De creatieve zelfvernietiging van een vermolmd keizerrijk.
Rond 1900 leek Wenen nog slechts de residentie te zijn van een vermolmd keizerrijk dat zijn toekomst zocht in het verleden. Maar juist in die tijd groeide de stad uit tot het kosmopolitisch centrum van de Europese cultuur, waarin een nieuwe elite van vooral Midden-Europese joden haar eigen ideaal van de verlichting nastreefde. Tegen de achtergrond van die wonderlijke paradox deed er zich in het eerste decennium van de twintigste eeuw een ware explosie van creativiteit voor, in de kunst, de filosofie en de wetenschap. Sinds het Athene van de Griekse oudheid was dat in de westerse wereld niet meer vertoond. Het geheim daarvan kan alleen worden ontraadseld door die ongekende scheppingsdrang op zoveel terreinen tegelijk in hun onderlinge samenhang te doorgronden. Ook Gustav Klimt speelde een centrale rol in het Weense fin de siècle. Het mysterie van Wenen werpt nieuw licht op deze tijd: op de muziek van Mahler en Schönberg, de filosofie van Wittgenstein, de schilderkunst van Klimt en de psychologie van Freud –één van de opwindendste perioden van de westerse geschiedenis. En voor het beter kunnen begrijpen van de geschiedenis van toen en nu is dit dan ook een belangrijk boek.Bron: couturekrant.nl
In de documentaire Klimt, der Geheimnisvolle die we afgelopen woensdagavond op Arte zagen, werd de artistieke ontwikkeling van Gustav Klimt gevolgd. Klimt was zeer getalenteerd, volgde vanaf zijn veertiende al een academische kunstopleiding en was op zijn twintigste volleerd. Samen met zijn twee jaar jongere broer Ernst Klimt (1864-1892) en medestudent Franz Matsch (1861-1942) voerde hij in Wenen in de jaren tachtig van de negentiende eeuw grote opdrachten uit voor muur- en plafondschilderingen. Daarvoor ontving hij diverse onderscheidingen, waaronder een keizerlijke. Tot zijn dertigste werkte hij met veel succes in de stijl van Hans Makart (1840-1884) die als de lieveling van de Weense burgerij als een Malerfürst leefde. Hoewel Klimt met zijn weergaloze techniek de potentie had om diens opvolger te worden, sloeg hij vanaf 1892 toch een andere richting in. 


















