Categorie archief: geschiedenis

pijnlijke barensweeën

gezien op DVD: Noi Credevamo (2010)

Noi CredevamoDe Italiaanse kroniek Noi credevamo staat in de beproefde traditie van Novecento (1976) en La Meglio Gioventú (2003). Toch zal deze film buiten Italië waarschijnlijk minder losmaken dan de laatstgenoemde films omdat het een episode uit de Italiaanse geschiedenis belicht die niet-Italianen nauwelijks iets zegt. Bovendien speelt het verhaal zich af in het midden van de negentiende eeuw en dat is een tijd die veel verder van ons af staat dan de tijd waarin Novecento (1900-1945) en La Meglio Gioventú (1965-2000) zich afspelen.

Noi credevamo bestrijkt ongeveer 35 jaar (1828-1862) Italiaanse geschiedenis waarin het leven van de drie hoofdpersonen zich tekent. We volgen de drie vrienden Domenico, Angelo en Salvatore uit Zuid-Italiëvanaf hun twintigste wanneer ze zich aansluiten bij La Giovine Italia, een politieke beweging die een verenigd Italiënastreeft met gelijke burgerrechten. In enkele sprongen door de tijd voert de film ons door de Risorgimento, de geschiedenis die voorafging aan de Italiaanse eenwording in 1861. Noi credevamo is verdeeld in vier hoofdstukken: Salvatore (1828-1834), Domenico (1852-1855), Angelo (1856-1858) en l’Alba delle Nazione (1862). De vier delen duren elk 50 minuten en werden in 2011 als miniserie uitgezonden op de Italiaanse televisie ter gelegenheid van de 150-jarige herdenking van de Italiaanse Eenheid. Op DVD duurt de film 195 minuten, een lange zit dus, maar altijd nog korter dan Novecento (245 minuten) of La Meglio Gioventú (383 minuten).

Wanneer je niet thuis bent in de Restauratie, de tijd tussen het Congres van Wenen en de revoluties van 1848, dan duurt het even om in het verhaal te komen. Voor Italianen is de Risorgimento gesneden pasta en dat is misschien de reden waarom er is afgezien van een korte historische inleiding. Maar daardoor is de film niet echt geschikt voor de export en buiten Italiëwaarschijnlijk alleen verteerbaar voor een select publiek van italofielen en liefhebbers van historisch drama. Het verhaal dat gebaseerd is op de gelijknamige roman uit 1967 van Anna Banti begint in de eerste helft van de negentiende eeuw waarin het Italiëdat we nu kennen nog niet bestond. In plaats van één land was er een lappendeken van koninkrijken en vazalstaatjes. In het midden lag de pauselijke staat met Rome als centrum.

Giuseppe MazziniNadat Napoleon verslagen was, werd in heel Europa dus ook in Italië de achttiende eeuwse orde hersteld. Overal in Europa kwamen de monarchen weer stevig in het zadel te zitten en de klok werd teruggedraaid. Alsof er niets gebeurd was. Maar door de Franse Revolutie en door Napoleon die idealen van de revolutie naar bijna alle delen van Europa geëxporteerd had, was de geest definitief uit de fles. In Europa had men aan de vrijheid, de gelijkheid en de broederschap geroken. Broederschap bleek een geweldige kracht om het volk te verenigen. Tijdens de Napoleontische overheersing waren er overal nationalistische bewegingen ontstaan, ook in Italië. De oudste beweging was een geheim genootschap waarvan de leden zich carbonari noemden. In 1802 doken zij voor het eerst in Italiëop. Begin jaren dertig richtte Giuseppe Mazzini een nieuwe patriottische en republikeinse beweging op die bekend stond onder de naam La Giovane Italia. Deze beweging werd door Mazzini vanuit Frankrijk gecoördineerd omdat het op Italiaans grondgebied te gevaarlijk was.

Mazzini probeert zijn volgelingen te leiden met een kracht die zij al in zich hebben. Het moet gezegd dat zijn aanhangers die stierven voor de zaak, dat deden met zoveel moed en zoveel toewijding dat ze doen denken aan de eerste martelaren van het christendom.

