Categorie archief: boeken

sublieme cinematografie

gisterenavond gezien op DVD: Pride and Prejudice (2005)

Jane Austen is natuurlijk geen Barbara Cartland. Maar ook bij haar is om het gebalts en gekir niet heen te komen. Gelukkig brengt haar ironie verlichting. Engels kostuumdrama en Jane Austen-verfilmingen in het bijzonder, schijnen vooral vrouwen te bekoren. Maar bij ons is het omgekeerd; dit soort films kan ik niet kijken in het bijzijn van mijn vriendin.

stills uit Pride en Prejudice
stills uit Pride en Prejudice

Wanneer je houdt van de typisch Engelse combinatie van tenenkrommende stijfheid en ironie, biedt Pride and Prejudice kostelijk vermaak. Tegelijkertijd is er de sublieme cinematografie. De zorgvuldig gekozen en belichte shots zijn schilderijen op zich. Voor degenen die niet van mooifilmerij houden, blijft een vermakelijke zedenschets over.

viermaal Keira Knightly
Keira Knightly als Elizabeth Bennet
in Pride en Prejudice

Pride and Prejudice DVDPride and Prejudice verhaalt over vijf ongetrouwde zussen uit de Engelse middenstand rond de eeuwwisseling van de 18e en 19e eeuw. De hoofdpersoon is Elizabeth Bennet, de op één na oudste zuster en ook de intelligentste. Haar moeder probeert al haar vijf dochters te laten trouwen met welgestelde mannen, aangezien de eigendommen van haar vader alleen geërfd kunnen worden door een mannelijk erfgenaam. Intussen nemen de zeer gefortuneerde Mr. Bingley en zijn vriend Mr. Darcy hun intrek in Netherfield Hall, een groot landhuis niet ver van het dorp waar de Bennets wonen. Na veel intriges rondom de romance tussen Elizabeth’s oudere zuster Jane met Mr. Bingley en de arrogantie die Mr. Darcy en Elizabeth uit elkaar hield, gekoppeld aan de zuster van Mr. Bingley die graag ziet dat haar broer met iemand van hogere stand trouwde, traden beide koppels aan het eind van het verhaal in het huwelijk.
( Bron: nl.wikipedia.org )

Pride and Prejudice (digg.be)

mislukte vadermoord

Het modernisme, de schok der vernieuwing van Peter Gay
in het Nederlands vertaald

J.S.BachAl acht jaar ben ik een bewoner van de eenentwintigste eeuw, maar toch voel ik mij een nomade in de geschiedenis en sla ik telkens weer ergens in het verleden mijn tenten op. Toen ik op Eerste Kerstdag luisterde naar de cantate die J.S.Bach voor 25 december 1724 schreef, zette ik een denkbeeldige pruik op. Hoe voelde men zich in die tijd? Voelde men zich in de eeuw van de Verlichting misschien verlichter omdat men nog niet de last hoefde te dragen van het historische bewustzijn? In de negentiende eeuw werd het bewustzijn verzwaard en tegelijkertijd ondermijnd door de ideeën van Darwin, Nietzsche en Freud. In de eeuw die daarop volgde verloren we tenslotte ons vooruitgangsgeloof en werden we en masse geconfronteerd met het nihilisme. Maar dit is natuurlijk een tunnelvisie. Omgekeerd kun je onze welvaart plaatsen tegenover de stinkende armoede van de achttiende eeuw. Het beeld dat we nu van het galante tijdperk hebben, is gevormd door de lifestyle van de toenmalige jetset; het overgrote deel van de bevolking leidde een uitzichtloos bestaan. De Verlichting scheen alleen voor de happy few.

