Categorie archief: geschiedenis

Willem

twee weken geleden bezochten we Potsdam en Berlijn

ikzelf als Wilhelm II“Willem achtervolgt ons” fluisterde Michaela in mijn oor toen we op de lange promenade door Park Sansouci naar het Neues Palais liepen dat maar niet dichterbij wilde komen. Toen ik omkeek moest ik haar gelijk geven. Precies vier weken geleden liepen we in het park van Huis Doorn waar Wilhelm II in 1941 stierf en alweer 68 jaar begraven ligt. Nu liepen we naar het Neues Palais waar hij in 1859 ter wereld kwam. Het Neues Palais werd onder Frederik de Grote gebouwd na het einde van de Silezische oorlogen (1763-1769). De sombere gesloten cilinder met guirlandes die het paleis bekroont, geeft het gebouw eerder het aanzien van een mausoleum dan van een paleis.

als Wilhelm II voor het Neues Palais in Potsdam waar de laatste Duitse keizer werd geboren
Neues Palais
Nach dem Tod Friedrichs des Großen im Jahr 1786 wurde das Neue Palais nur noch selten bewohnt oder für größere Festlichkeiten genutzt. 1859 bezog Kronprinz Friedrich Wilhelm, der spätere Kaiser Friedrich III., das Barockschloss mit seiner Familie. Während der nur 99 Tage dauernden Regierungszeit – vom 9. März bis 15. Juni 1888 – erhielt das Palais vorübergehend den Namen Schloss Friedrichskron. In dieser Zeit wurde ein Wassergraben zugeschüttet, der um das Palais herumführte, und einige Modernisierungsmaßnahmen ergriffen, die sein Sohn Wilhelm II. fortführte, wie die Installation einer Dampfheizung, elektrisches Licht, Badezimmer und Toiletten in den einzelnen Quartieren sowie 1903 ein Fahrstuhl im Nordtreppenhaus. Bis 1918 blieb das Palais für den letzten deutschen Kaiser und seine Gemahlin Auguste Viktoria bevorzugte Residenz.
 
Bron: de.wikipedia.org
Neues Palais
Neues Palais (1763-1769)

Wat hebben wij toch met de laatste Duitse keizer? Echt sympathiek kunnen we hem eigenlijk niet vinden, zeker niet nadat hij op 1 augustus 1914 Rusland de oorlog had verklaard en twee dagen later de Russische bondgenoot Frankrijk. Was hij daarmee niet direct verantwoordelijk voor de wereldbrand die volgde en die uiteindelijk 10 miljoen mensenlevens zou kosten? En indirect voor de 50 miljoen doden van de Tweede Wereldoorlog? Vanaf het balkon van het Berliner Stadtschloss schuin tegenover de Berliner Dom had hij op 31 juli 1914 zijn volk toegesproken en opgeroepen massaal in de Dom te gaan bidden voor het dappere Duitse leger dat nu ten strijde zou trekken. Een dag later hield hij een tweede balkonrede.

31. Juli 1914
de balkonrede van keizer Wilhelm II

Berliner DomEen kerk kan ik de Dom van Berlijn eigenlijk niet noemen, evenmin als zijn grote voorbeeld, de Sint Pieter in Rome. Voor gewijde architectuur vind ik de gezwollen barok te patserig. Maar als monument van trots nationalisme zou je deze pompeuze stenen berg zeer geslaagd kunnen noemen. De Berliner Dom maakt samen met de al even bombastische Reichstag deel uit van een bouwproject onder Wilhelm II, waarmee hij Berlijn wilde opstoten in de vaart der volkeren. Wilhelm II koos in navolging van Napoleon III voor de neo-barok, een stijl die het opgeblazen ego van keizers uitstekend belichaamt. In 1894 werd aan de bouw van de dom begonnen en in 1905 werd het monstrum gewijd. Veertig jaar later zou de kolos zwaar gehavend de Tweede Wereldoorlog overleven, te log om door bombardementen weggevaagd te worden. Pas in 1975 werd begonnen met de restauratie van de Berliner Dom die in 1992 werd afgesloten. De laatste keizer heeft de vernietiging van zijn geliefde Berlijn niet meer mee hoeven te maken.

