Categorie archief: boeken

de bijbel van de decadentie

gelezen: Tegen de Keer (A rebours) van J.K.Huysmans

De Franse schrijver J.K.Huysmans is samen met Frederik van Eeden en Jan Toorop een van die kunstenaars die zich in de jaren negentig van de negentiende eeuw bezighielden met het occultisme maar zich op latere leeftijd bekeerden tot het katholicisme. Twintig jaar na het verschijnen van zijn bekendste roman, a Rebours, schreef Huysmans in 1903:

( … ) In dit tumult was er slechts één schrijver die het boek begreep: Barbey d’Aurevilly, die mij overigens helemaal niet kende. Het blad Le Constitutinnel bevat een artikel, gedateerd 28 jult 1884, dat ook opgekomen is in zijn boek Le Roman Contemporain, verschenen in 1902, waarin hij schreef:
Na zo’ n boek blijft de auteur slechts de keus tussen de mond van een pistool en de voeten van het Kruis.
Die keus is gemaakt.

Tegen de KeerTegen de Keer
De vermogende hedonist hertog Jean Floressas des Esseintes, die behept is met alle neurosen die het eind van de negentiende eeuw rijk was, verwerpt de maatschappij en verafschuwt mensen. Hij trekt zich terug in een afgezonderd herenhuis en realiseert daarin al zijn extravagante droomwensen. Huysmans beschrijft op indrukwekkende wijze Des Esseintes„ opvattingen over versiering en kleurvarianten van het interieur, over de symboliek van stenen, bloemen en parfums, over zijn artistieke voorkeuren, die in de toen weldenkende wereld een schandaal veroorzaakten: klassieke auteurs als Vergilius vindt hij vervelend, maar hij bewondert een decadent als Petronius, de middeleeuwse mystici en de schilder Gustave Moreau. Des Esseintes is een decadent met sterk religieuze preoccupaties.
Bron: boekboek.nl

HuysmansCharles-Marie-Georges Huysmans
(5 februari 1848 – 12 mei 1907) werd geboren uit een Franse moeder en een Nederlandse vader; zijn grootvader was tekenleraar aan de Militaire Academie in Breda. Om zijn Nederlandse afkomst te onderstrepen publiceerde de auteur onder de naam Joris-Karl Huysmans. Hij behoorde tot de kring van Zola en schreef aanvankelijk naar diens naturalistische stijl. In 1884 keerde hij deze de rug toe met de publicatie van zijn roman A rebours (Tegen de keer). Deze roman werd door critici en bewonderaars de bijbel van de decadentie genoemd. Net als zijn hoofdpersonage hertog des Esseintes leed Huysmans aan zenuwziektes. In 1891 publiceerde hij de ‘satanische roman’ Là-bas (Uit de diepte), rond het historische personage Gilles de Rais.
 
Later bekeerde hij zich tot het katholicisme; ook daarin behield hij echter zijn hang naar het vreemde, afwijkende en decadente. Men kan zich dan ook afvragen of zijn bekering wel oprecht was. Zijn roman La Cathédrale vormt in elk geval een keerpunt in zijn literaire productie. Vanaf dan zouden alleen nog maar katholiek geïnspireerde werken verschijnen: in 1903 L’Oblat, gebaseerd op zijn eigen toetreding als oblaat van de Benedictijnen en later Les foules de Lourdes, over Maria en de wonderen in Lourdes, waar Huysmans indirect afrekent met Emile Zola en diens boek Lourdes (1894).
 
Bron: ternet.com

Werken van J.K.Huysmans in een Nederlandse vertaling:

Tegen de keer (A rebours vertaling Jan Siebelink),
Amsterdam: Athenaeum-Polak & Van Gennep, 1977

Op drift (A vau-l’eau vertaling Wim Raven),
Amsterdam: Athenaeum-Polak & Van Gennep, 1979

huysmans.org | a Rebours

de woeste stroom van het worden

gelezen in Letter & Geest : nawoord van Luuk van Middelaar bij:
over Nut en nadeel van geschiedenis voor het leven door Nietzsche

NietzscheVolgende week verschijnt een nieuwe uitgave van Friedrich Nietzsche’s Tweede Traktaat tegen de Keer (Unzeitgemaesse Betrachtungen) Over nut en nadeel van geschiedenis voor het leven. Ik bezit de uitgave uit 1983 verschenen bij de Historische Uitgeverij Groningen met een nawoord van Frank Ankersmit.

