
Henri Farman (1874 – 1958)
werd in Frankrijk geboren als zoon van een Engelse krantencorrespondent. Farman hield zich met schilderen bezig aan de École des Beaux Arts, maar kreeg al snel interesse voor de nieuwe mechanische uitvindingen die tegen het eind van de 19e eeuw gedaan werden. Omdat zijn familie er geld voor had, kon hij zijn ei kwijt als amateur sporter. In de jaren ’90 werd hij wielrenkampioen, en rond de eeuwwisseling ontdekte hij de motorcross, waarbij hij voor Renault meedeed in de Gordon Bennett Cup. Toen Charles Voisin aangedreven vliegtuigen ging bouwen en verkopen in 1907, was Farman een van de eerste klanten. Farman vestigde het record voor de langste vlucht tot dan toe in Europa, en in 1908 maakte hij als eerste een internationale Europese vlucht. Nadat hij zijn eigen toestel ontworpen had, op 29 mei 1908, nam hij de eerste passagier mee de lucht in. In een partnerschap met zijn twee broers bouwde hij een succesvolle en innovatieve vliegtuigbouwerij. Hun model uit 1914 werd flink gebruikt voor artillerie-observaties en verkenningsvluchten gedurende de Eerste Wereldoorlog. De Goliath van de Farman Aircraft company was het eerste lange-afstands-vliegtuig voor passagiersvluchten, die begon met reguliere vluchten tussen Parijs en Londen op 8 februari 1919.
( Bron: nl.wikipedia.org)
op de foto: Henri Farman en Charles Voisin
Henri Farman (1874 – 1958)
Al acht jaar ben ik een bewoner van de eenentwintigste eeuw, maar toch voel ik mij een nomade in de geschiedenis en sla ik telkens weer ergens in het verleden mijn tenten op. Toen ik op Eerste Kerstdag luisterde naar de cantate die J.S.Bach voor 25 december 1724 schreef, zette ik een denkbeeldige pruik op. Hoe voelde men zich in die tijd? Voelde men zich in de eeuw van de Verlichting misschien verlichter omdat men nog niet de last hoefde te dragen van het historische bewustzijn? In de negentiende eeuw werd het bewustzijn verzwaard en tegelijkertijd ondermijnd door de ideeën van Darwin, Nietzsche en Freud. In de eeuw die daarop volgde verloren we tenslotte ons vooruitgangsgeloof en werden we en masse geconfronteerd met het nihilisme. Maar dit is natuurlijk een tunnelvisie. Omgekeerd kun je onze welvaart plaatsen tegenover de stinkende armoede van de achttiende eeuw. Het beeld dat we nu van het galante tijdperk hebben, is gevormd door de lifestyle van de toenmalige jetset; het overgrote deel van de bevolking leidde een uitzichtloos bestaan. De Verlichting scheen alleen voor de happy few. 
Peter Gay heeft, na een indrukwekkend oeuvre met o.a. studies over de Verlichting, Mozart, Voltaire, de Victoriaanse cultuur en Freud, een boek geschreven over het modernisme. Modernism: The Lure of Heresy. Dat boek is nu vertaald in het Nederlands en verschenen bij Uitgeverij Ambo onder de titel Het modernisme, de schok der vernieuwing. Misschien komt hij tot dezelfde voorlopige conclusie: de vadermoordenaars van de avant-garde zijn niet in hun missie geslaagd. Zonder de vader heeft de zoon geen bestaansrecht, zonder traditie bestaat er geen kunst, alleen anti-kunst, die strikt genomen niet in de kunstgeschiedenis thuishoort: ze werpt zichzelf buiten.
Peter Gay (born June 20, 1923), a Jewish American historian of the social history of ideas, born as Peter Joachim Fröhlich in Berlin, where he was educated at the Goethe-Gymnasium. After witnessing Kristallnacht in 1938, he fled Nazi Germany in 1939. His family initially booked passage on the SS St. Louis (whose passengers were eventually denied visas) but fortuitously changed their booking to an earlier voyage to the U.S. He came to the United States in 1941 and took American citizenship in 1946. Gay received his education at the University of Denver, where he was awarded a BA in 1946 and at Columbia University where he was awarded an MA in 1947 and PhD in 1951. Gay worked as political science professor at Columbia between 1948-1955 and as history professor from 1955-1969. He taught at Yale from 1969 until his retirement in 1993. He married Ruth Slotkin (d. 2006) in 1959 and has adopted three step-children.












