Categorie archief: boeken

Dante en de scholastiek

Dante en zijn leermeester Siger van Brabant
uit: Het land van Rembrand (1884) door Conrad Busken Huet

Rond 1280 studeerde Dante in Parijs. In die tijd was de Sorbonne hét centrum van de scholastiek, die bij Thomas van Aquino (1225-1275) een hoogtepunt had bereikt. Ook Conrad Busken Huet woont een periode van zijn leven in Parijs, waar hij tussen 1882 en 1884 het bekende standaardwerk over de Nederlandse cultuurgeschiedenis schrijft, Het land van Rembrand. In Parijs volgt hij ook Dante die daar 600 jaar eerder onderricht ontving van de omstreden scholasticus Siger van Brabant

De poëzie van het tijdvak, door Dante vertegenwoordigd, getuigt niet anders dan de kunst. Vier zangen van het Paradijs (x-xiii) zijn eene onafgebroken hulde aan de scolastiek, als inwijding in de edelste vormen van geestelijk leven waartoe, langs den weg van het denken, het menschelijk gemoed zich verheffen kan. Hetgeen wij als de middeneeuwsche wijsbegeerte zelve beschouwen; hetgeen Erasmus eenmaal in haar veroordeelen en bespotten zal, is in Dante’s oogen slechts het bovendrijvend schuim van den smeltkroes, dat, afgeschept, het zuiverst goud ontbloot. Scolastiek en goddelijke waarheid gelden voor Dante als woorden van één beteekenis. In het door Thomas van Aquino bereikt inzigt vereert hij een hoogtepunt, hetwelk de menschelijke geest niet zal kunnen verlaten of vaarwel zeggen, zonder te ontaarden en beneden zichzelf te dalen.
 
DanteMet blijkbaar welgevallen vertoeft Dante’s herinnering bij den tijd toen hijzelf, naar Parijs getogen als student (omstreeks 1280), er in de Rue du Fouarre de lessen van een bemind leermeester volgde. Met de vrijmoedigheid van het dichterlijk genie wijst hij den parijschen scolasticus Siger de Brabant, naderhand gevallen als een slagtoffer van staatkundigen hartstogt, voor alle volgende eeuwen eene plaats in den Hemel aan.
 
Dante’s grootmoedigheid en vrijheidsliefde zijn te bekend dan dat de scolastiek, zoo zij niets anders dan een wespenest van onpraktische spitsvindigheden geweest was, hem in die mate bekoord zou hebben. Voor hem was zij het inbegrip der geheele hoogere beschaving van zijn tijd in haar ruimsten omvang, met Parijs tot middenpunt; en de fransche hoogeschool verdiende die ingenomenheid.
 
Geen andere toenmalige instelling in Europa was zoo geschikt Dante te behagen als deze kosmopolitische parijsche republiek van den geest, welke noch eene militaire noch eene burgerlijke monniksorde was, maar van de waardigen onder de jonge muzezoonen eene belangstelling, eene inspanning, een leven van zelfvergeten en ontberingen eischte en verwierf, hetwelk in den tijd van hun eersten en schoonsten bloei zelfs de bedelmonniken te naauwernood verwezenlijkten. Voor het eerst in de geschiedenis der europesche beschaving heeft de universiteit van Parijs het denkbeeld beligchaamd eener hoogere regtbank, voor welke rijkdom, geboorte, noch uitwendige voorregten gelden, maar de verstandelijke meerderheid, die, met het karakter of de deugd, de eenige redelijke maatstaf der menschelijke beteekenis is. Loopplaats van alle buitensporigheden der jeugd, uit alle europesche landen; internationale bedelaarskolonie met gehoorzalen waar stroo de kollegebanken verving; was Parijs reeds in Dante’s dagen tegelijk een vereenigingspunt van edelmoedige opwellingen, eene gelegenheid tot onderscheiden van anderen en van zichzelven, een kweekbed van den wetenschappelijken geest.
 
