Categorie archief: geschiedenis

Sfinx Washington

het kunstgebit van George Washington
Gilbert Stuart’s beroemde portret gekopieerd

Als je een historische figuur wilt leren kennen, is er naast het lezen van de biografie nog een andere mogelijkheid: bestudeer aandachtig het portret van de betreffende persoon. Misschien wel de mooiste bijkomstigheid van het kopiëren van een portret van een historische figuur is de ontmoeting met de geportretteerde. Afgelopen maand begon ik aan een kopie van een portret van George Washington, de vader des vaderlands van de Verenigde Staten. Voor Amerikanen is zijn portret een icoon en de persoon van George Washington is voor de gemiddelde Amerikaan wellicht heiliger dan Willem van Oranje voor de gemiddelde Nederlander. Ik weet voor diezelfde Amerikaan waarschijnlijk oneerbiedig weinig over het leven van George Washington. Eerst behaalde hij als generaal voor de Engelsen overwinningen op de Fransen. Maar na de zevenjarige oorlog zou hij zich steeds meer van de Engelsen afkeren. Door zijn vastberaden optreden en de oversteek over de Delaware werd hij de held in de Amerikaanse onafhankelijkheidsstrijd en in 1789 de eerste president van de Verenigde Staten. Dat is het wel zo’n beetje.

George Washington
portret van George Washington
door Gilbert Stuart (detail)

Terwijl ik zijn portret kopieer, sta ik oog in oog met een wantrouwende oude man. Stuart heeft een fraai gestyleerde en tekenachtige stijl. De trekken zijn scherp. De vastberaden mond is treffend weergegeven met enkele parallelle penseelstreken. Stuart schilderde een man, gesloten als een vesting en calculerend als een generaal. Was George Washington écht zoals hij in Stuart‘s portret naar voren komt? In ieder geval weten we dat Washington zojuist zijn nieuwe kunstgebit droeg en in die tijd was dat eerder een martelwerktuig dan een hulpstuk. Vandaar de verbeten uitdrukking. Bovendien werd zijn kaaklijn door de prothese vervormd.

…when the president came to sit for the portrait, his newly acquired set of false teeth created a bulge around the mouth and distorted his jawline….
kopie Stuart
de verschillende stadia van mijn kopie

Gilbert Stuart schilderde Washington in 1795 en 1796 in totaal driemaal en maakte op basis van die drie ‘lifeportaits’ in zijn verdere loopbaan meer dan honderd portretten waar hij zeer goed voor betaald kreeg. Wanneer het waar is dat het portret de spiegel van de ziel is, heeft Stuart dus driemaal de gelegenheid gehad om in Washington‘s ziel door te dringen. De relatie tussen de eerste president van de Verenigde Staten en Stuart moet niet bijzonder hartelijk zijn geweest. In ieder geval vond de portretschilder Washington tijdens de sessies geen geduldig model. Voor de oud-generaal moet zijn officiële portret een verplicht nummer zijn geweest. Op Stuart’s portretten zie je steeds dezelfde afstandelijke man. Op het bekendste, de zgn. Atheneum, die ook op het ééndollarbiljet staat, lijkt hij net iets ‘vriendelijker’. Washington stierf in 1799, drie jaar nadat hij geportretteerd was.

George Washington
de zgn. ‘Athenaeum’ George Washington door Gilbert Stuart bekend van het dollarbiljet
Each of Stuart’s portraits of Washington (about one hundred in all) is based on one of three life portraits. Washington first sat for Stuart in 1795, but the result of that early session, a portrait showing Washington facing right, is known only through replicas that are identified as the Vaughan type (named for the first owner of one of the replicas). That first portrait was so successful that Martha Washington commissioned Stuart to paint a pair of portraits of her and her husband for their Virginia home, Mount Vernon. Stuart began what would become his most reproduced image, a depiction of Washington facing left, now called the Athenaeum portrait for the Boston library that acquired it after Stuart’s death. Although he never finished the original itself, he used it throughout his career to make approximately seventy-five replicas, and the image––carefully built up with contrasting flesh tones––is one of Stuart’s most accomplished portraits. Creating it was not an easy task; when the president came to sit for the portrait, his newly acquired set of false teeth created a bulge around the mouth and distorted his jawline.
 
In 1796 the president sat a third time. This full-length canvas envisions Washington in the role of civilian leader, in a formal black velvet suit rather than his military uniform. The portrait is known as the Lansdowne because it was commissioned as a gift for the Marquis of Lansdowne. The composition, which reflects Stuart’s knowledge of European state portraiture, includes objects symbolic of Washington’s illustrious military and civil leadership, while his oratorical pose, with hand extended, refers, according to contemp- oraries, to his recent speech to Congress. The image was celebrated in America and England upon its completion, and Stuart was commissioned to paint several replicas.
 
