Categorie archief: geschiedenis

Chios 1822

Scène des massacres de Scio (1824) van Eugene Delacroix
ruim twintigduizend christenen werden in 1822 op Chios door moslims vermoord

De Franse schilder Eugene Delacroix (1798-1863) is samen met Théodore Géricault (1792-1824) opgenomen in de canon van de negentiende schilderkunst als de belangrijkste vertegenwoordiger van de Romantiek in Frankrijk. Hun bekendste werken Het vlot van de Medusa (1818), de dood van Sardanoupolis (1828) en Het bloedbad van Chios (1824) zijn schoolvoorbeelden van gezwollen pathos. Het laatste schilderij is plotseling weer actueel. Waar gaat Het bloedbad van Chios eigenlijk over?

Delacroix Chios
Scène des massacres de Scio (1824)
Anders dan in het neo-classicisme van David, wil Delacroix ons geen les leren. Het tafereel laat zinloos lijden zien en zoomt in op individuele emoties. De donkere romantiek ligt veel dichterbij de pessimistische filosofie van Arthur Schopenhauer dan bij de Verlichtingsfilosofie van Immanuel Kant.

In 1821 waren de Grieken begonnen met hun onafhankelijkheidsstrijd tegen de Turkse bezetter. Een halve eeuw eerder hadden de Grieken al een poging gewaagd maar de Orlovopstand was door de Ottomanen bloedig neergeslagen. Nu zou hun verzet uitlopen in de Griekse Onafhankelijkheidsoorlog (1821-1832). De Turken zouden nog gruwelijkere represailles toepassen als tijdens de Griekse opstand van 1770.

Delacroix Chios
Scène des massacres de Scio detail

De grootst mogelijke wreedheden vonden plaats op het eiland Chios in het voorjaar van 1822, nu 194 jaar geleden. Mohammed Ali van Egypte, de bondgenoot van de Ottomaanse sultan, liet meer dan twintigduizend mensen vermoorden vrouwen en kinderen inbegrepen. Dit tot afgrijzen en verontwaardiging van de toenmalige grootmachten.

Delacroix Chios
Scène des massacres de Scio detail
Delacroix verplaatste Rubens’
kindermoord van Bethlehem
naar zijn eigen tijd.
Hij schilderde de horror van 1822

Voor Delacroix vormden de gebeurtenissen in Chios aanleiding voor een dramatische voorstelling in de traditie van Pieter Paul Rubens. Het grote verschil tussen Delacroix en Rubens, door wie hij zich schilderkunstig en thematisch had laten inspireren, is dat laatstgenoemde drama’s uit de klassieke oudheid of uit de Bijbel (bijvoorbeeld de kindermoord van Bethlehem) verbeeldde, terwijl Delacroix een chroniqueur van zij tijd was. Scène des massacres de Scio is fotojournalistiek avant la lettre én een politiek protest. Hoe dramatisch Delacroix het tafereel ook in beeld bracht, de werkelijkheid was vele malen erger.

Rubens kindermoord
Pieter Paul Rubens De kindermoord van Bethlehem (1611-12) Een groot verschil tussen Rubens en Delacroix is dat eerstgenoemde een historische en geen eigentijdse slachting in beeld brengt
Eugène Delacroix, Scene of the massacre at Chios; Greek families awaiting death or slavery, 1824

Massacres of Chios [ christopherlong.co.uk ] | Chios massacre [ en.wikipedia.org ]

kameleon

gelezen in: Nationalisme, naties en staten (2012)
onder redactie van Leo Wessels en Toon Bosch

NationalismeNadat ik het college Vaderlandsliefde – over nationalisme en nationaal gevoel van Joep Leersen enkele malen op CD beluisterd had, wilde ik ook eens een goed boek lezen over nationalisme. Ik meen dit gevonden te hebben in Nationalisme, naties en staten, een schitterend verzorgd boek van ruim 700 bladzijden dat in 2012 voor het eerst verscheen bij Uitgeverij VanTilt en dat vorig jaar herdrukt werd.

