Categorie archief: geschiedenis

achttiende eeuw geboekstaafd

het 18de eeuwse boek in Nederland
Zeven en een half jaar geleden, in september 1995, begon het bureau Short-Title Catalogue, Netherlands aan het project Basiscatalogus 18de eeuw. Voor die datum bevatte de STCN alleen werken van voor 1701, die in de loop van 13 jaar waren beschreven in de Koninklijke Bibliotheek, de universiteitsbibliotheken van Amsterdam en Leiden en de British Library. Vanaf het begin van het STCN-project was het echter ook de bedoeling om alle in de achttiende eeuw in Nederland verschenen publicaties op te nemen. Met een subsidie van NWO kon in 1995 een begin gemaakt worden met het beschrijven van de achttiende-eeuwse collectie van de Koninklijke Bibliotheek. Daartoe werd een extra STCN-team van vijf beschrijvers gevormd; de reeds bij de STCN werkzame beschijvers verhuisden na afronding van de werkzaamheden in de UB Leiden naar die van Utrecht.
 
Bron: kb.nl/stcn/webexpo/inleiding.html
catalogus gebedenboek
Titelpagina Catalogus van de boeken der Nationale Bibliotheek, 1800 en een gebedenboek voor Eskimo’s uit 1759
De Catalogus van de boeken der Nationale Bibliotheek (In den Haag, ter ’sLands Drukkerye, M.DCCC) werd in drie afleveringen (één per kamer) gepubliceerd tussen januari en augustus 1800, en zou een omvang krijgen van xxxiv + 535 bladzijden, en 5482 nummers tellen. Meerdelige werken telden als één nummer, en ook verzamelingen van losse stukken, zoals de 20.000 pamfletten in de „Bibliotheca Duncaniana„ (zie afbeelding hiernaast: p.110 no. 1230-1232), golden daarbij als één titel. De catalogus was systematisch naar vakgebied opgezet. Alle titels worden voorafgegaan door een volgnummer en gevolgd door een aanduiding van de plaats waar zij binnen de kamer in kwestie zijn te vinden.
 
Ik geef hier een vereenvoudigd overzicht van de hoofdindeling van de catalogus, met aantallen titels. Het boek begint met een Reglement nopens het gebruik der Nationale Bibliotheek, een Instructie voor den custos in de Nationale Bibliotheek, een Voorberigt van de Commissie tot het werk der Nationale Bibliotheek, en een Algemeene inhoud, of Schets der hoofd- en onder-afdeelingen van deezen catalogus; samen xxxiv bladzijden. Dan volgt de catalogus, per kamer en naar onderwerp. In de eerste kamer stonden de „Wetenschappen en kunsten„: theologie, kerkgeschiedenis, recht, filosofie, exacte en toegepaste wetenschappen, krijgskunde: samen 2708 titels. In de tweede kamer vond men de „Fraaije letteren„: taal- en letterkunde, inclusief bibliografie, samen 1118 titels. In de derde kamer waren de geschied- en aardrijkskundige werken opgesteld, samen 1586 titels. Een aanhangsel voegde daaraan 27 titels van „overgeslagen„ en „bygevoegde boeken„ toe. Naast deze drie kamers was er nog een „kamer XII„ ofwel „Notulen-kamer„ in gebruik. Daar vond men de „resolutien, decreeten, enz.„ van de bestuursorganen van de voormalige republiek opgesteld: 43 nummers, die samen echter vele honderden delen omvatten.
 
Bron: kb.nl/stcn/webexpo/catalogus.html

kb.nl/stcn | www0.kb.nl/stcn

nieuwe klanken [2]

pianowerken van Claude Debussy (1862-1918)

Claude DebussyIn bijna elk inleidend stuk dat je over Claude Debussy leest, wordt gerefereerd aan zijn bezoek aan het paviljoen van Nederlands-Indiëop de Wereldtentoonstelling van Parijs in 1889 waar hij in de ban raakte van een gamelan-orkest. We zijn nu gewend aan het verschijnsel wereldmuziek, maar in 1889 was de West-Europese muziek nog gesloten en volgde haar eigen traditie. In navolging van Chopin hadden in de tweede helft van de negentiende eeuw vooral de Russische componisten interesse getoond voor de eigen volksmuziek en deze in hun composities verwerkt. Zo waren er al invloeden uit de Slavische cultuur de Westerse muziek binnengestroomd.

