Categorie archief: geschiedenis

Habsburg Revisited [ 2 ]

Gezien op Arte: Maria Theresa deel vier (2019)

maria theresaIn 2017 was het 300 jaar geleden dat Maria Theresa (1717-1780) geboren werd, de dochter van de Habsburgse keizer Karel VI die in 1740 haar vader zou opvolgen. Volgens de Salische wet moest de troonopvolger mannelijk zijn. Omdat Karel VI geen mannelijke opvolger had, kondigde hij in 1713 de Pragmatieke Sanctie af die het mogelijk maakte dat het Heilige Roomse Rijk een vrouwelijke troonopvolger kreeg. Maar Frankrijk erkende de pragmatieke sanctie niet waardoor met de dood van Karel VI in 1740 de Oostenrijkse Successieoorlog zou uitbreken. Oostenrijk zou ook in oorlog komen met Pruisen, want Frederik de Grote maakte in 1740 van de gelegenheid gebruik om in de Eerste Silezische Oorlog Silezië te annexeren.

Deze gebeurtenissen staan centraal in de miniserie Maria Theresa, waar in 2017 twee episoden van werden gemaakt en twee jaar later nog eens twee afleveringen. Het resultaat is een voortreffelijke kostuumfilm. Alleen al voor het eerste seizoen werden 2500 kostuums gemaakt en 700 pruiken! Ook zijn er schitterende locaties gekozen, met name in Tsjechië. In Praag, Valtice en Brno komt het Habsburgse Rijk weer helemaal tot leven.

Van SwietenDe art direction van Maria Theresa had echter een beter scenario verdiend. Het verhaal zit vol historische onjuistheden en dat is erg jammer, want bij het grote publiek ontbreekt de historische kennis om dat te kunnen zien. Het tweede seizoen van Maria Theresa (episodes 3 en 4) speelt zich af tussen juli 1740 en voorjaar 1743. Maar sommige personages waren in die tijd nog niet op het toneel verschenen. Zo speelt de Leidse arts Gerard van Swieten (1700/1772) een belangrijke rol in episode 4, maar deze zou in werkelijkheid pas in juni 1745 de lijfarts van Maria Theresa worden. En de zelfmoord van de Kroatische baron Franjo Trenk (Franz Freiherr von der Trenck) in zijn cel in Brno vindt pas in 1749 plaats.

Toch zijn dergelijke historische onnauwkeurigheden niet hinderlijk en een scenarist te vergeven. Maar wat echt stoort, is de verhaallijn in de vierde episode waarin de keizerin een affaire heeft tijdens een zomerverblijf in Olomouc (Olmütz) en daarna een buitenechtelijk kind krijgt. Dit is nooit het geval geweest. Van al haar zestien (!) kinderen staat het vast dat ze verwekt werden door haar man Franz I Stephan van wie ze veel hield. Overigens hield deze er zelf wel andere vrouwen op na, maar Maria Theresa is haar echtgenoot toch altijd trouw gebleven.

In dezelfde verhaallijn brengt de Tsjechische scenarist Miroslava Zlatníková ook een ongenuanceerd en ongeloofwaardig beeld van de Rooms-katholieke kerk naar voren en maakt op een goedkope manier gebruik van de negatieve sentimenten die er bij het grote publiek leven omtrent de Rooms-katholieke kerk als schijnheilig machtsinstituut. Vader Johannes, de persoonlijke biechtvader van de keizerin speelt in deze verhaallijn een rol van slechterik, die geen genade kent tegenover zondaars.

Ondanks het ondermaatse scenario is Maria Theresa het aankijken zeker waard. Er worden niet vaak kostuumfilms gemaakt die zich afspelen in de eerste helft van de achttiende eeuw. Rond 1740 kwam de allongepruik aan het hof nog steeds voor en ook de mode verwijst nog duidelijk naar het hof van Versailles onder Lodewijk XIV. Maria Theresa maakte na 1740 van Schloss Schönbrunn haar eigen Versailles.

