Categorie archief: geschiedenis

Dutch Dandy

tien jaar na de moord op Pim Fortuyn

De Groene 18 2012De Groene Amsterdammer, het oudste opinieblad van ons land (sinds 1877) kijkt terug op tien jaar populisme in Nederland. Pim Fortuyn, de ‘goddelijke kale’ zoals Theo van Gogh hem noemde, was er de vader van. De eerste politieke moord in Nederland sinds de moord op de gebroeders De Wit in 1672, heeft een aardverschuiving veroorzaakt in de Haagse politiek. De puinhopen van Pim staat er op de cover van het nieuwste nummer bij een wat akelige tekening van Pim Fortuyn. In het binnenwerk staat een nog veel akeliger tekening van Pim’s ontzielde schedel op het asfalt. De Groene Amsterdammer beziet het martelaarschap van Pim Fortuyn met bijzonder veel scepsis. In 2002 leidde de cultus rond Fortuyn tot de stormachtige opkomst (en even later weer tot de stormachtige neergang) van de LPF. Bovendien is de populistische PVV een erfgenaam van Fortuyn. Terwijl de gevestigde partijen sinds 6 mei 2002 rekening moeten houden met het populisme als machtsfactor binnen de Nederlandse politiek, durft De Groene openlijk te spreken over De puinhopen van Pim.

Fortuyn was (…) vooral acteur, provocateur en polemist. Maar ook was hij, zoals Dick Pels in zijn onovertroffen De geest van Pim uit 2003 omstandig duidelijk maakte, het vleesgeworden intellectuele opportunisme: marxist onder de marxisten, neo-marxist on der de neo-marxisten, sociaal-democraat onder de sociaal-democraten en nationalistische populist onder de populisten. En daarmee een vat vol tegenstrijdigheden, een bron van inconsistenties en ambiguïteiten.
 
Bron: Fortuyn is onze Dandy, door Duco Bannink, Ewald Engelen, Sarah de Lange en Tessel Rensenbrink in De Groene

H.J.A.Hofland over tien jaar populisme in Nederland | De verweesde erfenis

de schilder en zijn broodheer [ 5 ]

Jean-Baptiste Regnault en de Franse Revolutie
 

Doordat de overheid zich als geïnstitutionaliseerde mecenas terugtrekt, worden veel kunstenaars die ooit afhankelijk waren van subsidie, nu gedwongen een knieval te maken voor „de markt„. In veel gevallen moeten deze kunstenaars om te overleven, net als vroeger, weer de persoonlijke en commerciële belangen gaan dienen van rijke particuliere opdrachtgevers.

Een serie over de schilder en zijn opdrachtgever in de periode 1712-1912. Aflevering 5: Jean-Baptiste Regnault schilderde La Liberté ou la Mort voor de Salon van 1795

Regnault 1795
La Liberté ou la Mort 1795
Het hoogste punt in de voorstelling is de rode Jakobijnenmuts linksboven. Deze allegorie is een triomf voor de Jakobijnen.

Toen ik voor het eerst de allegorie La Liberté ou la Mort zag, dacht ik dat het een schilderij uit een vrijmetselaarsloge was. Vreemd is deze associatie niet, want het revolutionaire Frankrijk werd geestelijk gevoed door de Verlichting. Symbolen die de vrijmetselarij gebruikt, zoals het alziend oog, kom je ook tegen in het revolutionaire Frankrijk en Amerika van de late achttiende eeuw. Regnault schilderde in zijn allegorie overigens geen alziend oog maar een triangel, die de drieslag Vrijheid, Gelijkheid en Broederschap symboliseert.

Regnault 1795
detail van La Liberté

La Liberté ou la Mort uit 1795 verbeeldt de overwinning van de revolutie op de gewelddadige gebeurtenissen van 1793-1794. Deze worden voorgesteld als Magere Hein met de Zeis. Dat beeld was zeer concreet geworden in een tijd waarin de guillotine overuren maakte.

Regnault 1795
detail van La Mort

Net als Jacques Louis David maakte Jean-Baptiste Regnault dankbaar gebruik van de christelijke symboliek. Het nieuwe Frankrijk was een post-christelijke staat. Er was een nieuwe jaartelling gekomen en de christelijke religie was vervangen door een Dienst aan het Opperwezen waarin de Rede de hoogste plaats had. Aan christelijke symbolen werd een nieuwe betekenis gegeven. De Triniteit Vader, Zoon en Heilige Geest werd vervangen door Vrijheid, Gelijkheid en Broederschap.

Regnault 1795
detail van de Schutsengel

Regnault combineert in de allegorie twee momenten uit het leven van Jezus. De beschermengel van de idealen van de revolutie maakt het gebaar “het is volbracht” aan het kruis maar verwijst ook naar de Verrijzenis. De brandende vlam op zijn hoofd verwijst weer naar Pinksteren. Op de aarde onder is niet alleen Frankrijk maar West-Europa te zien. De hemelse allegorie profeteert eigenlijk al de verspreiding van de Franse Revolutie over Europa die spoedig onder Napoleon zal gaan plaatsvinden.

