inspiratiebron voor de Nazarener in Italië
Franz Sternbald Wanderungen is een kunstenaarsroman die Ludwig Tieck op 25-jarige leeftijd publiceerde in een poging om met Goethes Wilhelm Meisters Lehrjahre te wedijveren. De oorsprong van deze roman ligt vijf jaar eerder. In de zomer van 1793 maakte Tieck als jonge student samen met zijn vriend en studiegenoot Wilhelm Heinrich Wackenroder een wandeltocht door Franken waar ze o.a. Bamberg en Nürnberg bezochten. “Je kunt zonder overdrijving zeggen dat het Tieck en Wackenroder waren die in die zomer dit Frankische land met zijn middeleeuwse stadjes, bossen, burchtruïnes, residenties en mijnen als eersten het aureool van het beloofde land van de Duitse Romantiek gaven“, schrijft Rüdiger Safranski in zijn boek over de Romantiek. Wackenroder zou aan de tyfus overlijden in het jaar dat Tieck‘s kunstenaarsroman verscheen. Een jaar eerder hadden ze samen nog Herzensergießungen eines kunstliebenden Klosterbruders gepubliceerd, een verzameling kunstenaarsbiografieën en novellen. Na Wackenroder‘s dood stelde Tieck een heruitgave samen. Zowel de ‘Herzensergießungen‘ als ‘Franz Sternbald‘ vinden hun oorsprong in de reis die ze in 1793 gemaakt hadden.
Hoofdpersoon Franz Sternbald is een leerling van Albrecht Dürer uit Nürnberg, de eerste Duitse kunstenaar die in 1494 naar Italiëreisde en die vervolgens de Renaissance naar het Noorden bracht. Na hem zouden ontelbare Duitse schilders volgen en velen van hen zouden zich in Rome vestigen. Ze staan bekend als de Deutschrömer. Tieck stuurt zijn romanfiguur eerst naar Holland waar hij in Leiden het ‘wonderkind’ Lucas van Leyden ontmoet. Samen met Dürer behoort deze tot de genieën van de “Noordelijke Renaissance”. Daarna reist Franz Sternbald naar Italiëom kennis te maken met de kunst van de grote meesters (Raffaël, Michelangelo en Leonardo). Van de kunstminnende Wackenroder heeft Tieck de devotie voor religieuze schilderkunst (Albrecht Dürer, Raffaël) en muziek (Joseph Berglinger) overgenomen.
In de vroege Romantiek zou voor het eerst ‘de kunst van de religie’ en ‘de religie van de kunst’ worden beleden. De idealisering van de laat-Middeleeuwse wereld van Albrecht Dürer begint bij Wackenroder en Tieck. Geïnspireerd door hun kunstbeschouwingen verenigen zich in 1804 een aantal schilders onder de naam Nazarener. Deze groep schilders richt zich op religieuze kunst in de stijl van Raffaël. Vanaf 1810 vestigen de Nazarener zich in Rome en vormen er een kunstenaarskolonie. Franz Sternbald komt hier tot leven in schilders als Ludwig Schnorr von Carolsfeld, Philipp Veit, Peter von Cornelius, Franz Ludwig Catel, Joseph Anton Koch, Wilhelm von Schadow en Carl Philipp Fohr.

San Francesco di Civitella (detail)
Franz Sternbalds Wanderungen
»Ich verstehe, wie du es meinst«, sagte Sternbald,»und die freundlichen Himmelslichter entwanken und entfliehen, indem wir sprechen. Wenn du auf der Harfe musizierst, und mit den Fingern die Töne suchst, die mit deinen Phantasien verbrüdert sind, so daß beide sich gegenseitig erkennen, und nun Töne und Phantasie in der Umarmung gleichsam entzückt immer höher, immer mehr himmelwärts jauchzen, so hast du mir schon oft gesagt, daß die Musik die erste, die unmittelbarste, die kühnste von allen Künsten sei, daß sie einzig das Herz habe, das auszusprechen, was man ihr anvertraut, da die übrigen ihren Auftrag immer nur halb ausrichten, und das Beste verschweigen: ich habe dir so oft recht geben müssen, aber, mein Freund, ich glaube darum doch, daß sich Musik, Poesie und Malerei oft die Hand bieten, ja daß sie oft ein und dasselbe auf ihren Wegen ausrichten können.
Bron: zeno.org
John Steinbeck beschouwde East of Eden (1952) zelf als zijn belangrijkste roman. Het is ongetwijfeld zijn meest ambitieuze, met een aaneenschakeling van grote thema’s : identiteit, vrijheid, rechtvaardigheid, liefde, jaloezie en haat. De titel is gebaseerd op Genesis 4:16 “En Kaïn ging uit van het aangezicht des Heeren; en hij woonde in het land Nod, ten oosten van Eden.” Kort na het verschijnen van de roman volgde de verfilming van Elia Kazan. De film werd legendarisch door de eerste grote rol van James Dean als Caleb Trask. De roman is complexer dan de film, die maar een deel van het verhaal toont: de rivaliteit tussen Caleb en Aaron, de tweelingzonen van Adam Trask. Caleb is het zwarte schaap van de familie en probeert de liefde van zijn vader te kopen.
East of Eden speelt zich af in de vruchtbare vallei van Salinas (Californië) waar Steinbeck zelf is opgegroeid. Het is ook de plaats waar James Dean in september 1955 in zijn Porsche Spyder verongelukte. In 1955 werd hij posthuum genomineerd voor een oscar voor de beste mannelijke acteur. Ruim een halve eeuw later komt deze film nogal bombastisch over, maar ik heb daar toch niet zoveel problemen mee. Een paar maanden geleden keek ik nog naar Gone with the wind een ander melodrama in Technicolor met kamerbrede muziek. Eigenlijk vind ik het heel mooi als film film is. Kunstwerkelijkheid. Uitvergroting. Het mag best gekunsteld, gedramatiseerd en overdreven zijn. East of Eden hoort thuis in die categorie melodrama’s waarbij de emoties en filmscore zwaar zijn aangezet. Elia Kazan was hier een meester in en John Steinbeck was zeer tevreden over het resultaat.
Art has its own power in the world, and is as much a force in the power play of global politics today as it once was in the arena of cold war politics. Art, argues distinguished theoretician Boris Groys, is hardly a powerless commodity subject to the art market’s fiats of inclusion and exclusion. In Art Power, Groys examines modern and contemporary art according to its ideological function. Art, Groys writes, is produced and brought before the public in two ways a commodity and as a tool of political propaganda. In the contemporary art scene, very little attention is paid to the latter function; the official and unofficial art of the former Soviet Union and other former Socialist states, for example, is largely excluded from the field of institutionally recognized art, usually on moral grounds (although, Groys points out, criticism of the morality of the market never leads to calls for a similar exclusion of art produced under market conditions).












