Categorie archief: geschiedenis

sixties design

onlangs kocht ik twee boeken over toegepaste kunst in de jaren zestig
en ontdekte de ontwerpen van Jesse Tait voor Midwinter Pottery
Decorative Arts 60'sDecorative Arts 1960s
looks at the birth of pop in a decade of unprecedented social, sexual, and political change. All the restless energies bubbling throughout the world during the 1960s made their way into the design style of the decade. Liberation was in the air, men were rushing to the moon, and the sky was the limit as far as visual creativity was concerned. The concept of lifestyle really came into its own, and although the early years of the decade still saw a rivalry between the well-crafted object and industrial manufacture, by its end both ethnic and pop iconography had gained equal foothold in the aesthetic. Light was also predominant in shaping interiors. Freedom of choice and personal expression were the buzzwords for the young consumer, and so the likes of Pasmore, Panton, Safdie, Sottsass, Paolozzi, and Lomazzi did what they could to oblige.
 
Paperback | 576 Pagina’s | Taschen | Taschen 25 anniversary ed
ISBN10: 3822850411 | ISBN13: 9783822850411

Bron: bol.com
Die Sixties
Judith Miller, Die Sixties
Midwinter Pottery en Jesse Tait
The Midwinter Pottery, established in 1910, came to the forefront of British design during the early 1950s when the company launched an outstanding range of contemporary tablewares to a British public desperate for something new, colourful and pleasing to the eye. As soon as restrictions on the sale of brand new goods was lifted in the UK, Midwinter captured the market with their audacious and abstract patterns that suited the younger generation and reflected the modern interior.
 
This significant change in design strategy was implemented by Roy Midwinter. He had previously experienced some hostility from North American buyers towards the floral patterns that the company typically produced. The US wanted something new and advised Roy Midwinter to visit the West Coast of America to look at the latest tablewares by American designers such as Eva Zeisel and Russell Wright. Having done this, he decided that, once restrictions were lifted, Midwinter should produce a similar version for both the export trade and the British market.
Midwinter Pottery
Steven Jenkins, Midwinter Pottery
A Revolution in British Tableware
The first range, Stylecraft, launched in 1953, was decorated with many hand-painted and printed patterns. Stylecraft was a complete break away from the heavy Art Deco shapes. The majority of the patterns were created by Jessie Tait, who had joined the company during the late 1940s. Her patterns included „Fiesta„, „Ming Tree„ and „Primavera„ . One of the most popular Stylecraft patterns was „Riviera„ by Hugh Casson – future President of the Royal Academy – based on sketches that he had made in France. The „Riviera„ pattern and the subsequent version called „Cannes„, on the „Fashion„ shape, are highly sought after by collectors. Initially the Stylecraft range was ridiculed by other pottery manufacturers, whose main products were more traditional, but when sales proved outstanding competitors began to copy the Midwinter look.
 
According to Roy Midwinter, the reason for the success of the company was that it was fashion-led, creating the need to maintain market share by introducing new shapes and patterns. In 1955 the „Fashion„ shape was introduced, decorated with outstanding patterns such as Flower Mist and Festival, designed by Jessie Tait. One of the most outstanding Fashion patterns was „Zambesi„, which proved very popular and was copied by several manufacturers. During the latter part of the „fifties Jessie Tait created the audacious pattern called the „Gay Gobbler„, quite a rarity and much sought after today. Several patterns designed by the young designer and future tycoon Terence Conran were produced on the Fashion shape, including „Plant Life„, „Chequers„, „Nature Study„ and „Salad Ware„. Some of the most eagerly sought after items originate from this period. Fortunately for collectors, Conran’s name was included on the company backstamp!
 
With such an impact on the market and increased orders from all over the world, Roy Midwinter turned to the development of a new practical shape that could take printed decoration, as hand-painted decoration was proving too costly. The new „Fine„ shape was launched in 1962. Jessie Tait produced many of the important designs such as „Spanish Garden„, „Mexican„ and „Sienna„. At the same time a number of successful patterns were developed by Eve Midwinter, which included „Roselle„, „Bella Vista„ and „Tango„. A number of freelance designs were also produced and these include „Focus„ by Barbara Brown and „Eden„ by Nigel Wilde.
 