Habsburg Revisited [ 1 ]

Erinnerungslandschaft [ 3 ]

vandaag is het precies 150 jaar geleden
dat in de spiegelzaal van Versailles het Duitse Keizerrijk werd uitgeroepen

In het Duitse Keizerrijk (18 januari 1871 – 9 november 1918) werd de overwinning op Frankrijk in de oorlog van 1870-1871 uitbundig gevierd. Tussen 1871 en 1898 verschenen er in Duitsland alleen al 7000 historische werken over de Frans-Duitse oorlog en ontwikkelde zich een heus “Erinnerungslandschaft” van nationale monumenten. Maar na 1945 wordt er nauwelijks nog teruggekeken op de Frans-Duitse Oorlog en geldt deze oorlog als een “vergeten conflict’. Hoe komt dat? En wat is er nog over van dat Erinnerungslandschaft bij onze oosterburen? Een drieluik over de Frans-Duitse Oorlog.

Met de proclamatie van het Duitse Keizerrijk op 18 januari 1871 was ook het proces van Duitse eenwording voltooid. Dat begon al in 1815 nadat Napoleon definitief verslagen werd en de Duitse Bond werd opgericht. Maar door de vijf grote mogendheden Engeland, Rusland, Oostenrijk, Pruisen en Frankrijk die na 1815 samen het Concert van Europa vormden, werden liberale bewegingen onderdrukt. Het is tegenwoordig nauwelijks voor te stellen, maar liberalisme stond tijdens de Restauratie (1815-1848) gelijk aan nationalisme. Het nationalisme leefde vooral in Duitsland en Italië waar ondanks de culturele en taalkundige eenheid een enorme versnippering bestond van koninkrijken, hertogdommen en kleine staten. Pas in 1848 zou het nationalisme de wind in de rug krijgen. Italië werd voorlopig verenigd in 1861 en het proces van Duitse eenwording begon pas goed in 1862 nadat Bismarck de eerste minister van Pruisen was geworden.

Eenwording heeft in eerste instantie een positieve betekenis, omdat het synoniem lijkt met verbroedering. De Ode an die Freude van Beethoven met de zin Alle Menschen werden Brüder werd niet voor niets verheven tot de Europese hymne. Toch heeft eenwording ook zijn schaduwkanten, in het bijzonder voor degenen die hun zelfstandigheid niet willen verliezen en zich verzetten tegen centralisatie. Zoals er nu verzet is tegen “meer Europa”, was er in de jaren zestig van de negentiende eeuw toen het proces van Duitse eenwording eenmaal op gang gekomen was, verzet tegen “meer Pruisen”.

Zoals er nu verzet is tegen “meer Europa”, was er in de jaren zestig van de negentiende eeuw toen het proces van Duitse eenwording eenmaal op gang gekomen was, verzet tegen “meer Pruisen”.

Vooral in het Koninkrijk Beieren voelde men in de jaren vóór de proclamatie van het Duitse Keizerrijk de bui al hangen. Koning Ludwig II zocht zelfs toenadering tot Napoleon III. Hij was niet vergeten dat de oom van de Franse Keizer, Napoleon in 1806 Beieren tot een koninkrijk had gemaakt. Maar Pruisen bleek te sterk. Dat bleek in 1866 toen in de Slag bij Königgrätz de Oostenrijkers door de Pruisen verslagen werden. Er kwam een einde aan de Duitse Bond die op het Congres van Wenen was opgericht en aan het dualisme tussen Berlijn en Wenen. Een jaar later werd de Noord-Duitse bond opgericht, de opmaat naar het Keizerrijk. Zes staten in het Zuiden van Duitsland, waaronder Beieren, Baden en Württemberg bleven uitdrukkelijk buiten de Noord-Duitse bond. Maar hun onafhankelijkheid was nu nog een kwestie van tijd. Vier jaar om precies te zijn.

