Categorie archief: boeken

the old lie

Afgelopen zondag in In Europa het jaar 1916
met het boek Krieg dem Kriege van Ernst Friedrich

kapotgesmeten gezichtIn de vierde aflevering van In Europa (het jaar 1916) werd afgelopen zondag aandacht besteed aan Ernst Friedrich. Deze Duitse pacifist confronteerde in 1924 met een boek vol foto’s van ‘gueulles cassés’, ‘kapotgesmeten gezichten’. Europa had zichzelf in de Grote Oorlog verminkt en dat wilde hij letterlijk tonen. Oorlog aan de oorlog! De foto’s waren gruwelijk genoeg maar konden een volgende wereldbrand vijftien jaar later niet voorkomen…

In 1924, tien jaar nadat drommen stervelingen enthousiast ten strijde trokken voor een oorlog die alle oorlogen zou beëindigen, verklaarde de dertigjarige anarchist en pacifist Ernst Friedrich oorlog aan de oorlog, Krieg dem Kriege! De man was niet aan zijn proefstuk toe. Toen hij in 1914 militaire dienst weigerde was hij prompt opgesloten in een gekkenhuis. Eens vrij, pleegde hij militaire sabotage en spoorde soldaten aan tot ongehoorzaamheid.
 
Krieg dem Kriege! bevat zo’n 180 foto’s, gruwelijke beelden uit de eerste wereldoorlog voorzien van bijtende commentaren in vier talen: Duits, Engels, Frans, Nederlands (er waren ook edities met het Noors, Russisch of Chinees als vierde taal). Friedrich, die zichzelf ‘geen Duitser maar mens’ noemde, schreef het boek voor ‘mensen van alle landen’ en droeg het ‘minzaam op aan alle oorlogsdwepers, planners en leiders van slachtpartijen’.
 
Voor Friedrich, die zich tot geen enkele partij bekende, is de oorzaak van oorlog duidelijk: kapitaal en macht. Zij onderdrukken en beheersen de proletariërs. Friedrich roept hen op zich te bevrijden van ingepompte burgerlijke vooroordelen, vecht tegen het kapitalisme, de burger en de soldaat in jezelf! Aan burgerlijk pacifisme, ‘zoete koek en vrome praatjes’, had Friedrich geen boodschap. Het kapitalisme bestrijden, is oorlog bestrijden.
 
Bron: serendib.be
Beelden zijn blijkbaar sterker
dan woorden.
kapotgesmeten gezichtVia oproepen in kranten en tijdschriften verzamelt hij de meest vreselijke foto’s van verminkte soldatenhoofden, kreupele soldaten, executies, hongerige kinderen, smoezelige veldbordelen en nog veel meer In 1924 publiceert hij dit materiaal in zijn beroemde fotoboek Krieg dem Kriege en dit boek slaat direct aan. Vooral zijn manier van presenteren is opmerkelijk en provocerend: bijna steeds plaatst hij twee foto’s naast elkaar; de ene geeft de officiële/nationalistische visie weer, de andere brengt de meestal gruwelijke en soms bijna walgelijke werkelijkheid in beeld. En dat pagina’s lang, soms met kritisch of cynisch commentaar (‘Met God voor keizer en vaderland uit elkaar gerukt’). Een simpele maar ‘gouden vondst ‘ die later ook veel navolging krijgt. Veel later zijn de foto’s uit dit boek wel eens vergeleken met de Tv-beelden over de oorlog in Vietnam. Ook die schokten de wereld en hadden grote invloed op de publieke opinie. Beelden zijn blijkbaar sterker dan woorden!
 
