Categorie archief: geschiedenis

Franse charmeur

Max Linder was een grote inspiratiebron voor Charles Chaplin

Max LinderIn Frankrijk heerste in februari een jubelstemming toen de Franse Hollywoodproductie The Artist de Oscar voor de beste film won. Misschien werden de Fransen met deze retrofilm, die zich afspeelt rond 1930, eraan herinnerd dat cinéma een Franse uitvinding is en dat in de pioniersjaren (1895-1914) film een Frans fenomeen was. De eerste bioscopen ter wereld stonden bijvoorbeeld in Frankrijk. Maar met de Eerste Wereldoorlog kwam daar voorgoed verandering in. De filmindustrie kwam in Europa op z’n kont te liggen en Amerika nam het over. Na de Eerste Wereldoorlog werd film synoniem met Hollywood.

Met The Artist en acteur Jean Dujardin die George Valentin speelt, lijkt de Franse oorsprong van de film weer in de herinnering te worden gebracht. We horen in The Artist geen woord Frans, maar de hoofdrolspeler doet de Fransen wéll denken aan de eerste megaster. Gabriel-Maximilien Leuvielle (1883-1925) werd wereldberoemd als Max Linder in de honderden burlesques van ongeveer drie minuten waarin hij een wat onhandige charmeur speelde die met zijn onweerstaanbare glimlach altijd weer op zijn pootjes terechtkwam.

Max Linder en Maurice Tourneur
in Champion de boxe (1910)

Max Linder was een grote inspiratiebron voor The Tramp, het typetje waarmee Charles Chaplin onsterfelijk is geworden. Dat Chaplin goed naar Max Linder heeft gekeken, is erg goed te zien in het bovenstaande fragment uit het korte filmpje Champion de boxe uit 1910. Je herkent hier onmiddellijk de voorloper in van de beroemde boxscene uit de Chaplinklassieker City Lights (1931).

Max Linder

Des bons et Des méchants

gezien op DVD: Outside the Law (2010) van Rachid Bouchareb

Outside the LawDe Algerijnse vrijheidsstrijd tegen Frankrijk is in de filmgeschiedenis onlosmakelijk verbonden met het meesterwerk van Gillo Pontecorvo uit 1966. Op het Filmfestival van Venetiëwon de Italiaans-Algerijnse productie La battaglia di Algeri de Gouden Leeuw en ruim vier decennia later wordt ze tot de klassiekers gerekend. De Algerijnse regisseur Rachid Bouchareb volgde met zijn ambitieuze en dure (19,5 miljoen euro) productie Outside the Law (Hors-la-Loi) een andere koers dan La battaglia di Algeri. Het verhaal van de Algerijnse strijd om onafhankelijkheid wordt niet met journalistieke afstandelijkheid verteld, maar van binnenuit.

De onafhankelijkheidsoorlog van Algerije is en blijft natuurlijk een uitgesproken politiek onderwerp waarmee je als Algerijnse filmmaker in Frankrijk al gauw
een open zenuw raakt.

Hors-la-Loi volgt het leven van drie broers Saïd (Jamel Debbouze) Abdelkader (Roschdy Zem) en Messaoud (Sami Bouajila) tussen 1925 en 1961. Ieder reageert op zijn eigen manier op de Franse onderdrukking. Terwijl Abdelkader en Messaoud zich aansluiten bij het Front de Libération Nationale (FLN) en zich ontwikkelen tot twee hardliners in de gewapende onafhankelijkheidsstrijd, ontworstelt Saïd zich aan de armoede, ook als hij zich daarvoor tegen de Fransen moet aanschurken. Bouchareb heeft van Hors-la-loi eerder een keiharde gangsterfilm gemaakt dan een politieke film. Maar de Algerijnse onafhankelijkheidsoorlog is en blijft natuurlijk een uitgesproken politiek onderwerp, waarmee je als Algerijnse filmmaker in Frankrijk al gauw een open zenuw raakt.

