Categorie archief: geschiedenis

het drama van dresden

gezien: Das drama von Dresden
ZDF, dinsdagavond 8 februari 20.15 – 21.45

In de nacht van 13 op 14 februari 1945 maakten geallieerde bombardementen een einde aan het Florence aan de Elbe en de levens van tienduizenden onschuldige burgers. De ZDF schonk gisterenavond in een anderhalf uur durende documentaire aandacht aan deze geallieerde bommenterreur. Mijn vader was 13 jaar en herinnert zich nog precies dat de Engelsen en Amerikanen in het voorjaar van 1945 ongehinderd af en aan vlogen naar Duitsland. Met schaamte weet hij dat er toen in Nederland overal geroepen werd dat ze Duitsland ‘maar helemaal plat’ moesten gooien.

De geschiedenis is onze blik op de Tweede Wereldoorlog aan het veranderen. Na zich meer dan een halve eeuw in het stof gewenteld te hebben, komen de Duitsers nu pas toe aan het verwerken van het eigen oorlogstrauma. Dresden is het symbool geworden van een oorlog waarin de bondgenoot ook oorlogsmisdadiger kon zijn en de vijand ook slachtoffer. Mahatma Ghandi zei vlak voor zijn dood al dat men in Dresden en Hiroshima Hitler met Hitler bestreden heeft.

In zijn besteller In Europa schrijft Geert Mak dat er nog steeds geen betrouwbare cijfers zijn over het bombardement op Dresden:

Met weinig cijfers is de laatste halve eeuw zo gemanipuleerd als met het dodental van het bombardement op Dresden. In 1945 en 1946 sprak het lokale dagblad Die Sächsische Zeitung nog over ongeveer 25.000 slachtoffers, maar na het uitbreken van de koude oorlog – Dresden lag inmiddels in de DDR – begonnen getallen van 100.000 of meer de ronde te doen. Al in 1950 sprak een resolutie van kameraden-arbeiders uit Freiburg over de moord op 320.000 burgers van Dresden, onder wie 150.000 vluchtelingen, een ‘misdaad’ tegen de menselijkheid, begaan jegens weerloze vrouwen en kinderen, die wij de Amerikanen niet zullen vergeven.’ Het motto van de toenmalige DDR-herdenking luidde: “Amerikaanse bommenwerpers verwoestten Dresden – met hulp van de Sovjet-Unie bouwen wij de stad weer op!’
Vanaf 1960 werd de schuld van het bombardement vooral bij e fascisten gelegd, die, in de visie van de DDR, hun thuishaven hadden gevonden in het nieuwe West-Duitsland. Het dodental werd vier jaar later door de historicus David Irving en anderen ‘wetenschappelijk’ vastgesteld op 135.000, waarmee het aantal slachtoffers in Dresden min of meer gelijkgesteld kon worden aan dat van Hiroshima of Nagasaki.

Op de MDR website wordt in een special over de herbouw van de Frauenkirche in Dresden, gesproken over 35.000 slachtoffers. In oktober dit jaar verwacht men dat de Frauenkirche weer gewijd zal worden. Bovenop de koepel staat inmiddels een kruis dat in Engeland is ingezameld en door de zoon van een RAF-piloot is vervaardigd.

Die britische Förderinitiative hatte seit 1994 rund 750.000 Euro für den Wiederaufbau der “Steinernen Kuppel” gesammelt. Mit dem Geld finanzierte sie auch die originalgetreue Nachbildung des Kuppelkreuzes. Angefertigt wurde das 7,60 Meter hohe Strahlenkreuz unter Leitung eines britischen Silberschmiedes. Sein Vater hatte als Pilot am 13. Februar 1945 den verheerenden anglo-amerikanischen Luftangriff auf die Elbestadt mitgeflogen. Rund 35.000 Dresdner und Flüchtlinge kamen ums Leben. Die Frauenkirche wurde schwer beschädigt und stürzte ein.