Noi Credevamo

Posta Sicilia 1859We moeten ons voorstellen dat het Europa van de Restauratie een onvrij Europa was. Napoleon mocht dan wel verslagen zijn, maar er was geen vrijheid voor in de plaats gekomen. Het Systeem Metternich dat sinds het Congres van Wenen het continent beheerste, was bijzonder repressief. Onder leiding van het keizerrijk Oostenrijk waren de oude monarchieën hersteld en waren nieuwe monarchieën ontstaan. Het Koninkrijk der Verenigde Nederlanden (1815-1830) was niet het enige nieuwe koninkrijk dat op het Congres van Wenen “geboren” werd. In Italië ontstonden ook twee nieuwe koninkrijken: het Koninkrijk Sardinië-Piemonte en het Koninkrijk van de beide Siciliën. Dit waren politiestaten zonder constitutie waar de koning de absolute macht had. Van onderaf was er vaak heftig verzet dat met een schrikbewind de kop werd in gedrukt. Ondergrondse verzetsbewegingen als de carbonari en La Giovine Italia werden vreselijk vervolgd.

Italië1815-1861
Italiëtijdens de Restauratie

Noi Credevamo laat geen patriottisch heldendom zien. Het is het verhaal over het idealisme en de ontnuchtering van de drie hoofdfiguren Domenico, Angelo en Salvatore. Als twintigers zijn ze vol vuur en zweren ze samen trouw aan La Giovine Italia. Maar door zich aan te sluiten bij de ondergrondse revolutie, kiezen zij niet vanzelfsprekend voor het goede. Al snel blijkt dat de politieke beweging waaraan ze zich verplicht hebben, een slangennest is. Ze moeten voortdurend op hun hoede zijn voor verraad. Niet alleen zijn de spionagediensten van de koning in de beweging geïnfiltreerd, ook La Giovine Italia speelt smerige spelletjes. De drie gezworen kameraden worden tegenover elkaar uitgespeeld.

Het lidmaatschap van La Giovine Italia verandert hun levens ingrijpend. Angelo raakt vervreemd van zichzelf en houdt zich met religieus fanatisme vast aan de Eenwording van Italië. Salvatore probeert zichzelf terug te vinden door weer voor zijn familie te kiezen. Domenico wordt gelouterd tijdens een langdurige gevangenschap maar blijft diep in zijn hart een strijdbare republikein. Doordat de vrienden eeuwige trouw hebben gezworen aan de revolutie, worden ze door de revolutie opgegeten.

Illusies noemen we waarheid
en waarheid noemen we illusies.
En zo laten we ons op de stroom meevoeren zonder om te keren.

Cristina Trivulzio Belgiojoso

Cristina Trivulzio BelgiojosoNoi Credevamo reflecteert op z’n Italiaans over politiek activisme. Kan het geloof in vrijheid, gelijkheid en broederschap de rust schenken die het traditionele christelijk geloof kan geven? Loopt de weg van de revolutie uit op de gewenste utopie of politieke teleurstelling? Het is een typisch Italiaanse mix van atheïstisch politiek bewustzijn en rooms-katholicisme. De hoofdpersonen worstelen allemaal met de vraag of hun politieke ideaal, die moordenaars van hen gemaakt heeft, het wel waard is. Deze innerlijke strijd komt het duidelijkst naar voren bij de historische figuur Cristina Trivulzio Belgiojoso die de vrouwelijke hoofdrol in de film speelt. Nadat de opstand in Lombardije is mislukt, bekent ze de jonge Domenico :

“We zijn niet geschikt voor bedrog en waarheid tegelijkertijd. Langzamerhand worden we de kou moe in wat ons soms vurig toeschijnt… en stralend. De schuld zit in ons, maar dat weten we niet. Illusies noemen we waarheid en waarheid noemen we illusies. En zo laten we ons op de stroom meevoeren zonder om te keren.”

Felice OrsiniEen andere scene, waarin de diepere laag in het verhaal naar voren wordt, is het gesprek tussen Felice Orsini en Angelo. Orsini is een volgeling van Mazzini die in Londen voor zichzelf begonnen is. Hij heeft zich gematigd en is als republikein bereid in Piemonte een compromis te sluiten met de monarchisten. Angelo volgt compromisloos het republikeinse ideaal en houdt Orsini zijn waarheid voor ogen: het volk moet zich verheffen.

Felice Orsini: De waarheid? Welke waarheid?
Angelo: De absolute. Die waaruit al onze motieven tot handelen voortkomen, al onze gebaren, alles.
Felice Orsini: Gaat het hier over godsdienst?
Angelo: Ik spreek niet over God. Dat is niet nodig. Want een volk dat niet voelt dat de waarheid in het volk zelf zit en dat niet gelooft te kunnen handelen uit naam van deze waarheid wordt nooit een groot volk. Een echt groot volk accepteert geen tweederangs plek in de mensheid. Het moet een hoofdrol opeisen. Daar heb ik het over: over de waarheid, en niet over God.
Een volk dat niet voelt dat de waarheid in het volk zelf zit en dat niet gelooft te kunnen handelen uit naam van deze waarheid wordt nooit een groot volk. Een echt groot volk accepteert geen tweederangs plek in de mensheid. Het moet een hoofdrol opeisen.

