Categorie archief: geschiedenis

de schilder en zijn broodheer [ 3 ]

John Trumbull (1756-1843) en het U.S. Congress in 1817
 

Doordat de overheid zich als geïnstitutionaliseerde mecenas terugtrekt, worden veel kunstenaars die ooit afhankelijk waren van subsidie, nu gedwongen een knieval te maken voor „de markt„. In veel gevallen moeten deze kunstenaars om te overleven, net als vroeger, weer de persoonlijke en commerciële belangen gaan dienen van rijke particuliere opdrachtgevers.

Een serie over de schilder en zijn opdrachtgever in de periode 1712-1912. Aflevering 3: John Trumbull en de Amerikaanse onafhankelijkheidsverklaring van 1776

Declaration of Independence
The Declaration of Independence 1817-1826
in de rotonde van het Capitool in Washington DC

In 1817 kreeg de Amerikaanse schilder John Trumbull van het Amerikaanse congres de opdracht om de presentatie te schilderden van de Amerikaanse onafhankelijkheidsverklaring op 28 juni 1776, die zes dagen later ondertekend zou worden. Dat moment geldt als het geboorteuur van de Verenigde Staten.

Trumbull had in 1786 al een kleiner schilderij gemaakt en nu wilde het congres graag een grote versie voor het toekomstige Capitool in Washington. De oorlog van 1812 met Engeland was achter de rug en het nationalisme was vanuit Europa ook naar de Verenigde Staten overgewaaid. De jonge natie had historische beelden nodig waarmee in het onderwijs onder de Amerikanen nationaal zelfbewustzijn kon worden gekweekt.

Declaration of Independence
The Declaration of Independence
een eerste versie van het schilderij begon Trumbull al in 1786. Het hangt tegenwoordig in de Yale University Art Gallery
The Declaration of Independence was begun in Paris, most probably at the suggestion of Thomas Jefferson, chief author of the document, who provided Trumbull with a first-hand account of the event in the Assembly Room in Independence Hall where Congress had met. Trumbull combined a desire for historical authenticity with a mission to commemorate a moment of transcendent importance.
 
Bron: artgallery.yale.edu
Declaration of Independence
vlnr. John Adams, Roger Sherman, Robert R. Livingston, Thomas Jefferson en Benjamin Franklin

Iedere Amerikaan kent de voorstelling van Trumbull want deze staat afgebeeld op de achterkant van het biljet van twee dollar. In het midden staan The Founding Fathers John Adams, Roger Sherman, Robert R. Livingston, Thomas Jefferson en Benjamin Franklin. Daarnaast zijn er nog 37 personen die de verklaring ondertekenden. Veertien personen zijn niet afgebeeld. Het schilderij kreeg in 1826 een plaats in de rotonde van het Capitool in Washington DC.

Declaration of Independence
op de voorgrond: Charles Thomson (staand), John Hancock (zittend) George Read, John Dickinson en Edward Rutledge (ook staand)
Declaration of Independence
de 29 personen links op het schilderij
John Trumbull was born in Lebanon, Connecticut, on June 6, 1756. His father, Jonathan Trumbull, was later Governor of Connecticut (1769–1784). John entered Harvard College in 1771 and graduated in 1773. He created numerous sketches of significant people and places, even during his service as an officer and General Washington’s aide-de-camp during the Revolutionary War. Resigning his commission as colonel in 1777, he painted for two years and then went to England, where he studied under renowned history painter Benjamin West and at the Royal Academy of Arts. In London, Paris, and New York City, he created scenes of the American Revolution and life portraits or sketches of many of the individuals who would appear in them. He also painted portraits of other notable persons and numerous religious scenes.
 
Bron: aoc.gov
bicentennial 1976
Trumbull’s schilderij verscheen op een serie postzegels uitgeven ter gelegenheid van het Bicentennial in 1976

John Trumbull [ en.wikipedia.org ] | Declaration of Independence

de schilder en zijn broodheer [ 2 ]

Maurice Quentin de La Tour en Moritz Graf von Sachsen
 

Doordat de overheid zich als geïnstitutionaliseerde mecenas terugtrekt, worden veel kunstenaars die ooit afhankelijk waren van subsidie, nu gedwongen een knieval te maken voor ‘de markt’. In veel gevallen moeten deze kunstenaars om te overleven, net als vroeger, weer de persoonlijke en commerciële belangen gaan dienen van rijke particuliere opdrachtgevers.

