gelezen: Duecento (1951) van Hélène Nolthenius
Een ouder Nederlands echtpaar dat we in Umbriëontmoetten, liet er geen twijfel over bestaan: Perugia was veel en veel mooier dan Assisi. In Duecento (1951) van Hélène Nolthenius dat ik als literaire reisgids gebruikte, las ik een soortgelijk oordeel. Nadat we Assisi en Perugia bezocht hadden, moest ik ze gelijk geven. Als je echt iets van de rauwe, bonkige Middeleeuwen wilt proeven, kun je beter naar Perugia gaan dan naar Assisi. Binnen de muren van Perugia en andere stadjes die als adelaarsnesten op de heuvelkam liggen, kun je de dertiende eeuw nog ervaren.

Bron: Duecento (1951) van Hélène Nolthenius

op haar rots moet ge kennen
Hélène Nolthenius in Duecento
Bron: Duecento (1951) van Hélène Nolthenius




München was door nationalisme en historisme zo ver opgezwollen, dat het tenslotte zou gaan barsten. In de jaren negentig scheidde in Wenen en München een groep jonge kunstenaars zich af van de oude garde en vormde de Secession. De nieuwe beweging zou in München bekend worden als Jugendstil, genoemd naar het tijdschrift
Voor vele reizigers uit het noorden was de ‘Grand Tour’ een eerste lijfelijke kennismaking met overblijfselen van de klassieke wereld en de idealen die zo vaak – zij het abstract – werden bezongen. Het voornaamste doel van de reis waren de Italiaanse kunststeden, maar ook andere bestemmingen in Zuid- en Midden-Europa waren populair. Het was in de eerste plaats een studiereis, maar ook het ‘wandern’ – het doelloos en flanerend rondzwerven – was een doel. En er ontstond een heuse souvenir-business, waar bijvoorbeeld vedutisti als Panini en Canaletto hun faam mee konden maken. De omgeving werkte inspirerend.












