Categorie archief: geschiedenis

De Krimoorlog [ 13 ]

films over de Charge van de lichte brigade (1936, 1954 en 1968)

Light Brigade 1936Een van de bekendste episoden uit de Krimoorlog is de Charge van de Lichte Brigade tijdens de Slag bij Balaklava op 25 oktober 1854. Dat de aanval van de Lichte Brigade van de Britse cavalerie zo bekend geworden is, komt vooral door het gedicht van Alfred Lord Tennyson dat begint met de regels Half a league, half a league, / Half a league onward, / All in the valley of Death / Rode the six hundred. / ‘Forward, the Light Brigade! / Charge for the guns’ he said: / Into the valley of Death / Rode the six hundred.

Light Brigade 1968De Charge van de Lichte Brigade is bij mijn weten tussen 1936 en 1968 driemaal verfilmd. De meest indrukwekkende reconstructie van deze cavalerieaanval is te zien in de film The Charge of the Light Brigade uit 1968 met John Gielgud als opperbevelhebber Fitzroy Somerset 1st Baron Raglan en Trevor Howard als majoor-generaal James Brudenell 7th Earl of Cardigan. Vanessa Redgrave speelt de enige vrouwelijke hoofdrol in deze mannenfilm.

Charge of the Lancers 1954Luitenant-generaal George Bingham, de earl van Lucan ontving een bevel van de commandant Fitzroy Somerset dat de cavalerie naar voren moest om te verhinderen dat de Russen zijn scheepskanonnen bij de redoute mee konden nemen. Hij zou versterking krijgen door paardgetrokken artillerie en Franse cavalerie. De order werd opgesteld door brigadier Airey en overgebracht door kapitein Louis Edward Nolan. Bingham had echter niet het overzicht op de situatie zoals Fitzroy Somerset die had. Later bleek ook dat Nolan een verkeerde positie voor de buitgenomen scheepskanonnen aanwees. Het kan zijn dat Nolan dit later pas doorhad, toen gezien werd dat hij Bingham probeerde in te halen. Hij had dus mogelijk nog meer of gedetailleerdere instructies bij zich, maar werd geraakt door een artilleriegranaat. De charge werd verricht door de Lichte Brigade van de Britse cavalerie, bestaande uit de 4e en 13e Lichte Dragonders, 17e Lansiers, en de 8e en 11e Huzaren, onder het bevel van majoor-generaal James Brudenell.
 
Bron: nl.wikipedia.org

DDR-maniërisme [ 1 ]

Werner Tübke – meesterschilder tussen Oost en West
Museum De Fundatie Zwolle, 28 januari t/m 14 mei 2017

In 2010 schreef ik over de grootste staatsopdracht uit de geschiedenis van de DDR, het panorama in Bad Frankenhausen van de Leipziger schilder Werner Tübke. Het reusachtige panorama, een van de grootste ter wereld, werd dertig jaar geleden voltooid nadat Tübke en zijn assistenten er negen jaar onafgebroken aan gewerkt hadden. Nog steeds staat de Sixtijnse Kapel van het Noorden in Bad Frankenhausen bij mij op mijn lijstje van plaatsen in Duitsland die ik wil bezoeken. Maar gelukkig hoef ik nu niet helemaal naar Thüringen te reizen om het panorama te zien. Op de tentoonstelling Werner Tübke – meesterschilder tussen Oost en West die zaterdag in Museum De Fundatie in Zwolle opent, is een 1:10 schaalmodel van het panorama te zien. Dat is nog altijd 13,5 meter lang! Daarnaast zijn er bijna honderd schilderen van Tübke te zien.

Tübke 1966/1967
Levensherinneringen van Dr. Jur. Schulze VII, 1966/1967 (olieverf op doek, 122,5 x 182,5 cm, Museum der bildenden Künste Leipzig)
Tübke was zeker niet de eerste moderne schilder die zich vrijwillig terugtrok tussen de oude meesters.