Angelo

Later, wanneer Angelo en Orsini samen ter dood zijn veroordeeld, komt een priester hen in de dodencel bedienen. Orsini neemt het laatste oliesel aan. Angelo weigert. “Mijn plek is de hel”, spreekt hij zelfverzekerd uit.

Anna Banti heeft in haar roman niet alleen de pijnlijke barensweeën van het nationalisme in haar land beschreven, maar vooral de innerlijke strijd tussen politieke opstandigheid en christelijke deugdzaamheid, tussen hoogmoed en nederigheid. Noi Credevamo (“Wij geloofden“) is geen heldenepos maar een verhaal over de desillusie van de Italiaanse republikeinen in de negentiende eeuw. We weten hoe het afliep: Het kindje, een verenigd Italiëwerd geboren, maar het werd een ander kindje dan de carbonari‘s zich hadden voorgesteld. Orsini‘s bomaanslag op Napoleon III mislukte weliswaar, maar bracht de keizer toch op andere gedachten. Het jaar daarop schoot hij de Italianen in het Noorden te hulp en Italiëwerd onder de hegemonie van het koninkrijk Sardinië-Piemonte verenigd in een koninkrijk. De republikeinse zaak was mislukt en het Noorden had het Zuiden aan zich onderworpen.

bespreking op filmorama.nl

vorticisme

Percy Wyndham Lewis (1882-1957)

Blast 1915Ik dacht dat ik mijn stromingen kende, maar van het vorticisme had ik nog nooit gehoord. Je kunt het ergens plaatsen tussen kubisme, expressionisme en futurisme, in de jaren vlak voor en tijdens de Eerste Wereldoorlog. Om te kunnen oordelen of een kunstwerk nu kubistisch, expressionistisch, futuristisch of vortistisch is, daarvoor heb je fingerspitzengefühl nodig. De stroming dankt haar naam aan de dichter Ezra Pound die de term in 1913 voor het eerst gebruikte. Percy Wyndham Lewis (1882-1957) is de ‘uitvinder’ van het vorticisme, dat gekenmerkt wordt door scherpe, hoekige vormen. Op de beroemde cover van Blast lijkt de tekening door een granaat verscheurd. De fragmentatie die in het kubisme begint, gaat in het vorticisme een stap verder. De verscheurende kracht van de loopgravenoorlog komt in deze stroming doeltreffend tot uitdrukking. Er hoort dan ook geen positief mensbeeld bij:

Alles wordt georganiseerd met oorlog in het achterhoofd. Moord en vernieling is de fundamentele bezigheid van de mens.

Percy Wyndham Lewis, 1915

Percy Wyndham LewisPercy Wyndham Lewis werd geboren aan boord van het jacht van zijn ouders, voor de kust van Nova Scotia. Zijn vader was Amerikaans, zijn moeder Britse. Hij bezocht de Rugby School en later de Slade School of Fine Art in London, maar werd van beide opleidingen verwijderd. In 1912 reisde hij naar Europa en studeerde een tijdlang kunst te Parijs, waar hij vriendschap sloot met Ezra Pound. Uit deze vriendschap kwam in 1914 Blast voort, het tijdschrift voor Vorticisme. Vorticisme werd geïnspireerd door het kubisme, het futurisme (…) en kenmerkte zich met name in de schilderkunst door scherpe contouren en contrasterende kleuren. In de schrijfkunst verdedigde Lewis de „externe stijl„, een heldere, objectieve en vooral visuele verteltechniek, met vaak mechanische personages. Lewis zette zich fel af tegen het subjectieve van bijvoorbeeld D.H. Lawrence en tegen modernistische schrijvers als James Joyce en Gertrude Stein, mede vanuit een negativistische houding ten opzichte van seks en wantrouwen tegen het onderbewuste. Hij was een bewonderaar van Friedrich Nietzsche en Henri Bergson (die hij later overigens ook weer bekritiseerde).
 