Bron: vredesmuseum.nl
My friend, you would not tell
with such high zest
To children ardent
for some desperate glory,
The old Lie:
Dulce et decorum est
Pro patria mori

Wilfred Owen

Ernst FriedrichErnst Friedrich (1894-1967)
der Gründer des Anti-Kriegs-Museums in Berlin, wurde am 25.02.1894 in Breslau geboren und engagierte sich schon früh in der Arbeiterjugend. Nach einer abgebrochenen Buchdruckerlehre wurde er 1911 Mitglied der SPD. 1916 schloss er sich der antimilitaristischen Arbeiterjugend an und wurde aufgrund eines Sabotageaktes in einem kriegswichtigen Betrieb zu einer Gefängnisstrafe verurteilt.Als führender Kopf des ‘Junganarchismus’ konzentrierte er sich auf den Kampf gegen Militarismus und Krieg, gegen Polizei- und Justizwillkür. In Berlin übernahm er 1919 das Jugendheim der ‘Freien Sozialistischen Jugend’ (FSJ), das er zum Treffpunkt der antiautoritären Jugend als auch der revolutionären Künstler machte.

Anti-Kriegs Museum Berlin | Museum voor vrede en geweldloosheid

sixties design

onlangs kocht ik twee boeken over toegepaste kunst in de jaren zestig
en ontdekte de ontwerpen van Jesse Tait voor Midwinter Pottery
Decorative Arts 60'sDecorative Arts 1960s
looks at the birth of pop in a decade of unprecedented social, sexual, and political change. All the restless energies bubbling throughout the world during the 1960s made their way into the design style of the decade. Liberation was in the air, men were rushing to the moon, and the sky was the limit as far as visual creativity was concerned. The concept of lifestyle really came into its own, and although the early years of the decade still saw a rivalry between the well-crafted object and industrial manufacture, by its end both ethnic and pop iconography had gained equal foothold in the aesthetic. Light was also predominant in shaping interiors. Freedom of choice and personal expression were the buzzwords for the young consumer, and so the likes of Pasmore, Panton, Safdie, Sottsass, Paolozzi, and Lomazzi did what they could to oblige.
 
Paperback | 576 Pagina’s | Taschen | Taschen 25 anniversary ed
ISBN10: 3822850411 | ISBN13: 9783822850411

Bron: bol.com
Die Sixties
Judith Miller, Die Sixties
Midwinter Pottery en Jesse Tait
The Midwinter Pottery, established in 1910, came to the forefront of British design during the early 1950s when the company launched an outstanding range of contemporary tablewares to a British public desperate for something new, colourful and pleasing to the eye. As soon as restrictions on the sale of brand new goods was lifted in the UK, Midwinter captured the market with their audacious and abstract patterns that suited the younger generation and reflected the modern interior.
 
This significant change in design strategy was implemented by Roy Midwinter. He had previously experienced some hostility from North American buyers towards the floral patterns that the company typically produced. The US wanted something new and advised Roy Midwinter to visit the West Coast of America to look at the latest tablewares by American designers such as Eva Zeisel and Russell Wright. Having done this, he decided that, once restrictions were lifted, Midwinter should produce a similar version for both the export trade and the British market.
Midwinter Pottery
Steven Jenkins, Midwinter Pottery
A Revolution in British Tableware
The first range, Stylecraft, launched in 1953, was decorated with many hand-painted and printed patterns. Stylecraft was a complete break away from the heavy Art Deco shapes. The majority of the patterns were created by Jessie Tait, who had joined the company during the late 1940s. Her patterns included „Fiesta„, „Ming Tree„ and „Primavera„ . One of the most popular Stylecraft patterns was „Riviera„ by Hugh Casson – future President of the Royal Academy – based on sketches that he had made in France. The „Riviera„ pattern and the subsequent version called „Cannes„, on the „Fashion„ shape, are highly sought after by collectors. Initially the Stylecraft range was ridiculed by other pottery manufacturers, whose main products were more traditional, but when sales proved outstanding competitors began to copy the Midwinter look.
 
According to Roy Midwinter, the reason for the success of the company was that it was fashion-led, creating the need to maintain market share by introducing new shapes and patterns. In 1955 the „Fashion„ shape was introduced, decorated with outstanding patterns such as Flower Mist and Festival, designed by Jessie Tait. One of the most outstanding Fashion patterns was „Zambesi„, which proved very popular and was copied by several manufacturers. During the latter part of the „fifties Jessie Tait created the audacious pattern called the „Gay Gobbler„, quite a rarity and much sought after today. Several patterns designed by the young designer and future tycoon Terence Conran were produced on the Fashion shape, including „Plant Life„, „Chequers„, „Nature Study„ and „Salad Ware„. Some of the most eagerly sought after items originate from this period. Fortunately for collectors, Conran’s name was included on the company backstamp!
 
