Jane Austen is natuurlijk geen Barbara Cartland. Maar ook bij haar is om het gebalts en gekir niet heen te komen. Gelukkig brengt haar ironie verlichting. Engels kostuumdrama en Jane Austen-verfilmingen in het bijzonder, schijnen vooral vrouwen te bekoren. Maar bij ons is het omgekeerd; dit soort films kan ik niet kijken in het bijzijn van mijn vriendin.

Wanneer je houdt van de typisch Engelse combinatie van tenenkrommende stijfheid en ironie, biedt Pride and Prejudice kostelijk vermaak. Tegelijkertijd is er de sublieme cinematografie. De zorgvuldig gekozen en belichte shots zijn schilderijen op zich. Voor degenen die niet van mooifilmerij houden, blijft een vermakelijke zedenschets over.

in Pride en Prejudice
Pride and Prejudice verhaalt over vijf ongetrouwde zussen uit de Engelse middenstand rond de eeuwwisseling van de 18e en 19e eeuw. De hoofdpersoon is Elizabeth Bennet, de op één na oudste zuster en ook de intelligentste. Haar moeder probeert al haar vijf dochters te laten trouwen met welgestelde mannen, aangezien de eigendommen van haar vader alleen geërfd kunnen worden door een mannelijk erfgenaam. Intussen nemen de zeer gefortuneerde Mr. Bingley en zijn vriend Mr. Darcy hun intrek in Netherfield Hall, een groot landhuis niet ver van het dorp waar de Bennets wonen. Na veel intriges rondom de romance tussen Elizabeth’s oudere zuster Jane met Mr. Bingley en de arrogantie die Mr. Darcy en Elizabeth uit elkaar hield, gekoppeld aan de zuster van Mr. Bingley die graag ziet dat haar broer met iemand van hogere stand trouwde, traden beide koppels aan het eind van het verhaal in het huwelijk.
( Bron: nl.wikipedia.org )
Pride and Prejudice verhaalt over vijf ongetrouwde zussen uit de Engelse middenstand rond de eeuwwisseling van de 18e en 19e eeuw. De hoofdpersoon is Elizabeth Bennet, de op één na oudste zuster en ook de intelligentste. Haar moeder probeert al haar vijf dochters te laten trouwen met welgestelde mannen, aangezien de eigendommen van haar vader alleen geërfd kunnen worden door een mannelijk erfgenaam. Intussen nemen de zeer gefortuneerde Mr. Bingley en zijn vriend Mr. Darcy hun intrek in Netherfield Hall, een groot landhuis niet ver van het dorp waar de Bennets wonen. Na veel intriges rondom de romance tussen Elizabeth’s oudere zuster Jane met Mr. Bingley en de arrogantie die Mr. Darcy en Elizabeth uit elkaar hield, gekoppeld aan de zuster van Mr. Bingley die graag ziet dat haar broer met iemand van hogere stand trouwde, traden beide koppels aan het eind van het verhaal in het huwelijk.
Al acht jaar ben ik een bewoner van de eenentwintigste eeuw, maar toch voel ik mij een nomade in de geschiedenis en sla ik telkens weer ergens in het verleden mijn tenten op. Toen ik op Eerste Kerstdag luisterde naar de cantate die J.S.Bach voor 25 december 1724 schreef, zette ik een denkbeeldige pruik op. Hoe voelde men zich in die tijd? Voelde men zich in de eeuw van de Verlichting misschien verlichter omdat men nog niet de last hoefde te dragen van het historische bewustzijn? In de negentiende eeuw werd het bewustzijn verzwaard en tegelijkertijd ondermijnd door de ideeën van Darwin, Nietzsche en Freud. In de eeuw die daarop volgde verloren we tenslotte ons vooruitgangsgeloof en werden we en masse geconfronteerd met het nihilisme. Maar dit is natuurlijk een tunnelvisie. Omgekeerd kun je onze welvaart plaatsen tegenover de stinkende armoede van de achttiende eeuw. Het beeld dat we nu van het galante tijdperk hebben, is gevormd door de lifestyle van de toenmalige jetset; het overgrote deel van de bevolking leidde een uitzichtloos bestaan. De Verlichting scheen alleen voor de happy few. 
Peter Gay heeft, na een indrukwekkend oeuvre met o.a. studies over de Verlichting, Mozart, Voltaire, de Victoriaanse cultuur en Freud, een boek geschreven over het modernisme. Modernism: The Lure of Heresy. Dat boek is nu vertaald in het Nederlands en verschenen bij Uitgeverij Ambo onder de titel Het modernisme, de schok der vernieuwing. Misschien komt hij tot dezelfde voorlopige conclusie: de vadermoordenaars van de avant-garde zijn niet in hun missie geslaagd. Zonder de vader heeft de zoon geen bestaansrecht, zonder traditie bestaat er geen kunst, alleen anti-kunst, die strikt genomen niet in de kunstgeschiedenis thuishoort: ze werpt zichzelf buiten.
Peter Gay (born June 20, 1923), a Jewish American historian of the social history of ideas, born as Peter Joachim Fröhlich in Berlin, where he was educated at the Goethe-Gymnasium. After witnessing Kristallnacht in 1938, he fled Nazi Germany in 1939. His family initially booked passage on the SS St. Louis (whose passengers were eventually denied visas) but fortuitously changed their booking to an earlier voyage to the U.S. He came to the United States in 1941 and took American citizenship in 1946. Gay received his education at the University of Denver, where he was awarded a BA in 1946 and at Columbia University where he was awarded an MA in 1947 and PhD in 1951. Gay worked as political science professor at Columbia between 1948-1955 and as history professor from 1955-1969. He taught at Yale from 1969 until his retirement in 1993. He married Ruth Slotkin (d. 2006) in 1959 and has adopted three step-children.
De Eerste Wereldoorlog was voor het Avondland een apocalyptische ervaring. Na 1918 zou de wereld niet meer hetzelfde zijn. Het vooruitgangsoptimisme dat Europa bijna tweehonderd jaar had voortgestuwd, was definitief de grond in geboord. Waarden als vaderlandsliefde en eer waren uiteengereten. Veel kunstenaars reageerden cynisch: midden in de oorlog (1916) ontstond in het neutrale Zwitserland het dadaïsme dat spot tot (anti-)kunst had verheven: Marcel Duchamp tekende een snorretje op de Mona Lisa. Het ene heilige huisje sneuvelde na het andere, maar tegelijkertijd vormde de jaren na de Eerste Wereldoorlog de voedingsbodem voor de Nieuwe Mensch van het fascisme. Het is in deze tijd dat Oswald Spengler zijn invloedrijke boek 












