Categorie archief: boeken

noodzakelijke groene revolutie

gisterenavond gezien bij Tegenlicht: Energy War 2008
Sinds het najaar van 2006 is olie tweemaal zo duur geworden: van ruim 70 dollar per vat naar het recente record van 147 dollar. Olievelden en olievoorraden blijken sneller op te raken dan geschat, terwijl de wereldwijde vraag in hoog tempo toeneemt. De hoge prijzen aan de pomp hebben in Europa al tot protesten geleid: van truckers, boeren, en vissers tot vervoersbonden, pomphouders,en taxichauffeurs. Enige lichtpunt in alle ellende: eindelijk werden de files korter. Hoera dus voor dure benzine? Of zijn we hardleers en verandert er niets nu de prijzen weer licht dalen.
Thomas L. Friedman

Hot, Flat and CrowdedDrievoudig Pulitzerprijs-winnaar Thomas L. Friedman (Minneapolis, 1953) studeerde Mediterrane studies aan de Brandeis University en moderne Midden Oosten studies in Oxford. In 1981 kwam Friedman in dienst van de New York Times en in 1982 werd hij chef van het Middle East bureau in Beiroet. Na 1988 was hij correspondent in Washington (eerst in de sector economie, daarna als Witte Huis-verslaggever). Sinds 1995 schrijft Friedman de buitenlandcommentaren van de Times. Vanuit die functie werd hij wereldberoemd columnist. In Friedman’s huidige werk staan de onderwerpen olie en energie centraal. Met Kenneth Levis maakte hij de documentaire Addicted to Oil (premiere op Silverdocs, juni 2006). In september kwam zijn boek Hot, Flat and Crowded uit over het belang van een groene revolutie.

thomaslfriedman.com

Tegenlicht neemt de ontwikkelingen van de laatste twee jaar als uitgangspunt voor een update van Energy War. Wat betekent dit alles voor Nederland? Hoe liggen de verhoudingen en verantwoordelijkheden tussen burgers en consumenten, leveranciers en afnemers, markt en overheid? Een uitzending over peakoil en gasrotondes; over strategieën en scenario’s. Met Marcel Kramer, directeur van de Nederlandse Gasunie; Wim Thomas, scenariospecialist bij Shell, en Willem Middelkoop, samen met Rembrandt Koppelaar de schrijver van het onlangs verschenen boek ‘De Permanente Oliecrisis’.
 
vpro.nl

het einde van de olievoorraad in zicht?
achtergrondinformatie bij sleutelfiguren uit de uitzending

Vanmiddag om 15:05 komt op Nederland 2 een herhaling

Revolution in the head

gekocht: Revolution in the Head van Ian McDonald
The Beatles’ records and the sixties

Revolution in the HeadRevolution in the Head met daarin een analyse van alle 178 Beatles songs verscheen voor het eerst in 1994 en is sindsdien een onmisbaar standaardwerk geworden. McDonald stierf in augustus 2003 terwijl de derde druk nog in voorbereiding was, bijna een jaar na het overlijden van George Harisson. Als naslagwerk heeft de derde druk uit 2005 nu een vaste plek gekregen bij mij naast de Beatles LP’s onder mijn draaitafel. Elk Beatlesnummer wordt door McDonald van zowel historisch als muziektechnisch commentaar voorzien en daarbij komen de gegevens over de bezetting en opnamedata. McDonald oogste ook kritiek met zijn benadering. Alles wat er na 1970 in de muziek gebeurd is, blijft voor hem slechts een verwerking van wat er in het decennium daarvoor gemaakt is. Ik vind dat trouwens wel een aantrekkelijke tunnelvisie. De popmuziek uit de sixties is waarschijnlijk de invloedrijkste uitdrukkingsvorm van de counter culture, die sindsdien mainstream is geworden voor bijna iedereen die na 1945 geboren is. En die tegencultuur was doordrenkt van geestverruimende middelen die de revolution in the head een handje hielpen.

