Categorie archief: geschiedenis

waar je gevallen bent, blijf je

Week van de geschiedenis tot 21 oktober
met o.a. het project Wonen in Veenendaal

MussenfabriekJa, ik kom er ook vandaan. Geboren en getogen zoals dat heet. Tot mijn eenentwintigste, want toen verhuisde ik als student naar de Gelderse hoofdstad waar ik inmiddels al de grootste helft van mijn leven woon. Maar ik bleef Veenendaal trouw, in ieder geval nog tot 1988. Want aan het Verlaat waar ooit de ‘Mussenfabriek’ stond had ik toen met een groep studenten en kunstenaars van 1985 tot 1988 een atelier. Afgelopen donderdag liep ik er nog eens langs. Alleen de gevel staat nog overeind en daarachter wordt nu een cultureel centrum opgetrokken. Typisch Veenendaal, zo arm aan zichtbare cultuur en verleden dat een fabrieksgevel uit 1920 gekoesterd wordt als cultureel erfgoed. Sommige échte Veenendalers zagen ons als kunstenmakers (Veens voor subversievelingen) maar we kregen van de Gemeente Veenendaal toch wéll een subsidie om onze atelierruimte te optimaliseren. Dat is ook Veenendaal: zuinig met maar ook zuinig op cultuur.

boerderijtje Benedeneind
Mijn overgrootmoeder moet in 1863 in een dergelijk boerderijtje aan het Benedeneind geboren zijn…

In het kader van de Week van de Geschiedenis is er nu in het Museum Het Kleine Veenloo een expositie Wonen in Veenendaal. Ik moet deze nog gaan zien, liefst met mijn vader die in 1930 aan de Parallelweg geboren werd uit een echte Veenendaalse familie. Toch ben ik nooit een echte Veenendaler geworden, want mijn vader heeft tegenover ons nooit Veens gesproken. Alleen de ‘ui’ van duizend spreekt hij altijd als “uu” uit, dat is alles wat er aan Veens door hem is overgeleverd. Een vriend van mij uit Spanje die al veertig jaar in Nederland woont heeft het bevestigd: We blijven altijd in de vertrouwde moedertaal tellen, zeker wanneer het om (duuzend = veel) centen gaat…

Larixlaan
De Larixlaan in de jaren vijftig
Zo zien de straten van mijn jeugd eruit:
zo onbedoeld expressionistisch in hun burgerlijke stijfheid dat ze in mijn dromen een archetype van beklemming zijn geworden.
WC Beeremansstraat
De meest claustrofobe straat uit mijn jeugd was ongetwijfeld de WC Beeremansstraat in Veenendaal-Zuid, vlakbij mijn lagere school, de toenmalige CNS II

Toen ik in 1984 in Arnhem kwam te wonen, voelde ik me als de adelaar die meewarig de haan op het erf in Veenendaal bezag. Inmiddels heb ik ook hier mijn erf weer gevonden, zweef af en toe hoog boven alles, maar hou van de plek waar ik geboren ben: een ondernemend boerendorp ergens in een klein landje.

Het Gemeentearchief, het Historisch Museum Het Kleine Veenloo de Kunstuitleen Veenendaal, de Historische Vereniging Oud Veenendaal en de Openbare Bibliotheek werken samen aan het project ‘Wonen in Veenendaal’.
 
Van 12 oktober tot en met 8 december een tentoonstelling in Het Kleine Veenloo over de verschillende manieren van wonen in het begin van de twintigste eeuw. Een directeur woonde anders dan een middenstander en die was op zijn beurt weer anders behuisd dan een arbeider.
 
Een beeldpresentatie, verzorgd door het Gemeentearchief en de Historische Vereniging Oud Veenendaal, in het gemeentehuis, het museum en de bibliotheek over de vele veranderingen in bebouwing en wonen.
 
De Openbare Bibliotheek richt in oktober twee kleine kamertjes in; één met een oud en één met een nieuw interieur, gevuld met boeken en muziek uit de desbetreffende tijd. Beeldend kunstenaar Henk van de Vis toont in de vitrine zijn ‘huisjes’.
 
Twee artikelen in het verenigingstijdschrift van de Historische Vereniging Oud Veenendaal: Henk van ‘t Veld over namen van het interieur in het Veense dialect; André van Dijk, bewerkt door Henk van ‘t Veld, over de namen van huizen aan de Kerkewijk.
 
Leerlingen uit 4 HAVO/VWO van het Rembrandt College gaan de wijken in en fotograferen markante punten, waar de geschiedenis zichtbaar is. Deze foto’s worden als uitgangspunt gebruikt om tot beeldend werk te komen. Dit eindproduct en de foto’s worden tentoongesteld in de Kunstuitleen Veenendaal.
 
