Categorie archief: geschiedenis

sixties!

in het Haags Gemeente Museum nog tot en met 29 april

Het lijstje met tentoonstellingen die ik nog moet gaan bezoeken, is weer iets langer geworden. In het Haags Gemeente Museum is vandaag de tentoonstelling Sixties! geopend en deze draait tot 29 april. Daarnaast zijn er tal van activiteiten gepland.

HairDe explosie van gebeurtenissen in de jaren zestig: van de studentenopstanden, tot de eerste man op de maan en de Vietnam oorlog heeft een enorme weerslag op kunstenaars en (mode) ontwerpers gehad. Een keur aan stromingen – gecreëerd door de steeds invloedrijkere kunsthandel – als Pop Art, Minimal, Fluxus en Happening ziet dan ook in deze periode het levenslicht. Door stromingen en kunstvormen naast en door elkaar te presenteren, werpt Sixties! een verfrissende kijk op de beeldende kunst uit de welhaast mythische jaren zestig. De expositie vangt aan in 1958 met de val van het kabinet Drees, waardoor een periode van economische bloei aanbreekt die door de oliecrisis in 1973 abrupt beëindigd wordt.
 
Bron: gemeentemuseum.nl
Ed van der Elsken
Ed van der Elsken
Beethovenstraat Amsterdam, 1967

gemeentemuseum.nl | sixties.startpagina.nl
The Sixties, a decade to remember [thinkquest.nl]

Nicolaes Berchem

tentoonstelling over Nicolaes Berchem (1621/22 – 1683)
in het Frans Hals Museum Haarlem tot 15 april 2007
Het oeuvre van Nicolaes Berchem (1621/22 – 1683) valt niet alleen op door de grote verscheidenheid aan thema’s en stijlen, maar ook door de enorme omvang: meer dan 800 schilderijen zijn aan hem toegeschreven. Berchem was ook een begenadigd tekenaar. Zijn figuurstudies behoren tot de fraaiste uit de zeventiende eeuw. Hij schilderde de figuren in landschappen van Jacob van Ruisdael, Willem Schellinks en Jan Hackaert en hij werkte samen met Gerrit Dou, Jan Wils en Jan Baptist Weenix. Bovendien vervaardigde hij meer dan vijftig etsen, voornamelijk met voorstellingen van dieren. Berchem heeft talrijke leerlingen gehad: Karel Dujardin, Willem Romeyn, Hendrick Mommers, Dirck Maes, maar ook de genreschilders Pieter de Hooch en Jacob Ochtervelt. Hoewel er geen bewijs is dat hij ooit zelf in Italiëis geweest, werd hij in de achttiende eeuw door de vele gravures en etsen naar zijn werk de bekendste Nederlandse Italianisant. Nicolaes Berchem wist als geen ander feilloos op de vraag van de markt in te spelen. Hij werd één van de meest geliefde en best betaalde kunstenaars van zijn tijd, die talrijke kunstenaars heeft beïnvloed.
Nicolaes Berchem
Nicolaes Berchem schilderde ook de onmogelijke liefde tussen Jupiter en Callisto
De tentoonstelling zal bestaan uit ca. veertig schilderijen, twintig tekeningen en ca. twintig etsen. De werken komen uit openbare en particuliere verzamelingen in de Verenigde Staten en Europa, zoals uit de Royal Collection, Her Majesty Queen Elisabeth II in Londen, de Alte Pinakothek in München en het Louvre in Parijs.
 
Bron: claesberchem.com

Nicolaes Berchem in the Web Gallery of Art

kennis van God

gelezen in Beweging: De crisis van de Westerse cultuur
belicht vanuit het werk van cultuurfilosoof F. de Graaff

Rond kerst en oudjaar vallen altijd twee interessante kwartaalbladen door mijn brievenbus: Lev van Stichting l’Abri en Beweging van de Stichting voor Reformatorische Wijsbegeerte. Altijd staan er zeker wel drie artikelen in die ik zeer de moeite waard vind, want beide bladen zijn gefocust op een gebied dat mijn bijzondere interesse heeft: de cultuurfilosofie. Met een achtergrond van uitsluitend reguliere westerse filosofie had ik zonder deze bladen misschien nooit christelijke (geinspireerde) denkers en cultuurfilosofen leren kennen als Hans Rookmaker, Herman Dooyeweerd, Alvin Plantinga en Sander Griffioen. Het verhelderende van christelijke cultuurfilosofie vind ik dat deze niet alleen onze cultuur becommentarieert vanuit een historisch perspectief, maar dat ze onze collectieve verwijdering van God in de geschiedenis zichtbaar maakt.

