Categorie archief: geschiedenis

Amerikaanse landschapsschilders [6]

de atmosferische landschappen van Sanford Robinson Gifford

Toen Michaela en ik vorig jaar in de Allgäu waren, uitten we onze verrukking over het landschap soms met de kreet “Wat mooi, net een schilderij!” Landschapsschilderkunst heeft iets paradoxaals. Aan de ene kant is ze een bedrieglijke illusie en valt ze in het niet bij de natuur. Maar aan de andere kant is landschapsschilderkunst een versterking van de natuur. Ze intensiveert de ervaring die oorspronkelijk door het aandachtige oog van de schilder is gegaan. En het oog van de schilder is ook het oog van zijn hart, het puntje van zijn ziel.

Sanford Robinson GiffordDe Amerikaanse schilders van de Hudson River School waren verrukt over de machtige natuur die zij in het ongerepte Westen van hun onmetelijke land aantroffen. Het was een Amerikaans arcadië. Sommigen schilders gingen zelfs zo ver om hun schilderijen te bevolken met indianen als waren zij de nieuwe nymfen en saters in het buccolische landschap van de Nieuwe Wereld. Frederic Edwin Church en Albert Bierstadt waren voor mij altijd de bekendste vertegenwoordigers van de Hudson River School. Maar de laatste dagen ben ik ook eens wat beter naar het werk van Sanford Robinson Gifford (1823-1880) gaan kijken. In zijn schilderijen ligt de nadruk op (tegen) licht en atmosfeer. Zijn landschappen doen mij soms denken aan het werk van Italianisanten en de Engelse ‘pre-impressionist’ Joseph William Mallord Turner.

Gifford
Sanford Robinson Gifford is een meester in het atmosferische landschap, meestal flauw beschenen door een bleek zonnetje
Sanford Robinson Gifford werd geboren in Greenfield NY en bracht zijn jeugd door in Hudson NY waar zijn vader een ijzergieterij had. Voordat hij in 1845 definitief voor een carrière als kunstenaar koos, studeerde hij van 1842 tot 1842 aan de Brown University. De Britse aquarellist John R. Smith doceerde hem in tekenen, perspectief en anatomie. Aan de Crosby Street Medical College bestudeerde hij intensief de menselijke anatomie en volgde daarnaast ook tekenlessen aan de National Academy of Design. Toen hij in 1847 voldoende geschoold was, zond hij zijn eerste hij landschapschilderij in voor de tentoonstelling van de National Academy In 1851 behaalde hij de titel van associate en drie jaar later de titel van academicus. Daarna wijdde hij zich volledig aan het schilderen van landschappen.
Gifford
detail van een van Gifford’s bekendste schilderijen A Gorge in the Mountains (Kauterskill Clove) uit 1862
Sanford Robinson Gifford was een van de talentvolste schilders uit de beginperiode van de Hudson River School. Zoals de meeste schilders van de Hudson River School maakte Gifford veel buitenstudies op schilderachtige lokaties. Naast zijn vele tochten door New England, New York en New Jersey maakte hij ook uitgebreide reizen naar het buitenland. Tussen 1855 tot 1857 reisde hij door Europa, niet alleen om de Europese kunst te bestuderen, ook om landschapsstudies te maken. Tijdens zijn verblijf in Europa leerde hij in Duitsland zijn landgenoten Albert Bierstadt en Worthington Whittredge kennen die toen aan de kunstacademie van Düsseldorf studeerden.
 
Bron: en.wikipedia.org


sanfordrobinsongifford.org
| meer Amerikaanse landschapsschilders

terug naar de natuur

141 schilderijen van Thomas Cole (1801-1848) op internet

Thomas ColeThomas Cole is de vader van de Hudson River School en introduceerde in de eerste helft van de negentiende eeuw het romantische landschap in de Verenigde Staten. Hij hield van het ‘heroïsche landschap’, van theatrale zonsondergangen, dramatische luchten en imposante vergezichten. Zijn geconstrueerde landschappen herinneren mij aan zestiende eeuwse schilders als Joachim Patinir, Herri Met de Bles, Joos de Momper en Paulus Bril. Het onderstaande schilderij met de Amerikaanse pionier Daniel Boone (1734-1820) in de wildernis van Kentucky staat in een lange traditie en verwijst naar zestiende eeuwse voorstellingen van de heilige Hierononymos in de wildernis. Boone had zich in de wildernis van Kentucky teruggetrokken en leek wel een volgeling van de oude woestijnmonniken in de Nieuwe Wereld. Thomas Cole schilderde Daniel Boone zes jaar na zijn dood in 1826 toen hijzelf aan het begin van zijn carriere stond. De legendes rondom de figuur van Daniel Boone inspireerden romantici waaronder Amerikaanse transcendentalisten als Ralph Waldo Emerson (1803-1882) , Henry David Thoreau (1817-1862) en Walt Whitman (1819-1892).

Daniel Boone
Thomas Cole 1826
Daniel Boone bij zijn blokhut aan het Great Osage Lake in Kentucky
The Transcendentalist movement was based on a fundamental belief in the unity of the world and God
The Transcendentalist movement was a reaction against 18th century rationalism and a manifestation of the general humanitarian trend of 19th century thought. The movement was based on a fundamental belief in the unity of the world and God. The soul of each individual was thought to be identical with the world — a microcosm of the world itself. The doctrine of self- reliance and individualism developed through the belief in the identification of the individual soul with God.
 
