Categorie archief: geschiedenis

tekenen – schilderen

de zienswijze van Paul Cézanne (1839-1904)

Cézanne in 1861 (22 jaar)Paul Cézanne, de vader van de moderne schilderkunst werd geboren in het jaar dat de fotografie het licht zag. De fotografie en de schilderijen van Cézanne zouden allebei de manier waarop we naar de wereld kijken, gaan veranderen. De fotografie kan met de zichtbare wereld hetzelfde als een computer met data. Zowel de fotografie als een computer werken met de snelheid van het licht en streven de mens definitief voorbij. Zoals Achilles de schildpad kansloos maakt.

Waarom zou je nog schilderen als er fotografie is? Talloze schilders hoefden omstreeks het midden van de negentiende eeuw over deze vraag niet meer na te denken en ruilden hun verf en penselen in voor een camera en een doka. Toch bleef men schilderen na de omwenteling die de fotografie in de maatschappij teweegbracht. Voor de schilders die volhielden, kon de fotografie de schilderkunst niet vervangen. Vergeleken bij een foto was een schilderij meestal veel groter én in kleur. De schilderkunst had dus zijn Unique Selling Point.

Het nieuwe medium beïnvloedde uiteraard de schilderkunst. In de tweede helft van de negentiende eeuw werden vaak foto’s gebruikt als voorstudie. Met name door naturalistische schilders en salonschilders. Een schilder als William Bouguereau overtrof met zijn fabelachtige techniek zijn voorbeelden uit de Italiaanse Renaissance, mede doordat hij foto’s in zijn atelier gebruikte. Zijn vrouwenportretten houden vaak het midden tussen een madonna van Rafael en een foto. Maar Cézanne sloeg een heel andere weg in en aan die keuze heeft hij de titel ‘vader van de moderne schilderkunst’ te danken.

Bouguereau en Cezanne
Deze schilderijen (details) zijn gemaakt tussen 1876 en 1879. Het linker is van William Bouguereau, het rechter van Paul Cézanne. Terwijl Bouguereau het Renaissancistische ideaal met behulp van de fotografie tot nieuwe hoogte bracht, maakte Cézanne het schilderij juist primitiever. Zo stond hij aan het begin van de moderne en abstracte schilderkunst.

Eigenlijk kon Cézanne niet echt tekenen. Wanneer je de modeltekeningen ziet die hij rond zijn twintigste maakte, zie je een enorme worsteling met de vorm. Een web van telkens afwijkende contouren toont zijn gemiste kansen. Hij komt er gewoon niet uit. Cézanne is geen tekenaar, hij is een schilder. Maar voor een schilder doet hij een heel opmerkelijke uitspraak waarmee hij de tekenkunst op een elementair niveau integreert in de schilderkunst. “In dezelfde mate waarin je schildert, teken je.” Dit inzicht heeft de schilderkunst op zijn kop gezet zoals E=mc² de natuurkunde op zijn kop gezet heeft.

In dezelfde mate waarin je schildert, teken je

Paul Cézanne

Wat is er zo belangrijk aan dit inzicht? Tekenkunst en schilderkunst waren traditioneel min of meer van elkaar gescheiden. Wanneer je vroeger schilder wilde worden, begon je met tekenen. Tekenen was de basis van het schilderen. Een schilderij werd opgebouwd vanuit een uitgewerkte tekening, die in de onderschildering met lichte en donkere tonen gemodelleerd werd waardoor een ruimtelijk beeld ontstond. Pas in laatste instantie werden de lokale kleuren aangebracht. Vooral in de Renaissance werkte men zo. Eigenlijk waren schilderijen ingekleurde tekeningen.

Bij Tiziaan en de Venetianen ontstaat de vorm vanuit de suggestieve kracht van de verf. De tekening werd eerder een aanwijzing dan een gedetailleerd grondplan. Tijdens het schilderen ontstonden er vormen die in de tekening niet gepland waren, maar doordat de schilder de suggestieve kracht van de verf kende, wist hij hoe in de verf details ontstaan, die je met omtreklijnen niet kunt vastleggen. Het sfumato dat Leonardo da Vinci in de geheimzinnige speling om de lippen van de Mona Lisa gebruikt, is bijvoorbeeld niet met omtreklijnen vast te leggen. Het ontstaat door subtiele overgangen in de olieverf.

la Gioconda
sfumato is een techniek in olieverf om het ongrijpbare zichtbaar te maken. Atmosfeer bijvoorbeeld of een speling rond de lippen.