Een serie over de schilder en zijn opdrachtgever in de periode 1712-1912. Aflevering 2: twee portretten van Moritz Graf von Sachsen (1688-1750) door Maurice Quentin de La Tour (1704-1788)

La Tour
Moritz Graf von Sachsen ca. 1750
links als maarschalk en rechts als een intellectueel van zijn tijd, als een van de Philosophes. De karaktereigenschappen die je bij beide posities verwacht, zijn goed getroffen. La Tour maakte overigens ook een portret van Jean-Jacques Rousseau.

Moritz von Sachsen was het buitenechtelijke kind van de keurvorst Friedrich August I van Saksen, ook wel bekend als August der Starke (1670–1733). Deze zorgde dat het bedje van zijn onwettige zoon gespreid was en om te beginnen mocht Moritz zich Graf noemen. In deze positie kon hij tijdens de oorlogen in de eerste helft van de achttiende eeuw Noordse Oorlog, de Hongaarse oorlog tegen de Turken en de Oostenrijkse Successieoorlog gemakkelijk opklimmen tot de hoogste rangen in het leger. In intellectueel en artistiek opzicht was Moritz een opmerkelijke jongen. Toen hij tien jaar oud was, ging hij al filosofie studeren. Bovendien had hij muzikaal talent.

Het koninkrijk Saksen was een bondgenoot van het machtige Frankrijk.In 1717 vocht hij met prins Eugen van Savoye en de Hongaren mee tegen de Turken. In 1720 trad hij in dienst van het Franse leger en hij mocht daar een paar jaar later een eigen Duits regiment aanvoeren. Ook in de Lage Landen maakte men kennis met de Maréchal de Saxe zoals hij in Frankrijk genoemd werd. Tijdens de veldtocht van 1744 onder Lodewijk XV vocht hij tegen de Oostenrijkers in Vlaanderen. Een paar jaar later werd hij na het beleg en de inname van Bergen op Zoom (16 september 1747) tot opperbevelhebber in de Zuidelijke Nederlanden benoemd. Nadat in 1748 de Vrede van Aken gesloten was en de Oostenrijkse Successieoorlog voorlopig voorbij was, trok hij zich terug in het grote kasteel Chambord aan de Loire. Daar liet hij zich omringen door geleerden, kunstenaars en filosofen en Chambord werd onder de Maréchal de Saxe een intellectueel en artistiek trefpunt. Hij leefde hier nog twee jaar tot aan zijn dood in 1750. Hij is bijgezet in de Thomaskerk van Straßburg in een reusachtig grafmonument.

La Tour
Maurice Quentin de La Tour
twee zelfportretten (detail)

Maurice Quentin de La Tour (1704-1788) kreeg waarschijnlijk rond 1750 opdracht om Maréchal de Saxe te schilderen. Waarschijnlijk was de La Tour zelf ook een van die kunstenaars die regelmatig de kunstkring op Chambord bezocht. Nadat hij kennis gemaakt had met het werk van Rosalba Carriera had hij zich sinds 1727 volledig toegelegd op het ‘schilderen’ met pastelkrijt. Je brengt de kleur op met puur pigment dat bijeengehouden wordt met bindmiddel. Pastelkrijt is waarschijnlijk hét materiaal van het rococo, even poederig als de pruiken in die tijd. Je kunt er heel directe, frisse portretten mee maken met een fluweelzachte ‘huid’. In 1746 werd de La Tour lid van de Académie Royale de Peinture et de Sculpture en vier jaar later werd hij door Lodewijk XV benoemd tot hofschilder. Dat zou hij blijven tot 1773. Behalve talloze portretten in opdracht, zijn er ook meerdere zelfportretten van hem bewaard gebleven. Naast de tronies van de jonge Rembrandt, ken ik weinig zelfportretten waar het plezier zo vanaf spat.