Porta Westfalica
bombastisch nationalisme: het monument van keizer Wilhelm I bij Porta Westfalica (1892-1896)

In augustus 1870 lukte het Bismarck om een oorlog uit te lokken met Frankrijk. De Fransen verklaarden Pruisen de oorlog en de legers van Koning Wilhelm I trokken op naar Parijs. Op 1 en 2 september 1870 werd het Franse leger bij Sedan vernietigend verslagen. Keizer Napoleon III werd zelfs gevangen genomen. De Pruisen trokken onder het opperbevel van koning Wilhelm I, zijn zoon Friedrich Wilhelm en maarschalk Von Moltke op naar Parijs. Op 15 september begon de omsingeling van de Franse hoofdstad en vanaf 19 september was er sprake van een beleg.

Bismarck was een kille pragmaticus die niet niet alleen met bloed en ijzer de Duitse eenwording wilde smeden maar ook met ijzer en bloed de Fransen op hun knieën wilde krijgen. Hij wilde de Parijzenaars vermurwen met een langdurige artillerievuur maar veldmaarschalk Von Blumenthal die het bevel voerde over het beleg van Parijs, was daar op tegen. Een bombardement van de stad ging tegen het oorlogsrecht in. Bovendien en zou Bismarck daarmee de andere Europese mogendheden tegen Pruisen in het harnas jagen.

Omdat Pruisen niet de agressor was geweest van de Frans-Duitse Oorlog (maar deze wel opzettelijk had uitgelokt!) kon het met een conventioneel beleg van Parijs de Tweede Franse Republiek de vrede afdwingen. In de praktijk betekende dit een uithongering van de Parijse bevolking. Van 19 september 1870 tot 28 januari 1871 zouden er 47.000 Parijzenaars onder het beleg bezwijken. 24.000 duizend Franse soldaten werden gedood of verwond en 146.000 werden er krijgsgevangen genomen. Aan Pruisische zijde vielen slechts tweeduizend slachtoffers.

Tijdens het beleg waren er verschillende uitbraakpogingen maar niet één daarvan was succesvol. De laatste uitbraak was een dag na de proclamatie van het Duitse Keizerrijk in Versailles, op 19 januari 1871 bij Buzenval ten Westen van Parijs. De Pruisische kroonprins Friedrich Wilhelm wist de aanval met gemak af te slaan. Het was het begin van het einde. De Gouverneur van Parijs Louis Jules Trochu trad af en op 25 januari 1871 wilde Bismarck de stad alsnog laten bombarderen met zwaar geschut van Krupp . Drie dagen later gaf Parijs zich eindelijk over.

De vernedering van Frankrijk door Pruisen zou de verstandhouding tussen Frankrijk en Duitsland de komende 70 jaar gaan bepalen. In het laatste kwart van de negentiende eeuw verrezen overal in het Duitse Keizerrijk monumenten die de nationale trots van het Duitse volk moesten versterken én de Fransen moesten inpeperen dat zij nu degenen waren die onderop lagen. Het Duitse Keizerrijk eiste de hegemonie op, want de machtsverhoudingen op het Europese vasteland hadden zich nu omgekeerd.

We moeten niet vergeten dat Frankrijk tot de vernedering bij Sedan twee eeuwen het machtigste land op het continent was geweest en dat het vele oorlogen had uitgevochten op Duits grondgebied, niet alleen onder Napoleon, maar ook al tijdens de Dertigjarige Oorlog en de Negenjarige Oorlog. De Duitsers hadden toen zwaar onder de Franse militaire expedities geleden. En nu was dat eens zo machtige Frankrijk eens goed op zijn plaats gezet, nota bene in Versailles

De diplomatieke verhoudingen tussen Frankrijk en het Duitse Keizerrijk bevroren aanvankelijk. Het Franse ressentiment zat diep, maar Frankrijk kon niets doen. Pas in 1919 was er gelegenheid om revanche te nemen. Frankrijk liet de onderhandelingen op 18 januari 1919 beginnen en vernederde op hun beurt weer de Duitsers. Met de rampzalige gevolgen van deze vernedering zijn we bekend.

