Je hoeft niet in het noodlot te geloven om de tweede roman van Louis Couperus uit 1890 te kunnen waarderen. Hij schreef deze na zijn doorbraak met Eline Vere in 1889. Het naturalisme beleefde rond 1890 haar hoogtepunt en de noodlotsgedachte was de stuwende kracht achter dit sombere genre waarin de mens speelbal is van het lot dat hem elke marge van vrijheid ontzegt. De personages die in de naturalistische roman door het noodlot vermalen worden, plegen dan ook vaak zelfmoord. Emma Bovary, de eerste tragische heldin van het naturalisme, deed het. Tallozen (vaak vrouwen) volgden haar na waaronder Anna Karenina en Eline Vere. Ook Noodlot eindigt met een zelfmoord, een dubbele zelfs.

De dubbele zelfmoord in Noodlot had Couperus min of meer afgekeken bij Spoken, een toneelstuk uit 1881 van van Henrik Ibsen. Waarschijnlijk kwam Couperus in 1889 met dit stuk in aanraking tijdens een vakantie in Noorwegen. Zijn Noorse reisimpressies verwerkte hij ook in Noodlot. Zo bezoeken de hoofdpersonen Noorwegen. Eve, de vrouwelijke hoofdpersoon is aanvankelijk verrukt over Noorwegen:
Bron: dbnl.org
Maar voor Frank, Eve’s verloofde, roept Noorwegen iets heel anders op:
Bron: dbnl.org
Couperus klinkt het woord noodlot met de mjölnir vast aan Noorwegen. Frank lijkt niet alleen Noorwegen te vervloeken, maar ook zichzelf. Hij had immers zelfs voor Noorwegen gekozen!
Bron: dbnl.org
Zo geniepig werkt het noodlot dus, het komt als een “vrije gedachte” in ons op om ons tenslotte te verstrikken. Wie kan daar uit ontsnappen? Geen mens, want juist in onze eigen “vrije keuzes” worden we door het noodlot besprongen, een wild beest dat ons verscheurt.

Bron: dbnl.org
Lot of noodlot is de gedachte dat er een noodzakelijk en onveranderlijk verloop in het leven van een mens of dier plaatsvindt, waarbij de persoon in kwestie niet bij machte is zelf invloed op deze gang van zaken uit te oefenen. In een verwante betekenis verwijst de term naar een specifieke stand van zaken die in de reeks der gebeurtenissen noodzakelijkerwijs verwerkelijkt wordt. Daarmee past de term binnen een deterministische wereldbeschouwing (“er is geen macht op aarde die het lot ondermijnt”).
Bron: nl.wikipedia.org
Na Noodlot schreef Couperus een roman die veel hoopvoller is. Extase bezingt de geestelijke liefde. Als ondertitel koos hij zelfs voor “Een boek van geluk”. Toch zou het noodlot als thema steeds terugkeren, met name in zijn laatste grote roman Van oude mensen de dingen die voorbijgaan. Maar zo somber als Noodlot zou het niet meer worden. Couperus zag toch nog een sprankje hoop in de menselijke misère. Daarmee was de oppermacht van het noodlot gebroken.
Op YouTube staan honderden film noirs uit het 

In de eerste twee boeken der kleine zielen (De kleine zielen en Het late leven) staat Constance van der Welcke centraal. Als “gevallen vrouw” en “verloren dochter” uit de vooraanstaande Haagse familie Van Lowe, heeft ze alles wat voor haar familie zo belangrijk was (en voor sommigen nog steeds is) verloren. Aanzien en positie zijn schijn gebleken. Na haar schandaal is ze samen met Henri van der Welcke uit haar milieu verbannen naar Brussel. Het enige wat ze nog verlangt, is een beetje warmte van haar familie. En vooral authenticiteit. Na vijftien jaar ballingschap in Brussel wordt ze samen met Henri weliswaar weer opgenomen in haar familie, maar haar broers en zussen doen dit vooral voor hun oude moeder, die nog de illusie koestert dat de familie een hechte eenheid is.
In het tweede deel Het late leven komt Constance in contact met Max Brauws, een oud-studiegenoot van Henri van der Welcke. Max heeft een zwak voor Henri omdat hij Henri een groot kind vindt. Constance en Max blijken zielsverwanten. In de relatie tussen Constance van der Welcke en Max Brauws laat Couperus zien hoe opvoeding en milieu ons bepalen. Evenals Constance en Henri komt Max uit een hoger milieu. 












