Ruim een halve eeuw voordat Jan Willem Pieneman zijn schilderij van de Slag bij Waterloo voltooide, maakte de Amerikaanse schilder Benjamin West een soortgelijk schilderij over een andere historische veldslag, de Slag bij Quebec. In Nederland is deze slag niet zo bekend, maar de Engelsen en Fransen en zeker de Canadezen en de Amerikanen weten deze slag moeiteloos te plaatsen in de Zevenjarige Oorlog. Deze oorlog werd niet alleen in Europa uitgevochten tussen Pruisen en Oostenrijk (met Sileziëals inzet) maar juist ook in Noord-Amerika. Engeland dat Pruisen steunde in zijn strijd tegen Oostenrijk, Frankrijk en Rusland, voerde de oorlog vooral op zee en overzee, met name in Noord-Amerika. Een van de veldslagen in de Zevenjarige Oorlog was de Slag bij Quebec in 1759. In 1763 kwam aan de oorlog een eind en sloten Engeland en de Frankrijk de Vrede van Parijs waarbij de Fransen Canada en alle gebieden ten oosten van de Mississippi moesten opgeven. Vijftien jaar later zou Frankrijk zich wreken op Engeland door de Amerikaanse kolonisten militair te steunen in de Amerikaanse onafhankelijkheidsoorlog (1774-1783).

door Benjamin West
Robert Hughes in Amerikaanse visioenen, blz 74

Benjamin Wests schilderij hangt in de National Gallery of Canada (Musée des beaux arts du Canada) in Ottawa. West was niet de enige die het tafereel schilderde. Edward Penny schilderde zeven jaar eerder al de sterfscene van de Engelse generaal. Maar Benjamin West maakte er in 1770 pas een echt meesterwerk van.

door Edward Penny
Bron: cmhg-phmc.gc.ca
The Battle of Quebec | The Death of General James Wolfe at Quebec


Over vier jaar zullen er twee grote herdenkingen zijn. Het zal dan honderd jaar geleden zijn dat de Eerste Wereldoorlog begon en nog eens honderd jaar eerder het 
Jan Willem Pieneman werkte jaren aan ‘Waterloo‘. In de jaren 1819-1821 was hij verschillende malen langdurig bij de hertog van Wellington te gast om portretstudies van Wellington en diens officieren te maken. Op het schilderij zijn 69 personen herkenbaar. Het enorme schilderij was in 1824 af. Koning Willem I kocht het voor zijn zoon. Het zou komen te hangen in diens Brusselse paleis. Maar voor het daarheen verhuisde, werd het tentoongesteld in Amsterdam, Gent, Brussel en Londen. Pieneman verdiende daar – bovenop de verkoopsom van veertigduizend gulden – nog eens vijftigduizend gulden extra mee: een vermogen toentertijd.














