naar een ontwerp van Jacques de Lajoüe (1687-1761)
In december ontdekte ik een serie prenten van de Franse graveur Antoine Aveline (1691–1743) naar ontwerpen van Jean Mondon le Fils uit 1736 met fantasievoorstellingen. In de jaren dertig en veertig van de achttiende eeuw hield men van grotesken vol wilde rocaille en elastische architectuur.

Vandaag ontdekte ik een ander werk uit 1736. Het is een serie allegorieën van de Franse graveur Charles-Nicolas père Cochin naar een ontwerp van Jacques de Lajoüe. De apotheek ziet er psychedelisch uit en doet mij in sommige details denken aan de gravures van imaginaire gevangenissen die Piranesi tien jaar later zou maken.

Afgelopen week luisterde ik naar klavierwerken van J.S. Bach uit de periode 1700-1715. Van 1708 tot 1717 was Bach in Weimar hoforganist, kamermusicus en later ook concertmeester van hertog 