Nationalisme, naties en staten is opgebouwd uit zes delen die ieder een periode uit de Europese geschiedenis behandelen en die door verschillende historici zijn geschreven: Arnold Labrie nam met de eerste drie delen (nationalisme tot 1848) het leeuwendeel voor zijn rekening. Matthijs Lok schreef het vierde deel (1848-1914), Patrick Dassen het vijfde deel (1914-1945) en André Gerrits het laatste deel (Europa na 1945).

In de ruim dertig pagina’s tellende inleiding schrijft de redactie (Leo Wessels en Toon Bosch) dat nationalisme geen ideologie is als het liberalisme of socialisme. Het is een kameleontisch verschijnsel. Het is noch rechts noch links, noch progressief noch conservatief. Het past zich telkens opnieuw aan bij veranderende omstandigheden. Wessels en Bosch schrijven: “In de negentiende eeuw treffen we actieve pleitbezorgers van een nationalistisch gedachtegoed aan onder traditionalisten, klerikalen, monarchisten, republikeinen, liberalen, socialisten, utopisten, sociaal-darwinisten, kortom: representanten van een waaier van stromingen en opvattingen die zo ongeveer het hele ideologische fundament bestrijkt.”

Nationalisme is geen ideologie
als liberalisme of socialisme,
maar een kameleon.

Uit de colleges van Joep Leersen had ik dat al geleerd: nationalisme is door zijn conceptuele vaagheid een moeilijk te vatten fenomeen. Maar het gaat waarschijnlijker dieper dan de ideologieën waarmee het zich verbindt. Nationalisme kwam aan het begin van de negentiende eeuw tot rijpheid toen twee stromingen bij elkaar kwamen: het zogenaamd “civic nationalism” van Rousseau en het “ethnic nationalism” van Herder. Beide “bronrivieren” van het nationalisme vermengden zich aan het begin van de negentiende eeuw en zouden daarna zelden nog in een onvermengde vorm voorkomen. In Frankrijk en de Verenigde Staten zou het “civic nationalism” vaker present zijn, terwijl in Duitsland, Italië en Midden-Europa het “ethnic nationalism” zou gaan domineren.

Völkerschlachtdenkmal Leipzig
Völkerschlachtdenkmal Leipzig (1913) van nationalistisch Denkmal tot Mahnmal tegen het fascisme.
Nationalisme is na 1945 in een kwade reuk komen te staan. Dat geldt in het bijzonder voor het “staatsnationalisme” van het Duitse Keizerrijk (1871-1918). De vele monumenten die tijdens het Keizerrijk gebouwd zijn, tonen het gesloten exclusieve karakter van het zogenaamde “ethnic nationalism”
[ credits: wikimedia ]

Na 1945 zou nationalisme als een spook uit het verleden gezien worden. Nationalisme werd gezien als de oorzaak van de twee wereldoorlogen die bijna waren uitgelopen op Europese zelfvernietiging. Het naoorlogse kosmopolitisme was een direct gevolg van het nationalisme van de negentiende en twintigste eeuw tot aan 1945. Het uitbannen van oorlog stond gelijk aan het uitbannen van nationalisme.

Sinds 1990 steekt nationalisme in Europa weer de kop op. Het begon in de jaren negentig in het voormalige Joegoslavië, maar breidde zich uit naar andere delen van Europa. Nationalisme bindt zich nu aan rechts populisme maar is niet hetzelfde. Rechts populisme speelt weliswaar in op anti-Europa sentimenten en op nationale gevoelens. Maar deze nationale gevoelens zijn op zich niet rechts. In de revoluties van 1848 ging nationalisme samen met liberalisme en vanuit de positie van de koning was dat juist links. Vaderlandse gevoelens, waaronder trots op Nederland, zijn dus geen exclusief rechtse gevoelens. Nationalisme is een kameleon die in staat is zich aan elke ideologie aan te passen.

