Categorie archief: geschiedenis

einde van een keizer

89 jaar geleden vluchtte keizer Wilhelm II naar Nederland
en reisde per trein van Eijsden (Zuid-Limburg) naar kasteel Amerongen
11 november 1918
Een dag vol smaad en schande. Na het ontbijt liep ik met Gersdorff in de trein op en neer. Op het station heerste een levendige drukte. Soldaten kregen uit veldkeukens hun ochtendkoffie. Gersdorff vertelde mij, dat hij ‘s nachts had gedroomd dat hij weldra naar het vaderland zou terugkeren. Ik daarentegen zou in Holland blijven en daar mijn geluk vinden.
 
’s Ochtends om twintig over negen zette de trein zich in beweging. De gisteren aangekomen Duitse en Nederlandse heren zaten bij ons in de restauratiewagen. Over Maastricht, Roermond, Venlo, Nijmegen en Arnhem leidde de weg naar station Maarn. Het hele land was op de hoogte van deze reis van de Duitse keizer. In alle steden, dorpen en zelfs in de open plekken tussen de dorpen stonden de mensen hij duizenden. Overal tot Arnhem gejoel en gefluit, gebalde vuisten en gebaren die wilden zeggen: „Snij hem de keel af.’ Het was werkelijk walgelijk. Waarom kon men dit de keizer niet besparen?„
Keizer Wilhelm en zijn gevolg op perron van station Eijsden, 11 november 1918
De bekende foto van keizer Wilhelm II en zijn gevolg op het perron van station Eijsden, 11 november 1918.
Deze foto werd gemaakt door de toentertijd 17-jarige HBS-leerling Victor Sniekers die de aankomst van de keizer en zijn gevolg opmerkte, snel naar huis rende om zijn fotocamera te halen en deze foto maakte.
Toen wij Maastricht voorbij waren, zei de heer Koster tot mij: Godlof’, dat het achter ons ligt: ik was bang dat de mensen met stenen naar ons zouden gooien.’ Ik antwoordde alleen maar: ‘Ja, maar waarom liet u ons dan niet „s nachts reizen?„ Steeds weer lieten wij in de restauratiewagen, waarin ook de Nederlandse heren zalen, de rolluiken zakken, totdat de keizer tenslotte zei: ‘Ach, laat maar, het maakt toch allemaal niet meer uit.’ Wat moet de voorname heer op deze reis innerlijk hebben doorgemaakt.’ ‘s Morgens voor het vertrek in Spa zei hij: ‘Het maakt immers niets uit waar ik heen ga, ik ben overal in de wereld gehaat!’
 
Nu zag hij hoezeer hij gelijk had; door het land van de vijand zelf had de reis niet vernederender kunnen zijn. In deze toestand van innerlijke opwinding wilde de keizer niet alleen zijn: hij zat de hele tijd met ons in de restauratiewagen en sprak continu met de Nederlandse en Duitse gasten.
 
Om twintig over drie liep de trein station Maarn binnen. De straten in de nabijheid van het station stonden vol met auto’s, fietsen en rijtuigen, dicht opeengepakt, met daartussen honderden mensen, onder wie naar wij later hoorden de vrouw van de Engelse gezant, verder ook vijandelijke geïnterneerde officieren. Goed dat het regende, want anders waren er nog veel meer mensen geweest.
 
Graaf Bentinck ontving de keizer. Gontard, Niedener, Estorff en Grünau gingen met hem
mee. De andere heren moesten in de trein blijven wonen, totdat de keizer zijn uiteindelijke woonplaats aangewezen was.
 
Uit de dagboekaantekeningen van Sigurd von Ilsemann, de vleugeladjudant van de keizer
Bron: Sigurd von Ilsemann – Der Kaiser in Nederland blz. 46-48 (Baarn 1969)
Wilhelm II
Voor de Eerste Wereldoorlog werd er in Europa nog keizertje gespeeld. Nu vinden we dit belachelijk maar 100 jaar geleden nam men deze aanstellerij uit de tijd van het absolutisme nog serieus

Na het einde van de Eerste Wereldoorlog logeert keizer Wilhelm II, op verzoek van de toenmalige Commissaris van de Koningin, twee jaar lang in Kasteel Amerongen. Hierna vertrekt hij met inboedel naar het nabijgelegen Huis Doorn. ( Bron: kasteelamerongen.nl )