Berliner Dom
in het portaal van de Berliner Dom staat nog een bord met kogelgaten van beschietingen tijdens de Slag om Berlijn, april – mei 1945

Neues Palais in Potsdam | Berliner Dom

‘grandioze troosteloosheid’

de woestijnervaring van een ‘ongelovige pelgrim’
Pierre Loti over zijn reis door de Sinaï (1895)

Pierre LotiAan het einde van de negentiende en het begin van de vorige eeuw maakte de Franse schrijver Pierre Loti lange reizen naar het Oosten: Sinaï en Palestina (1895), Brits-Indië(1902), China (1903) en Perzië(1904). Van zijn eerste reis deed hij verslag in drie delen Le Désert, Jérusalem en La Galilée. Deze zijn in het Duits vertaald en Michaela gaf mij op mijn verjaardag de eerste twee delen (Die Wüste en Jerusalem). Vooral het eerste deeltje dat loopt van 22 februari tot 25 maart 1895 is voor mij interessant, omdat Loti daarin vertelt over zijn reis door de Sinaï en zijn verblijf in het heilige Catherinaklooster aan de voet van de berg waaraan het schiereiland haar naam te danken heeft. De Arabieren noemen deze berg eenvoudig de djebel moesa (‘de Berg van Mozes’). Ik maakte als pelgrim in oktober 2007 met een groep orthodoxe christenen een reis naar deze heilige plaats. Het was heerlijk nazomerweer en dat betekent in de Sinaï nog altijd temperaturen van dertig graden of zelfs nog hoger. Piere Loti reisde van 22 februari tot 3 mei 1895 door de Sinaï en het Heilig Land.

Catherina klooster
Catherinaklooster Sinaï
hier in 2007 gefotografeerd, maar sinds 550 wezenlijk niet veranderd

Op de Sinaï lag sneeuw en in het klooster was het toen bitter koud. Maar de woestijn en de berg moeten er in 1895 net zo hebben bijgelegen als in 2007 of als in de dertiende eeuw voor Christus toen Mozes van God op deze afgelegen maar heilige plaats de Wet ontving. Als een scherp waarnemer schildert Loti met woorden zijn woestijnervaring, bijvoorbeeld het vallen van de avond in woestijn zoals hieronder:

Sobald die Zelte aufgeschlagen sind, verstreuen sich unsere von ihrer schweren Last befreiten Kamele um das Lager auf der Suche nach spärlichem Ginster; unsere Araber, auf der Suche nach trockenem Reisig zum Feuermachen, gleichen Hexen in langen Röcken, die abends Kräuter für ihre Zaubergetränke zusammenlesen. Und für eine Nacht bringt unsere kleine Nomadenstadt den Schein von Leben an diesen verlassenen Ort, wohin sie niemals mehr kommen und wo morgen wieder Totenstille herrschen wird.
 
Je tiefer die Sonne sinkt, um so gradioser wird die Trostlosigkeit dieses Ortes. Ein riesiger Kessel, den verschüttete Stadte zu umgeben scheinen; ein Wirrwarr an umgestürtzten, zerborstenen Dingen, an Spalten und Hohlen. Und das Ganze – wie unsere Kamele, wie unsere Beduinen, wie der Erdboden und wie alles andere – ist von aschgrauem oder warmem braunen Farbton, der ewige Hintergrund, der neutrale und doch so intensive Hintergrund, auf dem de Wüste ihren Lichtzauber verbreitet.
 
Jetzt naht die Stunde des Sonnenuntergangs, die zauberische Stunde; auf den fernen Gipfeln zeigt sich für flüchtige Minuten glühendes Violett und flammendes Rot; alles scheint Feuer in sich zu bergen.
 
Jetzt ist die Sonne verschwunden, und obwohl sich alles verdunkelt, glimmt ein Feuer unter dem Aschgrau und dem Braun, den wirklichen Farben der Dinge, weiter. Dann ein Schauder, und plötzlich sinkt die Kälte herab, die unvermeidliche Abendkälte der Wüste.
 
uit: Pierre Loti, Die Wüste (1895) Deutscher Taschenbuch Verlag 2002, blz. 23
Catherina klooster
het Catherinaklooster zoals ik het in 2007 zag – 112 jaar nadat Pierre Loti er verbleef