Hors la Loi
de drie broers uit Outside the Law
Abdelkader (Roschdy Zem), Saïd (Jamel Debbouze) en Messaoud (Sami Bouajila)

Onmiddellijk bij het verschijnen van Hors-la-loi in mei 2010 was er Franse kritiek op de film. Met name de scenes over het bloedbad van Sétif op 8 mei 1945 zouden de historische werkelijkheid niet goed weerspiegelen. De Franse politicus Lionnel Luca, partijgenoot van Sarkozy, had felle kritiek op de scenes waarin vreedzame demonstrerende moslims op straat als konijnen door de colons worden afgeschoten. Hors-la-loi toont daarmee het beeld van genocide. Zo kon de Turkse premier Erdogan zijn Franse collega Sarkozy fijntjes aan het bloedbad van Sétif herinneren, toen recentelijk in Frankrijk een wet werd aangenomen die het ontkennen van de Armeense genocide strafbaar stelt.

Sétif 1945Maar in werkelijkheid hadden er in en rond Sétif gruwelen plaatsgevonden waarvan niet alleen moslims maar ook pieds-noirs (de Franse kolonisten) het slachtoffer waren geworden. Hors-la-loi laat daar niets van zien. Ook al stond het aantal vermoorde pieds-noirs niet in verhouding met het aantal vermoorde moslims, het plaatje is niet compleet als we alleen maar Algerijnen zien die door Fransen worden afgeknald. De barbaarse methoden waarmee Franse kolonisten werden afgeslacht en verminkt, brachten in het moederland direct na het einde van de Tweede Wereldoorlog zo’n schok teweeg, dat er onbeheerste represailles volgden. Tussen de vijftien en twintigduizend moslims werden doodgeschoten. Vreedzame moslims die door Franse colons genadeloos worden afgeschoten, is selectieve waarneming. Maar waar iedereen het over eens is, het bloedbad van Sétif werd het startschot voor de Algerijnse onafhankelijkheidsstrijd.

Bouchareb begint zijn verhaal overigens in 1925. Saïd, Abdelkader en Messaoud zijn nog heel klein wanneer hun vader en moeder het bevel krijgen om het land en de boerderij waar ze al generaties lang wonen, onmiddellijk te verlaten. Hun geboortegrond is door de Franse kolonisator onteigend. De moeder neemt nog snel wat aarde mee en wikkelt dat in een doek. Dit sentiment is typerend voor Bouchareb‘s aanpak. In het prille begin word je als kijker bijna met de rug tegen de muur gezet. Je kunt dan eigenlijk weinig anders meer als sympathie opbrengen voor het verjaagde gezinnetje en de Franse agressor hartgrondig gaan haten. In het begin van de film worden we frontaal geconfronteerd met zulk ten hemel schreiend onrecht dat je de verschrikkelijke wraak die daarna gaat komen bijna wel toejuichen moet. Bouchareb heeft zich laten verleiden tot een Hollywoodschema waarin de Fransen de méchants zijn en de Algerijnen de bons. Hors-la-loi is geen subtiele film.

Outside the Law trailer

In de eerste scenes die zich in 1925 en 1945 in Algerije afspelen, moest ik denken aan Bernardo Bertolucci‘s sociaalrealisme uit Novecento. De beelden zijn overbekend: de uitbuiting, de schrijnende armoede, de volksopstand en de martelaren van de revolutie. Maar als het verhaal zich in 1953 naar Frankrijk verplaatst, komen we in een soort film noir uit de jaren vijftig. Het tijdsbeeld met de onvermijdelijke hoeden en de belichting dragen daar alles aan bij. In het expliciete geweld is Hors-la-loi duidelijk schatplichtig aan The Godfather. Sommige scenes lijken wel geciteerd uit Coppola‘s meesterwerk. Ook wordt er nog een zijsprong gemaakt naar een ander toneel van het naoorlogse koloniale drama voor Frankrijk: Indochina. Messaoud, de grootste en sterkste broer van het drietal is in militaire dienst gegaan. Tijdens zijn gevangenschap in Frans Indochina wordt hij samen met het Algerijnse regiment waarin hij dienst genomen heeft, opgejut om zich te bevrijden van Frankrijk en te gaan vechten voor onafhankelijkheid van Algerije. Terug bij zijn broers in Frankrijk is Messaoud helemaal rijp voor de FLN.

