Categorie archief: boeken

het kapitaal

nieuwe herziene uitgave van Das Kapital van Karl Marx
Bernhard Hulsman en Hans Driessen over Het Kapitaal

Het KapitaalZowel NRC Handelsblad en Trouw besteedden dit weekend in hun boekenbijlagen aandacht aan de nieuwe Nederlandse uitgave van Het Kapitaal van Karl Marx. Kijken in de ziel van het monster heet de bijdrage van Bernhard Hulsman in NRC Handelsblad. Deze uitdrukking komt uit Het Kapitaal, het ambitieuze onderzoek waarin Marx de ziel van het kapitalisme (het monster) probeert bloot te leggen. Hulsman stelt vast dat er sinds de kredietcrisis weer veel belangstelling is voor Marx‘ hoofdwerk. Zelf heeft hij het boek gelezen in de jaren zeventig en bij herlezing valt hem weer op hoe lastig Het Kapitaal eigenlijk te lezen is. Dat heeft vooral ook te maken met lange en gedetailleerde beschrijvingen van productieprocessen en arbeidsverhoudingen in het Victoriaanse Engeland. Marx leefde van 1848 tot aan zijn dood in 1883 in Londen en zat dus met zijn neus bovenop het negentiende eeuwse kapitalisme. Engeland was het machtigste land ter wereld, maar tegelijkertijd was de “Verelendung” van het proletariaat hier het grootst. Hulsman geeft een korte samenvatting van Marx‘ diagnose van het kapitalisme en de, volgens hem, onvermijdelijke overgang naar het socialisme. In de laatste alinea’s stelt hij de vraag waarom Marx‘ voorspelling tenslotte niet is uitgekomen. Dat komt met name doordat Marx niet genoeg oog heeft gehad (maar waarschijnlijk ook nog geen oog kon hebben) voor de levensvatbaarheid van ‘het monster’ van het kapitalisme. Het bleef zichzelf telkens vernieuwen en ‘de truc van meerwaardevorming’ herhalen. Het kapitalisme zorgde niet voor zijn eigen einde, zoals Marx voorzag, maar voor zijn eigen voortbestaan. Volgens Hulsman ligt de actualiteit van Het Kapitaal vooral in het feit dat Marx heeft aangetoond dat economie niet de harde wetenschap is die hij voorstond. In wezen is economie een sociale wetenschap die vergeleken met de natuurwetenschappen niet of nauwelijks tot voorspellingen in staat is.

Karl Marx
Marx had een reusachtige impact op de geschiedenis van de twintigste eeuw

Trouw laat in de weekendbijlage Letter & Geest de vertaler en filosoof Hans Driessen aan het woord. Driessen redigeerde en actualiseerde de vertaling van Isaac Lipschits uit 1967. Waarom zouden we Het Kapitaal bijna 150 jaar na verschijnen nog lezen? vraagt hij zich af. Marx heeft als profeet van de socialistische heilstaat aan het begin van de eenentwintigste eeuw voorgoed afgedaan. Hij noemt twee redenen waarom Het Kapitaal nog steeds de moeite waard is. De eerste is inhoudelijk: Ook al is het kapitalisme tegenwoordig oneindig complexer dan 150 jaar geleden, bepaalde grondbeginselen die Marx stelde, staan nog steeds als een paal boven water. Koloniale uitbuiting bestaat nog altijd alleen heten koloniën nu “Derde Wereld”. En sinds de neo-liberale golf na 1989, de kredietcrisis en de bonussen voor topmanagers is wat Marx de “geeuwhonger naar meerwaarde” noemde, actueler dan ooit. Een tweede reden om Het Kapitaal te lezen, is een eshetische. Driessen noemt Marx een fenomenaal schrijver, een groot stilist en een geduldig didacticus. Ook is hij volgens hem een meester in het citeren en een groot polemist.

Er is nauwelijks een boek te noemen dat een groter stempel heeft gedrukt op de wereldgeschiedenis van de afgelopen bijna anderhalve eeuw, dan Het Kapitaal van Karl Marx. Bij Uitgeverij Boom is op 1 mei 2010 een geheel herziene editie verschenen van dit belangrijke werk. Hans Driessen (vertaler van onder meer Peter Sloterdijk) redigeerde en actualiseerde de vertaling van Isaac Lipschits uit 1967. Het resultaat is een boek dat nog altijd van een verbluffende actualiteit is. De belangstelling voor het leven en werk van Karl Marx is wereldwijd opnieuw enorm, niet in de laatste plaats door de diepe economische krisis. Deze nieuwe uitgave van Het kapitaal is voorzien van een uitgebreid register van namen en trefwoorden.
 