Wiederaufbau der Frauenkirche zu Dresden

het begin van het einde

vandaag 1598 jaar geleden:
Barbaren steken de Rijn over naar het Romeinse Rijk

Op oudejaarsavond 406 staken de Alanen, Sueven, Alamannen en Bourgondiërs en Vandalen de bevroren Rijngrens over naar het Romeinse Rijk. Twee takken van de Vandaalse confederatie werden vernoemd: de Silingen en de Asdingen. De volgende tweeënhalf jaar zwierven deze beide barbaarse benden ongestoord door grote delen van Gallië, alles vernietigend, zo intens dat hun naam het synoniem blijft van de wildste vernielingen ooit. In 409 staken zij de Pyreneeën over naar Spanje. Twee jaar later ontmoetten deze veroveraars elkaar, om hun buit onder elkaar te verdelen.

Tijdbalk Romeinse Rijk

graaftalent

vandaag 114 jaar geleden overleden:
Heinrich Schliemann 26 december 1890
Schliemann werd geboren in 1822 als zoon van een Evangelisch-Lutherse dominee, maar hijzelf maakte carrière als handelaar. In 1841 werd hij naar Venezuela gezonden, maar leed schipbreuk voor de Nederlandse kust, en werd handelaar voor een Amsterdamse firma. In 1846 werd hij de agent van de firma in Sint Petersburg, en was daar zo succesvol dat hij het volgende jaar zijn eigen handelsfirma kon oprichten. Onder meer in het Californiëvan de goldrush en in de Krimoorlog breidde hij zijn kapitaal nog eens enorm uit.
 
Heilrich SchliemannIn 1864 trok Schliemann zich uit de handel terug. Hij maakte een wereldreis, studeerde aan Sorbonne, en in 1868 bezocht hij Griekenland en Turkije. Naar eigen zeggen zag hij Pınarbas¸i aan, dat op dat moment door de meeste experts voor Troje werd aangezien, besloot dat het niet met de Ilias overeenstemde, en zocht vervolgens een betere kandidaat, die hij vond in de vorm van Hisarlık. Of dit ook werkelijk zo is gegaan, is onzeker, het is zeer wel mogelijk dat het niet Schliemanns eigen vaststellingen, maar overreding door Frank Calvert geweest is die hem naar Hisarlık heeft geleid.
 
Hoe dan ook, na enkele proefopgravingen in 1870, begon Schliemann in 1871 met de opgravingen in Hisarlık, dat inderdaad Troje bleek te zijn. Hij deed diverse opwindende vondsten, de meest beroemde daarvan is de ‘goudschat van Priamus’, ten onrechte door Schliemann zo genoemd – in werkelijkheid was de laag waarvan hij dacht dat het het Troje van de Trojaanse Oorlog was, meer dan 1000 jaar ouder. Hij vond deze tegen het eind van zijn eerste serie opgravingen in Troje, in 1873.
 
Hierna toog Schliemann naar Mycene, waar hij het graf van Agamemnon hoopte te vinden. Hij vond opnieuw grote schatten, waaronder het ‘dodenmasker van Agamemnon’, hoewel in dit geval opnieuw gebleken is dat zijn vondsten duidelijk ouder zijn dan de Trojaanse Oorlog. In 1878-1879 groef Schliemann opnieuw in Troje, in 1880-1881 was Orchomenus in Boeotië aan de beurt. Daarna groef hij nog twee keer in Troje (1882 en 1890), en deed opgravingen in Tiryns (1884-1885), en kleiner proefopgravingen op andere plaatsen.
 
Door zijn opgravingen had Schliemann een grote verzameling archeologische vondsten in zijn bezit, die hij schonk aan het Duitse Rijk, om ze in hun totaliteit te vertonen in een aantal naar hem te noemen zalen in het Königlich-Preußischen Völkerkundemuseum in Berlijn.
 
Bron: nl.wikipedia.org

Heinrich Schliemann: Heros & Mythos