Jean-Baptiste Regnault [ nl.wikipedia.org ]

een onzuivere bron

The History of the Decline and Fall of the Roman Empire (1776-1787)
van Edward Gibbon

AgoraIn de film Agora (2009) van de Spaanse regisseur Alejandro Amenábar komt een scene voor waarin de beroemde bibliotheek van Alexandrië wordt geplunderd door een woeste menigte fundamentalistische christenen. Het is een van de meest geslaagde scenes uit de film. Terwijl de boekrollen met teksten van Plato en Aristoteles als confetti door de lucht worden gesmeten maakt de camera een draai van 180 graden waardoor alles op zijn kop komt te staan. De boodschap is overduidelijk: het christelijk geloof heeft de kennis van de antieke beschaving vernietigd en de hele wereld eeuwen terug gesmeten in de tijd. Maar deze boodschap is zeker niet juist. In het jaar 392 na Christus plunderden fanatieke christenen inderdaad de stad, maar de beroemde bibliotheek was in de tijd van Hypatia nog maar een schaduw van wat het ooit geweest was. In het jaar 48 voor Christus hadden de troepen van Julius Ceasar de grootste schat aan oude Griekse manuscripten al in brand gestoken.

Edward GibbonTussen 1776 en 1887 schreef Edward Gibbon de beroemde studie The History of the Decline and Fall of the Roman Empire over de ondergang van het Romeinse Rijk. Gibbon was een man van de Verlichting en hij keek met een wetenschappelijke bril op naar de geschiedenis. Tegenwoordig is dat de normaalste zaak van de wereld, maar in zijn tijd bestond geschiedenis nog niet als wetenschap. Omdat Gibbon het Christendom niet als heilsgeschiedenis zag en de Kerk ook niet als het Lichaam van Christus, kwam hij op zeer gespannen voet met de Angelicaanse Kerk te staan. Vooral op de hoofdstukken XV en XVI waarin hij de plaats en de opkomst van het Christendom in het Romeinse Rijk beschrijft, heeft hij veel kritiek gekregen. In sommige landen werd The History of the Decline and Fall of the Roman Empire zelfs een verboden boek. Gibbon gebruikte voor zijn levenswerk zesduizend bronnen in vele talen. Maar hij was niet overal nauwkeurig. Na later historisch onderzoek blijkt dat hij ons met de beschrijvingen van de geschiedenis van de bibliotheek van Alexandrië en het leven van de vrouwelijke filosoof Hypatia een ingekleurd beeld heeft gegeven.

Gibbon
uit hoofdstuk XLVII van The History of the Decline and Fall of the Roman Empire

Edward Gibbon heeft er absoluut toe bijgedragen dat Hypatia het symbool is geworden van de wetenschapper die alles in vrijheid wil onderzoeken en zich niet onderwerpt aan bijgeloof en fanatisme. Net als Giordano Bruno is ze een martelaar geworden van filosofie en wetenschap.

Gibbon
uit hoofdstuk XLVII van The History of the Decline and Fall of the Roman Empire

Gibbon‘s ingekleurde voorstelling blijkt hardnekkig. De serie Cosmos uit 1980 volgt hem en ook Alejandro Amenábar baseerde zich voor het scenario van Agora op de informatie die Gibbon verspreid heeft. De christenen worden afgeschilderd als grote cultuurbarbaren die vijandig staan tegenover de wetenschap. Maar in werkelijkheid bestudeerden kerkvaders in Alexandriëook de wetenschap. De strenge scheiding tussen wetenschap en geloof komt uit de koker van de Verlichting en Gibbon‘s klassieker in het bijzonder.

uit de tv-serie Cosmos (1980)
The last scientist who worked in the Library was a mathematician, astronomer, physicist and the head of the Neoplatonic school of philosophy — an extraordinary range of accomplishments for any individual in any age. Her name was Hypatia. She was born in Alexandria in 370. At a time when women had few options and were treated as property, Hypatia moved freely and unselfconsciously through traditional male domains. By all accounts she was a great beauty. She had many suitors but rejected all offers of marriage. The Alexandria of Hypatia‘s time — by then long under Roman rule — was a city under grave strain. Slavery had sapped classical civilization of its vitality. The growing Christian Church was consolidating its power and attempting to eradicate pagan influence and culture.
 
Carl Sagan in Cosmos (1980)Hypatia stood at the epicenter of these mighty social forces. Cyril, the Archbishop of Alexandria, despised her because of her close friendship with the Roman governor, and because she was a symbol of learning and science, which were largely identified by the early Church with paganism In great personal danger, she continued to teach and publish, until, in the year 415, on her way to work she was set upon by a fanatical mob of Cyril’s parishioners. They dragged her from her chariot, tore off her clothes, and armed with abalone shells, flayed her flesh from her bones. Her remains were burned, her works obliterated, her name forgotten. Cyril was made a saint.
 
Bron: physics.weber.edu

The fuss about Hypatia and Bibliotheca Alexandrina [ orthodoxchristianity.net ]