Bron: uitgeverijboom.nl
Het communisme schaft echter de eeuwige waarheden af, het schaft de religie af, de moraal, in plaats van ze een nieuwe vorm te geven; het weerspreekt dus alle tot dusver gekende historische ontwikkelingen.

uit: Het Communistisch Manifest

Ludwig FeuerbachZelf zal ik Het Kapitaal niet gaan lezen. Ik heb Marx altijd terzijde geschoven vanwege zijn materialisme. Zijn uitspraak dat godsdienst opium voor het volk is, was hem door Ludwig Feuerbach ingegeven, die in zijn geschrift “Über das ‘Wesen des Christentums’ in Beziehung auf den ‘Einzigen und sein Eigentum’ ” (1841) de religie psychologisch verklaard had als een wensdroom om de ontoereikendheid van het menselijk bestaan te compenseren. Ook bij Marx verschraalde het mens- en wereldbeeld in puur materialisme. Het geestelijke inzicht dat de mens niet van brood alleen leeft, werd verworpen. Zo schreef Feuerbach dat het er niet meer om gaat dat we in het brood het Lichaam van de Heer genieten, maar dat we brood voor ons eigen lichaam hebben. Marx schreef in zijn stellingen over Feuerbach in 1848 dat filosofen altijd op verschillende manieren de wereld hebben geïnterpreteerd, maar dat het er nu op aan komt de wereld te veranderen. Met deze elfde en laatste stelling gaf Marx in feite al het startschot voor de wereldrevolutie die 69 jaar later in Rusland zou losbarsten. De gevolgen van het marxisme in de twintigste eeuw zijn verschrikkelijk genoeg geweest om mij van Marx‘ materialistische heilsleer af te keren.

de terugkeer van het kapitaal

gids voor de verdoolden

gids voor de verdoolden (1977) van E.F. Schuhmacher

gids voor de verdooldenToen E.F. Schuhmacher in 1968 in Sint Petersburg was, dat toen nog Leningrad heette, zag hij verschillende kerkgebouwen om zich heen, terwijl er op de kaart geen kerkgebouwen stonden aangegeven, behalve kerken die als museum waren ingericht, zoals de Izaakijevskije Sobor die in 1930 was omgedoopt in het Soviet Museum of Scientific Atheism. “Levende kerken laten we op onze kaarten niet zien”, verklaarde de gids.

Veertig jaar later is de situatie in Rusland volkomen veranderd. Toen ik in 2005 een bezoek aan Sint Petersburg bracht waren er alleen al in het begin van de Nevski Prospect een handvol kerken dagelijks geopend die eveneens keurig op de kaart vermeld stonden. Niet alleen in Rusland is religie in het openbare leven teruggekeerd. Ook in Nederland is religie weer terug van weggeweest en wordt er in het publieke debat zelfs weer over God gesproken. Maar toen E.F. Schuhmacher aan het eind van zijn leven gids voor de verdoolden schreef, leek religie iets voor het museum geworden. Religie mag als thema misschien weer terug zijn in de samenleving, God lijkt nog even ver weg als 33 jaar geleden toen gids voor de verdoolden verscheen.

isaac kathedraal
De Izaakijevskije Sobor is op de kaart van Sint Petersburg niet meer over het hoofd te zien
Wie alles zonder meer gelooft, loopt het risico zich te vergissen. Toch, als ik alleen maar dingen wil weten die ik boven alle twijfel verheven acht, loop ik wel zo min mogelijk gevaar me te vergissen, maar het het gevaar dat misschien het fijnst, belangrijkste en kostbaarste van het leven mij ontgaat, wordt daarmee des te groter. Thomas van Aquino heeft, in navolging van Aristoteles, gezegd dat ‘de vaagste kennis die van het hoogste te verwerven is, te verkiezen is boven de meest stellige kennis die over het lagere is vergaard.”
 
uit: gids der verdoolden, Ambo, Baarn, 1977
isaac kathedraal en pantheon
De Izaakijevskije Sobor in Sint Petersburg en het Pantheon in Parijs. De Isaac kathedraal is nu weer de zetel van het patriarchaat van Sint-Petersburg waar de Liturgie weer gevierd kan worden. Het Pantheon in Parijs is nog altijd een museum, waar naast de Slinger van Foucault ook de kille geest van de Verlichting hangt.