Maar ook wanneer een verftoets rauw zichtbaar blijft, kun je details suggereren die de lijntekening overstijgen. Een goed voorbeeld is de werkwijze van de latere Rembrandt. De verf ligt rauw op het doek maar de meester kent de magie van zijn materie en de suggestieve kracht van een bepaalde verfbehandeling. Wanneer je verf bijvoorbeeld droog op het doek smeert, levert dat een korrelig streek op. De vele kleine puntjes kunnen treffend de illusie wekken van zonlicht op het water bij tegenlicht. Wanneer je de werkelijkheid zo dicht mogelijk wilt benaderen en de schilderkunstige illusie wilt maximaliseren, dan blijkt de schilderkunst in het verlengde te liggen van de tekenkunst. Maar ergens raken ze elkaar en op dat punt balanceert de schilderkunst van Cézanne.

Bouguereau en Cezanne
l’ homme a la Pipe (1895) van Cézanne en daarnaast misschien wel het beroemdste schilderij van Georges Braque uit 1910. Cézanne heeft duidelijk de voorzet gegeven voor het analytisch kubisme en Braque en Picasso zagen in hem een vaderfiguur.

“In dezelfde mate waarin je schildert, teken je.” betekent dat de vorm, de richting en de dikte van de kwaststreek de vorm en de tekening van het schilderij bepalen. Bij Cézanne zijn de verfstreken duidelijk zichtbaar. De verftoetsen liggen als dunne schijfjes verf over elkaar heen, vaak in dezelfde richting, soms gedraaid of haaks erop. De toetsen zijn soms zwaar aangezet en soms sterk verdund met terpentine. Zo ontstaat een beeld dat uit facetten is opgebouwd en zo laat Cézanne ons naar de wereld kijken. Doordat zijn beeld uit losse toetsen is opgebouwd die de structuur van de zichtbare wereld proberen te ontrafelen, gebeurt er ook iets met de ruimte. Vooral na 1890 kun je dit duidelijk zien. Het lijkt alsof hij de ruimte gaat bekijken als een diamant met vele facetten. Terwijl het één beeld blijft, verbrokkelt het beeld in een mogelijkheid van beelden. Deze zienswijze die in het analytische kubisme rond 1910 op de spits wordt gedreven, is wel eens vergeleken met de relativiteitstheorie van Einstein. De ruimte die alles overkoepelt en die sinds de Renaissance door het centraalperspectief een eenheidscheppend principe in de kunst is geworden, heeft aan het begin van de twintigste eeuw zijn absolute geldigheid verloren. Ruimte is net als tijd relatief geworden.

citaten van Paul Cézanne [ dekunsten.net ]

Satisfaction

gezien op DVD: MAD MEN vierde seizoen episode 8: The Summer Man

LIFE juni 1965In The Summer Man gaan we met MAD MEN 46 jaar terug in de tijd. 1965 was een vruchtbaar jaar. Nog nooit werden er in Nederland zoveel kinderen geboren. Voor de 45ers en 46ers, heeft het vierde seizoen van MAD MEN een extra dimensie. In juni 1965 was ik net twee geworden, jong genoeg om de eerste ruimtewandeling door een Amerikaan (3/6), de slag bij Dong Xoai (11/6), het eerste grote protest tegen de Vietnamoorlog (16/6) en de verloving van Beatrix en Claus (28/6) volledig aan mij voorbij te laten gaan.

Volgens mij was 1965 een mooi jaar, op de ‘waterscheiding’ tussen twee tijdperken, waarbij de oudere generatie was gaan botsen met de babyboomers. Wat de beatniks tien jaar eerder niet gelukt was, namelijk het veroorzaken van een culturele omwenteling, zou de protestgeneratie uit de tweede helft van de jaren zestig wéll voor elkaar krijgen. De fabrikanten en de marketingjongens gingen met de jeugd mee, want in de grenzeloze behoeften van de jongeren zagen ze het grote geld. Een tekst als I can’t get no satisfaction was natuurlijk de ongeschreven oneliner van elke copywriter. In de tegendraadse jongerencultuur en in hun muziek vonden de marketeers een machtige bondgenoot. In William Bradley‘s recensie over deze episode van MAD MEN kwam ik een zeldzame opname tegen van de superhit Satisfaction uit 1965.

Satifaction live in 1965
De jongens en de meisjes blijven op hun stoel zitten. Ze weten nog niet hoe het moet. En toch is dit dezelfde generatie die je twee jaar later blowend en slikkend,
halfnaakt en met lange haren
The Summer of Love ziet vieren.