Bij de nieuwe uitgave (zie afbeelding rechts) zal een nawoord verschijnen van politiek filosoof Luuk van Middelaar. Trouw drukte afgelopen weekend in het katern Letter & Geest een voorpublicatie af van het eerste deel van het nawoord.

Op het oog heeft onze tijd de belangrijkste les van „Nut en nadeel„ ter harte genomen. De boodschap dat een overmaat aan historische kennis het leven schaadt, schijnt welbesteed aan ons vroeg-eenentwintigste-eeuwers. De hedendaagse Bildungsbürger houden weliswaar de cultuurbijlages bij, hebben de kinderen op toneelles en bezoeken in de Provence weleens een Romaans kerkje, maar voor, zeg, de val van het Romeinse rijk, de tiende penning of het Molotov-Ribbentrop-pact geldt: they couldn„t care less.
 
vaderlandse geschiedenisDe politieke en culturele elite heeft decennialang het geschiedenisonderwijs laten verslonzen. Niet vanwege een mogelijk nadeel van de geschiedenis voor het leven, maar omdat het geen voordeel opleverde. Zo verdween het verleden uit de publieke ruimte. De bescheiden golf de andere kant op die sedert enige jaren valt te ontwaren, doet hier weinig aan af. Met politici die voor historische musea pleiten en beleidsmakers die de vaderlandse geschiedenis aan immigranten willen onderwijzen, zijn we weliswaar, nog enigszins onwennig, terug van het nadeel bij het nut, maar diep doorvoeld is dit allemaal niet. De „grenspalen„ tussen heden en verleden staan nog netjes overeind. De enige verandering: waar eerst achteloosheid heerste, zou nu een zeitgemässer polemist aandacht kunnen vragen voor een gebrek aan historisch besef.
 
Kunnen we dus opgelucht ademhalen, omdat het gevaar dat Nietzsche signaleert is geweken? Deze conclusie is voorbarig. Het ging Nietzsche niet sec om de conjunctuur van de historische belangstelling. De bron van zijn probleem zit veel dieper. Het raakt aan de omgang van de moderne mens met de tijd. Niet voor niets maakt „Nut en nadeel„ op ons zo„n indruk. Ik wil daarom de stelling verdedigen dat het probleem van Nietzsche een andere gedaante heeft aangenomen en in feite is verergerd. Voorzover het historische bewustzijn inderdaad is afgesleten, komt dat doordat het is geradicaliseerd.
 
De „woeste stroom van het worden„ is zo sterk geworden dat de moderne mens het verleden niet meer nodig heeft om van die ontwortelende kracht doordrongen te raken. De dagelijks ervaren verandering kan het stellen zonder de plechtige adstructie met de geschiedenis. De beweeglijkheid van de wereld, de kwetsbaarheid van het heden, de onvoorspelbaarheid van de toekomst – ze zitten inmiddels als het ware in eenieders hoofd. Elke generatie ziet haar omgeving veranderen van vorm en kleur in een richtingloze versnelling die velen naar adem doet happen. Wie wil dit alles? Wie of wat drijft dit aan? De voorzienigheid? De wereldleiders? De wet van vraag en aanbod? Niemand weet het. En iedereen weet dat niemand het weet.

Bron: trouw.nl

hogere psychedelica [1]

Ernst Haeckel: Kunstformen der Natur, 1899-1904

De werkelijkheid van de natuur overstijgt de fantasie.

Ernst Haeckel
Tafel 31: Cyrtoidea (Radiolaria)
Haeckel’s specialty as a scientist was microscopic undersea organisms, things like plankton, diatoms, radiolaria, and larval jellyfish, and most of the graphics in the Kunstformen are of such creatures. Haeckel was a huge fan of symmetry and continuity. The Kunstformen are filtered through this attitude. So not only are they real and organic they are hyper-real, beyond organic, a product of imagination and exageration.
 
Bron: draves.org/dub/kunstformen.html

Kunstformen der Natur | Alle 100 platen