Bron: www.50connect.co.uk

Midwinter Pottery [ en.wikipedia.org ] | eigen retrodesign

in het web

morgenavond is er op televisie weer een aflevering van In Europa

Soms voel ik me een minuscuul spinnetje dat over een eindeloos web kruipt en steeds fijnere mazen ontdekt. Dat web is de geschiedenis en de geschiedenis is de werkelijkheid in de vierde dimensie. Niemand kan zeggen hoe groot de werkelijkheid is. Toen ik een jaar of vijf was, had ik een gedachte die ik nooit meer ben overstegen. Ik stelde me het heelal voor als een reusachtige ruimte en reisde in gedachten naar het einde van deze ruimte. Op de bodem van het heelal ging ik graven in het vermoeden in die bodem de doorgang te vinden naar een ander heelal. Als kleuter had ik de onmogelijke en duizelingwekkende gedachte ontdekt: onze ingeboren idee van oneindigheid en eeuwigheid. Ik vind het tegenwoordig genoeg om te weten dat ik altijd (voor zolang als dat duurt!) in het midden ben. Ik kan nooit precies weten waar ik ben en dat geldt ook voor de tijd: ik weet ook nooit wanneer ik ben. Ik ben in het midden, in het hier en nu.

voor altijd
voor altijd, voor zolang als dat duurt
Nietzsche schreef ooit dat het dier “kort aangelijnd is aan de pin van het ogenblik”

Alleen relatief gezien kan ik weten waar ik ben: daar en daar in Nederland op 24 november 2007. Waar dat is, kunnen de geografie en de geschiedenis mij een beetje duidelijk maken. Aardrijkskunde en geschiedenis zijn niet voor niets altijd mijn favoriete vakken geweest. Een boek als In Europa is op mijn lijf geschreven, omdat het tijd en ruimte heel concreet met elkaar verbindt. De twintigste eeuw is ons het meest na want we komen er net vandaan. Bovendien gaat de reis kriskras door Europa, het werelddeel waar ik woon. Een boek over de achttiende eeuw in Afrika is in theorie niet minder interessant, maar toch raakt mij dat niet echt. Ik ben namelijk geen Afrikaan en geen ‘achttiende eeuwer’. Waar en wanneer ik ben, namelijk in het Europa van de eenentwintigste eeuw, zegt mij iets over wie ik ben. Geert Mak leidt zijn boek in met een citaat van Luis Borges:

Een mens stelt zich ten doel de wereld in kaart te brengen. In de loop van de jaren bevolkt hij een ruimte met beelden van provincies, van koninkrijken, van bergen, van baaien, van schepen, van eilanden, van vissen, van kamers, van werktuigen, van sterren, van paarden en van personen. Kort voor hij sterft, ontdekt hij dat zich in dat geduldige lijnenlabyrint het beeld van zijn eigen gelaat aftekent.
3d map of www
3D weergave van het world wide web

Terug naar het spinnetje in het web. Het is eigenlijk belachelijk dat dit spinnetje het web wil leren kennen, want dat is onmogelijk. Waarom blijf ik niet gewoon mijn leven lang stilstaan in het midden. Waarom sluit ik mij niet op in het hier en nu en keer ik de blik voor altijd naar binnen. Coconen is inderdaad verleidelijk, maar ik geloof in wat Michaela laatst zei: ‘we moeten ons blijven bewegen’. Aan het begin van de eenentwintigste eeuw is een deel van de werkelijkheid een web geworden dat over de hele wereld is uitgesponnen. Je kunt daar uitstekend in coconen (en wachten op de spin!) maar je kunt je er ook in (en uit!) bewegen. Ik geef de voorkeur aan dat laatste.

Kasselse meisjes

afgelopen dagen was ik in Kassel en bezocht Schloß Wilhelmshöhe

Twintig jaar geleden was ik voor het eerst in Kassel met de Documenta van 1987. De grote ontdekking was toen niet de internationale kunstshow, maar het museum Schloß Wilhelmshöhe. Sindsdien ben ik vijf keer in Kassel geweest maar nooit meer naar de Documenta. Deze zomer vertrokken weer honderdduizenden liefhebbers van eigentijdse kunst naar Documenta XII en ik was daar dus niet bij. Afgelopen vrijdag bezocht ik wéll voor de vijfde keer de Gemäldegalerie Alte Meister van Schloß Wilhelmshöhe om daar weer de oude meesters te zien.

