de gids een kort antwoord: “Nee.” Hij probeerde het daarna uit te leggen: de keizer hield wel van Barok, Classicisme en Rococo en vooral van negentiende eeuwse eclectische ratjetoe, maar van ‘nieuwlichterij’ moest hij niets hebben. ‘Maar wij houden wéll van Jugendstil !’ zei ik en Michaela begon te lachen en knikte instemmend. ‘Nou, ik ook!’ zei de gids. Daar stonden we dan in het huis van de laatste keizer tussen enorm veel kitscherig antiek openlijk de Jugendstil te belijden. Het is ook moeilijk om niet van Jugendstil te houden. Thuisgekomen blader ik door een rijk geillustreerde studie van de Duitse kunsthistorica Gabriele Fahr-Becker over deze stijl die tussen 1890 en 1910 (met een brandpunt tussen 1895 en 1905) in Europa in de mode was.

bestellen voor slechts € 14,95 Jugendstil
Könemann im Tandem-Verlag, 2005
ISBN 3-89508-212-0

Gabriele Fahr-Becker studierte Kunstgeschichte, Archäologie und Philosophie und promovierte 1970 über den französischen Jugendstil an der Universität München. Sie veröffentlichte bereits zahlreiche Beiträge zur Kunst der Jahrhundertwende und ist darüber hinaus als Ausstellungsorganisatorin im In- und Ausland tätig.

rocailleIk laat een stijl graag diep tot mij doordringen, want eigenlijk is iedere stijl een geabstraheerd portret van het leven zélf. Jugendstil zou je kunnen zien als een interpretatie van de asymmetrische rocaille , een schelpmotief uit de Rococo. Evenals de Barok kunnen Rococo en Jugendstil monumentaal worden, maar de verfijnde versieringen dringen ook door tot in de kleinste gaatjes. Jugendstil groeit en woekert vaak als een plant. De moderne interpretatie van de Rococo komt vooral tot uitdrukking in het gebruik van het nieuwe materiaal smeedijzer, uitermate geschikt om lange golvende stelen en krullen te vervaardigen. De Jugendstilornamenten zijn de ene keer motieven letterlijk uit de flora overgenomen, de andere keer weer streng geabstraheerd.

Potsdam
spiegelzaal in Sans Souci Potsdam, 1742
Keizer Wilhelm II werd in Potsdam geboren en heeft als jongetje door de vertrekken van Frederik de Grote gelopen.

Anders dan bij de Rococo vormde de natuur de enige inspiratiebron voor de Jugendstilkunstenaars en de ‘beeldtaal ‘ van de Jugendstil werd vooral door de plantaardige wereld bepaald. Er was afscheid genomen van het Christendom en de Griekse en Romeinse godenwereld die nog zo’ n zwaar stempel hadden gedrukt op resp. de Barok en de Rococo. Als er in de Jugendstil bovenzintuigelijke wezens werden afgebeeld, dan waren het elfen en andere natuurgeesten, die in het symbolisme van de late negentiende eeuw ook populair waren.

Chippendale spiegel 1762
Chippendale spiegel, Rococo, 1762
De keizer(in) had hier beslist van gehouden

De keizer hield dus niet van Jugendstil. Er wordt vaak smalend gedaan over de smaak van de Hohenzollern, maar in feite was het heel normaal dat men van kitsch hield in het keizerlijke Europa van de negentiende eeuw. De Franse smaak onder het Tweede Keizerrijk van Napoleon III was niet veel beter en ook de Victoriaanse stijl in Engeland was akelig benauwd en bombastisch. Pas met de Art & Crafts beweging van William Morris ging er een frisse wind waaien en werd het ornament versoberd en intelligent gebruikt. Niet als een soort alabastine dat elk gaatje moet vullen, maar als een zinvolle versiering. In diezelfde jaren zou de Amerikaanse architect Louis Henry Sullivan zijn adagium Form Follows Function formuleren, maar het zou nog tot na de Eerste Wereldoorlog duren totdat het ornament volledig in de ban werd gedaan en de sobere functionele en internationale stijl bepalend zou worden voor het gezicht van de moderne wereld. Ook dat heeft de keizer nog moeten meemaken. Tegenwoordig ligt hij begraven in een strak mausoleum, dat na zijn dood in 1941 is gebouwd.