Op 5 juli a.s. is het precies een halve eeuw geleden dat Algerije onafhankelijk werd. Aan het einde van Hors-la-Loi zien we historische beelden van een euforische menigte die met Algerijnse vlaggen uitbundig de onafhankelijk vieren. De zestigplussers onder ons zullen zich deze journaalbeelden zeker nog kunnen herinneren. Voor degenen die het niet bewust hebben meegemaakt, lijkt het de Arabische lente wel. De muziek bij deze beelden is episch en gedragen en niet feestelijk. Tenslotte heeft de onafhankelijkheidsstrijd aan ontelbare mensen het leven gekost en Bouchareb lijkt met deze muziek de doden te willen gedenken. Hierdoor hinkt Hors-la-Loi op twee gedachten: het is een keiharde gangsterfilm, maar tegelijkertijd ook een monument voor de gevallenen. La battaglia di Algeri maakt zich niet aan tweeslachtigheid schuldig, maar dat is en blijft dan ook een meesterwerk. Niettemin is Hors-la-Loi een prima onderhoudende film met genoeg kwaliteiten, niet in de laatste plaats het prima spel van Jamel Debbouze, Roschdy Zem en Sami Bouajila.

bespreking op filmorama.nl | Hors La Loi [ tadrart.com ]

Vrijheid, blijheid ?

gisterenavond gezien op Nederland 2: vrijheid
vanavond om 22.50 deel 2: gelijkheid

Gisterenavond met veel plezier gekeken naar het eerste deel van een documentaire-drieluik over Vrijheid, gelijkheid, broederschap. Met goedgekozen filmfragmenten werd getoond hoe we met z’n allen in Nederland sinds het einde van de Tweede Wereldoorlog tegen onze vrijheid aankijken.

Vrijheid betekende in de naoorlogse jaren vooral: bevrijd van de Duitse bezetter. De gesloten wagen die voor de deur kwam rijden bleek niet meer van de Gestapo maar van de wasserij, op straat werd je niet zomaar meer aangehouden om je persoonsbewijs te tonen. Maar in de jaren vijftig was er nog steeds ontzag voor autoriteit. Kinderen stormden weg bij het zien van een politieagent. Een uniform kon een kamperend jong stel in de vrije natuur de schrik op het lijf jagen. Vrijheid was heel duidelijk begrensd door regels.

30 jaar vrij
30 jaar vrij 1945-1975
Op 5 mei 1975 kreeg ik op school deze poster. Jarenlang heeft deze nog in mijn slaapkamer gehangen.

In de jaren zestig begon de naoorlogse generatie zich af te zetten tegen de oudere generatie. Er was voor hen nog veel vrijheid te veroveren, vooral op het gebied van seksualiteit en autoriteit. De generatie van ’68 kwam in opstand tegen het gezag en ontketende een maatschappelijke revolutie. In de jaren zeventig was ‘inspraak’ een van de toverwoorden waarmee de oude gezagsstructuren werden opengebroken. Heilige huisjes moesten aan de kant voor de heilige individuele vrijheid. Aan deze libertijnse geest zat wel een keerzijde. Wanneer de individuele vrijheid te ver doorschiet, wordt het “ikke, ikke, ikke en de rest kan stikke.” zoals Frits Bolkestein die in deze aflevering aan het woord kwam, zijn kritiek uitte op het onbegrensd liberalisme. Er zijn wetten en regels nodig om de boel bij elkaar te houden.

HippiesDoordat het liberalisme gesteund werd door een enorme commercialisering, verloor de generatie van 1968 de strijd tegen de consumptiemaatschappij en het kapitalisme. Marketeers wisten heel sluw de jongeren aan hun producten te binden met het propageren van opwindende lifestyles. In de documentaire werd dit fraai geïllustreerd door een reclamespotje van Puch. We zien langharige jongeren hun vrijheid vieren met alles erop en eraan. Daarna crossen ze weg op hun Puch. Born to be wild! Wie wil dat niet? Kassa! Wie is er sterk genoeg om de strijd met de consumptiemaatschappij niet te verliezen? Je idealisme moet dan zo groot zijn dat je bereid bent tot het offer van armoede en sociaal isolement.

Wie is er sterk genoeg om de strijd met de consumptiemaatschappij niet te verliezen? Je idealisme moet dan zo groot zijn dat je bereid bent tot het offer van armoede en sociaal isolement.

