Categorie archief: geschiedenis

wereldbeeld & geschiedenis [ 6 ]

de zeventiende eeuw – een geschilderde plattegrond van Amsterdam (1660)
als vroege voorloper van de satelliet weergave in Google Maps

Met een kaart plaatsen we ons tegenover de ruimte zodat we de illusie hebben dat we niet meer afhankelijk zijn van de ruimte. Dus hebben we nu ook een navigatiesysteem in onze auto. We hoeven niemand meer de weg te vragen want we vinden het nu ‘zelf’ wel. Overzicht over de ruimte geeft zelfstandigheid en macht. In het Amsterdams Historisch Museum hangt een prachtig schilderij van Jan Christiaen Micker uit 1660. Het is Amsterdam in vogelvlucht en is voor die tijd heel opmerkelijk. Het is geen gewone stadskaart maar een realistisch geschilderde plattegrond. De wolken die hun schaduw over de stad werpen , zijn in het schilderij zelf niet aanwezig. Zo wordt degene die de plattegrond leest, als het ware in de werkelijkheid van de kaart opgesloten omdat de wolken en de kaartlezer zich in dezelfde ruimte schijnen te bevinden.

Jan Christiaen Micker
Jan Christiaen Micker
Vogelvluchtgezicht van Amsterdam, ca.1660
Doek, 100 x 137 cm
Amsterdams Historisch Museum
In dit eigenaardige werk probeert Jan Christiaen Micker de grafische aard van de kaart aan de weerspiegelende kwaliteiten van een schilderij te koppelen: de lijst met markante punten rechts onderaan werpt een schaduw over de zee, maar wat nog meer opvalt zijn de geschakeerde lichttinten die de stad krijgt door de schaduw van onzichtbare wolken. Micker laat een ambitie zien die tevens een picturaal probleem opwerpt. ( … ) Hij verlaagt de horizon, en breidt de lucht zodanig uit dat ze ook de wolken omvat die op Mickers geschilderde kaart wel hun schaduwen werpen maar niet aanwezig zijn.
 
Bron: Svetlana Alperts, de kunst van het kijken, Bert Bakker 1989, blz. 193

Bovenstaande beschrijving komt uit The Art of Desribing, Dutch Art in the Seventeenth Century (1983) van Svetlana Alperts. Zij beschouwt de Hollandse schilderkunst uit de zeventiende eeuw als een typische uitdrukking van de (vroege) Verlichting. In de Hollandse schilderijen uit de Gouden Eeuw komen we vaak landkaarten tegen, denk maar aan de interieurs die Vermeer heeft geschilderd. Maar ook was men gefascineerd door lenzen en stillevens werden met grote precisie nageschilderd, alsof de schilder er met de loep bovenop gezeten had. Deze extraspectie, de drang om de buitenwereld te beschrijven en in kaart te brengen heeft sinds de Renaissance de Westerse cultuur omhoog gestuwd. Google Maps komt er rechtstreeks uit voort. Iedereen kan nu met een laptop vanuit zijn luie stoel de wereld tot op de vierkante meter bereizen. Het volmaakte overzicht, zo lijkt het…

Jan Christiaen Micker
detail van schilderij en satellietbeeld van Google

Amsterdams Historisch Museum | maps.google.nl

wereldbeeld & geschiedenis [ 5 ]

de vijftiende eeuw – de verzoening tussen nabijheid en verte (2)
Pietro Perugino portret van Francesco delle Opere, 1494 en Quentin Massys portret van een kanunnik, ca. 1510-1520
Van alle Artefacten is het landschap ( … ) bevoorrecht, omdat het de vorm van een cultuur onmiddellijker ervaarbaar maakt dan welk ander kunstwerk: een landschap is de zichtbaar afgebeelde vorm van een cultuur op een bepaald moment. Een geschilderd landschap is als afgebeelde vorm van een cultuur explicatio culturae, zelfuitleg en zelfafbeelding van een cultuur. De zelfafbeelding van de cultuur als landschap is in de Europese geschiedenis betrekkelijk recent; pas vanaf de veertiende eeuw wordt op de achtergrond van Italiaanse en Vlaamse triptieken zoiets zichtbaar als een landschappelijk verschiet. Gewoonlijk dient dit uitzicht op een horizon als achtergrond van gebeurtenissen uit het leven van de zaligmaker of zijn heiligen, of ook als entourage van een portret, zoals bij het bekende portret van de hertog van Urbino door Piero della Francesca.
 
Omstreeks 1450 heeft deze aanvankelijk slechts toegevoegde achtergrond zich zodanig kunnen uitbreiden dat het het hoofdthema van het schilderij is geworden: vanaf dit tijdstip zal er in de westerse schilderkunst een apart genre bestaan dat „landschap„ heet, en dat geleidelijk steeds in belangrijkheid zal toenemen.
 
Bron: Filosofie van het Landschap
Perugino
detail van portret door Pietro Perugino 1494
Een geschilderd landschap is als afgebeelde vorm van een cultuur explicatio culturae, zelfuitleg en zelfafbeelding van een cultuur.