Rembrandt 2006
Rembrandt’s portret van Saskia van Uylenburgh hangt in Schloß Wilhelmshöhe. In 2006 sierde het een gezamelijke uitgave van TPG en Deutsche Post

Gemäldegalerie Alte Meister
is een unieke verzameling met een groot aantal schilderijen van Rubens, Jordaens, Van Dyck, Rembrandt en andere Hollandse en Vlaamse meesters. De kern van de collectie is in het midden van de achttiende eeuw opgebouwd door landgraaf Wilhelm VIII van Hessen aan wie het slot zijn naam te danken heeft.

schilderij rococoDie Ursprünge der Gemäldegalerie Alte Meister reichen zurück bis in das Jahr 1509, als Anna von Mecklenburg, Witwe von Landgraf Wilhelm II., Lucas Cranach d. Ä. mit einem kleinen Flügelaltar zum Gedächtnis an ihren verstorbenen Gemahl beauftragte. Die Periode der intensivsten Sammeltätigkeit war zwischen 1748 und 1756, als Landgraf Wilhelm VIII. ca. 800 Gemälde in Holland, Paris, Brüssel, Antwerpen, Venedig und in Deutschland durch seine Diplomaten und Kunstagenten ankaufen ließ. 1749-51 wurde für die Sammlung eine Galerie hinter das Palais des Landgrafen zwischen Auehang und Frankfurter Straße gebaut. 1877 zogen die Gemälde in das neu errichtete Gebäude der heutigen Neuen Galerie an der Schönen Aussicht um, wo sie bis zum Ausbruch des Zweiten Weltkriegs blieben. Die meisten Gemälde lagerten zwischen 1939 und 1945 im Reichsbahnbunker. Seit 1976 sind sie in den Etagen 1 bis 3 des Schlosses Wilhelmshöhe ausgestellt.
 
Bron: museum-kassel.de

M van Museumlandschaft
Museumlandschaft KasselEen aardige terugblik op een museumbezoek in Kassel is de website Das Kasseler MuseumsABC.
Vorig jaar zijn de Staatlichen Museen Kassel omgedoopt in Museumlandschaft Hessen Kassel (MHK). De luchtfoto laat duidelijk zien dat Schloß Wilhelmshöhe de spil vormt van dit ‘museumlandschap’, een woord dat in het Nederlands (nog) niet bestaat.

Hercules
Het slot maakt deel uit van een groot bergpark dat bekroond wordt door een reusachtig beeld van Hercules, dat nu even in de steigers moet staan. Na 1900 en 1952 is er weer een grote restauratie begonnen die ditmaal zo’n 24 miljoen Euro gaat kosten.

Herkules Kassel
de Herkules met de cascade werd aan het begin van de Achttiende Eeuw aangelegd door de landgraaf van Hessen
In de geest van het absolutisme wilden de heersers in Europa hun eigen paradijs op aarde hebben.

HerkulesDer Herkules gilt als das Wahrzeichen der Stadt Kassel. Praktisch der gesamte Baukörper – Oktogon und Kaskaden – besteht aus Basalt-Tuffstein, der in nahegelegenen Steinbrüchen gewonnen wurde. Das weiche Material hatte den Vorteil der relativ guten Bearbeitbarkeit, es verwittert jedoch verhältnismäßig schnell und stellt seit 300 Jahren ein Problem beim Erhalt des Bauwerks dar. Hauptproblem ist hierbei die Frosterosion. Das poröse Tuffgestein saugt an der Oberfläche Regenwasser auf. Diese Randbereiche platzen bei Frost schichtweise ab. Weiteres Problem ist die schiere Masse des Bauwerks, welches das Oktogon auseinanderdrückt und den östlichen Teil den Karlsberg hinuntergleiten lässt. Einige Hallen und der komplette Südflügel sind wegen Einsturz- bzw. Steinschlaggefahr für Besucher gesperrt. Seit Herbst 2005 laufen die dringend nötigen und umfangreichen Restaurierungsarbeiten zum Erhalt des Bauwerks. Die Kosten dafür werden auf über 24 Millionen Euro geschätzt.
Bron: de.wikipedia.org

Kassel-tourist.de
de Kasselse meisjes uit de campagne van kassel-tourist.de kom je in de stad overal tegen

Gemäldegalerie Alte Meister | Park Wilhelmshöhe | kassel-tourist.de | Kassel Lexikon