Loti die zijn reis als ‘een pelgrimage van een zoekende’ beschouwt, is meer geïnteresseerd in zijn zieleroerselen dan in religie. Hoewel in zijn aanbevelingsbrief in het Arabisch staat dat hij de islam vereert, noemt hij zichzelf ‘een ongelovige’. De brief die door een zekere Omar is geschreven om vijandige bedoeïnenstammen gunstig te stemmen is dan ook geen geloofsbrief maar een diplomatenbrief. Op zondag 25 maart, na zijn reis door het schiereiland komt Loti in Gaza aan. Het is dan Pasen 1895. Was hij maar een paar dagen vroeger geweest, dan had hij in de Heilige Grafkerk in Jeruzalem misschien getuige kunnen zijn van het wonder van het paasvuur. Maar de ‘ongelovige pelgrim’ vindt daarna, tijdens zijn reis door het Heilige Land juist alleen maar meer twijfel in zijn ziel. Loti is eigenlijk al een typische twintigste eeuwer; een zoeker met een onvermogen om te vinden en daardoor met zijn eigen wanhoop geconfronteerd raakt. Evenals Nietzsche spreekt hij als een profeet van het nihilisme over de toekomst:

Het gevoel dat alles meer dan ooit aan het wankelen is,
dat de goden verslagen zijn,
dat Christus gestorven is
en dat niets onze afgrond meer verlichten kan, heeft zich nu
meer dan tevoren bevestigd

Pierre Loti, 1895

Zijn reisdagboek besluit hij met de profetische woorden:

Duidelijk zien we een troosteloze toekomst voor ons; duistere tijden zullen komen wanneer de hemelse visioenen vervlogen zijn, tiranieke, gruwelijke democratieën en de ongelukkigen zullen niet eens meer weten wat bidden is.”

Pierre LotiPierre Loti (pseudonym of Julien Viaud), born January 14, 1850 in Rochefort, Charente-Maritime and died June 10, 1923 in Hendaye, was a French novelist and naval officer. Loti’s education began in Rochefort. At the age of seventeen he entered the naval school in Brest and studied on Le Borda. He gradually rose in his profession, attaining the rank of captain in 1906. In January 1910 he went on the reserve list.
 
Bron: [ en.wikipedia.org ]

Sinaï [ nl.wikipedia.org ]

de langste dag

D-Day van Antony Beevor is in het Nederlands vertaald

Beevor, D-DayD-Day is vandaag 65 jaar geleden. Er is over de landing in Normandië al een bibliotheek volgeschreven. Toch heeft de Britse historicus Antony Beevor het aangedurfd een nieuw boek over D-Day te schrijven. Maar komt hij ook met nieuwe feiten en nieuwe interpretaties? Antony Beevor is toch wel iemand van wie je dat mag verwachten. Hij schreef al twee bestsellers over de Slag om Stalingrad en de Slag om Berlijn en vooral dat laatste boek bevatte veel nieuws omdat Beevor na het einde van de Sovjet Unie in de jaren negentig als een van de eerste toegang werd gegeven tot de archieven in Moskou. Ook wanneer dit boek weinig nieuws zou bevatten, blijft het een ervaring om Beevor‘s toegankelijke, beeldende en nauwgezette stijl te volgen.

Beevor, D-Day„Nooit eerder in de oorlogsgeschiedenis,„ schreef Stalin aan Churchill, „heeft zo„n onderneming plaatsgevonden.„ Het was inderdaad verreweg de grootste vlootinvasie ooit vertoond. De deelnemers aan de invasie over Het Kanaal – soldaten, zeelieden, piloten – zullen het beeld nooit vergeten, net zo min als de verraste Duitse verdedigers aan de Normandische kust. De schaal van de onderneming en de nauwgezette planning waren zonder precedent, maar hoewel de bruggenhoofden relatief snel waren aangelegd, was de volgende fase van de strijd veel moeilijker dan verwacht. Het Normandische heggenlandschap was ideaal voor de verdediging, en de Duitsers, in het bijzonder de divisies van de Waffen-SS, vochten meedogenloos voor hun laatste kans. Aan de hand van nooit eerder gebruikt materiaal uit meer dan dertig archieven in zes landen laat Antony Beevor zien hoe de Britse, Canadese en Amerikaanse troepen verzeild raakten in gevechten waarvan de hevigheid die van het Oostfront evenaarde. Het aantal slachtoffers groeide, evenals de spanning tussen de leiders aan gene zijde. Franse burgers raakten ongewild verstrikt in de gevechten en kregen groot leed te verduren. Zelfs de vreugde om de bevrijding had een keerzijde. De oorlog in Noord-Frankrijk drukte niet alleen een stempel op een generatie, maar op de hele naoorlogse wereld en had een bepalende invloed op de verhouding tussen Amerika en Europa. Net als in zijn eerdere bestsellers over Stalingrad en de bevrijding van Berlijn, maakt Antony Beevor de werkelijke ervaring van oorlog voelbaar.
 
Bron: amboanthos.nl

antonybeevor.com