Ton Lemaire

Massys
detail van portret door Quentin Massys 1520

Filosofie van het Landschap

wereldbeeld & geschiedenis [ 4 ]

de vijftiende eeuw – de verzoening tussen nabijheid en verte (1)

In de geschiedenis van de landschapsschilderkunst zien we de ruimte door de tijd heen tevoorschijn komen. In de vijftiende eeuw gaan schilders hun werk signeren, ontstaan de eerste portretten met individuele kenmerken en ook de eerste landschappen. Dat alles komt voort uit een nieuw zelfbewustzijn waarbij de mens niet langer zoals bij de Middeleeuwse mens in tijd en ruimte geworpen is, maar gaat nu als een zelfbewust wezen zélf zijn positie kiezen. De wetenschappelijke cartografie is een expliciete daad om zichzelf bewust tegenover de ruimte te plaatsen. Het is alsof de Middeleeuwse mens wakker wordt en zich tegenover de wereld plaatst zoals we dat allemaal doen wanneer we ‘s morgens wakker worden. In de ontwikkeling van het landschap in de schilderkunst kunnen we zien hoe de mens naar de ruimte kijkt die hem aan alle kanten omgeeft. In de schilderkunst van de Middeleeuwen was nog helemaal geen sprake van een ruimte op het platte vlak. Vaak was de achtergrond verguld of was er een ondiepe ruimte waarin de verte ontbrak. Wanneer er al een landschappelijke achtergrond geschilderd werd, was dat altijd een idee van een landschap, zoals we op iconen aantreffen.

de ontwikkeling van het landschap 1300-1450
de ontwikkeling van het landschap tussen 1300 en 1450 in Italiëen Vlaanderen
met de klok mee: Duccio (detail, 1308), Giotto (1305), Gebroeders van Limburg (1410), Jan van Eyck (detail, 1435)

Giotto is de eerste schilder geweest die de platte ruimte openbreekt en zijn figuren vrijstaand in een ondiepe ruimte plaatst. Vergeleken bij de schilderkunst van de Renaissance oogt Giotto nog plat en primitief, maar vergeleken bij de traditionele icoon is het een eerste stap in de richting van de ruimtelijke illusie. Honderd jaar na Giotto, omstreeks 1410 zijn het de gebroeders van Limburg die weer een volgende stap zetten en weer iets later Jan van Eyck en de Vlaamse Primitieven. Van Jan van Eyck zijn het landschap in de Aanbidding van het Lam God’s en het doorkijkje in De Madonna met kanselier Rolin (1435) prachtige voorbeelden van vroege Vlaamse landschapsschilderkunst. Voorgrond en achtergrond hebben dezelfde scherpte alsof Van Eyck door een vergrootglas de wereld bekeken heeft en minitieus heeft naschilderd.

Rogier van der Weyden
Rogier van der Weyden
Maria Magdalena (detail) ca. 1450
Louvre, Parijs

Ton Lemaire schrijft in Filosofie van het Landschap over de verzoening van nabijheid en verte in het vijftiende eeuwse schilderij. Ook bij het schilderij van Maria Magdalena door Rogier van der Weyden zien we hoe de uitersten in hetzelfde vlak verenigd worden. Het atmosferische perspectief (de blauwe verte) dat de dieptewerking versterkt, wordt al aarzelend toegepast.

Dit probleem van de verzoening van nabijheid en verte – dat de Middeleeuwen niet kenden – is specifiek modern. In een wereld die plotseling zich van haar bijziendheid had bevrijd om ontdekkingsreiziger te worden en zelfs met verrekijkers de hemel af te zoeken, was de vertrouwde nabijheid in onzekerheid, in een crisis gebracht die moest worden opgeheven. Een van de meest toegepaste technieken was de verdeling van de afgebeelde ruimte in drie stroken die vaak door verschillende kleuren werden aangegeven: op de meestal bruin weergegeven voorgrond volgde een groene middenstrook, terwijl het verschiet gewoonlijk blauw kreeg als kleur van de oneindigheid. Een andere oplossing was de veduta: een uitzicht op de verte vanuit een venster, waardoor de buitenwereld in verband kon worden gebracht met de beslotenheid van een binnenruimte. Talloos zijn, ook bij de Vlaamse primitieven, de voorbeelden van deze techniek, waardoor de middeleeuwse ruimte als het ware terloops een blik werpt op de grote wereld, maar zich nog niet overgeeft aan de fascinatie van de verte.
 
Bron: Filosofie van het Landschap
Jan van Scorel
Jan van Scorel
Maria Magdalena (detail) 1530
Rijksmuseum, Amsterdam

Jan van Scorel schilderde deze Maria Magdalena zo’n tachtig jaar na Rogier van der Weyden. De nabijheid en de verte zijn overtuigender samengebracht en de ruimte(lijke illusie) heeft al meer van zichzelf prijsgegeven.

Landschappen zijn niets
anders dan bedrieglijke beelden
waarbij men de eigen ogen
met eigen toestemming
en hulp als het ware
voor de gek houdt
met een complot dat
men zelf heeft gesmeed

Edward Norgate

Filosofie van het Landschap