Debussy stond in zijn vroege werk sterk onder invloed van Moessorgsky en vooral de opera Boris Godoenov maakte diepe indruk op hem. Vanaf 1890 begint er bij hem een nieuw geluid door te klinken. De Suite Bergamasque bestaat uit de delen Prélude, Menuet, Clair de Lune, en Passepied en markeert het begin van een ontwikkeling die uiteindelijk zal uitmonden in de zogenaamde nieuwe pianistiek. Met het werk Estampes uit 1903 is de doorbraak definitief een feit. Estampes bestaat uit de delen Pagodes, La soirée dans Grenade en Jardins sous la pluie. In het eerste deel Pagodes hoor je onmiskenbaar oosterse klanken. Debussy was de gamelan uit 1889 niet vergeten… Overigens was het Maurice Ravel die claimde de nieuwe pianistiek te hebben geïntroduceerd met zijn compositie Jeux d’eau uit 1901, zie nieuwe klanken [1]

Eén, soms wat te veel benadrukt aspect van zijn stijl, is het impressionisme. Deze term duidde aanvankelijk op een school van Franse kunstenaars die haar bloeiperiode had van 1880 tot het einde van de negentiende eeuw.
Het impressionisme in de muziek staat voor een benadering die is gericht op het weergeven van stemmingen en zintuiglijke indrukken, met harmonie en klankkleur als belangrijkste middelen. Het im­pressionisme is dus een soort programmamuziek, maar verschilt van de mees­te programmamuziek omdat het niet de uitdrukking van diepe emoties of de uitbeelding van een verhaal tot doel heeft. Het wil alleen een bepaalde stem­ming oproepen, een vluchtige sfeer of beleving. Suggestieve titels en verwijzingen naar natuurlijke geluiden, een ‘zwevend’ ritme, karakteristieke flarden melodisch materiaal en dergelijke moeten dit streven ondersteunen. Daarnaast gaat het bij impressionisme om de zinspeling en het understatement. In zeke­re zin is het de antithese van het uitgesproken, energieke en diepgravende expressionisme van de romantiek.
 
Verscheidene vroege invloeden hebben bijgedragen tot de vorming van Debussy’s stijl. Tot de directe achtergrond behoorden César Franck, Saint ­Saëns en de spitsvondige en originele Emmanuel Chabrier (1841-1894); maar contemporaine kunstenaars bepaalden waarschijnlijk evenzeer De­bussy’s overwegingen. Andere invloeden waren Wagner, Moessorgski, Grieg en na 1900 Ravel. Enkele technische aspecten van de impressionistische stijl hadden hun pre­cedenten in het werk van Chopin en dat van Liszt. Van de Franse traditie erfde Debussy zijn fijngevoeligheid, zijn aristocratische smaak en zijn anti-romantische visie op de functie van muziek. In zijn laatste werken wend­de hij zich met hernieuwde overtuiging tot het erfgoed van Couperin en Ra­meau.
 
Bron: kunstbus.nl

Pianowerken van Claude Debussy in mijn collectie
Deux Arabesques (1888)
Petite Suite (1889)
Suite bergamasque (1890)
(including Prélude, Menuet, Clair de Lune, and Passepied)
Rêverie (1890)
Valse romantique (1890)
Nocturne (1892)
Pour Le Piano (1899)
Estampes (1903)
L’Isle Joyeuse (1904)
Images, sets one and two (1905, 1907)
(a very notable piece being Reflets dans l’eau)
Children’s Corner Suite (1909)
Préludes, book one and two (1910-1913)
(including La Fille aux Cheveux de Lin, La Cathédrale Engloutie and Canope )
La plus que lente (valse pour piano) (1910)
Etudes, book one and two (1915)

uitvoering: Gordon Fergus-Thomson en Paul Crossley

ons nationaal geheugen [9]

de boekdrukkunst en de opkomst van het boek (1460-1585)

Vorige week maandag werd de Canon van Nederland gepresenteerd, die bestaat uit vijftig vensters waardoor de Nederlander zijn nationaal zelfbewustzijn bij elkaar kan gluren. Door het achtste venster kijken we naar de boekdrukkunst

boekdrukkerij
Eind 16e-eeuwse boekdrukkerij
door Giovanni Stradanus, 1587-1589
In de beginjaren van de drukkunst werd de decoratie van het gedrukte boek met de hand aangebracht door rubricatoren of illuminatoren. Dit waren initialen van verschillende grootte, paragraaftekens, in rood en blauw, soms onderstrepingen, titels van hoofdstukken in rood, en verder konden randen en miniaturen aangebracht worden in de stijl van de handschriften uit de stad of de streek. De decoratie en illuminatie dienden om de structuur van de tekst aan te geven en de gebruiker de weg door het boek te wijzen. Omstreeks 1480 werd deze bewerking, die vaak (maar niet altijd) aan de koper overgelaten werd, vervangen door typografische middelen: gedrukte initialen, randen en illustratie van de tekst door houtsneden, die dezelfde structurerende functie hadden als de handgeschreven of -geschilderde decoratie.
 
Bron: bibliopolis.nl/handboek

bibliopolis.nl | verwijzingen [entoen.nu]