Moritz von Saksen
Ook de pastelschilder Jean-Étienne Liotard (1702-1789) maakte een portret van Moritz von Saksen. Daarnaast zijn grafmonument (1765-1776) door Pigalle in de Thomaskerk in Strassburg

Maurice Quentin de La Tour | Maurits van Saksen

de schilder en zijn broodheer [ 1 ]

Johann Peter Krafft en Erzherzog Karl
Erzherzog Karl in der Schlacht bei Aspern-Eßling (1812)
 

Doordat de overheid zich als geïnstitutionaliseerde mecenas terugtrekt, worden veel kunstenaars die ooit afhankelijk waren van subsidie, nu gedwongen een knieval te maken voor ‘de markt’. In veel gevallen moeten deze kunstenaars om te overleven, net als vroeger, weer de persoonlijke en commerciële belangen gaan dienen van rijke particuliere opdrachtgevers.

Een serie over de schilder en zijn opdrachtgever in de periode 1712-1912. Aflevering 1: Erzherzog Karl in der Schlacht bei Aspern-Eßling (1812) door Johann Peter Krafft.

In de tijd dat er nog geen fotografie bestond, was de portretschilderkunst een spiegel van de ijdelheid. Wanneer een schilder het ego van de opdrachtgever wist te strelen, was zijn portret doorgaans een succes. Portretschilders waren meestal afhankelijk van een netwerk in de hogere kringen, de adel of het hof. Daar was goed te verdienen. Titiaan, Rubens en Velazquez werden er schatrijk mee. Nog meer was er te verdienen in de historieschilderkunst. Daarvoor moest je op schilderkunstig terrein wel een alleskunner zijn. Historieschilderkunst was bijna altijd propaganda in het belang van de monarch of de staat. In de loop van de negentiende eeuw ontstond er een booming market voor nationalistische historieschilderkunst.

J. P. Krafft 1812
Johann Peter Krafft 1812
Erzherzog Karl versloeg Napoleon in de slag bij Aspern-Eßling op 21-22 mei 1809
Jacques-Louis David had in 1800 een fantastisch portret van Napoleon geschilderd, als machtige veroveraar op een steigerend wit paard. Zo wilde de aartshertog ook wel gezien worden.

Het schilderij Erzherzog Karl in der Schlacht bei Aspern hangt in het Heeresgeschichtliches Museum in Wenen. Op internet ging ik virtueel eens een kijkje nemen. Het gebouw ziet er van binnen uit als een tempel van Oostenrijks patriottisme en dat is een prima locatie voor dit Oostenrijkse heldentafereel. Mijn eerste indruk is dat de secretaris van aartshertog Karl opdrachtnemer Johann Peter Krafft er nog eens aan herinnerd heeft dat hij uitverkoren is voor deze opdracht omdat hij in Parijs contact had gelegd met Jacques-Louis David. In het hol van de leeuw. De Franse meester van het classicisme had in 1800 een fantastisch portret van Napoleon geschilderd, als machtige veroveraar op een steigerend wit paard. Zo wilde de aartshertog ook wel gezien worden.

Vermoedelijk kreeg Krafft daarom deze opdracht. Het was een droomopdracht waarmee zijn carrière in één klap veilig was gesteld. Wanneer je als schilder eenmaal op Schönbrunn was binnengekomen, dan gold dat ook financieel. Natuurlijk moest je wel een potje kunnen schilderen en bovendien moest je bereid zijn om hier en daar te “idealiseren”. Je moest dus “liegen dat het geschilderd is”. De opdracht bestond er dus uit om aartshertog á la Napoleon af te beelden. Maar er was meer. Het portret moest ook een heldenverhaal vertellen. Aartshertog Karl moest geschilderd worden op het beslissende moment in de Slag bij Aspern-Eßling op 21-22 mei 1809.

