Bron: kb.nl/stcn/webexpo/inleiding.html

Ik geef hier een vereenvoudigd overzicht van de hoofdindeling van de catalogus, met aantallen titels. Het boek begint met een Reglement nopens het gebruik der Nationale Bibliotheek, een Instructie voor den custos in de Nationale Bibliotheek, een Voorberigt van de Commissie tot het werk der Nationale Bibliotheek, en een Algemeene inhoud, of Schets der hoofd- en onder-afdeelingen van deezen catalogus; samen xxxiv bladzijden. Dan volgt de catalogus, per kamer en naar onderwerp. In de eerste kamer stonden de „Wetenschappen en kunsten„: theologie, kerkgeschiedenis, recht, filosofie, exacte en toegepaste wetenschappen, krijgskunde: samen 2708 titels. In de tweede kamer vond men de „Fraaije letteren„: taal- en letterkunde, inclusief bibliografie, samen 1118 titels. In de derde kamer waren de geschied- en aardrijkskundige werken opgesteld, samen 1586 titels. Een aanhangsel voegde daaraan 27 titels van „overgeslagen„ en „bygevoegde boeken„ toe. Naast deze drie kamers was er nog een „kamer XII„ ofwel „Notulen-kamer„ in gebruik. Daar vond men de „resolutien, decreeten, enz.„ van de bestuursorganen van de voormalige republiek opgesteld: 43 nummers, die samen echter vele honderden delen omvatten.
Bron: kb.nl/stcn/webexpo/catalogus.html
In bijna elk inleidend stuk dat je over Claude Debussy leest, wordt gerefereerd aan zijn bezoek aan het paviljoen van Nederlands-Indiëop de Wereldtentoonstelling van Parijs in 1889 waar hij in de ban raakte van een gamelan-orkest. We zijn nu gewend aan het verschijnsel wereldmuziek, maar in 1889 was de West-Europese muziek nog gesloten en volgde haar eigen traditie. In navolging van Chopin hadden in de tweede helft van de negentiende eeuw vooral de Russische componisten interesse getoond voor de eigen volksmuziek en deze in hun composities verwerkt. Zo waren er al invloeden uit de Slavische cultuur de Westerse muziek binnengestroomd. 