Inmiddels heb ik mijn tenten in de achttiende eeuw weer opgebroken en ben verhuisd naar de periode rond de Eerste Wereldoorlog. Dat begint een vertrouwde plek te worden. Eigenlijk is dat logisch. Want in het tijdsgewricht 1900-1920 vind ik het duidelijkst de overgang van de traditie naar het modernisme, van het verleden naar het heden. Het is de eerste doorgang die ik passeren moet om in het verleden te komen. Net zoals iedere wereldreis over land begint in het buurland. De periode van pakweg honderd jaar geleden ligt mij het meest na: de negentiende eeuw is nog volop aanwezig, maar tegelijkertijd klinken al de nieuwe geluiden van het modernisme. Deze tijd was een breuk en een overgang tegelijk: breuk omdat velen met het verleden wilden breken, overgang omdat met het verleden niet gebroken kan worden.

Het lichte modernisme blies als een frisse wind de Victoriaanse benauwdheid weg. Na de waanzin van de Grote Oorlog was dit modernistische briesje tot orkaankracht aangezweld. De avant-garde koos bewust voor de breuk met het verleden en verenigde zich in clubjes die we zijn gaan kennen onder de namen van het fauvisme, kubisme, futurisme, expressionisme, suprematisme, dadaïsme en surrealisme. Maar de dadaïsten waren de echte vadermoordenaars. Hun ‘kunst’ was het verzet zélf en daarom spraken ze van ‘anti-kunst’. We weten inmiddels hoe het gegaan is: de avant-garde werd opgenomen in de traditie, de elite werd ingelijfd door de massa.

Marcel Duchamp
het urinoir van Marcel Duchamp uit 1917
wordt nu als officiële kunst geaccepteerd,
maar blijft in wezen anti-kunst

Peter Gay ModernismPeter Gay heeft, na een indrukwekkend oeuvre met o.a. studies over de Verlichting, Mozart, Voltaire, de Victoriaanse cultuur en Freud, een boek geschreven over het modernisme. Modernism: The Lure of Heresy. Dat boek is nu vertaald in het Nederlands en verschenen bij Uitgeverij Ambo onder de titel Het modernisme, de schok der vernieuwing. Misschien komt hij tot dezelfde voorlopige conclusie: de vadermoordenaars van de avant-garde zijn niet in hun missie geslaagd. Zonder de vader heeft de zoon geen bestaansrecht, zonder traditie bestaat er geen kunst, alleen anti-kunst, die strikt genomen niet in de kunstgeschiedenis thuishoort: ze werpt zichzelf buiten.

Peter GayPeter Gay (born June 20, 1923), a Jewish American historian of the social history of ideas, born as Peter Joachim Fröhlich in Berlin, where he was educated at the Goethe-Gymnasium. After witnessing Kristallnacht in 1938, he fled Nazi Germany in 1939. His family initially booked passage on the SS St. Louis (whose passengers were eventually denied visas) but fortuitously changed their booking to an earlier voyage to the U.S. He came to the United States in 1941 and took American citizenship in 1946. Gay received his education at the University of Denver, where he was awarded a BA in 1946 and at Columbia University where he was awarded an MA in 1947 and PhD in 1951. Gay worked as political science professor at Columbia between 1948-1955 and as history professor from 1955-1969. He taught at Yale from 1969 until his retirement in 1993. He married Ruth Slotkin (d. 2006) in 1959 and has adopted three step-children.

Gay’s first interest was in intellectual history. His 1959 book, Voltaire’s Politics examined Voltaire as a politician and how his politics influenced the ideas that Voltaire championed in his writings. Gay followed the success of Voltaire’s Politics with a wider history of the Enlightenment, The Enlightenment: An Interpretation (1969), for which he was honored with the National Book Award and the Mecher Book Prize. Gay’s 1968 book, Weimar Culture was considered at the time to be a ground-breaking cultural history of the Weimar Republic. Starting in 1978 with Freud, Jews and Other Germans, an examination of the impact of Freudian ideas on German culture, Gay has become increasingly interested in psychology. Many of his works focus on the social impact of psychoanalysis. Gay is a leading champion of Psychohistory, and is a follower of Sigmund Freud.

Bron: en.wikipedia.org

what crisis?

