Het Duitse offensief van 21 februari‘s Ochtend 7.15 Het zwaarste bombardement dat tot dusverre ooit in een oorlog is uitgevoerd begint over het gehele Verdun-front aan de linker- en de rechterzijde van de Maas over een frontbreedte van veertig kilometer. Ook Verdun zelf wordt hevig gebombardeerd; de burgerbevolking wordt geheel geëvacueerd.
Het bombardement is het meest verschrikkelijke dat men tot dusverre ooit heeft aanschouwd: een krankzinnig inferno. Het mondingvuur van de Duitse kanonnen is één ononderbroken vuurzee. Zware granaten vallen met een frequentie van veertig stuks per minuut. (Noot: latere schattingen laten zien dat er op een rechthoek van 500 bij 1.000 meter 80.000 zware granaten gevallen zijn.) Het bombardement is zo hevig dat versterkingscompagnieën soms acht uur nodig hebben om drie kilometer vooruit te komen. De Franse loopgraven worden compleet verpulverd, telefoonlijnen en geschut volledig vernield. Mannen worden aan stukken gereten, raken bedolven onder de aarde of verdwijnen in het niets bij een voltreffer. Eeuwenoude bomen worden volledig ontworteld; in de takken hangen menselijke resten. Het lijkt alsof de wereld vergaat. Dit verschrikkelijke bombardement duurt meer dan negen lange uren.
Bron: wereldoorlog1418.nl
Aan het einde van de middag komen de Duitsers tevoorschijn en beginnen de aanvallen: in het Bois d’Haumont (VIIe Duitse Legerkorps), het Bois de Caures (XVIIIe Duitse Legerkorps) en het Bois de l’Herbebois (IIIe Duitse Legerkorps). Op deze dag zetten de Duitsers voor het eerst vlammenwerpers in . Als de avond valt, zijn het Bois de Caures en het Bois de l’Herbebois nog altijd in Franse handen…




In 1812 nam Albrecht Adam (1786-1862), samen met Eugène de Beauharnais, deel aan Napoleons veldtocht naar Rusland en maakte veel schetsen die hij bij zijn terugkeer in München in 1815 tot 83 kleine veldslagscènes in olieverf verwerkte. De Russische campagne inspireerde hem ook tot het maken van een serie van 100 lithografieën, getiteld Voyage pittoresque et militaire de Willenberg en Prusse jusqu’à Moscou (1827–33), die hij maakte met de hulp van zijn zonen Benno en Franz.
