Bron: class.uidaho.edu

explorethomascole.org | thomas-cole.info | web of transcendentalism

ben ick van Duytschen bloet

vorig weekend in Emmerich gekocht:
Die Deutschen und ihre Mythen van Herfried Münkler

Die Deutschen und ihre MythenTerwijl de meeste naties hun nationale mythen konden blijven koesteren, heeft het mythegevoelige Duitse volk na 1945 afstand moeten doen van zijn mythen, die sinds het Duitse Keizerrijk als brandstof werden gebruikt voor kwaadaardige politieke doeleinden. Duitse mythen waren na de oorlog taboe geworden. Toen de Duitse kunstenaar Anselm Kiefer in de jaren zeventig zich met het pijnlijke Duitse verleden ging bezighouden en de mythen als het levenssap uit dat verleden in zijn werk perste, was dat nog zeer omstreden.

Maar sinds de Duitse Eenwording van 1990 is er een verandering gekomen in het historische bewustzijn van onze oosterburen. De documentaireserie Die Deutschen van de ZDF laat zien dat de Duitsers de zwartste bladzijde uit hun nationale geschiedenis verwerkt lijken te hebben. Er is weer ruimte voor het Duitse verleden van vóór het nationaal-socialisme en dat verleden mag weer bepalend zijn voor de Duitse identiteit. Een Duitser die zich niet schaamt voor zijn eigen nationaliteit wordt niet meer voor neo-nazi aangezien. Die Deutschen und ihre Mythen van Herfried Münkler past in het jongste historische onderzoek naar de Duitse identiteit. Veertig jaar geleden was de tijd voor een dergelijke studie nog niet rijp geweest. Maar twintig jaar na de Duitse hereniging mag een Duitser weer schrijven over de Duitsers en hun mythen.

Die Nibelungen 1924
Die Nibelungen Siegfried, 1924
een film van Fritz Lang
Nationalmythen beschwören Gestalten der Vergangenheit,
um Zukunft zu garantieren.
Sie erheben den Anspruch, die Geschichte der Nation nicht nur zu deuten, sondern ihren Fortgang zu strukturieren.

Herfried Münkler

In het laatste kwart van de negentiende eeuw was het jonge Duitse Keizerrijk (1871-1918) een El Dorado van politiekgeladen mythen. Nadat Pruisen het Franse Keizerrijk had verslagen, werd Duitsland onder Pruisische leiding het nieuwe keizerrijk in Europa en Frankrijk werd gedegradeerd tot republiek. Met talloze monumenten werd de superioriteit van Duitsland ten opzichte van Frankrijk gevierd. De Duitsers identificeerden zich met de Germanen die de machtige Romeinen buiten de deur hadden weten te houden. Dat was de Franken nooit gelukt! Deze identificatie met de Germaanse voorouders zou in het nationaal-socialisme het heidendom doen herleven. In de negentiende eeuwse mythevorming rond Hermann der Cherusker en natuurlijk Siegfried der Drachentöter, werd het levenssap uit de heidense wortels van Germania door de stam van het Keizerrijk opgezogen en zou een halve eeuw later gegist zijn tot het giftige brouwsel van arianisme en anti-semitisme.

Friedrich Tüshaus
Friedrich Tüshaus 1876, Schlacht zwischen Germanen und Römern am Rhein

In het bovenstaande schilderij van de vergeten schilder Friedrich Tüshaus verslaan de Germanen de Romeinen aan de Rijn. Het schilderij heeft een sterke politieke lading. Het gaat niet alleen over de Germaanse superioriteit over de Romeinen, maar ook over het pauselijke Rome. Het Duitse Keizerrijk was een uitvinding van het protestantse Pruisen dat zichzelf zag als de erfgenaam van Luther en de erfvijand van Rome.

Herfried Münkler schreibt über die Deutschen und ihre Geschichte im Spiegel ihrer Mythen. Dabei erweckt er alte Sagen – etwa um die Nibelungen - zu neuem Leben, besichtigt schicksalhafte Orte wie Weimar, Nürnberg oder den Rhein und lässt historische Persönlichkeiten wie Hermann den Cherusker, Friedrich den Großen oder den Papst auftreten – selbst die D-Mark fehlt nicht in diesem Reigen. In einer großen historischen Analyse zeigt Münkler, wie Mythen unsere nationale Identität geformt haben und welch motivierende und mobilisierende Kraft ihnen eignet – im Positiven wie im Negativen. Denn in der deutschen Geschichte gingen Mythos und Politik stets Hand in Hand. So dienten die Schlacht im Teutoburger Wald oder der Drachentöter Siegfried der inneren Militarisierung der Deutschen, und das “Unternehmen Barbarossa” führte sie direkt in den Untergang. Nach 1945 erblühte die Bundesrepublik im Mythos vom “Wirtschaftswunder”, die DDR richtete sich am “antifaschistischen Widerstand” auf. Heute dagegen ist Deutschland ein mythenarmes Land – ist das ein Fluch oder ein Segen?
 
Bron: Klappentext – Die Deutschen und ihre Mythen, Rowohlt Taschenbuch Verlag

Die Deutschen und ihre Mythen [ arte.tv ] | boekbespreking [ literaturkritik.de ]