In this essay, Mac Donald argues that the Beatles represented a meeting-point between three cultural trends that were crucial to the 1960s (at least in the economically developed world): that is, a materialistic individualism that formed the main stream of popular thought and behaviour; the revolutionary radicalism of the New Left; and the psychedelic pacifism of the so-called „hippy„ movement. MacDonald reaches the unusual conclusion that the New Left and the hippies had little lasting influence upon the mainstream, and that, if anything, they represented reactions against it.
 
MacDonald begins by remarking that the 1960s was the decade in which various cultural phenomena that had been current in elite circles for some time came to spread throughout society. The most significant of these was the collapse of religious belief in favour of a materialistic viewpoint that, according to MacDonald, eroded the idea that happiness was to be deferred until the afterlife, or for future generations. This viewpoint fostered the notion that instant gratification is permissible and is, in any event, made feasible by a period of economic well-being, and by technological developments that made available a wide range of pleasure-giving goods and services – from labour-saving domestic devices to hi-fi systems and hallucinogenic drugs. In short, the deferential, staid 1950s gave way to the sensual, libertarian 1960s.
 
Bron: Revolution in the Head [en.wikipedia.org]

John Lennon door Alan Altridge, 1981Het psychedelische jaar 1967 kwam niet zomaar uit de lucht vallen. In de eerste helft van de zestiger jaren waren de voortekenen al zichtbaar. Voor The Beatles zorgden Rubber Soul (1965) en Revolver (1966) voor de grote ommekeer, de weg naar binnen. Ook heel letterlijk. De reden waarom de band vanaf eind 1965 de studio indook had een even praktische als banale oorzaak. Door de constante massahysterie in het publiek konden ze zichzelf niet meer horen spelen! De weg naar binnen werd paradoxaal ook een weg naar buiten, een ontdekkingsreis door onbekende werelden met tangerine trees and marmalade skies

The Beatles on making Sgt. Peppers

Revolution in the Head bevat een chronologie van bijna 80 pagina’s van januari 1960 (The Quarry Man) tot december 1970 (het officiële einde van The Beatles), met daarin van maand tot maand alle belangrijke data over The Beatles, de overige (pop)muziek en politieke en culturele gebeurtenissen.

The Beatles Channel [ youtube.com ] | The Beatles [nl.wikipedia.org] | thebeatles.com

zelfhulp voor narcisten

deze maand verschijnt een nieuwe essaybundel van Coen Simon
Waarom we onszelf zoeken maar niet vinden
Coen Simon - Waarom we onszelf zoeken maar niet vindenWie ben ik? Wat kan ik? Wat voel ik? De tijdschriften- en boekenindustrie tiert welig op deze vragen. Maar het samenstellen van lijstjes over jezelf kan in het oneindige doorgaan, want jezelf zul je niet vinden.
 
In zeven persoonlijke essays maakt Coen Simon korte metten met de heersende zelfhulpcultuur, die zich inmiddels tot in alle uithoeken van onze samenleving heeft genesteld. Iedereen zijn eigen feestje, zijn eigen mening, zijn eigen lichaam, zijn eigen leven en zelfs zijn eigen dood. Simon analyseert niet alleen scherp hoe ego-cultuur leidt tot massacultuur en levenskunst tot schaamteloosheid, hij biedt ook een uitweg: geef je over aan het ritme van de wereld en word wie je bent! Waarom we onszelf zoeken maar niet vinden is de beste zelfhulp voor narcisten.
 
Bron: coensimon.nl

Je moet je schaamte niet willen verliezen

Het pijnlijke schaamrood op de kaken van de tiener. Of de schaamte over de opmerking die je gisteren hebt gemaakt in een overmoedige of erg kritische bui. Beschouw die gêne niet als een vervelend gevoel, betoogt Coen Simon, maar als een voorwaarde om met anderen om te gaan.

(essay van Coen Simon in het septembernummer van Filosofie Magazine)