Duitse keizer op Hollandse bodem [ geschiedenis.nl ]
Wilhelm II [ geschiedenis.vpro.nl ]
keizer Wilhelm II vlucht naar Nederland [ wereldoorlog1418.nl ]
De kleinzonen van graaf Bentinck over Wilhelm II [ kasteelamerongen.nl ] (video)

de krullen van de keizer

zondag bezocht ik met Michaela Huis Doorn
en wandelde door de vertrekken waar de laatste Duitse keizer leefde

Wilhelm IIIn de toiletkamer van de keizerin stond een grote spiegel gevangen in weelderige kwabornamenten. Op mijn vraag of keizer Wilhelm II van Jugendstil hield, gaf de gids een kort antwoord: “Nee.” Hij probeerde het daarna uit te leggen: de keizer hield wel van Barok, Classicisme en Rococo en vooral van negentiende eeuwse eclectische ratjetoe, maar van ‘nieuwlichterij’ moest hij niets hebben. ‘Maar wij houden wéll van Jugendstil !’ zei ik en Michaela begon te lachen en knikte instemmend. ‘Nou, ik ook!’ zei de gids. Daar stonden we dan in het huis van de laatste keizer tussen enorm veel kitscherig antiek openlijk de Jugendstil te belijden. Het is ook moeilijk om niet van Jugendstil te houden. Thuisgekomen blader ik door een rijk geillustreerde studie van de Duitse kunsthistorica Gabriele Fahr-Becker over deze stijl die tussen 1890 en 1910 (met een brandpunt tussen 1895 en 1905) in Europa in de mode was.

bestellen voor slechts € 14,95 Jugendstil
Könemann im Tandem-Verlag, 2005
ISBN 3-89508-212-0

Gabriele Fahr-Becker studierte Kunstgeschichte, Archäologie und Philosophie und promovierte 1970 über den französischen Jugendstil an der Universität München. Sie veröffentlichte bereits zahlreiche Beiträge zur Kunst der Jahrhundertwende und ist darüber hinaus als Ausstellungsorganisatorin im In- und Ausland tätig.

rocailleIk laat een stijl graag diep tot mij doordringen, want eigenlijk is iedere stijl een geabstraheerd portret van het leven zélf. Jugendstil zou je kunnen zien als een interpretatie van de asymmetrische rocaille , een schelpmotief uit de Rococo. Evenals de Barok kunnen Rococo en Jugendstil monumentaal worden, maar de verfijnde versieringen dringen ook door tot in de kleinste gaatjes. Jugendstil groeit en woekert vaak als een plant. De moderne interpretatie van de Rococo komt vooral tot uitdrukking in het gebruik van het nieuwe materiaal smeedijzer, uitermate geschikt om lange golvende stelen en krullen te vervaardigen. De Jugendstilornamenten zijn de ene keer motieven letterlijk uit de flora overgenomen, de andere keer weer streng geabstraheerd.

Potsdam
spiegelzaal in Sans Souci Potsdam, 1742
Keizer Wilhelm II werd in Potsdam geboren en heeft als jongetje door de vertrekken van Frederik de Grote gelopen.

Anders dan bij de Rococo vormde de natuur de enige inspiratiebron voor de Jugendstilkunstenaars en de ‘beeldtaal ‘ van de Jugendstil werd vooral door de plantaardige wereld bepaald. Er was afscheid genomen van het Christendom en de Griekse en Romeinse godenwereld die nog zo’ n zwaar stempel hadden gedrukt op resp. de Barok en de Rococo. Als er in de Jugendstil bovenzintuigelijke wezens werden afgebeeld, dan waren het elfen en andere natuurgeesten, die in het symbolisme van de late negentiende eeuw ook populair waren.