Horta
trap met zweepslaglijnen van Victor Horta
Jugendstil zul je in Huis Doorn dus niet tegenkomen

Huis Doorn

neogothiek als samenlevingsideaal

eerbetoon aan Pierre Cuypers met Cuypers Manifestatie
in Rotterdam, Maastricht en Roermond

Decennia lang is de architectuur van Pierre Cuypers (1827-1921) not done geweest. In de jaren zeventig associeerde men zijn bouwwerken met roomse autoriteit en werd zijn reactionaire houding onder architecten verguisd. Jan Blokker noemde het Centraal Station en het Rijksmuseum, de twee bekendste scheppingen van Pierre Cuypers, nog ‘oudbakken meiderige namaakgotiek’. Maar nu is er weer een enorme herwaardering: Het Rijksmuseum en het Centraal Station worden beiden voor tientallen miljoenen in de oorspronkelijke staat teruggebracht en correcties uit de jaren zestig worden nu als modernistische vervuiling weer verwijderd.

Pierre Cuypers standbeeld in Roermond
standbeeld van Pierre Cuypers bij de Munsterkerk in Roermond

Onlangs is het Cuypersjaar (2007-2008) van start gegaan. Het Nederlands Architectuur Instituut (Nai) in Rotterdam viert namelijk het feit dat ze de inventarisatie van het Cuypersarchief (het grootste architectuurarchief van Nederland, 550 meter!) na zeven jaar noeste arbeid heeft afgerond. Er zijn drie tentoonstellingen: in Rotterdam, Maastricht en natuurlijk in Cuypers geboortestad Roermond. En er worden drie boeken over hem uitgegeven, waaronder een monografie van Wies van Leeuwen bij uitgeverij Waanders.

Cuypers boek Waanders In Pierre Cuypers, architect 1827-1921 wordt voor het eerst voor een breed publiek een duidelijk beeld geschetst van zijn leven en werk. Cuypers was een eigenzinnige workaholic, gedreven op zoek naar de essentie van de architectuur. Met zijn werk bepaalde hij het beeld van Nederland in de negentiende eeuw. Dit uiterst toegankelijke en rijk geïllustreerde boek bevat historische foto’s van de architect en zijn familie, zijn woonhuis en verdwenen gebouwen. Materiaal uit archieven en familiebezit is voor het eerst gefotografeerd. Daarnaast zijn er prachtige ontwerptekeningen en schetsen van gebouwen en decoraties. Van een aantal beeldbepalende werken zijn voor deze uitgave nieuwe kleurenopnamen gemaakt.
 
Bron: kunstboeken.nl

Cuypers was ongelooflijk productief. Hij bouwde tientallen katholieke kerken die tussen 1853 en 1920 in ons land verrezen. Daarbij was hij niet alleen de architect, maar hij ontwierp ook de interieurs tot aan de heiligenbeelden toe.

Pierre Cuypers aan zijn werttafelDe architect Pierre Cuypers had een missie: hij geloofde in een samenlevingsideaal, in een architectuur die de maatschappij kon veranderen, in het Gesamtkunstwerk en in de neogotiek als enige gerechtvaardigde architectuurstijl. Bij het nastreven van zijn ideaal greep hij terug op de middeleeuwen: een maatschappij met duidelijke rangen en standen, met de katholieke kerk als middelpunt en de gilden met hun ambachtelijke kwaliteiten. ( Bron: Nederlands Architectuur Instituut (Nai) )

Cuypersjaar [ official site ] | Alle activiteiten op een rijtje | cuypersroermond.nl
Nederlands Architectuur Instituut (Nai) | Pierre Cuypers [ wikipedia.nl ]