Om diagnoses te stellen over het lichaam en de ziel van de samenleving hebben sociologen statistieken nodig. Bij de interpretatie van deze statistieken wordt doorgaans grote terughoudendheid betracht, want een moraliserende socioloog is uit den boze. Socioloog én filosoof Bas van Stokkum levert met zijn nieuwste boek Wat een hufter! deze terughoudendheid in. Hufterigheid is volgens hem in Nederland de norm geworden. Vermoedelijk bestaat er een verband tussen een gure samenleving en het taboe op moraliseren. Onderbouwing blijft echter lastig, want dan zou in de openbare ruimte overal ons gedrag gemeten en in statistieken vastgelegd moeten worden. Daarvoor heb je een politiestaat nodig. We kunnen daarom beter op onze eigen waarneming afgaan en er maar in berusten dat deze geen wetenschappelijke waarde heeft. Het beste bewijs van hufterigheid leveren we tenslotte zelf. Of niet.
Bron: trouw.nl
De polarisatie van Hegel‘s volgelingen in twee kampen, een behoudende rechtervleugel, de Althegelianer , en een progressieve linkervleugel, de Junghegelianer, ontstaat met een controverse in het midden van de jaren dertig. Aanleiding van deze controverse is Das Leben Jesu uit 1835 van de 27-jarige David Friedrich Strauss. In dit boek zet Strauss de tradionele christologie op losse schroeven en dat veroorzaakt in Duitsland grote commotie .
David Friedrich Strauß studierte ab 1825 Theologie am Evangelischen Stift zu Tübingen. 1830 wurde er Vikar und 1831 Professoratsverweser am Seminar zu Maulbronn; er ging aber noch ein halbes Jahr an die Universität zu Berlin, um Georg Wilhelm Friedrich Hegel und Friedrich Daniel Ernst Schleiermacher zu hören. 1832 wurde er Repetent am Tübinger Stift und hielt zugleich philosophische Vorlesungen an der Universität.














