Categorie archief: geschiedenis

het verdriet van Saksen

gisterenavond is op de ZDF Die Deutschen II van start gegaan
aflevering 1 : Karl der Große und die Sachsen

Die Deutschen 2Sinds de twintigste eeuw definitief achter ons ligt, lijken onze oosterburen bevrijd van een historische fixatie op 1933-1945. De serie Die Deutschen die de ZDF in het najaar van 2008 uitzond was een duidelijk teken dat de Duitse geschiedenis van vóór 1933 weer in beeld mag komen. Afgelopen weken herhaalde de ZDF de eerste reeks op de late zondagavond en sinds gisteren draait er nu een tweede reeks van tien afleveringen elke zondag- en dinsdagavond van half acht tot kwart over acht. De eerste aflevering gaat over Karel de Grote en zijn strijd tegen de Saksen, in het bijzonder zijn persoonlijke strijd met de Saksische leider Widukind.

WidukinddenkmalGrote Germanen
Op de Wilhelmsplatz in Herford staat een beeld van Widukind dat oorspronkelijk uit 1899 stamt. In het laatste kwart van de negentiende eeuw werden uit alle hoeken en gaten van de Duitse geschiedenis Teutoonse helden tevoorschijn getoverd die van de superioriteit van het Duitse Rijk over Frankrijk moesten getuigen. Zo identificeerde men zich in het Duitse Keizerrijk bij voorkeur met de Saksische Widukind en niet met de Frankische Charlemagne. In de bossen bij het nabijgelegen Detmold werd het immense monument voor Hermann opgericht, een Cherusk die door nationalisten tot Grote Germaan was bevorderd. Het beeld van Widukind werd in 1942 omgesmolten, maar in 1959 stond er alweer een nieuwe. Het beeld van Heinrich Wefing is aandoenlijk. Doordat Widukind overdreven groot is, ziet zijn paard eruit als een ezeltje. Niet bepaald het rijdier en beeld van een heerser dus.

In het jaar 785 wist Karel de Grote de Saksen eindelijk aan zich te onderwerpen en de manier waarop lijkt veel op de expansiedrift van de jonge islam: onderwerping aan het geloof door het zwaard. Tijdens het Blutgericht von Verden zouden 4500 Saksen zijn onthoofd. Tussen 1934 en 1936 richtten de nazi’s bij Verden aan de Aller 4500 stenen op, de Sachsenhain ter nagedachtenis aan de 4500 Saksen die hier de dood vonden. Voor de nazi’s werd deze pikzwarte bladzijde uit de geschiedenis van de verspreiding van het Christendom vooral een herinnering aan de martelaren van het Germaanse heidendom. Maar de televisieserie Die Deutschen maakt geen verbindingen met het nationaal-socialisme en probeert de Duitse geschiedenis te presenteren zonder deze in het haast eeuwige licht van de Tweede Wereldoorlog te plaatsen. Dinsdagavond is alweer de tweede aflevering over Frederik II en de kruistocht.

Sachsenhain bij Verden
deel van de Sachsenhain bij Verden
het land van Bartje, maar dan wat oostelijker
Zwischen 1934 und 1936 ließ der Reichsführer SS, Heinrich Himmler, für den Sachsenhain 4.500 Findlinge zusammentragen und entlang eines zwei Kilometer langen Rundwegs aufstellen, als Gedenkstätte für die angeblich 4.500 heidnischen Sachsen, die von Karl dem Großen beim Blutgericht von Verden an dieser Stelle hingerichtet worden sein sollen. Die Bauern der Umgebung wurden verpflichtet, jeden Findling, den sie fanden, dort bereitzustellen. Unter den Findlingen befinden sich auch Rinnen- und Opfersteine, was den Schluss nahelegt, dass durch die Maßnahme eine größere Anzahl Megalithgräber im Umland unwiederbringlich zerstört wurde. Da die geforderte Anzahl von 4.500 Findlingen nicht beschafft werden konnte, wurden die Lücken mit Bruchsteinen aufgefüllt.
 
Bron: de.wikipedia.org
die Deutschen
op de ondersteunende website bij de televisieserie is veel multimedia te vinden waaronder een indrukwekkende geanimeerde tijdbalk

Die Deutschen II

1. Karl der Große und die Sachsen
2. Friedrich II. und der Kreuzzug
3. Hildegard von Bingen – die Macht der Frauen
4. Karl IV. und der Schwarze Tod
5. Thomas Müntzer und der Krieg der Bauern
6. August der Starke und die Liebe
7. Karl Marx und der Klassenkampf
8. Ludwig II. und die Bayern
9. Rosa Luxemburg und die Freiheit
10. Gustav Stresemann und die Republik


Die Deutschen II [ zdf.de ]
| Widukind Museum

Les Archives de la Planète

de fotocollectie van Albert Kahn (1909-1931)

Albert KahnIn 1909 was de Franse bankier Albert Kahn met zijn chauffeur en fotograaf Alfred Dutertre voor zaken in Japan . Toen beiden in Parijs terugkeerden, hadden ze zoveel foto’s gemaakt dat Kahn op het idee om een fotoportret van de hele wereld te maken. Met zijn kapitaal zou hij dit ambitieuze project gaan financieren. Hij benoemde Jean Brunhes tot projectcoördinator en over de hele wereld werden fotografen uitgezonden. Het bijzondere van het project is dat er gebruik gemaakt werd van Autochrome Lumière, een voorloper van de kleurenfotografie. In 1903 was Autochrome door de gebroeders Lumière gepatenteerd en in 1907 werd het voor het eerst op de markt gebracht. Tussen 1909 and 1931 schoten de fotografen bij elkaar 72.000 kleurenfoto’s en 183.000 meter film. De collectie is bekend als Les Archives de la Planète en is voor een deel toegankelijk op albert-kahn.fr. Vanaf 1914 begon men aan de documentatie van Frankrijk, waarbij ook de verwoestingen van de Eerste Wereldoorlog in kleur werden vastgelegd. Door de beurskrach van 1929 raakte Kahn geruïneerd en in 1931 kwam er een einde aan zijn mammoetproject.