Bron: nl.wikipedia.org

Vorticism [ en.wikipedia.org ]

Antwerpen – Amsterdam

Gisteren en eergisteren waren we in Antwerpen
Vanmiddag ben ik in Amsterdam

AntwerpenVierhonderd jaar geleden behoorden Antwerpen en Amsterdam, twee steden die maar honderdvijftig kilometer van elkaar af liggen, samen met Venetië tot de belangrijkste handelscentra in de wereld. Antwerpen en Amsterdam zijn twee communicerende vaten aan zee, en door de afsluiting van de Schelde door de Spanjaarden kon de haven van Amsterdam tot grote bloei komen. Antwerpen zou na 1585 nooit meer haar oude positie heroveren. Sindsdien is de zestiende eeuw de Gouden Eeuw van Antwerpen gebleven. De positie van de stad was toen vergelijkbaar met die van New York of Shanghai in onze tijd.

Na 1585 vertrokken veel Vlaamse en Brabantse schilders naar de noordelijke Nederlanden, nu het daar economisch voor de wind ging. Frans Hals is misschien wel de beroemdste schilder die in Antwerpen geboren werd en die naar Holland verhuisde. Kort na zijn geboorte vertrokken zijn ouders naar Haarlem, waar hij zijn hele leven zou blijven wonen en werken. Toch bleef Antwerpen na 1585 als kunstcentrum een rol van betekenis spelen. Dat is vooral te danken aan een superster uit die tijd: Pieter Pauwel Rubens, dé opvolger van Titiaan en de grote Venetiaanse schilders uit de zestiende eeuw.

Zoals Amsterdam de stad van Rembrandt is, zo is Antwerpen de stad van Rubens. De levensgrote verschillen tussen Rubens (1577-1640) en Rembrandt (1606-1669) weerspiegelen ook de verschillen tussen Amsterdam en Antwerpen en tussen de zuidelijke en de noordelijke Nederlanden. Er is een geheimzinnige wisselwerking tussen cultuur en volksaard, geschiedenis en identiteit. Was Rubens anders dan Rembrandt omdat hij uit Antwerpen kwam, of zijn Antwerpenaren anders dan Amsterdammers omdat ze erfgenamen zijn van Rubens en de Antwerpse cultuur. Op de Antwerpse identiteitskaart mag de kop van Rubens eigenlijk niet ontbreken, hij is immers de Grote Antwerpenaar en is op een of andere manier bepalend voor elke jongen of meisje dat in de Scheldestad geboren wordt.

Als schilder was Rubens veel meer een Italiaan dan Rembrandt. Hij verbleef ook jaren in Italiëterwijl Rembrandt helemaal geen behoefte had om naar het verre Italië te reizen. Aanvankelijk oriënteerde hij zich ook op de Italiaanse schilderkunst onder invloed van zijn leermeester Pieter Lastman. Maar behalve het licht-donkercontrast en het realisme van Caravaggio nam hij de geest van de Italiaanse kunst niet zo over. Bij Rembrandt vinden we dus geen imposante altaarstukken van zes meter de hoogte in geschilderd in stralende Venetiaanse kleuren, theatrale gebaren en zwermen putti.

Rubens en Rembrandt
Rubens kruisafname, ca. 1614
Rembrandt kruisafname, ca. 1632

Wanneer Rembrandt in 1630 een grote opdracht krijgt van Frederik Hendrik om een kruisafname te schilderen, is dat tegelijkertijd een uitdaging om zich spiegelen aan de superstar uit Antwerpen, dus om de stadhouder van de Republiek eens een poepje te laten ruiken. Rembrandt neemt de compositie van zijn grote voorbeeld Rubens over maar maakt er toch een heel eigen voorstelling van. Gisteren zag ik in de Lieve Vrouwe Kathedraal in Antwerpen voor het eerst van mijn leven de wereldberoemde kruisoprichting en kruisafname van Rubens, geschilderd tussen 1610 en 1614, dus zo´n vierhonderd jaar geleden. Ik heb er gemengde gevoelens bij. Aan de ene kant is het met een verbluffende virtuositeit geschilderd. Rubens was niet voor niets de grootste schilder van zijn tijd. Maar aan de andere kant is het Venetiaans spierballenwerk. Een werk ván een rijke vóór de rijken. Het mist het gewone en natuurlijke dat Rembrandt heeft weten te bewaren.

Rubens introduceert de barok maar staat nog duidelijk met één been in het maniërisme en dus in het onvermijdelijke, verwrongen bloot. Waarschijnlijk komt mijn voorkeur voor Rembrandt door mijn verbondenheid met de nuchtere Hollandse cultuur. De uitbundige Venetiaanse cultuur die Rubens zo hartstochtelijk geadopteerd heeft, staat ver van mij af. Terwijl Rubens de Moeder Gods schildert als een schatrijke Venetiaanse courtisane, lijkt ze bij Rembrandt meer op een boerenmeid, zoals Karl Marx opmerkte. Het is maar waar je de voorkeur aan geeft.