Volgende week hoop ik aan de Keizersgracht het Museum Van Loon te bezoeken. In 2015 bezocht ik met Michaela al het Museum Willet-Holthuysen aan de Herengracht. We kregen toen een prachtige indruk van het rijke leven achter een van de fraaie gevels. Nu ik in De Patriotten aan het lezen ben, een roman over een Amsterdamse regentenfamilie in de jaren 1778-1787, trekt de grachtengordel mij weer aan. De website amsterdamsegrachtenhuizen.info is online misschien wel de beste voorbereiding op een bezoek aan de grachtengordel. Alle gevels zijn hier aan te klikken en van informatie voorzien, zoals bouwjaar, architect en overzicht van de bewoners. Het standaardwerk van Caspar Philips Jacobszoon uit 1768 dient als basis.

Bron: onderdekeizerskroon.nl
Over de eerste zeven jaren (1963-1970) van mijn leven heb ik een idyllisch beeld. Het lijkt alsof alle subpersoonlijkheden in mij stilzwijgend de afspraak hebben gemaakt om dat zo te houden. De jaren zestig als zachte bakermat onder mijn bestaan. En Flower power, the summer of love, hippies en Heintje bevestigen dat. Maar je kunt dit rooskleurige beeld van de sixties eenvoudig binnenstebuiten keren:
Van mijn achternicht kreeg ik een damesroman uit 1934 van Jo van Ammers-Kuller. Had ik nog nooit van gehoord. Deze schrijfster is in de vergetelheid geraakt, niet in de laatste plaats omdat ze fout was in de oorlog. Maar in de jaren dertig werd ze veel gelezen. Haar werk werd vertaald in het Engels, Duits, Pools en Tsjechisch. De literaire kritiek moest weinig van haar hebben, ook voordat ze in de oorlog haar bijdragen leverde aan de Kulturkammer. Deze informatie heeft me er niet van weerhouden om aan dit boek te beginnen. 