1914
tijdens de Eerste Wereldoorlog werd Frankrijk aan Les Archives de la Planète toegevoegd
Albert Kahn (1860-1940) built up an iconographic memory of societies, environments and lifestyles – many of them traditional – around the world. From 1909 to 1931, he commissioned photographers and film cameramen to record life in over 50 countries. ( … ) Autochrome was the first industrial process for true colour photography. When the Lumière brothers launched it commercially in June 1907, it was a photograhic revolution – black and white came to life in colour. Autochromes consist of fine layers of microscopic grains of potato starch – dyed either red-orange, green or violet blue – combined with black carbon particles, spread over a glass plate where it is combined with a black and white photographic emulsion. All colours can be reproduced from three primary colours.
 
Bron: albert-kahn.fr

Early 1900 in color [ citynoise.org ] | Albert Kahn Museum [ albert-kahn.fr ]

the past is a foreign country

aan het zappen in de biografie over Busken Huet van Olf Praamstra

Een vriendin van mij die literatuuronderzoeker is, verzekerde mij eens dat het lezen van een biografie de beste manier is om een bepaalde tijd te leren kennen, beter nog dan het lezen van een geschiedenisboek. Waarom? Omdat we de geschiedenis altijd van binnenuit beleven en omdat grote geschiedenis altijd ingebed is in de kleine geschiedenis van ons eigen leven. Zodra de grote geschiedenis van buitenaf wordt bekeken en beschreven, plaatsen we ons met één been buiten de tijd die ons gegeven is, in een waan van onsterfelijkheid. In een biografie kruip je in een andere huid en in een andere tijd, terwijl je in de sterfelijkheid blijft. Maar dan op een ander moment en in een andere mens.

Busken Huet BiografieDe laatste tijd zap ik door de jeugdjaren (1826-1851) van Conrad Busken Huet. Ik hoop dat de biograaf mij deze oneerbiedige houding ten aanzien van zijn titanenarbeid wil vergeven. Het leven van Busken Huet interresseert mij vooral als het leven van een negentiende eeuwer. Ik had misschien evengoed de biografie van Thorbecke kunnen lezen. Waarom het leven in het negentiende eeuwse Nederland mij interesseert, kan ik niet precies zeggen. De Engelse schrijver L.P. Hartley (1895-1972) komt misschien in de buurt als hij schrijft: “the past is a foreign country. They do things differently there.” Olf Praamstra verwijst naar deze uitspraak in het voorwoord van de biografie over Conrad Busken Huet. Het Nederland waarin Huet in 1826 geboren werd, was een heel ander land dan het land dat we nu kennen. Bij het lezen van Drie Oranje Koningen van Jan Kikkert dit voorjaar was mij dat al duidelijk geworden. In een ander boek dat ik laatst las over de Nederlandse Romantiek wordt ook een tijdsbeeld gegeven van ons land in de eerste helft van de negentiende eeuw. Nederland werd in die periode autocratisch bestuurd en in de meeste steden heerste grote armoede. Pas na de grondwetswijziging van 1848 zouden de economische omstandigheden gunstiger worden.

The past is a foreign country.
They do things differently there.

L.P. Hartley

Het aardige van een biografie is dat niet alleen de setting van een bepaald mensenleven geschetst wordt (een periode, een stad of een land), maar ook dat er allerlei minibiografieën in zijn opgenomen, bijvoorbeeld van ouders, familie, vrienden, leermeesters en tijdgenoten. Maar het leukste vind ik toch om te lezen over de meest concrete zaken. Wat werd er gegeten? Hoe reisde men en hoelang duurde een reis? Hoe zagen de huizen er van binnen uit? enz… In 1851 is de 25-jarige Busken Huet als predikant beroepen in Haarlem. Hoofdstuk 5 begint met vertrek naar deze stad vanuit Amersfoort rond het midden van de negentiende eeuw.

Met de diligence naar Utrecht en daarvandaan met de trein naar Haarlem: dat was de snelste weg om van Amersfoort op zijn nieuwe bestemming te komen. Onderweg passeerde hij Amsterdam, een stad die met schepen in het IJ, de talloos draaiende molens en het drukke straatleven in vergelijking met Haarlem een toonbeeld van activiteit was. Van het veel kleinere Haarlem, waar iets meer dan vijfentwintigduizend mensen woonden, ging een paradijselijke rust uit. Bij zonsondergang gingen de poorten dicht en werd de avondklok geluid, ten teken dat ook het Spaarne – de rivier die dwars door Haarlem stroomde – voor alle verkeer werd afgesloten. Ook overdag was het rustig.
 
Bron: Olf Praamstra, Busken Huet, Een biografie, Uitgeverij SUN 2007
Singel bij Lutherse kerk 1857
Benjamin Brecknell Turner
Singel bij Lutherse kerk, Amsterdam 1857
door de lange sluitertijd lijkt de stad uitgestorven
Collectie Stadsarchief Amsterdam

Busken Huet. Een biografie [ uitgeverijboom.nl ]