Categorie archief: geschiedenis

Psalters [ 1 ]

Karolingisch: het Utrechts Psalter (School van Reims, c. 820-835)

Vandaag begin ik met een reeks over historische psalters. Ik open met het kostbaarste handschrift dat in ons land bewaard wordt: het zgn. Utrechts Psalter. Dit wereldberoemde manuscript werd vervaardigd in de Benedictijner abdij Hautvillers bij Epernay en is een topstuk uit de Karolingische handschriftenproductie. Op de website van de Universiteit van Utrecht kun je een digitaal facsimile van dit unieke handschrift in een virtuele vitrine bekijken.

psalm 11
Psalm 11:7 7 Des Heeren woorden zijn reine woorden: zilver door het vuur beproefd, gangbare munt, zevenmaal gelouterd.
Op de negende-eeuwse tijdgenoten moeten vooral de 166 pentekeningen die aan de tekst van elk van de 150 psalmen en de zestien daaraan toegevoegde bijbelse liedteksten – de zogenaamde cantica – voorafgaan, een even overweldigende indruk hebben gemaakt als op ons. De tekst van de psalmen, die al in de vroegchristelijke gemeenschappen zo’n cruciale rol speelde en in de volgende eeuwen het religieuze en devotionele leven in hoge mate vormgaf, werd hier, in dit handschrift, plotseling op een tot dan toe ongekende manier tot leven gewekt. De beelden die de eeuwenlang uit het hoofd geleerde en gereciteerde psalmverzen opriepen, werden hier nu voor ogen getoverd in een geheel nieuwe stijl die zijn inspiratie vond in de vormgevingsprincipes van de late oudheid en van het vroege christendom.
 
Deze nieuwe stijl was ontstaan en was voorbereid in een groep handschriften die in het begin van de negende eeuw vervaardigd was aan het hof van Karel de Grote in Aken. Tot volle bloei kwam de stijl echter twee tot drie decennia later in een ander belangrijk centrum van Karolingische cultuur en Renovatio, namelijk in Reims, waar Ebbo, de zogeheten zoogbroeder van de nieuwe keizer, Karel de Grote’s zoon Lodewijk de Vrome, sinds 816 als aartsbisschop zetelde. Een van de boeken die in opdracht van Ebbo werden gemaakt, is het Ebbo Evangeliarium (nu Epernay, Bibliothèque Municipale, Ms. 1), vervaardigd in de benedictijner abdij Hautvillers bij Epernay. De portretten van de evangelisten in het Ebbo Evangeliarium vertonen zo’n grote verwantschap met de tekeningen in het Utrechts Psalter dat ook het laatste handschrift vervaardigd moet zijn in Hautvillers, tussen circa 820 en 835. Het Utrechts Psalter wordt algemeen beschouwd als het belangrijkste handschrift van de zogenaamde School van Reims.
 
Lees verder: vitrine.library.uu.nl/
psalm 150
Psalm 150:5 Looft Hem met hel-klinkende cimbalen looft Hem met bekkens van vreugdegeluid!

Het Utrechts Psalter behoort zonder meer tot de grootste meesterwerken van de Westerse middeleeuwse kunst. Het is ongetwijfeld het belangrijkste boek dat in Nederland bewaard wordt en zeker het topstuk van de Utrechtse Universiteitsbibliotheek. Zijn naam dankt het handschrift aan de huidige plaats van bewaring, niet aan de plaats van vervaardiging. Het is een zogenaamd psalter of psalterium, dat wil zeggen dat het handschrift de tekst van het bijbelboek Psalmen bevat.

Utrechts Psalter

verwrongen bloteriken [1]

maniërisme in de Lage Landen

Laatst schreef ik hier iets over de Haarlemse maniërist Hendrick Goltzius. Op de prachtige en informatieve website van het Metropolitan Museum las ik gisteren een stukje over schilders uit de Lage Landen die in de 16e eeuw de Renaissance uit Italiënaar het Noorden brachten. Tot de eerste generatie van deze kunstenaars die de Renaissance hier introduceerden behoorden Jan Gossaert (Mabuse), (1478/88-1532), Lucas van Leyden (1494-1533) Jan van Schoorl (1495-1562) en Maarten van Heemskerck (1498-1574). Vooral de stijl van de laatste is sterk beinvloed door het maniërisme dat na 1525 in de mode is gekomen en daarna een zwaar stempel gedrukt heeft op de zestiende eeuwse schilderkunst.