In het begin van de jaren tachtig kwam de kentering. De protestgeneratie begon te beseffen dat ze de strijd tegen de welvaartsmaatschappij niet kon winnen. Of eigenlijk was het helemaal niet zo erg om een eigen stereo-installatie op je kamer te hebben en elke week nieuwe singles en muziekcassettes te kopen. Veel jongeren die zich verzet hadden tegen het kapitalisme, begonnen met het volwassen worden hun weerstand tegen het systeem te verliezen. Zo erg was het nu ook weer niet om maatschappelijke topposities te bereiken. De generatie die na de babyboomers kwam, liet zich vol overgave door de markt manipuleren. Na de stereo-installatie van de jaren zeventig kregen de jongeren in de jaren tachtig een videorecorder, een cd-speler en een televisie op hun slaapkamer en in de jaren negentig kwam daar de computer bij. Lang leve de welvaart!

Om gemakkelijk aan geld te komen, kwam er halverwege de jaren tachtig een nieuwe verleiding bij: de effectenbeurs. Rijk en arm, jong en oud kon ineens gaan beleggen in aandelen en opties. De eerste yuppen verschenen in het straatbeeld terwijl de hanenkammen steeds zeldzamer werden. Greed is good! Op dit punt sluit het eerste deel van het documentaire-drieluik uistekend aan op Het Snelle Geld dat een week geleden bij de VPRO van start is gegaan. Jort Kelder blikt in deze serie terug op 25 jaar kapitalisme in de polder. Vanavond wordt op Nederland 1 het tweede deel uit deze serie uitgezonden. Wanneer je aan het eind direct overschakelt naar Nederland 2 kun je gelijk verder met het tweede deel van Vrijheid, gelijkheid en broederschap.

promotiefilmpje bij Vrijheid

Het tweede deel van de eerste aflevering over vrijheid ging vooral over economie. De afgelopen vijfentwintig jaar is het marktdenken zo dominant geworden, dat onze vrijheid steeds meer een economische betekenis heeft gekregen. Je bent pas vrij als je kunt kopen wat je wilt. Door het consumentisme wordt de mens niet alleen herleid tot een consument maar ook tot een wezen dat onder voortdurende prestatiedruk moet leven. Jean-Paul Sartre heeft de post-christelijke mens opgezadeld met een loodzwaar vrijheidsbesef. We zijn volgens Sartre niet alleen absoluut vrij maar ook absoluut verantwoordelijk. In economische zin betekent het dat het menselijke bestaan gereduceerd wordt tot een individuele onderneming waarvan wijzelf de (enige) manager zijn. De verantwoordelijkheid voor ons maatschappelijke succes of falen ligt dus bij onszelf en bij niemand anders.

Trudy DehueTrudy Dehue, bekend van de depressie-epidemie kwam ook nog aan het woord. De existentialistische opvatting van vrijheid drukt zo zwaar op ons, dat we wel depressief moeten worden wanneer we geen succes in ons leven hebben. Zelfs als we normaal presteren, blijkt dat niet genoeg. Normaal is middelmatig en middelmatige mensen zijn ook loosers. Er is een permanente druk om te “pieken” en elke middelmatige of slechte prestatie is onze eigen schuld. In de post-christelijke tijd dachten we het achter ons gelaten te hebben, maar nu komt ‘dankzij’ de absolute vrijheidsopvatting van Sartre het loodzware schuldbesef tóch weer om de hoek kijken. Alleen is het nu niet meer de Kerk die op onze zielenpijn inspeelt, maar de pharmaceutische industrie.

Liberté, égalité, fraternité: het beroemde motto dat de lijfspreuk van Frankrijk vormt. De leus werd geïntroduceerd tijdens de Franse Revolutie (eind 18e eeuw) en sinds die tijd worden debatten gevoerd over de betekenis en de bruikbaarheid van de drie termen. Op 18, 19 en 20 april zendt de VARA een documentaire-drieluik uit, waarin de vraag wordt gesteld of het aloude ideaal van vrijheid, gelijkheid en broederschap in de 21e eeuw nog relevant voor ons is. Komt ons denken over de drie begrippen nog overeen met wat we er inmiddels aan wetenschappelijke kennis over hebben? Politicoloog en presentator Pieter Hilhorst loodst de kijker in drie films van vijftig minuten langs een opmerkelijk scala aan verrassende en nieuwe wetenschappelijke inzichten, die ons denken over de samenleving veranderen. Veel van onze ideeën over de mens en de economie blijken namelijk achterhaald.
 
Bron: omroep.vara.nl

Vanavond „Het Snelle Geld„ op Nederland 1 en „Gelijkheid„ om 22.50 uur op Nederland 2. Morgenavond om 23.15 uur op Nederland 2 het derde en laatste deel „Broederschap„