Chippendale spiegel 1762
Chippendale spiegel, Rococo, 1762
De keizer(in) had hier beslist van gehouden

De keizer hield dus niet van Jugendstil. Er wordt vaak smalend gedaan over de smaak van de Hohenzollern, maar in feite was het heel normaal dat men van kitsch hield in het keizerlijke Europa van de negentiende eeuw. De Franse smaak onder het Tweede Keizerrijk van Napoleon III was niet veel beter en ook de Victoriaanse stijl in Engeland was akelig benauwd en bombastisch. Pas met de Art & Crafts beweging van William Morris ging er een frisse wind waaien en werd het ornament versoberd en intelligent gebruikt. Niet als een soort alabastine dat elk gaatje moet vullen, maar als een zinvolle versiering. In diezelfde jaren zou de Amerikaanse architect Louis Henry Sullivan zijn adagium Form Follows Function formuleren, maar het zou nog tot na de Eerste Wereldoorlog duren totdat het ornament volledig in de ban werd gedaan en de sobere functionele en internationale stijl bepalend zou worden voor het gezicht van de moderne wereld. Ook dat heeft de keizer nog moeten meemaken. Tegenwoordig ligt hij begraven in een strak mausoleum, dat na zijn dood in 1941 is gebouwd.

Horta
trap met zweepslaglijnen van Victor Horta
Jugendstil zul je in Huis Doorn dus niet tegenkomen

Huis Doorn

aangenaam bedwelmd

ik luister al dagen naar een CD met bedwelmende koptische liefdesliedjes
die ik meebracht uit Egypte en Yobert vertaalde voor mij de titels

Ishtar poortGisteren schreef ik hier iets over mijn geboortegrond Veenendaal, op de wereldkaart sinds 1546. Maar je kunt ook in Ninevé (niet te verwarren met Univé) geboren zijn, in de buurt van de Iraakse stad Mosoel, een slordige 3500 jaar ouder dan het voormalige turfdorp op de grens van Utrecht en Gelderland. Gisterenavond was ik bij Yobert en hij kan dat als Assyriër zeggen: Ik kom uit Ninevé, een van de oudste steden ter wereld. Rond 2500 voor Christus ontstond aan de bovenloop van de Tigris het Assyrische Rijk en Ninevé zou daarvan het centrum worden. Degenen die de Bijbel kennen, weten dat Ninevé de stad is uit het Bijbelboek Jona die door God gespaard werd.

de vruchtbare halve maan
de Vruchtbare Halve Maan is de wieg van onze beschaving. Het begon allemaal in Mesopotamiëen aan de Nijl

HunnebedNu ik voor het eerst de Vruchtbare Halve Maan bezocht heb, dringt het nog dieper tot mij door dat we onze beschaving aan het Oosten danken. Wij waren achterlijke hunnebedbouwers en klokbekerdraaiers toen in de tweede helft van het vierde millennium voor Christus in Soemerië het wiel en het schrift werden uitgevonden. En we bleven in berenvellen gekleed tot na Christus toen de Romeinen, die er zelf toch ook al niet zo vroeg bij waren, ons eindelijk wat cultuur kwamen brengen. In het Midden-Oosten kende men toen al ruim drieduizend jaar beschaving!

CD
Arabisch is voor mij abacadabra en ik wist niet wat ik kocht. Het blijkt een CD met bedwelmende koptische liefdesliedjes…

Nu het debat over de Nederlandse identiteit weer is opgelaaid, is dat een nuttig inzicht. Veel nieuwe Nederlanders die hier asiel hebben gekregen, komen uit deze diepgewortelde culturen en ik geloof dat we veel van hen kunnen leren. Sinds ik Yobert ken, weet ik pas dat Aramees, de taal van Jezus, helemaal geen dode taal is. Het wordt gesproken in een gebied dat zich uitstrekt van Libanon tot West-Iran en door miljoenen Aramese christenen wereldwijd. Na de val van dictator Sadam Hussein, wordt het Aramees weer op school onderwezen en wordt er ook weer volop in het Aramese schrift gedrukt. Maar in het Midden-Oosten spreekt en leest ook bijna iedereen Arabisch, dat als een soort esperanto alle volkeren uit het Midden-Oosten bij elkaar brengt. En zo woont er tegenwoordig bij iedereen wel iemand om de hoek die dit abacadabra voor ons oncijferen kan en onze horizon kan verruimen.

oost syriac of oost-aramees
het Onze Vader in het East-Syriac (Aramees), gesproken in de Chaldese, Assyrische en Nestoriaanse Kerk

Lees mijn vorige post over Oud-Syrische Kunst in het RMO Leiden