Werner Tübke werkte voor de naoorlogse westerse schilderkunst achter de gesloten gordijnen van het Oostblok. Aan de kunstacademie van Leipzig ontwikkelde hij zich in de jaren vijftig en zestig in een stijl die haaks stond op alles wat toen als modern gezien werd. De laat renaissancistische en maniëristisch stijl uit de zestiende eeuw was sowieso een anachronisme. Veel (verwrongen) bloot, gloeiende kleuren en een afwijzing van het clair-obscur, de belangrijkste pijler van de barokschilderkunst. Tübke was zeker niet de eerste moderne schilder die zich vrijwillig terugtrok tussen de oude meesters. Surrealisten als Christian Schad, deden dat tijdens het interbellum al. Anderen zoals Giorgio de Chirico werden na een korte flirt met de moderniteit volledig reactionair. Eenlingen als Balthus bleven hun leven lang hun eigenzinnige spoor trekken langs de moderne schilderkunst.

Voor de rest werden de meeste figuratieve en realistische schilders na de oorlog door de moderne westerse schilderkunst in de ban gedaan. Concept en expressie werden de heilige graal en op ambacht werd neergekeken. Achter het ijzeren gordijn zag de situatie er compleet anders uit. De abstracte schilderkunst die na 1945 in West-Europa in zo’n hoog aanzien kwam te staan, werd gezien als een Amerikaans product, een kapitalistisch verschijnsel. Het socialisme stelde daar het socialistisch realisme tegenover. Stalin had ooit de stijl van Repin tot standaard verheven. Dit noodzaakte de socialistische schilder om zich vooral technisch te ontwikkelen. De jonge Tübke was daar één van.

Toen Tübke (1929-2004) eind jaren veertig aan de Hochschule für Grafik und Buchkunst in Leipzig aan zijn opleiding begon, werd hij gekneed in het socialistisch realisme. Toch zou hij zich al snel onderscheiden van zijn medestudenten. Tübke greep terug op de stijl van de oude Duitse schilderkunst uit de eerste helft van de zestiende eeuw en dat paste niet in het plaatje van het socialistisch realisme. Uit onvrede met de rigide artistieke koers die men in Leipzig volgde, stapte hij over naar het Caspar David Friedrich Institut in Greifswald. Daar leerde hij ook de kunstgeschiedenis beter kennen.

Ik ben erg benieuwd naar de tentoonstelling in Zwolle. Als het een goede overzichtstentoonstelling is, dan zouden we de ontwikkeling van Werner Tübke vanaf de jaren vijftig moeten kunnen volgen. Kunnen we zien door welke schilders hij zich heeft laten beïnvloeden? In het panorama van Bad Frankenhausen grijpt Tübke letterlijk terug naar eerste helft van de zestiende eeuw. Het panorama beeldt namelijk de Slag bij Frankenhausen uit die plaatsvond op 15 mei 1525. Het was de beslissende slag in de Duitse Boerenoorlog. Het DDR regime zag deze oorlog als een voorafbeelding van de socialistische klassenstrijd. Tübke was deze opdracht op het lijf geschreven. Hij kon zich letterlijk uitleven in de stijl van zijn grote voorbeelden: Albrecht Dürer (1471-1528) en Matthias Grünewald (ca.1470-1528) die de Duitse Boerenoorlog (1524-1525) bewust hebben meegemaakt.

museumdefundatie.nl | Welgericht [ W&V ]

the Leiden collection

vandaag gaat The Leiden Collection online
175 werken uit de verzameling van Thomas en Daphne Kaplan
Leyden Collection
theleidencollection.com
This online catalogue of The Leiden Collection provides the first scholarly overview of the remarkable collection of Dutch paintings and drawings assembled by Thomas Kaplan and his wife, Daphne Recanati Kaplan. Named after Rembrandt’s native city, The Leiden Collection currently numbers more than 250 paintings and drawings, 175 of which are included in the present catalogue.
 
Bron: theleidencollection.com