Drievoudig Pulitzerprijs-winnaar Thomas L. Friedman (Minneapolis, 1953) studeerde Mediterrane studies aan de Brandeis University en moderne Midden Oosten studies in Oxford. In 1981 kwam Friedman in dienst van de New York Times en in 1982 werd hij chef van het Middle East bureau in Beiroet. Na 1988 was hij correspondent in Washington (eerst in de sector economie, daarna als Witte Huis-verslaggever). Sinds 1995 schrijft Friedman de buitenlandcommentaren van de Times. Vanuit die functie werd hij wereldberoemd columnist. In Friedman’s huidige werk staan de onderwerpen olie en energie centraal. Met Kenneth Levis maakte hij de documentaire Addicted to Oil (premiere op Silverdocs, juni 2006). In september kwam zijn boek Hot, Flat and Crowded uit over het belang van een groene revolutie.
vpro.nl
het einde van de olievoorraad in zicht?
achtergrondinformatie bij sleutelfiguren uit de uitzending
Vanmiddag om 15:05 komt op Nederland 2 een herhaling

Revolution in the Head met daarin een analyse van alle 178 Beatles songs verscheen voor het eerst in 1994 en is sindsdien een onmisbaar standaardwerk geworden. McDonald stierf in augustus 2003 terwijl de derde druk nog in voorbereiding was, bijna een jaar na het overlijden van George Harisson. Als naslagwerk heeft de derde druk uit 2005 nu een vaste plek gekregen bij mij naast de Beatles LP’s onder mijn draaitafel. Elk Beatlesnummer wordt door McDonald van zowel historisch als muziektechnisch commentaar voorzien en daarbij komen de gegevens over de bezetting en opnamedata. McDonald oogste ook kritiek met zijn benadering. Alles wat er na 1970 in de muziek gebeurd is, blijft voor hem slechts een verwerking van wat er in het decennium daarvoor gemaakt is. Ik vind dat trouwens wel een aantrekkelijke tunnelvisie. De popmuziek uit de sixties is waarschijnlijk de invloedrijkste uitdrukkingsvorm van de counter culture, die sindsdien mainstream is geworden voor bijna iedereen die na 1945 geboren is. En die tegencultuur was doordrenkt van geestverruimende middelen die de revolution in the head een handje hielpen.
Het psychedelische jaar 1967 kwam niet zomaar uit de lucht vallen. In de eerste helft van de zestiger jaren waren de voortekenen al zichtbaar. Voor The Beatles zorgden Rubber Soul (1965) en Revolver (1966) voor de grote ommekeer, de weg naar binnen. Ook heel letterlijk. De reden waarom de band vanaf eind 1965 de studio indook had een even praktische als banale oorzaak. Door de constante massahysterie in het publiek konden ze zichzelf niet meer horen spelen! De weg naar binnen werd paradoxaal ook een weg naar buiten, een ontdekkingsreis door onbekende werelden met tangerine trees and
Wie ben ik? Wat kan ik? Wat voel ik? De tijdschriften- en boekenindustrie tiert welig op deze vragen. Maar het samenstellen van lijstjes over jezelf kan in het oneindige doorgaan, want jezelf zul je niet vinden.