Bron: nga.gov
George Washington
George Washington at Princeton (detail)
door Charles Peale Polk. Vergeleken bij Stuart is Peale Polk een derderangs schilder, maar zijn Washington oogt wéll ontspannender zonder kunstgebit. Peale Polk schilderde Washington nooit naar het leven en zijn portret is eigenlijk meer een karikatuur.

George Washington [ en.wikipedia.org ] | Gilbert Stuart [ en.wikipedia.org ]

Old Amsterdam

De eerste foto’s van Amsterdam 1845-1875
Stadsarchief Amsterdam 2 april tot 27 juni 2010

Een paar jaar geleden schreef ik hier iets over de Amsterdamse stadsfotografen Jacob Olie en Johannes Leendert Scherpenisse die de stad zo’n honderd jaar geleden op de gevoelige plaat vastlegden. Met de tenstoonstelling De eerste foto’s van Amsterdam 1845-1875, die vandaag opent in het Stadsarchief Amsterdam, keren we nog eens een halve eeuw verder terug in de tijd. De vijftien foto’s die de Engelse landschapsfotograaf Benjamin Brecknell Turner in 1857 van onze hoofdstad maakte, vormen het hart van deze tentoonstelling.

Singel bij Lutherse kerk 1857
Singel bij Lutherse kerk 1857
in 1857 barstte het van de bedrijvigheid in Amsterdam, maar op de foto’s van Benjamin Brecknell Turner is de stad uitgestorven

Anders dan de opnamen van Olie en Scherpenisse tonen zijn beelden een ontvolkte hoofdstad. Dat had te maken met de sluitertijd die in die dagen van enkele minuten soms wel kon oplopen tot een half uur. Weg mensen, een enkele honkvaste bedelaar of schoenpoetser daargelaten. In het kader van deze tentoonstelling zijn in het centrum grote reproducties van zijn foto’s geplaatst waarlangs een wandeling is uitgezet. Deze is ook online te volgen

Het Stadsarchief Amsterdam organiseert van 2 april t/m 27 juni 2010 de tentoonstelling „De eerste foto’s van Amsterdam 1845-1875„. Uit eigen bezit en collecties in binnen- en buitenland is het mooiste wat er uit deze periode bewaard is gebleven bij elkaar gebracht. De tentoonstelling geeft een breed overzicht van de erfenis aan foto’s die in het derde kwart van de negentiende eeuw van Amsterdam zijn gemaakt. De tentoonstelling is het resultaat van jarenlang onderzoek en het is voor het eerst dat de opnamen als een „ensemble„ worden gepresenteerd. Niet eerder is de relatie tussen het „nieuwe medium„ fotografie en de topografische werkelijkheid op deze wijze aan de orde gesteld.
 
Bron: stadsarchief.amsterdam.nl

Uitzicht op Muntsluis. Rechts: ingang Reguliersbreestraat. Rechthebbende: Rijksmuseum AmsterdamEduard Isaac Asser
De eerste foto’s van Amsterdam zijn waarschijnlijk omstreeks 1840 gemaakt, kort na de „ontdekking van de fotografie„ in 1839 van de Fransman Louis Daguerre. Helaas zijn deze mysterieuze opnames niet bewaard gebleven. De oudste foto’s van Amsterdam dateren uit 1845: het zijn beelden van de Reguliersbreestraat en het logement Rondeel (waar nu Hotel L„Europe staat), gemaakt door de Amsterdamse advocaat en fotograaf Eduard Isaac Asser.
Bron: amsterdam.nl

stadsarchief.amsterdam.nl

smakeloze stijlenbrij

eclecticisme – negentiende eeuwse neo-stijlen

victoriaanse meubelDe stijlperiode tussen ‘Biedermeier’ en vóór Berlage wordt in Nederland wel eens met De Lelijke Tijd aangeduid. Het is de periode van het historisme (1835-1895). Daarin worden historische stijlen zoals rococo of gotiek geïnterpreteerd en gecombineerd tot een uitbundige – typisch 19de eeuwse – stijl.