Untergang des Abendlandes (1918-1922) van Oswald Spengler

Untergang des AbendlandesDe Eerste Wereldoorlog was voor het Avondland een apocalyptische ervaring. Na 1918 zou de wereld niet meer hetzelfde zijn. Het vooruitgangsoptimisme dat Europa bijna tweehonderd jaar had voortgestuwd, was definitief de grond in geboord. Waarden als vaderlandsliefde en eer waren uiteengereten. Veel kunstenaars reageerden cynisch: midden in de oorlog (1916) ontstond in het neutrale Zwitserland het dadaïsme dat spot tot (anti-)kunst had verheven: Marcel Duchamp tekende een snorretje op de Mona Lisa. Het ene heilige huisje sneuvelde na het andere, maar tegelijkertijd vormde de jaren na de Eerste Wereldoorlog de voedingsbodem voor de Nieuwe Mensch van het fascisme. Het is in deze tijd dat Oswald Spengler zijn invloedrijke boek Der Untergang des Abendlandes schreef. Sterk onder invloed van die andere onheilsprofeet Friedrich Nietzsche beschreef hij de crisis waarin het oude continent geraakt was. De Grote Oorlog had de crisis op een gruwelijke wijze zichtbaar gemaakt.

Het vooruitgangsoptimisme dat
Europa bijna tweehonderd jaar
had voortgestuwd, was definitief
de grond in geboord.

Voor hedendaagse cultuurpessimisten is Der Untergang des Abendlandes actueel gebleven. De crisis beperkt zich inmiddels niet meer tot Europa maar is mondiaal geworden. Globalisme, neo-kapitalisme, consumentisme, hedonisme en relativisme zijn de verschillende gezichten geworden van het dieperliggende nihilisme, dat Nietzsche als een van de eersten heeft opgemerkt. In de negentiende eeuw is de massa ‘bevrijd’ van zijn vroegere heersers en is zij de wereld gaan regeren. De Spaanse filosoof José Ortega y Gasset schreef in 1930 la rebelión de las masas (de opstand der horden) dat vaak samen genoemd wordt met Untergang des Abendlandes. Daarin wordt de schaduwkant van deze emancipatie belicht. Zijn we werkelijkheid bevrijd en verlicht? Of wordt onze wereld steeds meer geregeerd door de onderbuik, met onze vraatzucht, geilheid en hebzucht voorop?

Oswald SpenglerAan Nietzsche heeft Oswald Spengler zeer veel te danken; bijna al zijn grondgedachten vindt men reeds bij Nietzsche terug: de tegenstelling apolinisch-dyonisisch, de mens als het roofdier, de afkeer van Engelse philosophie en vooruitgangsillusies. Ook in zijn stijl is Spengler sterk door Nietzsche beïnvloed. Van Spengler zelf is echter het culturenstelsel, dat hij zelfs in tabellen heeft neergelegd (al erkent hij in zijn methode door Goethe te zijn beïnvloed). Op die tabellen vindt men de symptomen met medische onverbiddelijkheid (vaak: schijn-onverbiddelijkheid!) naast elkaar gegroepeerd. Spengler gaat immers uit van de gedachte, dat een cultuur in zichzelf gesloten is; een cultuur heeft een leven en een ontwikkeling, derhalve ook een dood. Ergo moeten de feiten, die de geschiedenis oplevert, door een „ziener„ van het historische als parallellen kunnen worden geduid. „Mystisch parallellisme„ noemt Huizinga het in zijn Gids-studie over Spengler („Twee worstelaars met den Engel„), waar hij deze zin van Spengler citeert: „Als Symbole identischen Phänomene entsprechen also die Bastille, Valmy, Austerlitz, Waterloo, der Aufschwung Preussens, den antiken Faktoren der Schlachten von Chäronea und Gaugamela, dem Königsfrieden, dem Zug nach Indien und der Entwicklung Roms.„
 
Bron: Menno ter Braak over Oswald Spengler (bij zijn dood in 1936)

Untergang des Abendlandes [ de.wikipedia.org ]