Het Heilige van Rudolf Otto
Dertien kinderen telde het lutheraanse gezin waarin Rudolf Otto (1869-1937) als twaalfde telg ter wereld kwam. Vader Wilhelm was fabrikant. Moeder overleed toen Rudolf twaalf was. Aan haar droeg hij in 1898 zijn dissertatie over Luthers opvatting van de Heilige Geest op. Otto blikte later terug op zijn nest als “de hechte kring van een eenvoudig en bekrompen milieu. Als schooljongen legt hij belangstelling voor andere godsdiensten aan de dag. Door een rooms-katholieke kameraad laat hij zich over de heiligen voorlichten.In het liberale Göttingen studeert Rudolf Otto godsdienstwetenschap en filosofie. Studiereizen voeren hem naar het Midden-Oosten, Noord-Afrika, India, Birma, China, Japan en Siberië. In brieven en verslagen vertelt hij over zijn ervaringen, doortrokken van een intense beleving: “Ik heb het Sanctus Sanctus Sanctus van de kardinalen in de Sint-Pieter gehoord, het Swiat Swiat Swiat in de kathedraal van het Kremlin en het Holy Holy Holy van de Patriarch in Jeruzalem. In welke taal dan ook, deze woorden, de hoogstverhevene ooit door menselijke lippen gevormd, raken je in het diepst van je ziel, met een machtige huivering het mysterie van die andere wereld die erin verborgen ligt oproepend en openbarend.”
Bron: J.Karels, Rudolf Otto’s meesterwerk “Het heilige” tilt lezers boven denkkaders uit, verschenen in Het Reformatorisch Dagblad
Einblick in die Entstehungsgeschichte der Ottoschen Idee des ‘Heiligen’ [ Uitgeverij Abraxas ]
“Godsdienst is de beleving van het mysterie en het komt tot uiting als het gevoel zich openstelt voor de indrukken van het eeuwige dat verschijnt door de sluier van het tijdelijke.”
Rudolf Otto
De Griekse vaders vergelijken de ontmoeting van de mens met God met de ervaring van iemand die in de mist over de bergen wandelt: hij zet een stap vooruit en stelt plotseling vast dat er geen grond meer is onder zijn voeten maar slechts een bodemloze diepte. Ook gebruiken ze het beeld van een man die zich ‘ s nachts in een donkere kamer bevindt: hij opent een vensterluik en wordt verblind door een plotselinge bliksemschicht die hem wankelend achteruit doet wijken. Hetzelfde effect ervaren we wanneer wij oog in oog komen te staan met het levende mysterie van God: een duizeling overvalt ons; al de vertrouwde houvasten vallen weg en we kunnen ons nergens meer aan vastgrijpen; ons innerlijk oog is verblind, al onze gewone opvattingen worden in de war gebracht.