Bron: Wonen in Veenendaal [ PDF ]

Week van de Geschiedenis | Museum Het Kleine Veenloo | Gemeentearchief Veenendaal

woestijnervaring [ 12 ]

twaalfde en laatste dag: koptisch Cairo

Vandaag blijven we de hele dag in Cairo, een stad met 16 miljoen inwoners. We bezoeken in de koptische wijk de kerk van Abu Serga, gebouwd bovenop de grot waar de Heilige Familie geschuild zou hebben.

Abu Serga
interieur Abu Serga vanuit apsis
Toen zij nu vertrokken waren, ziet, de engel des Heeren verschijnt Jozef in den droom, zeggende: Sta op, en neem tot u het Kindeken en Zijn moeder, en vlied in Egypte, en wees aldaar, totdat ik het u zeggen zal; want Herodes zal het Kindeken zoeken, om Hetzelve te doden. Hij dan opgestaan zijnde, nam het Kindeken en Zijn moeder tot zich in den nacht, en vertrok naar Egypte; En was aldaar tot den dood van Herodes; opdat vervuld zou worden hetgeen van den Heere gesproken is door den profeet, zeggende:
Uit Egypte heb Ik Mijn Zoon geroepen.

Als Herodes zag, dat hij van de wijzen bedrogen was, toen werd hij zeer toornig, en enigen afgezonden hebbende, heeft omgebracht al de kinderen, die binnen Bethlehem, en in al deszelfs landpalen waren, van twee jaren oud en daaronder, naar den tijd, dien hij van de wijzen naarstiglijk onderzocht had.
 
Mattheus 2: 13- 16

reis heilige familie
De tocht die de Heilige Familie in Egypte gemaakt heeft

woestijnervaring [ 11 ]

elfde dag: Gizeh en Sakkara

In onze pelgrimage nemen we vandaag een uitstapje naar het land van de farao’s en we bezoeken de ouste bouwwerken ter wereld. Archeologen zijn het er tegenwoordig over eens dat we de grote piramides uit het Oude Rijk (van de farao’s Cheops, Chefren en Mykerinos) moeten dateren rond 2500 voor Christus. De trappenpiramide van farao Djoser (bij Sakkara) die we ‘s middags zullen bezoeken, is zelfs nog iets ouder. In de tijd van Mozes en de exodus uit Egypte bestonden deze bouwsels al ruim duizend jaar!

Gizeh
piramide van Cheops met sfinx

piramide van DjoserDe trappenpiramide van Djoser is oorspronkelijk niet als dusdanig opgezet, maar begon als mastaba, een klassieke Egyptische grafvorm. In latere stadia werd het grondvlak vergroot, tot uiteindelijk 126 bij 109 meter, en werden steeds kleinere trappen toegevoegd. Uiteindelijk kwamen er zes trappen voor een totale hoogte van meer dan 60 meter. Onder de piramide zijn er verschillende galerijen en kamers en één van die kamers is de eigenlijke grafkamer. Er is in de zuidmuur een klein graf, waarin het ka-beeld van de farao stond. De naam trappenpiramide stamt niet uit de vroegere tijd maar uit de 19e eeuw. Het heet zo omdat de piramide niet echt een piramide is, men kan als het ware op de trappen lopen. De piramide kan gezien worden als het helder is uit Caïro.

Bron: nl.wikipedia.org

Het geheim van de grote pyramide (1959)Naast een boek over de woestijnvaders heb ik ook drie stripboeken meegenomen naar Egypte. De boog kan nu eenmaal niet altijd gespannen zijn. Zeggen ook de woestijnvaders. Het geheim van de Grote Piramide (deel een en twee) is niet zomaar een stripverhaal. Het verhaal uit 1954 is een onbetwiste klassieker. Een echt jongensboek waar ik vroeger van gesmuld heb en zeker van blijf smullen, ook dertig jaar later weer. Edgar P.Jacobs forever!
 
 
De Sigaren van de faraoVan de andere grote meester van de Brusselse school Hergé, neem ik ook een stripalbum mee en het was ook geen moeilijke keuze welke Kuifje het moest worden. De sigaren van de farao tekende Hergé in 1934 maar in 1954 verscheen pas de ingekleurde versie die wij nu kennen. Aardig detail: een van de gemummificeerde Egyptologen op de omslag (tweede van rechts) heet E.P. Jacobini, een verwijzing naar Edgar P. Jacobs, met wie Hergé goed bevriend was.