Aartshertog Karl en J.P.Krafft
opdrachtgever aartshertog Karl
en zijn schilder Johann Peter Krafft

Wat was er gebeurd? Oostenrijk had in het voorjaar van 1809 Frankrijk opnieuw de oorlog verklaard. Bondgenoten op het Europese continent waren er niet meer en daarom had Oostenrijk alleen nog een coalitie kunnen vormen met Engeland dat al vanaf 1793 met Frankrijk en daarna met Napoleon in oorlog was. De zogenaamde Vijfde Coalitie Oorlog begon op 10 april 1809 toen Oostenrijkse troepen de Inn overstaken en het koninkrijk Beieren aanvielen. Beieren was een bondgenoot van Frankrijk dat door deze aanval zeer verrast was. Een week later kwam de Franse reactie en nu moesten de Oostenrijkers zich weer terugtrekken tot in Bohemen. Daarna trok Napoleon met een gigantisch leger op naar Wenen en op 13 mei werd de Oostenrijkse hoofdstad ingenomen. De Oostenrijkers hadden alle bruggen over de Donau opgeblazen en het grootste deel van het Franse leger kwam op de noordoever tussen Aspern en Eßling vast te zitten. Voor de Oostenrijkse bevelhebber aartshertog Karl was dit dé gelegenheid om aan te vallen. Het werd een verschrikkelijke slachting en de eerste grote nederlaag voor Napoleon. De Oostenrijkers verkeerden in dezelfde euforie als de coalitie zes jaar later na de overwinning op Napoleon bij Waterloo. Maar de vreugde was slechts van korte duur. Zes weken later sloeg Napoleon keihard terug bij Deutsch-Wagram, een plaatsje iets ten noorden van Aspern en Eßling. De Oostenrijkers waren alsnog gedwongen een zeer vernederende vrede te ondertekenen waarbij ze verschillende rijksdelen aan Frankrijk moesten afstaan. Ondanks de uiteindelijke vernedering, werd de overwinning bij Aspern-Eßling nog lang daarna gevierd.

Meynier
Op dit schilderij van Charles Meynier uit 1812 zien we de Franse visie op de Slag bij Aspern-Eßling. Aan Franse zijde vielen er 30.000 doden en gewonden. Napoleon kon niet in de rol van overwinnaar worden afgebeeld, maar wéll als zorgzame vader des vaderlands, wanneer hij een bezoek brengt aan de gewonden op het eiland Lobau in de Donau op 23 mei 1809

Aartshertog Karl was door de overwinning automatisch tot nationale held gepromoveerd. Tijdens de veldslag zou hij het vaandel van het eerste bataljon van het infanterieregiment “Freiherr von Zach” gegrepen hebben en daarmee op de Franse linie zijn afgestormd. Daardoor kon de gebroken Oostenrijkse linie zich weer sluiten en werd de strijd voorlopig in het voordeel van Oostenrijk beslist. Niemand durfde in die tijd tegen te spreken dat het zo gegaan was. En die heldendaad mocht Johann Peter Krafft dus uitbeelden.

Krafft heeft zich voorbeeldig aan zijn opdracht gehouden. Wellicht had hij er zo zijn eigen ideeën over. Maar hij zal er geen moment aan getwijfeld hebben om zijn opdrachtgever niet in zijn aartshertogelijke ego te bevestigen. Aan postmoderne deconstructie deed men tweehonderd jaar geleden nog niet. En waarom zou hij eigenlijk zijn carrière kapotmaken, nu hij als 32-jarige schilder op het punt stond door te breken op keizerlijk niveau? Een knieval voor de opdrachtgever was iets vanzelfsprekends.

Erzherzog KarlKrafft‘s ruiterportret werd een groot succes. In 1819 en 1820 schilderde hij twee grote historiestukken over de Slag bij Aspern-Eßling met aartshertog Karl in het midden. Deze hangen nog altijd in Wenen. Het ene in het Heeresgeschichtliches Museum en het andere in het Palais Liechtenstein. Het ruiterportret uit 1812 inspireerde bovendien de beeldhouwer Anton Dominik Fernkorn die voor de herdenking in 1859 een enorm ruiterstandbeeld ontwierp. In het Heeresgeschichtliches Museum staat een model van zijn monumentale ruiterstandbeeld op de Heldenplaz.

Johann Peter Krafft [ de.wikipedia.org ]