Na 1945 moesten Frankrijk en Duitsland, ook onder internationale druk, de noodzaak inzien van duurzame vrede door te streven naar economische samenwerking tussen Frankrijk en Duitsland. In 1951 werd de EGKS opgericht, de voorloper van de Europese Unie. Nationalisme werd vervangen door internationale samenwerking. De bombastische monumenten van nationale trots die tijdens het Duitse Keizerrijk waren opgericht, zouden na 1945 een belachelijke indruk maken. Spierballen-nationalisme dat per definitie provocerend was en ondermijnend voor de Frans-Duitse betrekkingen.

Het verenigde Europa kan het nationalisme missen als kiespijn. Toch heeft ook het verenigde Europa een eigen herdenkingscultuur gekregen, waarbij de nadruk steeds valt op “wat ons bindt en niet wat ons scheidt.” Bij Berus in het Saarland, werd in 1970 het Europäer Monument ingewijd.

Europäer Monument
Het Europäer Monument in het Saarland. Waar ooit de nationalistische monumenten van het Duitse keizerrijk verdeeldheid zaaiden, is er nu het bewustzijn gegroeid dat Duitsers en Fransen het samen zullen moeten doen.

Het verschil tussen dit monument en de monumenten van het Duitse Keizerrijk kan moeilijk groter zijn. In plaats van persoonsverheerlijking is er abstractie. In plaats van nationale trots internationale samenwerking. Of het een mooi monument is, is minder belangrijk als de oprechte intentie: dit monument wil de verbondenheid tussen Duitsland en Frankrijk tonen, zonder de oude wonden te verbergen. De twee landen worden zowel samen doorboord door dit leed als er samen door verbonden.

Erinnerungslandschaft [ 2 ]

morgen is het precies 150 jaar geleden
dat in de spiegelzaal van Versailles het Duitse Keizerrijk werd uitgeroepen

In het Duitse Keizerrijk (18 januari 1871 – 9 november 1918) werd de overwinning op Frankrijk in de oorlog van 1870-1871 uitbundig gevierd. Tussen 1871 en 1898 verschenen er in Duitsland alleen al 7000 historische werken over de Frans-Duitse oorlog en ontwikkelde zich een heus “Erinnerungslandschaft” van nationale monumenten. Maar na 1945 wordt er nauwelijks nog teruggekeken op de Frans-Duitse Oorlog en geldt deze oorlog als een “vergeten conflict’. Hoe komt dat? En wat is er nog over van dat Erinnerungslandschaft bij onze oosterburen? Een drieluik over de Frans-Duitse Oorlog.

Herdenken is een fenomeen dat bij uitstek tot het menselijke domein behoort. Bij onze menselijke conditie hoort de behoefte om te willen herinneren. Of om te willen vergeten. De herinnering wordt geritualiseerd in een collectieve, vaak nationale herdenking. Dat gebeurt in een jaar of op een dag wanneer de tijd “rond” is en we met elkaar kunnen zeggen: “vandaag is het precies zoveel jaar geleden dat…”

Herdenken kunnen we zelfs ook opvatten als een humanitaire plicht, zeker bij gebeurtenissen die zo ingrijpend waren voor de mensheid als geheel, dat we onszelf verplicht hebben deze nooit meer te vergeten. Zo wordt er in de Nationale Holocaust Herdenking jaarlijks in januari stilgestaan bij de holocaust. En op op 27 januari in het bijzonder, de dag dat in 1945 het concentratiekamp Auschwitz bevrijd werd. Herdenken geldt hier als imperatief. “Opdat we nooit mogen vergeten.”