Hetgeen omtrent het onderwijs van Dante’s parijschen lievelingsmeester ons bekend is, vormt te weinig een geheel om als rigtsnoer te kunnen dienen bij een oordeel over Siger. In een zijner geschriften werpt Siger verreikende twijfelingen op (dat er geen God is; dat de wereld der verschijnselen om ons heen slechts in onze verbeelding of voorstelling bestaat; dat alle menschelijke handelingen strikt genomen goed zijn; dat men zoogenaamd slechte handelingen niet moet verbieden of straffen, enz.); en gaat dan met klem van redenen aantoonen hoe valsch die paradoxen zijn.
‘Dat is het eeuwig, stralend licht van Siger, die in de straat der voorraadmagazijnen door zijn geleerdheid haat en nijd verwekte’

Paradiso X : 136-138

In een geschrift van een zijner leerlingen, dat over politiek handelt, vindt men met ingenomenheid herinnerd hoe welsprekend Siger de aristotelische stelling plag te verdedigen: dat het „verweg beter is voor den Staat te worden geregeerd door goede wetten dan door brave personen, daar ook de braafste lieden op den duur zoo braaf niet kunnen zijn, of zij blijken toegankelijk voor opwellingen van toorn, haat, partijdige vriendschap, vrees, begeerlijkheid.„
 
Onze weetlust wordt door deze karige gegevens niet bevredigd. Zij maken alleen verklaarbaar dat Dante in zijne jonge jaren krachtig en blijvend geboeid werd
 
Bron: dbnl.org

Busken HuetConrad Busken Huet werd geboren in Den Haag, als zoon van een ambtenaar. Hij studeerde theologie in Leiden. Van 1851 tot 1862 was Busken Huet Waals predikant in de Église Walonne te Haarlem. Hij nam zelf ontslag om literair criticus te worden. Door E.J. Potgieter was hij gevraagd om in de redactie van het bekende literaire tijdschrift De Gids zitting te nemen. Zijn opdracht als redacteur was om één kritiek per maand af te leveren.

Huet zag literatuur als een uiting van beschaving; hij vond dan ook dat men aan de kwaliteit van de literatuur van een maatschappij de stand van de beschaving kon aflezen. Huet vergeleek in zijn kritieken de boeken van Nederlandse schrijvers vaak met de door hem hoger gewaardeerde literatuur uit landen als Duitsland, Frankrijk en Groot-Brittannië. Hij leverde scherpe kritiek, soms op spottende toon geschreven, ook en vooral op gevestigde schrijvers.

Huet vestigde zich in 1876 in Parijs. Zijn neef J. l’Ange Huet nam het redacteurschap over, maar vanuit Parijs hield Busken Huet een stevige vinger in de pap, en bleef kritische bijdragen leveren. Dit leidde ertoe dat l’Ange Huet, als verantwoordelijk redacteur, op Java een gevangenisstraf opgelegd kreeg. Ook schreef hij daar zijn bekende Nederlandse cultuurgeschiedenis Het land van Rembrand (2 dln, 1882-1884; Huet spelde de naam met een -d), mede als gevolg waarvan de 17e eeuw voortaan als de Gouden Eeuw in de Nederlandse kunst zou worden beschouwd, en Rembrandt als haar grootste schilder. Conrad Busken Huet overleed te Parijs in 1886.

Bron: nl.wikipedia.org

virtuele reis door de hel [10]

deze maand daal ik met Dante en Vergilius af in de hel [slot]
de negende kring: de verraders

Helemaal beneden aangekomen, ontmoeten Dante en Vergilius de duivel in eigen persoon. Hij heeft drie muilen waarmee hij drie verraders simultaan ende eeuwig verslindt: Brutus, Judas en Cassius. Omdat voor Dante het verraad van Julius Ceasar door Brutus en Cassius minder ernstig was dan het verraad van Jezus Christus door Judas, plaatste hij de laatste met zijn hoofd in de middelste bek van het monster. Dat gaf nog net iets meer helse pijnen. De Florentijnse schilder Sandro Botticelli maakte in de quattrocento de vijftiende eeuw, 150 jaar na Dante, onderstaande tekening van deze gruwelijke fantasie.

‘Die in de voorste muil stak, had van het bijten geen pijnen door de wreder pijn van het klauwen dat keer op keer de ruggegraat ontblootte’

Inferno, canto 34: 58-60

lucifer
Lucifer verslindt vlnr. Brutus, Judas en Cassius
Eternally eaten by Lucifer’s three mouths are–from left to right– Brutus, Judas, and Cassius (Inf. 34.61-7). Brutus and Cassius, stuffed feet first in the jaws of Lucifer’s black and whitish-yellow faces respectively, are punished in this lowest region for their assassination of Julius Caesar (44 B.C.E.), the founder of the Roman Empire that Dante viewed as an essential part of God’s plan for human happiness. Both Brutus and Cassius fought on the side of Pompey in the civil war. However, following Pompey’s defeat at Pharsalia in 48 B.C.E., Caesar pardoned them and invested them with high civic offices. Still, Cassius continued to harbor resentment against Caesar’s dictatorship and enlisted the aid of Brutus in a conspiracy to kill Caesar and re-establish the republic. They succeeded in assassinating Caesar but their political-military ambitions were soon thwarted by Octavian (later Augustus) and Antony at Philippi (42 B.C.E.): Cassius, defeated by Antony and thinking (wrongly) that Brutus had been defeated by Octavian, had himself killed by a servant; Brutus indeed lost a subsequent battle and took his life as well.
 