Nationalisme, naties en staten [ vantilt.nl ]

nationaal zelfbewustzijn

de postzegel als spiegel van het nationale zelfbewustzijn

Herdenkingspostzegels zijn een aardige toegang tot het verleden van een land. Omdat postzegels op post naar het buitenland het visitekaartje van een land zijn, representeert de postzegel vaak ook het nationale zelfbewustzijn.

1848-1948
Herdenkingspostzegels van de Hongaarse Opstand tegen Oostenrijk in 1848

Nederlandse postzegels (en tot 2002 de Nederlandse bankbiljetten) zijn een mooi voorbeeld van de spiegel van nationaal zelfbewustzijn. Terwijl de meeste landen historische figuren postzegels of bankbiljetten tonen, is Nederland er eerder trots op dat het veel terughoudender is met het etaleren van nationale helden. Op de laatste Nederlandse bankbiljetten stonden bijvoorbeeld een snip, een zonnebloem en een vuurtoren.

Sinds 2002 staan er vensters en bruggen op de Eurobiljetten omdat historische figuren te veel discussie zouden veroorzaken tussen de Europese lidstaten. Geen vent (of vrouw) maar vorm (lees: compromis). Is dit wat Victor Orbán bedoelde met een bloedeloos en tam geheel waarin de Europese cultuur met al haar facetten wordt omgebogen?

Kossuth
Hongaarse postzegel met Lajos Kossuth (1806-1894), de eerste premier van Hongarije
Deze postzegel uit 1964 volgt de bekende lijn van sovjet agitprop: wapperende vlaggen, opgestoken vuisten en heldhaftige koppen.

Patriottische gevoelens staan in het huidige Europa onder verdenking van eng nationalisme en rechts populisme. De beroemde historicus Johan Huizinga schreef in 1935: “Een nationaal gevoel dat zich niet spiegelen kan in de roerloosheid van het verleden, mist de grondslag van zijn wezen”. Nationaal gevoel kan heel goed samengaan met een sterk zelfbewustzijn. Het neoliberale geloof in het autonome individu blijkt voor het zelfbewustzijn een illusie omdat het “ik” wordt voortgebracht door een “wij” met een gedeeld nationaal verleden. Vanuit dit zelfbewustzijn, dat de losse individuen op elkaar betrekt als volk, kunnen we anders gaan kijken naar nationale gevoelens, voordat deze bij voorbaat al bestempeld worden als “rechts xenofoob populisme”.

Een nationaal gevoel dat zich niet spiegelen kan in de roerloosheid van het verleden, mist de grondslag van zijn wezen.

Johan Huizinga, 1935

De Verenigde Staten zijn inmiddels honderd jaar de voorvechter van het zelfbeschikkingsrecht der volkeren. Woodrow Wilson stond aan de wieg van de Volkerenbond die later zouden evolueren in de Verenigde Naties. Amerika laat op zijn postzegels ook zien dat het voorstander is van het zelfbeschikkingsrecht der volkeren.

champion of liberty 1958
Champion of liberty 1958

In 1958 bracht het een serie postzegels uit onder de noemer “Champion of Liberty”. Niet alleen de Zuid-Amerikaanse vrijheidsstrijder Simon Bolivar werd met een zegel vereerd, ook de Hongaarse vrijheidsstrijder Lajos Kossuth werd afgebeeld op een Amerikaanse postzegel. Daar zal de Hongaarse gemeenschap in de Verenigde Staten wel voor gelobbyd hebben. Het was een signaal naar de Sovjet Unie: “Jullie mogen de Hongaarse Opstand van 1956 wel onderdrukt hebben, maar vergeet niet dat Amerika en de vrije wereld achter het Hongaarse volk staan”.

Tegenwoordig spreken we vaak over framing: de inkadering van het beeld bepaalt de boodschap. Op postzegels moet alle informatie geconcentreerd zijn op een klein stukje papier. In de visuele communicatie is de postzegel de equivalent van de oneliner: kort, bondig en kernachtig.