Wat mij verbaast bij deze opname is het tamme publiek. De jongens en de meisjes blijven op hun stoel zitten. Ze weten nog niet hoe het moet. En toch is dit dezelfde generatie die je twee jaar later blowend en slikkend, halfnaakt en met lange haren the summer of love ziet vieren. Ergens tussen 1965 en 1967 moeten dus de remmen los gegaan zijn. Was het nu de LSD of de anticonceptiepil?

mini skirts
het minirokje van Mary Quant beleefde in september 1965 haar wereldpremiere en voldeed precies aan de behoeften van het moment

Het was natuurlijk vooral de muziek. De architecten van de massaconsumptie kregen de dankbaarste doelgroep in hun schoot geworpen: welvaartskinderen die de dag wilden plukken in een aards paradijs. De maakbaarheidsgedachte van de jeugd dat je de wereld kunt veranderen, sluit aan bij het verlangen van fabrikanten en marketeers om met hun producten de wereld te “verbeteren”.

1965 the war in Vietnam continues to worsen as whatever the Americans do including major bombing of North Vietnam they continue to lose more men , at the same time the Anti-War movement grows and in November 35,000 march on Washington as a protest against the war. There is also civil unrest with rioting, looting and arson in Los Angeles. This was also the first year mandated health warnings appeared on cigarette packets and smoking became a no no. The latest craze in kids toys was the Super Ball and The Skate Board. Fashions also changed as women’s skirts got shorter men’s hair grew longer as the The miniskirt makes its appearance. Hypertext is introduced for linking on the Internet. The St Louis Arch is completed and The Beatles release 4 new albums including “Help”.
 
Bron: thepeoplehistory.com

What happened in 1965? [ thepeoplehistory.com ]

twee “kunstenaarsbergen”

Mathildehöhe (Darmstadt) en Monte Verità (Ascona)

Vakantie gaat bij mij vaak samen met voorpret. Sinds internet 2.0 er is, kun je virtueel op reis gaan, een route uitstippelen via Google Maps, inzoomen met de satelliet en zelfs ter plekke om je heen kijken. Ook al zou de reis tenslotte niet doorgaan of de andere kant opgaan, de voorpret van de virtuele reis pakt niemand je meer af. De route die op dit moment staat uitgestippeld, loopt tussen twee kunstenaarskolonies van de Jahrhundertwende: de Mathildehöhe in Darmstadt en de Monte Verità aan het Lago Maggiore bij Ascona.

Mathildehöhe
de Mathildehöhe in Darmstadt vlak na de voltooiing ruim honderd jaar geleden
Die Künstlerkolonie Mathildehöhe wurde 1899 durch Großherzog Ernst Ludwig von Hessen und bei Rhein (Hessen-Darmstadt) ins Leben gerufen. Unter dem Leitspruch “Mein Hessenland blühe und in ihm die Kunst” erwartete er aus einer Verbindung von Kunst und Handwerk eine wirtschaftliche Belebung für sein Land. Das Ziel der Künstler sollte die Erarbeitung neuzeitlicher und zukunftsweisender Bau- und Wohnformen sein. Dafür berief Ernst-Ludwig als Mäzen die Jugendstilkünstler Peter Behrens, Paul Bürck, Rudolf Bosselt, Hans Christiansen, Ludwig Habich, Patriz Huber und Joseph Maria Olbrich nach Darmstadt.
 
Bron: de.wikipedia.org
Monte Verità
twee boeken over de kunstenaarskolonie Monte Verità met de onvermijdelijke naaktlopers
Von 1900 bis 1920 betrieben Ida Hofmann und Henri Oedekoven auf dem Monte Verità ein vegetarisches Naturheilsanatorium. Mit Rohkosternährung, »Lichtluftkuren« und Sonnenbädern wollten sie ihre Gäste zu einem »naturgemäßen« Leben führen. Sie verfochten hohe Ansprüche und suchten mit Frauenemanzipation, Genossenschaftswesen und Gemeinbesitz ein Modell für ein neues Leben zu schaffen. Unter ihrer Leitung entstand ein Zentrum für Sinnsucher und Lebensreformer, die sich in »Reformkleidern« ablichten ließen. Da sich aber ihre Ziele nicht erfüllten, verließen Ida Hofmann und Henri Oedenkoven 1920 den Monte Verità  und wanderten über Spanien nach Brasilien aus.
 
Bron: limmatverlag.ch

mathildenhoehe.info | monteverita.org