Ernst Friedrich SchumacherErnst Friedrich “Fritz” Schumacher (1911-1977) was een invloedrijk economisch denker met een statistische achtergrond. Schumacher verliet vóór de Tweede Wereldoorlog al zijn geboorteland Duitsland, onder meer voor studies in Oxford (waarvoor hij een Rhodesbeurs kreeg) en aan Columbia University in New York. Na de oorlog werkte hij van 1950 tot 1970 als adviseur voor de Britse National Coal Board. Hij voorzag dat de energievoorziening van het land niet enkel op steenkool kon blijven draaien, maar tegelijk beschouwde hij aardolie evenzeer als niet onuitputtelijk. Bovendien waarschuwde hij dat de olievoorraden zich bevonden in ‘s werelds meest onstabiele landen. Als economisch raadgever bezocht bij meerdere derde-wereldlanden en steunde die in hun streven naar meer zelfvoorziening (self-reliance). Hij is gekend voor zijn kritiek op de Westerse economieën en zijn voorstellen voor op mensenmaat aangepaste en gedecentraliseerde technologieën. Volgens de Times Literary Supplement hoort zijn boek Small Is Beautiful (1973), (de schoonheid van het kleine), in het Nederlands uitgebracht onder de titel Hou het klein, bij de honderd meest invloedrijke boeken van na de Tweede Wereldoorlog. Schumacher‘s ontwikkelingstheorieën kunnen samengevat worden met de termen intermediate size en intermediate technology. In tegenstelling tot veel klassieke economen was hij op zoek naar een alternatieve economie. In die geest schreef hij zelfs een essay over boeddhistische economie. Hij schreef over economie in The Times, The Economist en Resurgence. (Bron: nl.wikipedia.org)

schumacher.org.uk

flatus vocis

de historische fundering van de Institutionele Theorie
gelezen in Niet alles is kunst een essay van Lennaart Allan

niet alles is kunst(wat vooraf ging) In zijn essay een pleidooi voor een herwaardering van de representatietheorie in de bundel Niet alles is kunst laat Lennaart Allan zien dat de Institutionele Theorie aandelen van het nominalisme in zich draagt. In de geschiedenis van de filosofie kennen we het nominalisme uit de scholastiek, de middeleeuwse wijsbegeerte. Deze werd voortgestuwd door de zogenaamde universaliastrijd. In deze strijd ging het om de vraag of de essenties of Ideeën een werkelijk bestaan hebben of dat ze slechts als abstracties bestaan, als namen dus. De eerste nominalist, Roscellinus (ca. 1050 – ca. 1120) leerde bijvoorbeeld (volgens Anselmus van Canterbury) dat de universalia niets anders waren dan flatus vocis, een “ademtocht van de stem”. Voor het nominalisme hadden de essenties dus geen eigen werkelijkheid, terwijl het realisme (we zouden het tegenwoordig beter idealisme kunnen noemen) meende dat de essenties werkelijk bestonden in een transcendent Ideeënrijk.

Het nominalisme botste in de Middeleeuwen met de christelijke leer. Nominalisten liepen steeds het risico van ketterij beschuldigd te worden, vooral als zij zich uitspraken over de dogma’s van de Kerk. In de eerste helft van de veertiende bouwde William van Occam (ca. 1300 – ca. 1349) het nominalisme verder uit. Ook hij werd van ketterij beschuldigd en in 1328 werd hij geëxcommuniceerd en vogelvrij verklaard. We kennen deze nominalist vooral van ‘het scheermes van Occam‘. Dit ‘scheermes’ is de uitspraak: Entia non sunt praeter necessitatem multiplicanda, d.w.z. dat men de zijnden (gepostuleerde objecten binnen een hypothese) niet zonder noodzaak moet verveelvoudigen. Deze methode doet denken aan de zogenaamde ‘fenomenologische reductie‘, die ruim vijf eeuwen later door Edmund Husserl werd geformuleerd. In de fenomenologie streeft men naar een terugkeer naar de dingen (verschijnselen) zélf, zonder deze te vermeerderen met abstracties.

