Categorie archief: 18e eeuw

Grachtenboek 1768

Het Grachtenboek van Caspar Philips Jacobszoon (1768)

grachtenboek 1768Volgende week hoop ik aan de Keizersgracht het Museum Van Loon te bezoeken. In 2015 bezocht ik met Michaela al het Museum Willet-Holthuysen aan de Herengracht. We kregen toen een prachtige indruk van het rijke leven achter een van de fraaie gevels. Nu ik in De Patriotten aan het lezen ben, een roman over een Amsterdamse regentenfamilie in de jaren 1778-1787, trekt de grachtengordel mij weer aan. De website amsterdamsegrachtenhuizen.info is online misschien wel de beste voorbereiding op een bezoek aan de grachtengordel. Alle gevels zijn hier aan te klikken en van informatie voorzien, zoals bouwjaar, architect en overzicht van de bewoners. Het standaardwerk van Caspar Philips Jacobszoon uit 1768 dient als basis.

grachtenboek
gravures van Caspar Philips Jacobszoon
Op de Heren- en Keizersgracht staan ca. 490 halsgevels, 230 lijstgevels, 200 verhoogde lijstgevels, 190 trapgevels, 190 klokgevels, 70 verhoogde halsgevels, 25 tuitgevels en 20 overige gevels.
Het Grachtenboek geeft een gaaf en harmonisch beeld van het Amsterdamse stadsgezicht tegen het einde van de 18de eeuw. Op de Heren- en Keizersgracht staan ca. 490 halsgevels, 230 lijstgevels, 200 verhoogde lijstgevels, 190 trapgevels, 190 klokgevels, 70 verhoogde halsgevels, 25 tuitgevels en 20 overige gevels. Van de meer dan 1.400 afgebeelde gevels zijn er zo’n 480 in min of meer ongewijzigde toestand bewaard gebleven. Klaarblijkelijk zijn geen opmetingen verricht, want de verhoudingen van de meeste gevels kloppen niet. In 1959 werden door C.A. van Swigchem in een kast van de KNAW de tekeningen teruggevonden die de basis vormde voor de gravures en toen bleek dat de tekeningen zeer nauwkeurig waren gegraveerd en dus dat de onnauwkeurigheden door de oorspronkelijke tekenaars zijn gemaakt. Voor een deel zijn de onnauwkeurigheden toe te schrijven aan het toegepaste vereenvoudigingssysteem. De in 1959 gevonden tekeningen bevatten een verrassing: van een aantal huizen is de oorspronkelijke tekening overgeplakt met een nieuwe tekening. Kennelijk heeft men vlak vóór het graveren nog even snel de laatste mutaties aangebracht.
 
Bron: onderdekeizerskroon.nl

Dallas aan de Amstel

gelezen in: De Patriotten van Jo van Ammers-Kuller
deel 1 uit de trilogie Heren, knechten en vrouwen (1934-1938)

De patriottenVan mijn achternicht kreeg ik een damesroman uit 1934 van Jo van Ammers-Kuller. Had ik nog nooit van gehoord. Deze schrijfster is in de vergetelheid geraakt, niet in de laatste plaats omdat ze fout was in de oorlog. Maar in de jaren dertig werd ze veel gelezen. Haar werk werd vertaald in het Engels, Duits, Pools en Tsjechisch. De literaire kritiek moest weinig van haar hebben, ook voordat ze in de oorlog haar bijdragen leverde aan de Kulturkammer. Deze informatie heeft me er niet van weerhouden om aan dit boek te beginnen.

Als ik ga volhouden, heb ik een lange adem nodig. De Patriotten (438 blz.) is het eerste deel uit de trilogie Heren, knechten en vrouwen en gaat over het lot van de familie Tavelinck in de jaren 1778-1813. De Tavelincks behoren tot de Amsterdamse elite van de achttiende eeuw. In de zomer verblijven ze in de schitterende buitenplaats Oostermeer bij Oudekerk aan de Amstel. De schrijfster maakte een grondige studie van dit landgoed voordat ze aan haar trilogie begon. De schatrijke familie Tavelinck van de buitenplaats Oostermeer vormt net als de familie Ewing van de Southfork Ranch uit Dallas het middelpunt van een soap.

Tavelinck Trilogie
De sans-culotten en De getrouwen complementeren de Tavelinck Trilogie
De hof van Oostermeer is groot en breed, ze is rondom begrensd door berceaus en vol paden en perken, vijvers en beelden en overal verrast zij door ingenieus bedachte perspectieven. De burgemeester slaat links af en schrijdt door een weg van taxushagen, die telkens halve cirkels vormen en waarin godinnen van de Olympus op voetstukken zijn opgesteld. Hij heeft echter in het geheel geen aandacht voor de goden en slechts een zeer vluchtige voor sommige der godinnen, hij zoekt een ander pad, dat naar een kunstmatige heuvel voert, waarop het kleine Amortempeltje staat, dat gloednieuw en de laatste aanwinst van Oostermeer is.
 
uit: De Patriotten, blz. 10/11

In Huis en habitus- Over kastelen, buitenplaatsen en notabele levensvormen schrijft Jaap Moes op blz. 167-168 over buitenplaats Oostermeer als decor van de roman van Jo van Ammers-Kuller. Op deze pagina zijn fraaie historische foto’s van het landgoed te zien.

volg de meester [ 127 ]

kopie van portret van Benjamin Franklin door J.S. Duplessis

Franklin 1778Joseph Duplessis (1725-1802) was een van de meest getalenteerde portretschilders van de achttiende eeuw. Hij schilderde Lodewijk XVI (1775), zijn minister van financiën Jacques Necker (1781), de componist Christoph Willibald Gluck (1775) en zijn collega Joseph Marie Vien (1784). Maar zijn bekendste werk is het portret van Benjamin Franklin (1706-1790) uit 1778. Het is ook een van de meest gereproduceerde portretten ter wereld omdat het sinds 1914 op het biljet van honderd dollar staat afgebeeld.

Zaterdag begon ik een paar onderschilderingen volgens de vertrouwde werkwijze: Een imprematuur van rauwe omber met dunne witte tempera om te hogen en dunne rauwe omber om te diepen. Hierna volgde een uniform glacis van rauwe sienna en zinkwit.

Duplessis
toonschildering in rauwe omber en zinkwit (tempera) als basis voor een olieverfportret. rechts met een uniform glacis van rauwe siena en zinkwit.

Tijdens de eerste “close watching” van Franklins kop viel mij op hoe duidelijk de schilderkunst van de zeventiende eeuw doorschemert. Hoewel Duplessis als kind van het galante tijdperk thuis was in poezelige pastelplaatjes, zit er Franklins kop een rauwheid van een Cromwell of Hollandse zeeheld. Nu was Franklin ook wel de man die daartoe uitnodigde. Hij wist dat de Fransen hem als native “Americain” graag zagen als de bon sauvage van Rousseau.

Dus koketteerde hij daarmee. In Versailles had hij het lef zonder pruik te verschijnen. Hij kon zich dat veroorloven omdat hij in 1776, toen hij voor het eerst in Frankrijk was om steun te vragen voor de Amerikaanse onafhankelijkheid, al een beroemd man was. Zijn landgenoot John Adams was ook een geboren Amerikaan, maar deze haalde het niet in zijn hoofd om zonder pruik aan het Franse hof te verschijnen. Franklin ging nog een stapje verder. Hij droeg een berenmuts om te onderstrepen dat hij een “wilde” was. De overbeschaafde Fransen vonden het prachtig.

volg de meester [ 1-126 ] | van oude meesters en dingen die niet voorbijgaan