Rond 1800 was er in Europa niet alleen een politieke aardverschuiving gaande. Ook in de wetenschap vond een omwenteling plaats. De Verlichting had definitief een einde gemaakt aan de onwetendheid die het geloof in stand zou hebben gehouden. De mens had de moed gekregen om zelf na te denken en langs empirische weg de natuur te ontsluiten. Natuur was altijd een vijand van de mens geweest. De Bijbel leerde dat sinds de mens verdreven was uit het Paradijs de natuur vijandig was geworden. In het Paradijs bestond de dood niet, maar in de natuur draait alles om eten en gegeten worden. In zijn strijd om het bestaan was de natuur dus een vijand van de mens. Tijdens de Romantiek die aan het einde van de achttiende eeuw haar intrede deed, draaide dit beeld helemaal om. De natuur werd een heiligdom en de mens die de natuur goed kon “lezen” en aan anderen kon uitleggen, werd een soort priesterfiguur. Alexander von Humboldt die in 1769 geboren werd, een maand na Napoleon, was bijna twintig toen de Franse Revolutie uitbrak. Hij leefde in een stormachtige tijd. Als Duitser groeide hij op in het klimaat van de vroege Romantiek. De Duitse romantici waren volgelingen van Rousseau en zagen de natuur als goed. De cultuur, het “huis” van de mens om zich te beschermen tegen de onberekenbare natuur, zag Rousseau als verdorven. Deze veranderde houding ten aanzien van de natuur had ook alles te maken met de Verlichting, die Rousseau eigenlijk verafschuwde. Door de natuurwetenschap kreeg de mens steeds meer grip op de natuur. De natuur werd minder bedreigend en er bestond een groeiend optimisme over een vreedzame onderwerping van de natuur. De industriële revolutie was nog niet op gang gekomen en het fenomeen milieuvervuiling was ondenkbaar. In dit klimaat discussieerde Von Humboldt met zijn tijdgenoten over de natuur. Zo was er onder geologen was er een levendig debat of alle aardse gesteenten van oorsprong in de oceanen gevormd (neptunisme) of juist ontstaan zijn door vulkanisme aangedreven door warmte uit het binnenste van de aarde.(plutonisme). In dit debat zouden neptunisten en plutonisten veertig jaar lang (van 1790 tot 1830) tegenover elkaar staan. Uiteindelijk zou Von Humboldt met bewijzen komen dat de theorie van het neptunisme onhoudbaar was. Door hun hoge geboorte en intellect hadden Alexander en zijn broer Wilhelm Von Humboldt in Jena het voorrecht om in het gezelschap van Goethe en Schiller te verkeren. Goethe en Von Humboldt hadden veel interesse voor geologie en waren in die jaren aanhanger van het neptunisme. Maar ze toonden ook veel belangstelling voor botanie. In het tweede hoofdstuk Fantasie und Natur: Johann Wolfgang von Goethe und Humboldt beschrijft Andrea Wulf hun vriendschap. Goethe liep tegen de vijftig en was tweemaal zo oud als Alexander von Humboldt. Hij merkte over de getalenteerde jongeman op: Goethe over Alexander von Humboldt Alexander von Humboldt stierf in 1859 op bijna 90-jarige leeftijd in Berlijn. Hij was een van de beroemdste mensen van zijn tijd. Tijdens zijn leven zou hij de grootste bioloog ter wereld blijven. Kort na zijn dood, in het najaar van 1859 verscheen The Origin of Species. Het boek sloeg in als een bom en maakte Darwin op slag wereldberoemd. Tegenwoordig staat Von Humboldt in zijn schaduw maar Darwin zag Von Humboldt als zijn leermeester op wiens schouders hij stond. interview met Andrea Wulf over haar Alexander von Humboldt [ nrc.nl ] | avhumboldt.de
und die Erfindung der Natur van Andrea Wulf
Om de ondertitel van de biografie over de Duitse ontdekkingsreiziger Alexander von Humboldt te kunnen begrijpen, moeten we terug naar de achttiende eeuw. Hoe kun je de natuur nu uitvinden? Je kunt in de natuur doordringen via allerlei soorten wetenschap en ontdekkingen doen, maar uitvinden? Toch noemt Andrea Wulf haar 400 pagina dikke biografie Alexander Von Humboldt und die Erfindung der Natur. Deze titel blijkt goed gekozen. Ze beweert nergens dat Von Humboldt de natuur heeft uitgevonden, maar ze plaatst hem wel in een tijd waarin er een heel nieuw begrip over de natuur ontstond en in zekere zin werd “uitgevonden”, de jaren rond 1800.
Bron: avhumboldt.de

Categorie archief: 18e eeuw
Schloss Falkenlust
waaronder in de serie Duitse kastelen Schloss Falkenlust in Brühl

Die Wahl des Bauplatzes für dieses Jagdschloss wurde bestimmt durch die Flugbahn der Reiher, den bevorzugten Beutevögeln der Falkenjagd. Auf dem Flug von ihren Horsten im Brühler Schlosspark zu ihren Fischgründen im Altrheingebiet bei Wesseling wurden sie von dem leidenschaftlichen Falkenjäger Clemens August und seiner Jagdgesellschaft mit abgerichteten Falken »gebeizt«.
Nach den Jagdvergnügungen versammelte sich die höfische Gesellschaft zu Souper und Spiel in den kostbar ausgestatteten Innenräumen des Schloss Falkenlust. Unter den vollständig erhaltenen Räumen ragen die aufwändig ausgestatteten Kabinette hervor, die bereits 1763 der junge Mozart bewunderte.
Bron: schlossbruehl.de
Hogarth 320
William Hogarth was de eerste Engelse schilder die brak met de traditie die door Holbein, Van Dyck en Lelie naar Engeland was gebracht. Hij introduceerde iets typisch Brits in de schilderkunst: de ironie. Vaak schilderde hij satirische taferelen in een reeks, zodat er een soort beeldverhaal ontstond. Marriage, een van zijn beroemdste series, bestaat uit zes schilderijen waarvan het onderstaande (Tête à Tête) het bekendst is. Hierin wordt ons een satirische kijk op het huwelijk voorgeschoteld.

Voor de verfilming van de schelmenroman The Luck of Barry Lyndon (1844) van William Makepeace Thackeray leende Stanley Kubrick veel uit de schilderkunst van de achttiende eeuw, met name die van William Hogarth. Zo zien we de pose van de echtgenoot uit Tête à Tête terug in de onderstaande still.

Vijfendertig jaar later schilderde Hans Broek een grisaille van een still uit Barry Lyndon. En daarmee keerde de onderuitgezakte echtgenoot van Hogarth weer terug in de schilderkunst van de 21e eeuw.

[courtesy Newman Popiashvili Gallery]













