de jonge jaren van een gewone Veense jongen
Kan er uit Nazareth iets goeds komen? Wat mag je verwachten van een bekrompen plaatsje in de provincie? Maar de geest waait overal. Dus ook in Veenendaal.
Op mijn eenentwintigste ben ik mijn geboorteplaats ontvlucht. Anders dan mijn vader die er geboren en getogen is en er na 81 jaar nog steeds woont. Mijn moeder die uit Zuid-Holland komt mag zich ook al ruim een halve eeuw ‘n Vèènse noemen. Jaarlijks op 15 mei schuift ze in leeftijd aan bij mijn vader en vandaag viert ze haar 81e verjaardag. Op 27 april j.l. was ik bij de presentatie van het boekje Door de ogen van mijn vader van Stef Bos . Het leek mij wel een aardig boekje voor haar verjaardag.
Uit de omvangrijke collectie kleurendia’s die vader A.W.Bos in de jaren zestig en zeventig maakte, werden ruim zestig foto’s geselecteerd waarbij zijn zoon korte teksten schreef. Net als de liedjes van Stef Bos is het boekje over het leven, waarin mijmering en nuchterheid elkaar afwisselen. Stef Bos en ik schelen twee jaar en zijn herinneringen aan Veenendaal overlappen die van mij.
In een tekstje over de fanfares van Scheepjeswol en Caecilia komt een oud beeld uit mijn jeugd naar voren dat ik helemaal vergeten was. Voor de harmonie liep als mascotte altijd iemand met een schaap vooruit. Mijn eerste ervaring met de fanfare van Scheepjeswol grensde overigens aan horror. Als je drie jaar oud bent, leef je nog in het animistische stadium en zo was voor mijn ontvankelijke blik het donkere vaandel van de harmonie bezield met een duistere kracht. Ik durfde er niet rechtstreeks naar te kijken, maar in de spiegeling op de ruiten van Maison Kramer bleef ik het dreigende vaandel nauwlettend in het vizier houden. Ik wilde voorkomen dat het plotseling achter mij zou kunnen opduiken. Een rechtstreeks confrontatie durfde ik niet aan.
De man die terugkijkt op de peuter, de kleuter, het jongetje en de puber in zichzelf, dat is natuurlijk Stef Bos ten voeten uit. Voor mij is het herkenbaar, niet alleen omdat mijn jeugd ook in Veenendaal op straat is blijven liggen.
In ons vergrijzende land zullen er steeds meer boeken gaan verschijnen over het ouder worden. Joep Dohmen en Jan Baars bundelden in 2010 filosofische teksten in de De kunst van het ouder worden. Onder dezelfde titel zijn
In 1985 las ik voor het eerst een boek van Hermann Hesse. Zijn roman Demian uit 1919 maakte enorme indruk op mij. De ontreddering maar ook de loutering van de Eerste Wereldoorlog klonken er in door. Ik vertelde mijn docente psychologie enthousiast over het boek en of ze wel eens iets van Hermann Hesse gelezen had. “Ja, toen ik jong was!” was haar antwoord. Later begreep ik dat Hermann Hesse een schrijver voor adolescenten is en dat er in de literaire wereld een beetje meewarig over hem gedaan wordt. Maar in 1985 hoorde ik als 22-jarige helemaal bij de doelgroep. Demian had een een elektriserende werking op mij. Nog ieder jaar worden er bij uitgeverij Suhrkamp 300.000 exemplaren van zijn romans gedrukt. Zolang er nog adolescenten blijven komen, zal Hermann Hesse een arm om hen heen slaan.
Hermann Hesse liest man nicht einfach so: Hermann Hesse ist eher eine Erfahrung als eine Lektüre. Udo Lindenberg hat seinem Idol einen Song gewidmet und exklusiv für die ARD-Hesse-Verfilmung “Die Heimkehr” aufgenommen. Er erinnert sich: “Ich dachte: Wie kann der über mein Leben schreiben? – Ja, das war genau meine Story. Ich mein, der kennt mich ja gar nicht. Aber ich sah diese Parallelitäten, hab mich darin total wiedergefunden.” So wie Udo ging es auch anderen Künstlern und Prominenten, die in der Dokumentation zu Wort kommen. Der Hesse-Darsteller August Zirner, der ARD-Literaturkritiker Denis Scheck, Konstantin Wecker, Peter Härtling. Und noch vielen Millionen Menschen überall auf dem Planeten.