With such an impact on the market and increased orders from all over the world, Roy Midwinter turned to the development of a new practical shape that could take printed decoration, as hand-painted decoration was proving too costly. The new „Fine„ shape was launched in 1962. Jessie Tait produced many of the important designs such as „Spanish Garden„, „Mexican„ and „Sienna„. At the same time a number of successful patterns were developed by Eve Midwinter, which included „Roselle„, „Bella Vista„ and „Tango„. A number of freelance designs were also produced and these include „Focus„ by Barbara Brown and „Eden„ by Nigel Wilde.
 
Bron: www.50connect.co.uk

Midwinter Pottery [ en.wikipedia.org ] | eigen retrodesign

Boekontwerper

gezien in Museum Meermanno in Den Haag: Henri van de Velde
Boekontwerp tussen Art Nouveau en Nieuwe Zakelijkheid (tot 06.01.2008)
Omslag van Henry van de Velde voor Also Sprach Zarathustra van Friedrich NietzscheHenry van de Velde is vooral bekend als architect, maar geheel in de geest van zijn tijd was hij daarnaast een veelzijdig kunstnijveraar: hij ontwierp schilderingen, tapijten, meubels, zilver en keramiek en was een begenadigd boekverzorger. Het is voor het eerst dat de boekontwerpen van Henry van de Velde in een tentoonstelling bij elkaar worden gebracht. Van de Velde beschouwde het boek als leverancier van een dagelijkse dosis cultuur maar ook als monument voor de geest. Dit is terug te zien in zijn ontwerpen, waarin eenvoud en monumentaliteit hand in hand gaan. Zijn ontwerpen omspannen 50 jaar. In die periode ontwikkelt zijn werk zich van „ornament„ naar „lijn„; van Art Nouveau, een kunststroming met een decoratief karakter, naar Nieuwe Zakelijkheid, een stroming waarin eenvoud en functionaliteit een belangrijke rol spelen. In de tentoonstelling zijn niet alleen prachtige boekbanden en uitmuntende typografie te bewonderen, maar wordt ook een beeld gegeven van het ontstaan van de ontwerpen: er zijn schetsen, proeven en verschillende versies van hetzelfde ontwerp te zien.
 
Bron: meermanno.nl

Henry van de VeldeHenry Van de Velde (1863 – 1957)
was een Vlaamse kunstschilder, ontwerper, vormgever en architect. Samen met Victor Horta kan hij beschouwd worden als één van de belangrijkste vertegenwoordigers van de Art Nouveau. Van de Velde studeerde schilderkunst bij Charles Verlat aan de kunstacademie in Antwerpen en bij Carolus-Duran in Parijs. Hij schilderde in neo-impressionistische stijl (pointillisme) en werd in 1889 lid van de kunstenaarsgroep “Les XX” in Brussel. Vanaf 1892 verliet hij de schilderkunst en legde hij zich toe op de toegepaste kunsten (edelsmeedkunst, porselein en bestekken, modeontwerpen, tapijt- en stoffendesign) en ook op architectuur, met onder meer de bouw van zijn eigen woning in Ukkel, huis Bloemenwerf. Hij ontwierp ook interieurs en meubels voor de invloedrijke kunsthandel “L’ Art Nouveau“, van de galerijhouder Samuel Bing in Parijs in 1895. Ook stond Van de Veldes werk in het paviljoen van Bing op de Wereldtentoonstelling in 1900 in Parijs. Van de Velde werd beïnvloed door de Engelse Arts-and-craftsbeweging met John Ruskin en William Morris en was één van de eerste architecten en meubelontwerpers die in een abstracte stijl met gebogen lijnen werkte. Van de Velde verzette zich tegen het kopiëren van historische stijlen en koos beslist voor een originele (in de zin van oorspronkelijke) vormgeving. Hij wilde de banaliteit en de lelijkheid uit ‘s mensen geest verdringen.
Bron: nl.wikipedia.org

henry-van-de-velde.com