Zo opent het winternummer van de 70ste (!) jaargang met een beschouwing over het werk van Frank de Graaff, die een scherpe diagnose stelt over de crisis van de westerse cultuur en tot de conclusie komt dat ‘het verlies van de genade’ ergens begint in de elfde eeuw:

Op een of andere wijze werd het zicht op de geestelijke werkelijkheid, waarin heel de stoffelijke schepping haar bestand en samenhang vindt, vertroebeld. Volgens De Graaff (…) door de dood van Otto III waardoor de aanwezigheid van goddelijke genade zich geleidelijk uit de cultuur terugtrok. Daardoor werd de geestelijke werkelijkheid aanvankelijk door sommigen en later door velen steeds minder ‘gezien’ en daarom ging het verstand de dingen op zichzelf stellen.
 
(Bron: Beweging 70e jaargang, nr.4)

Vervolgens wordt in dit artikel uitvoerig ingegaan op het debat over de universalia in de scholastiek waarin het nominalisme tegenover het realisme kwam te staan. In het Westen zijn we steeds intellectueler geworden en voor onze relatie met God betekende dit vooral dat we God steeds meer als een Idee gingen opvatten. Hoewel er een verschil is tussen de God van de scholastiek en de God van de latere (Verlichtings)filosofen wordt God voor beiden een concept. Ook al reserveert Immannuel Kant het Ding an Sich voor het geloof, wanneer de identiteitsfilosofen erop duiken, blijft er van God niets meer over. Het Ding an Sich wordt omgevormd tot een absoluut Ik (Fichte, Schelling) of een Absolute Geest (Hegel) die vervolgens door Schopenhauer en Nietzsche met de grond gelijk gemaakt wordt. Zo komt het Westen tenslotte uit bij het nihilisme. Aan heel deze ontwikkeling ligt een ontsporing ten grondslag die historisch aanwijsbaar is.

Als Anselmus van Canterbury (1033–1109) zijn proslogium ‘godsbewijs’ opstelt, stelt hij God weliswaar boven het hoogste object van het verstand, maar maakt hij de levende God tegelijkertijd tot een (overstijgend) object van het verstand. De Graaff ziet deze intellectuele benadering terecht als het verlies van de genade in de Westerse cultuur. Dat hij de oorzaak ziet in de dood van Otto III (980-1002) vind ik opmerkelijk, om daar over te kunnen oordelen moet ik eerst zijn boek Anno Domini 1000-2000 lezen.

Zelf geloof ik dat het verlies van de genade begint in het jaar 1054 wanneer Rome zich afscheidt van de Kerk en met de rooms-katholieke kerk een intellectuele theologie gaat aannemen en steeds meer een wereldse koers gaat varen. Als reactie op het intellectualisme van de scholastiek en de verwereldlijking van de rooms-katholieke kerk, zien we westerse mystici als Meester Eckehart (1260-1328) en Jan van Ruusbroec (1293-1381). Maar in hun mystieke ervaringen getuigen ze toch weer anders over God dan de vaders van de Kerk.

Anselmus
Het proslogium (godsbewijs!) van Anselmus uit 1078 symboliseert voor mij de westerse intellectuele kennis van God die zich afkeert van de oosters-christelijke kennis van God door het hart
“In het Proslogium kan het idee van het perfecte zijn “waarbij niets groters kan worden bedacht ” niet los staan van het bestaan ervan. Want, als het idee van het perfecte Zijn, zoals het aanwezig is in het bewustzijn, niet echt zou bestaan, dan zou het mogelijk zijn een nog perfecter Zijn te bedenken, wiens bestaan een noodzakelijke metafysische voorwaarde zou zijn, en dus het meest perfecte Zijn zou het absoluut Reële zijn. In zijn meest eenvoudige vorm is het eerste versie van het ontologisch argument als volgt:
 
De term “God” is gedefinieerd als het grootst denkbare zijn.
Echte existentie (in de realiteit) is groter dan gewone existentie in het begrijpen
Daarom moet God bestaan in de realiteit, en niet enkel als begrip.”
 
Bron: syberg.be

Boeken van Dr. F. De Graaff

Het schuldprobleem in de existentiephilosophie van Heidegger
Het Europese nihilisme
Als goden sterven
Anno Domini 1000-2000
Spinoza
Nietzsche
Het geheim van de wereldgeschiedenis
Jezus de Verborgene I en II
De opera die Zauberflöte van Mozart
Hellas en Rome

Pere Placide
Pere Placide is van oorsprong een katholieke monnik die na een grondige studie van de theologie van de tweede helft van de elfde eeuw teruggkeerd is naar het oosterse christendom.

aspecten.org/beweging