Cornelis Cornelisz. van Haarlem
Cornelis Cornelisz. van Haarlem 1588
Val van de Titanen. De bloteriken worden als gekleurde hagel op een boterham gestrooid.

In Nederland kwam het maniërisme tot een hoogtepunt in de Haarlemse School. Hiertoe behoorden Cornelis Cornelisz. van Haarlem (1562-1638), Karel van Mander (1548-1606) en eerder genoemde Hendrick Goltzius (1558-1616). Het werk van Bartholomeus Spranger (1546-1611) vormde voor hen een enorme bron van inspiratie.

In the sixteenth century, Rome was the cradle and capital of Western civilization. It attracted painters, engravers, and sculptors from throughout Europe, especially the Netherlands and northern France. Rome’s principal attractions were its classical ruins, works by contemporary masters like Raphael and Michelangelo, and patronage from local aristocracy and the Roman Catholic Church. Important painters from the Netherlands who made the journey and stayed in the city (often for years, sometimes decades) were: Jan Gossaert, Jan van Scorel, Pieter Coecke van Aelst, Maarten van Heemskerck, Bartholomeus Spranger, Dionijs Calvaert, and Paul Bril. They were accompanied by sculptors, including Niccolò Pippi from Arras, Gillis van den Vliete, Jacques Du Broeucq, and his pupil Jean Boulogne (Giambologna). Among the engravers were Cornelis Cort, Aegidius Sadeler, and Hendrick Goltzius. Eagerly absorbing the available Roman culture, these artists also had an intensive interaction with, and left an imprint of their own, on the cultural scene of the Italian metropolis.
 
Bron: metmuseum.org

Op de site van het Metropolitan Museum kun je verschillende prenten met een interactief vergrootglas bekijken, zoals een mooie gewassen tekening van Bartholomeus Spranger of de vier beroemde gravures uit de serie Tantalus, Icarus, Phaeton en Ixion van Hendrick Goltzius.

Goltzius
Hendrick Goltzius 1588
uit de serie Tantalus, Icarus, Phaeton en Ixion. Zoek deze figuur op het schilderij van Cornelis Cornelisz.

maniërisme
De term ‘maniërisme’ wordt gebruikt voor de periode in de kunstgeschiedenis die volgt na de Renaissance. Rond 1520 streefde een aantal Italiaanse kunstenaars ernaar hun voorgangers – beroemde meesters als Rafael en Michelangelo – te evenaren. Sommigen probeerden bepaalde aspecten van de stijl (de manier, ‘maniera’) van deze kunstenaars te overtreffen. Zij keken bijvoorbeeld naar de gespierde lichamen en ingewikkelde houdingen in Michelangelo’s Sixtijnse kapel en deden daar nog een schepje bovenop. Lichamen met overdreven proporties en sterke draaiingen waren het resultaat. De ‘maniera’ van deze kunstenaars werd hierdoor een doel op zich, bijna een ‘maniertje’. Later werd deze kunst daarom wel ‘maniërisme’ genoemd.
 
Bron: rijksmuseum.nl

Northern Mannerism in the Early Sixteenth Century | Mannerism in Italy

luxe optrekjes

De Vanderbilt’s en hun mansions

Na het zien van Age of Innocence ben ik eens wat gaan rondkijken op het web wat er zoal te vinden is over de Gilded Age, de periode waarin de film zich afspeelt. Ik heb daar al wat over gelezen in het boek American Visions van Robert Hughes, waarin deze zijn visie geeft op het epos van de Amerikaanse kunst. Na de Amerikaanse Burgeroorlog beleefden de Verenigde Staten een enorme economische bloei. Weliswaar was het Brits Imperium nog het machtigste ter wereld, maar rond 1890 begon het al duidelijk te worden dat Amerika de grootste economische macht ter wereld zou gaan worden in de komende eeuw. Hughes beschrijft in zijn boek op kostelijke wijze de cultuur en de kitscherige smaak van de nieuwe rijken in Amerika.

