Categorie archief: geschiedenis

ding dong

tentoonstelling 60 jaar langs de deur met kinderpostzegels
Museum voor Communicatie in Den Haag, 05.09.08 t/m 31.08.09

Wie is er niet langs de deur geweest met kinderpostzegels? In 1923 besluit Nederland in navolging van de Pro Juventute zegels uit Zwitserland als tweede land ter wereld postzegels in te voeren met een toeslag ‘voor het misdeelde kind‘. De eerste serie wordt in 1924 uitgegeven en brengt 51.000 gulden op. Een jaar later wordt het Nederlands Comité voor Kinderpostzegels (NCK) opgericht. In 1948 komt onderwijzer G. Verheul uit Waarder op het idee met kinderpostzegels langs de deur te gaan. Het jaar daarop wordt de kinderpostzegelactie landelijk ingezet. Begin jaren ’70 ging ik zelf met de kinderpostzegels langs de deur. Een velletje kostte toen een knaak, maar door de stijgende inflatie werd het aantal zegels in 1973 teruggebracht tot zes en dat is tot op de dag van vandaag zo gebleven. wéll zijn de prijzen veranderd. Tegenwoordig moet je minimaal 2 velletjes aan de deur bestellen die samen 7,92 Euro kosten.

kinderpostzegels

1. Jan Sluyters, 1928
2. Gerard Kiljan, 1931
3. Eva Besnyö en Wim Brusse, 1947
4. Cas Oorthuis en Mart Kempers, 1951
5. William Graatsma en Jan Slothouber, 1970
6. Charlotte Mutsaers, 1987
7. Max Velthuijs, 1998
8. Fiep Westendorp en Barbara van Dongen Torman, 1999

In het overzicht van kinderpostzegels.nl kun je alle kinderpostzegels vanaf 1924 bekijken.

Bron: iconenvandepost.nl

In september 2008 is het precies 60 jaar geleden dat kinderen voor het eerst kinderpostzegels aan de deur verkochten. Tegenwoordig gaan meer dan 200.000 kinderen uit groep 7 en 8 er jaarlijks op uit. De tentoonstelling geeft een kleurrijk overzicht van de kinderpostzegels en hun ontwerpproces, met werk van bekende kunstenaars, fotografen en illustratoren als Cas Oorthuys, Dick Bruna en Fiep Westendorp.
 
Bron: muscom.nl

kinderpostzegels.nl

all in the family

gisterenavond op ned. 2: Andere Tijden
gezien ons eigen leven familiefilms 1920-1980

jaren 50 in kleurRuim drie jaar geleden werd in het geschiedenismagazine Andere Tijden een special uitgezonden met filmopnamen van de jaren vijftig in ons land. Bloemencorso’s, Juliana en Bernhard bij bosnegers, broodtrommels op de bagagedrager, rokende kinderen en de feestelijke entree van de Philips hoogtezon. Op zich niet heel bijzonder, want het zijn typische onderwerpen uit de bekende Polygoon filmjournaals. wéll bijzonder was dat alles in kleur gefilmd was en dat is zeldzaam voor ons land waar tot in de jaren zeventig in zwartwit gefilmd werd. Het maakte mij er ook weer van bewust hoe beeldvorming eigenlijk werkt. Na deze gedenkwaardige special is de redactie van Andere Tijden in archieven met familiefilms gedoken, die zowel in het archief van de NPS als in (provinciale) archieven bewaard worden. Er werd een keuze gemaakt uit tachtig uur filmmateriaal zonder geluid en zonder verhaal. Levende foto’s uit andere tijden, maar tijdloos in alledaagsheid.

In al dat kleine gaat zo ongeveer het grootste schuil dat ons mensen drijft: verzet tegen de tand des tijds. Hoe particuliere beelden, nooit gemaakt voor onze ogen, juist universeel kunnen zijn.
de jaren 50 in kleur
modern leven met de Philips hoogtezon
Er bleken over een periode van zestig jaar grote verschillen te zijn in de manier van draaien en het gedrag van de families voor de lens. In de jaren twintig poseert men voor de filmcamera. Een soort levende foto’s zijn het, waarop de families grenzeloos gefascineerd lijken te zijn door het filmapparaat zelf. Ze presenteren zich trots en op hun paasbest aan de kijkers van de toekomst.
 
In de dertiger jaren druppelt langzamerhand het besef door dat er meer mogelijk moet zijn met dat indrukwekkende ding. Je kunt bijvoorbeeld met een meer of minder geslaagde poging tot humor een scène uit je leven naspelen zonder daarbij persé in de lens te kijken. Of je kan eens een beweging maken van je dochter naar je zoon en vice versa. Nog weer later, vanaf de jaren vijftig, wordt de camera pas echt een middel om iets over het eigen dagelijkse leven vast te leggen. Papa en zijn boormachine op zondag bijvoorbeeld.
 
In de jaren zeventig beginnen de vormexperimenten: in navolging van de toenmalige VPRO-stijl zien we dan enorm close ups van mama’s oog, mond of van het voetje van een pasgeborene. En natuurlijk, er kan ineens in potjes geplast en gepoept worden voor de camera. Ook teennagels lakken of tongzoenen kan in die jaren gewoon op de film: het zijn de jaren waarin we ons bevrijd dachten van „ ouderwetse burgerlijke normen„
 
Bron: geschiedenis.vpro.nl

De volgende delen worden uitgezonden op zondagavond 14, 21 en 28 september.

andere tijden [ geschiedenis.vpro.nl ]

yearning for yesterday

gelezen in Letter & Geest [Trouw]: Henri Beunders over
het mengsel van vooruit en terug
Henri BeundersNostalgie is herinnering, met de pijn eruit verwijderd. Zo omschreef de Amerikaanse socioloog Fred Davis in 1979 het opkomende fenomeen dat hij „yearning for yesterday„ noemde: hunkeren naar gisteren.
 
De golf van nostalgie, die in de jaren zestig begon, lijkt sindsdien tot een tsunami aangezwollen. We worden overspoeld door kostuumfilms, dvd’s over je geboortejaar, door websites als nostalgienet.nl of schoolbank.nl. Herdenkingen, monumenten en populaire marathonuitzendingen als de Top 2000 vallen eronder, evenals de musical en André Rieu. Maar nostalgie beperkt zich niet tot de populaire cultuur alleen. Ook de huidige politiek van „tucht en ascese„ behoort ertoe.
 
Bron: trouw.nl
Nostalgie is herinnering,
met de pijn eruit verwijderd

Fred Davis

Nostalgie wordt meestal verbonden met de psychologische behoefte van het individu tijdens de overgangen van de ene levensfase naar de andere – de rites de passage, van crèche naar basisschool, van vrijgezel naar getrouwd, van pensioen naar bejaardenhuis – om controle te krijgen over „de tijd„. Het verschil met in de toekomst kijken is dat daar angst voor het onzekere bijkomt. Nostalgie is daarvan ontdaan, het kenmerkt zich door (schijn)zekerheden.
 
We hebben als individu nostalgie nodig, als een van de manieren in het eindeloze werk van het construeren, onderhouden en reconstrueren van onze identiteit. We mogen, bij alle veranderingen in en om ons heen, onszelf immers niet verliezen. Omkijken is goed, vanwege die toekomst. We moeten vooruitkijken en achterom.
 
Bron: trouw.nl

publicaties van Henri Beunders [henribeunders.com]