nominalisme of anti-essentialisme
Een halve eeuw geleden werd een serie boeken geïllustreerde wereldgeschiedenis nog onder de titel de pelgrimstocht der mensheid uitgegeven. Tegenwoordig zou een dergelijke titel ondenkbaar zijn. Er bestaat voor de postmoderne mens geen pelgrimstocht, hoogstens een zwerftocht, aangezien het post-modernisme het hogere doel heeft afgeschaft. Ook heeft ‘het scheermes van Occam‘ het woord ‘mensheid’ bijna uit ons vocabulaire weggeschoren. Dat we een woord als ‘mensheid’ niet zo gauw meer gebruiken, heeft te maken met de dominantie van het nominalisme of anti-essentialisme. Deze leer houdt in dat de dingen geen essentie hebben, maar samenvallen met wat ze zijn. Het gevolg van deze opvatting is dat de ideeënleer van Plato en alle metafysica die zich hieruit ontwikkeld heeft (en bovendien alle religie!) simpelweg wordt opgedoekt. Andy WarholWat overblijft, zijn de dingen zelf. Warhol’s Brillo Boxes markeren volgens Arthur Danto een eindpunt in de kunstgeschiedenis. Vanuit filosofisch oogpunt zijn ze het einde van de metafysica. Kunst die eigenlijk hoort bij Nietzsche‘s laatste mens. De pop-art van Andy Warhol is anti-humanistisch. Zijn uitspraak “I want to be a machine” is misschien ironisch maar legt tegelijkertijd een griezelig verlangen naar ontmenselijking bloot, om een ding onder de dingen te zijn.

Nu terug naar het essay van Lennaart Allan. In verband met de Institutionele Theorie gaat hij vooral in op het hedendaagse nominalisme. Hij stelt hierbij vast dat het huidige nominalisme een anti-humanisme is, omdat deze veronderstelt dat de menselijke natuur niet bestaat. Vervolgens gaat hij op zoek naar de oorsprong en oorzaak van het nominalisme in onze tijd. De geest van het nominalisme heeft zich in het postmodernisme radicaal uitgewerkt. Het postmodernisme schaft namelijk de hoogste Idee af en stelt dat de waarheid niet bestaat. De invloed van Derrida‘s uitspraak ‘Il n’y a pas de hors-texte’ (uit: L’écriture et la différance, 1967) is groot geweest. Eigenlijk is dit een radicalisering van de flatus vocis: elke uitspraak, dus ook de filosofische uitspraak, is een ‘ademtocht van de stem’ en verwijst weer naar een andere ‘ademtocht van de stem’, maar nooit naar een werkelijkheid buiten de taal. Het postmodernisme heeft zich dus opgesloten binnen de taal, in de flatus vocis en schaft de werkelijkheid daarbuiten af. Occam’s scheermes is bij Derrida een kettingzaag geworden. Niet alleen ‘de filosoof met de hamer’ wist van opruimen.

Gunther van Hagens
Gunther van Hagens X-lady, 2008
het menselijk lichaam als ready made
postmodernisme (of hedendaags nominalisme) houdt van deconstructie en is anti-humanistisch

Het is duidelijk dat het postmodernisme en de Institutionele Theorie wat met elkaar gemeen hebben. Beiden sluiten zich op in een cirkelredenering en oefenen vanuit deze positie macht uit. Voor het postmodernisme bestaat dé werkelijkheid niet en is alles interpretatie. Voor de Institutionele Theorie bestaan er geen criteria meer voor kunst, maar bepaalt de (Institutionele) Theorie tenslotte wat kunst is. Allan beschouwt het nominalisme terecht als een voorloper van het postmodernisme. Dichterbij in de geschiedenis ligt volgens hem het marxisme als tweede belangrijke bron van het postmoderne denken. Hij beschrijft zelfs het postmodernisme als marxisme-substituut. Daarover een volgende keer meer.

Damien Hirst
Damien Hirst For the love of God, 2008
postmodernisme (of hedendaags nominalisme) is ding-achtig en vaak cynisch

Niet alles is kunst
Diederik Kraaijpoel, Willem L. Meijer en Lennaart Allan
Uitgeverij Aspekt maart 2010, 310 pagina’s, ISBN 9789059118669

recensie over Niet alles is kunst door Stefan Beyst