Om ‘de kaalslag’ van het modernisme na de Eerste Wereldoorlog te kunnen begrijpen, zou je je eigenlijk eerst moeten ‘opsluiten’ in de negentiende eeuw. De regeerperiode van koningin Victoria (1837-1901) viel samen met het historisme, vandaar dat we deze tijd meestal het Victoriaanse tijdperk noemen. Maar we zouden het ook het tijdperk van Franz Jozef kunnen noemen. Deze was van 1848 tot 1916 keizer van Oostenrijk-Hongarije. Je hoeft maar naar films van D.W.Griffith te kijken om te weten dat de gezwollenheid van de negentiende eeuw tijdens de Eerste Wereldoorlog nog steeds niet echt was doorgeprikt. Maar na 1920 ging het ineens hard: het Russische constructivisme, het Bauhaus en De Stijl sloegen met hun sloophamers de negentiende eeuwse bombast aan barrels. De moderne twintigste eeuw moest nuchter, strak en zakelijk zijn.

victoriaanse meubel

In de winter van 1995 was er in het Rijksmuseum de tentoonstelling De Lelijke Tijd te zien met kunstnijverheid uit de periode 1835-1895. Ik heb die helaas niet gezien, maar wanneer ik op Google Images zoek op “Victorian furniture” dan haal ik al die lelijkheid weer ruimschoots in. Een bezoek aan Huis Doorn volstaat ook. De laatste Duitse keizer staat immers bekend om zijn bedorven smaak. Ook de Franse keizer Napoleon III leed aan ‘stijl-boulimie’. Zo is de Opéra Garnier die onder Napoleon III gebouwd werd exemplarisch voor de neo-barok van het Tweede Keizerrijk. De neo-barok werd tot in de twintigste eeuw toegepast, van Duitsland (waar het de Wilhelminischer Stil genoemd werd met o.a. Reichstag, Bodemuseum, Berliner Dom) tot de Verenigde Staten (Philadelphia City Hall en Singer Building in New York).

Philadelphia City Hall
Philadelphia City Hall werd gebouwd tussen 1871 en 1901 in de neo-barok stijl. Van 1901 tot 1908 was de 167 meter hoge toren het hoogste bewoonbare bouwwerk ter wereld.
Singer Building in 1908
het Singer Building in New York met Mansarde dak in aanbouw, ca. 1908. Een jaar lang (tot 1909) was dit het hoogste gebouw ter wereld. Het was zowel van van buiten als van binnen in Second Empire Baroque. Maar in 1968 ging de potsierlijke 187 meter hoge wolkenkrabber onder de sloophamer. Het had zestig jaar bestaan…
de lelijke tijd catalogusDe Lelijke Tijd
Voor de negentiende-eeuwse objecten is lange tijd nauwelijks belangstelling geweest, waardoor zij opgeborgen bleven op zolders en in kelders en depots van de musea. In de vorige eeuw keek men graag naar stijlen uit het verleden en verwerkte daar elementen uit. De twintigste eeuw zette zich tegen dergelijke mengvormen af. Het museum spreekt over originele en verbazingwekkende meesterwerken, maar wil de bezoeker vooral in staat stellen een eigen oordeel te vormen. Meubelen en zilver staan centraal op de tentoonstelling, omdat Nederland juist op deze gebieden veel heeft ge presteerd. Keramiek werd veelal uit het buitenland geïmporteerd of naar Engels voorbeeld gekopieerd. De eerste neo-stijl die in de negentiende eeuw veel toepassing vond, was de neo-gothiek. Op de tentoonstelling zal onder meer een neo-gothische zilverkast van koning Willem II te zien zijn, evenals de troonzetel die hij bij zijn inhuldiging in 1840 gebruikte.
 
victoriaanse meubelOok zullen rijk versierde ‘tentoonstellingsstukken’ worden geëxposeerd die speciaal gemaakt werden voor nijverheids- en wereldtentoonstellingen. In de tweede helft van de negentiende eeuw was het scala van stijlen waaruit men putte enorm, zoals op de expositie moet blijken. Daarin wordt een belangrijke plaats ingeruimd voor Pierre Cuypers, de architect van het Rijksmuseum. Hij was niet alleen de bouwmeester bij de herbouw van kasteel De Haar bij Utrecht, en ontwerper van talloze gebouwen (kerken, stations, huizen) maar ontwierp ook de interieurs en de meubelen en ornamenten. Een selectie daarvan is in ‘De Lelijke tijd’ te zien.
 
Bron: trouw.nl
KMMA Tervuren
Ook in Belgiëen in Nederland werd aan het begin van de twintigste eeuw nog in historische stijlen gebouwd. Het Africamuseum in Tervuren van de Franse architect Charles Girault en het Vredespaleis in Den Haag van Louis M. Cordonnier ook een Franse architect, werden na 1900 gebouwd en resp. in 1910 en 1913 voltooid. Beide gebouwen staan er nog …

De Lelijke Tijd [ volkskrant.nl ] | eclecticisme [ nl.wikipedia.org ]