Bij het fenomeen van het herdenken is het een interessante vraag waarom we de ene ingrijpende gebeurtenis wel herdenken en de andere juist niet. Deze vraag wierp zich bij mij op in de aanloop naar de 150e verjaring van de proklamatie van het Duitse Keizerrijk op 18 januari 1871 in het paleis van Versailles. Zeker geen onbelangrijke gebeurtenis en als je naar de gevolgen kijkt dan lag in dit momentum de kiem van twee wereldoorlogen die de twintigste eeuw tot de meest verschrikkelijke eeuw uit de wereldgeschiedenis hebben gemaakt.

SiegessauleToch lijkt het erop dat Duitsland en Frankrijk, nu gebroederlijk naast elkaar in de EU, samen de ferme wil hebben om deze historische gebeurtenis van formaat te willen vergeten. Nu het verenigde Europa de angel uit de vroegere vijandschap tussen Frankrijk en Duitsland heeft getrokken, lijkt er in de huidige politieke verhoudingen tussen Frankrijk en Duitsland geen enkele behoefte te zijn om 18 januari 1871 te herdenken.

Dit staat in schril contrast met de nationalistische herdenkingscultuur in het Duitse Keizerrijk, toen 2 september de nationale feestdag was, zoals 3 oktober dat sinds 1990 voor het huidige Duitsland is. Sedantag werd niet alleen gevierd als overwinning op de Franse erfvijand, maar vooral ook als Tag der Deutschen Einheit. In de herdenkingscultuur van het jonge Duitse Keizerrijk vormde zich een Erinnerungslandschaft van nationale monumenten. Deze waren vaak triomfantelijk, zoals de Siegessäule (1873) in Berlijn, maar waren soms ook opgericht als een waarschuwing naar Frankrijk. Zo was het Niederwalddenkmal (1883) bij Rüdesheim aan de Rijn vooral bedoeld als een Wacht am Rhein.

Het Niederwalddenkmal (1883) aan de Rijn.

De vernedering van Frankrijk door de Pruisen werd in de jaren na 1871 een nationaal trauma voor de Fransen. Het was uiterst pijnlijk dat ze het verlies van Elzas-Lotharingen moesten te accepteren, hoewel het in feite om een herovering ging, want in de Negenjarige Oorlog had Lodewijk XIV dit Duitse cultuurgebied aan Frankrijk toegevoegd. De Franse politicus Leon Gambetta zei in een toespraak in Saint-Quentin op 16 november 1871: “Pensons-y toujours, n’en parlons jamais.” (Denk er altijd aan, maar praat er nooit over.) De Fransman was zo in zijn trots zo gekrenkt, dat hij het eigenlijk niet wilde laten merken.

Versailles 1871 was een keerpunt in de Europese geschiedenis. Dieper had Bismarck de Fransen niet kunnen vernederen. Het zou de angel worden van de Frans-Duitse vijandschap, waar pas een einde aan zou komen met de Europese eenwording na de Tweede Wereldoorlog. Met de echo van Versailles zou Frankrijk op haar beurt in 1919 Duitsland vernederen. Want de verdragen die hier in 1919 en 1920 getekend werden, zouden de kiem leggen voor de Tweede Wereldoorlog.

Versailles 1871 zou de angel worden van de Frans-Duitse vijandschap, waar pas een einde aan zou komen met de Europese eenwording na de Tweede Wereldoorlog.

De historicus Albert Pignaud schreef in 1919 in La revue des deux mondes:“Les jours triomphants à Versailles cet été peuvent être considérés non seulement comme une rançon, mais aussi comme une conséquence lointaine des événements qui s’y sont déroulés en 1870, pendant les tristes mois de l’occupation prussienne.” (De triomfantelijke dagen in Versailles deze zomer [1919] kunnen niet alleen als losgeld worden gezien, maar ook als een verre consequentie van de gebeurtenissen die daar plaatsvonden in 1870, tijdens de droevige maanden van de Pruisische bezetting.)