Een van de bekendste selfmade men was de uit Nederland afkomstige Cornelis ‘Commodore’ Vanderbilt. Hij was de Bill Gates van zijn tijd, eigenaar van een imperium van spoorwegen en rederijen. Hij begon zijn carrière met een lening van $100 van zijn moeder met een veerdienst tussen Staten Island en Manhattan. Toen hij in 1877 overleed, was hij met een vermogen van honderd miljoen dollar de rijkste man ter wereld. Hoewel hij altijd de vinger op de knip gehouden had, wisten zijn kinderen en kleinkinderen wel raad met het kapitaal. Ze begonnen voor zichzelf landhuizen, mansions genaamd, te bouwen. In werkelijkheid waren dit poenerige renaissancepaleizen, waarmee ze de hofcultuur van de Europese vorsten imiteerden. In Newport, in de staat Rhode Island en 200 km. ten noorden van New York, liet hij de meest spectaculaire van allemaal bouwen, the Breakers. Het werd voltooid in 1895 maar Cornelis Vanderbilt II kon er nog geen jaar van genieten want hij overleed in 1896.

The Breakers in Newport (Rhode Island), 1895
Certainly the most grandiose of Newport’s mansions and most popular with visitors is The Breakers, an Italian Renaissance palace that is nothing short of sumptuous. Cornelius Vanderbilt called for the finest marble, and he got it. The marble columns in the two-story-high Great Hall have capitals carved of alabaster. Priceless tapestries, fine mosaic work, irreplaceable paintings, and ornate furniture testify to the wealth of The Breakers’ owners and their desire to flaunt it. Designed by Richard Morris Hunt, who did a great many buildings in New England and particularly in Newport, the Breakers was built in only two years – hard to believe!

Tussen 1870 en 1930 liet de familie Vanderbilt vele mansions bouwen. Een aantal staat hieronder vermeld. Een volledige lijst vind je hier Het verbaast mij eigenlijk nog dat de kinderen en kleinkinderen van de ‘Commodore’ toch nog 60 jaar nodig hadden om het vermogen van Commodore (in 1877 op $100 miljoen geschat, meer dan het Amerikaanse ministerie van Financiën) er doorheen te jagen.

Frederick William Vanderbilt (1856-1938), “Hyde Park” , Hyde Park, New York, 1896-1899; McKim, Mead and White.
William Kissam Vanderbilt (1849-1920), “Idle Hour”, Oakdale, Long Island, New York; gebouwd van 1878 tot 1879; Richard Morris Hunt (verwoest door brand, 1899), 660 Fifth Avenue, New York, gesloopt in 1926.
William Kissam Vanderbilt, “Marble House”, Newport, Rhode Island, gebouwd van 1888 tot 1892; Richard Morris Hunt
William Kissam Vanderbilt II, “Eagles Nest”, Centerport, New York, gebouwd van 1910 tot 1936; Warren & Wetmore
George Washington Vanderbilt II (1862-1914), “Biltmore”, Asheville, North Carolina, gebouwd van 1888 tot 1895; Richard Morris Hunt (Het grootste huis van de Verenigde Staten)
Cornelius Vanderbilt II (1843-1899), “The Breakers”, Newport, Rhode Island, gebouwd van 1892 tot 1895; Richard Morris Hunt
Florence Vanderbilt (Mrs. Hamilton Twombly) (1854-1952), “Florham”, Convent Station, New Jersey, 1894-1897; McKim, Mead and White (nu kantoorgebouw, Fairleigh Dickinson University)

De kitscherige mansions van Newport, door Jeroen Bergeijk
America in the Gilded Age | Biography of Cornelis ‘Commodore’ Vanderbilt
newportmansions.org | vanderbiltmuseum.org