For Dante, Brutus and Cassius’ betrayal of Julius Caesar, their benefactor and the world’s supreme secular ruler, complements Judas Iscariot’s betrayal of Jesus, the Christian man-god, in the Bible. Judas, one of the twelve apostles, strikes a deal to betray Jesus for thirty pieces of silver; he fulfills his treacherous role–foreseen by Jesus at the Last Supper–when he later identifies Jesus to the authorities with a kiss; regretting this betrayal that will lead to Jesus’ death, Judas returns the silver and hangs himself (Matthew 26:14-16; 26:21-5; 26:47-9; 27:3-5).
 
Suffering even more than Brutus and Cassius, Dante’s Judas is placed head-first inside Lucifer’s central mouth, with his back skinned by the devil’s claws (Inf. 34.58-63).

Dante Online | illustraties Doré | Dante Inferno

virtuele reis door de hel [9]

deze maand daal ik met Dante en Vergilius af in de hel
de achtste kring: de bedriegers
De achtste kring van de hel heet de malebolge, Italiaans voor “buidels van het kwaad.” De dichters bereiken deze kring, die een diepe en steile afgrond vormt, vliegend op de rug van de draak Geryones. Er zijn tien “buidels,” kloven, voor tien soorten bedriegers:
 
1.Verleiders en koppelaars lopen in tegengestelde richting door de eerste malebolgia, letterlijk opgezweept door duivels (canto 18).
2.De vlijers baden in drek in de tweede kloof.
3. De derde kloof is gevuld met simonisten, waaronder paus Nicolaas III (canto 19). Deze paus, die op zijn kop in een gat in de grond zit waar alleen zijn brandende voeten uitsteken, herkent Dante niet en vraagt of zijn opvolger misschien is gearriveerd. Bedoeld wordt Dantes vijand paus Bonifatius VIII, die in 1300 nog in leven was. Nicolaas voorspelt ook de latere komst van paus Clemens V naar deze regionen. Beide zullen bovenop Nicolaas gestapeld worden, net als onder hem een hele stapel zondige pausen begraven is.
4. In de vierde kloof lopen magiërs, heksen en zieners rond, waaronder Teiresias (canto 20). Hun hoofd is achterstevoren op hun nek gezet.
5. De vijfde kloof bevat een bad van kokende pek, gevuld met corrupte politici en ambtenaren (canto 21-22). Ook worden zij belaagd door duivels met hooivorken.
6. In de zesde kloof lopen de huichelaars rond in loden pijen, die aan de buitenkant een gouden glans vertonen (canto 23). Kajafas en andere leden van het Sanhedrin die Christus naar Pontius Pilatus zonden zijn aan de grond genageld in een kruishouding.
7. De dieven lijden in de zevende kloof (canto 24-25). Zij ontbranden spontaan, waarna ze weer uit hun as herrijzen, en ze worden belaagd door slangen. Eén dief versmelt met een vuurspuwende slang tot een draakachtig wezen.
slechte raadgevers
kwade raadgevers
In die vuren moeten geesten huizen, elk omhuld met wat hen doet verteren
8. De kwade raadgevers branden in de achtste kloof (canto 26-27). Onder hen is Odysseus, die de Trojanen bedroog met het Paard van Troje (de Trojanen zijn volgens de Aeneis de stamvaders van de Romeinen).
9. In de negende kloof lijden de schismatici onder wie Mohammed en Ali (canto 28-29). De stichting van de islam werd beschouwd als een splitsing in het christendom, omdat Mohammed volgens de middeleeuwers eerst een christelijke priester zou zijn geweest. De splitsers worden verminkt (Mohammeds romp wordt opengereten, net als Ali’s hoofd) door een duivel met een zwaard. Vervolgens maken ze een rondgang door de hele kloof, waarbij hun wonden helen, tot ze weer bij de duivel uitkomen.
10. De tiende en laatste kloof is de verblijfplaats van alchemisten en vervalsers (canto 29-30). Zij lijden aan gruwelijke kwalen.

Dante Online | illustraties Doré | Dante Inferno