Categorie archief: 18e eeuw

Von Hamilton

de paardenportretten van Johann George von Hamilton (1672-1737)

De dierschilder Johann George von Hamilton is vooral bekend door zijn portretten van paarden voor de Spaanse rijschool in Wenen. Hamilton’s paarden glanzen als Meissener porselein en staan in een snoeperig landschap.

Hamilton
Johann George von Hamilton
Hamilton
Johann George von Hamilton
Hamilton
Johann George von Hamilton
Johann George von Hamilton war ein bekannter Tier- und Stilllebenmaler. Als Sohn des Stilllebenmalers James Hamilton stammte er aus einer schottischen Adelsfamilie, die in die Spanischen Niederlande ausgewandert war (möglicherweise als Folge der Schlacht Rullion Green in Galloway am 28. November 1666). In den 1690er Jahren kam er zusammen mit seinem Bruder Philipp Ferdinand nach Wien. Dort gelang ihm eine Anstellung beim kaiserlichen Hof von Karl VI., wo er 1712 zum Hof- und Kammermaler ernannt wurde. Ein weiterer Bruder, Karl Wilhelm von Hamilton (* 1668 oder 1670, † 1754), war ebenfalls Tiermaler. Johann Georgs Sohn Anton Ignaz von Hamilton (* 1696 in Wien, † um 1770 zu Hubertusburg in Sachsen) trat als Maler in die Dienste des Herzogs von Weimar und des Königs August III. von Polen und Sachsen. Von 1709 bis 1718 lebte er auf Schloss Wittingau (Třeboň) in Südböhmen bei Adam Franz Karl Eusebius Fürst zu Schwarzenberg. Zudem stattete er das Schloss Ohrada mit Malereien aus. Heute sind sicher seine Darstellungen von Pferden und insbesondere die Lipizzaner der Spanischen Hofreitschule seine bekanntesten Werke.
 
Bron: de.wikipedia.org
Hamilton
Deze Piebald van Johann George von Hamilton heeft iets van een buitenaards ruimteschip. Pas in 1878 zou Edward Mybridge met zijn fotoreeks Horse in Motion bewijzen dat een paard in galop er nooit uitziet zoals de traditionele schilderkunst ons wil laten geloven.

Johann Georg de Hamilton [ artnet.com ]

vergeten radicalen [ 3 ]

gelezen: de proloog van Het verdorven genootschap
De vergeten radicalen van de Verlichting
van Philipp Blom

Het verdorven genootschapDe historicus en romanschrijver Philipp Blom is overtuigd atheïst en schreef in 2010 een bevooroordeeld boek over de salon van baron d’Holbach die het derde kwart van de achttiende eeuw floreerde en prominenten uit binnen- en buitenland naar zich toetrok. De historicus verbergt zijn bewondering voor d’Holbach en Diderot niet en zijn afkeer voor Voltaire en Rousseau evenmin.

Al in de proloog merkt hij op dat het oordeel van de geschiedenis in het voordeel van de laatste twee is uitgevallen en in het nadeel van de d’Holbach en Diderot. Terwijl Voltaire en Rousseau in het Pantheon werden bijgezet als de twee grote Franse Verlichtingsfilosofen, is er geen groot eerbetoon voor d’Holbach en Diderot.

Philip Blom wil daar verandering inbrengen met zijn boek. Hij komt uit de kast als een discipel van de materialistische en atheïstische denkers d’Holbach en Diderot. Juist vanwege het atheïsme konden ze nooit in de positie komen die Voltaire en Rousseau voor zichzelf wel wisten te bemachtigen, die van de verlichte superstar. Voltaire bleef bewust zijn leven lang een deïst en was ervan overtuigd dat er een Schepper was. Alleen bemoeide deze zich niet meer met zijn Schepping. Voor het deïsme was God een uurwerkmaker die na zijn arbeid het mechanische universum aan zichzelf had overgelaten.

Rousseau is in de ogen van Philipp Blom meer een verkapte christen. Ook al had Rousseau de kerk de rug toegekeerd, zijn hele filosofie baseert zich op christelijke thema’s als paradijs, zondeval en verlossing. De invloed van Rousseau was enorm. Door zijn volgelingen werd hij vereerd en na zijn dood in 1778 werd zijn laatste rustplaats op Île des peuplier een bedevaartsoord. Tijdens de Franse Revolutie was Jean-Jacques inmiddels een seculiere heilige geworden. Zijn invloed is er nog altijd. In de eenentwintigste eeuw kunnen we in het verlangen naar authenticiteit en natuurlijk leven maar ook in de romantische religie van de nieuwetijdse spiritualiteit sporen van zijn denken aantreffen. Voor Philipp Blom is Rousseau vooral een negatieve figuur die het heldere Verlichtingsdenken van Diderot vertroebeld heeft. Rousseau stond aan het begin van de Romantiek en de Romantiek keerde zich zelfs tegen de Verlichting.

Philipp Blom pleit voor het sapere aude, de moed om zelf te blijven denken en weerstand te bieden aan de reflexen van het gevoel en terug te deinzen voor een universum dat door de radicale Verlichting metafysisch is uitgekleed. Een universum zonder doel, waarin de mens geworpen is, is door het existentialisme van de twintigste eeuw geëxploreerd, maar in de achttiende eeuw waren weinig geesten daar nog rijp voor. De kring rond Baron d’Holbach en Diderot was een grote uitzondering. Volgens Blom was hun salon in de Rue Royale Saint-Roch het brandpunt van de radicale Verlichting, een Verlichting die compromisloos de consequenties durft te trekken van het zelfstandige denken, dat zich ontworsteld heeft aan de eeuwenoude onderworpenheid aan het christelijk geloof.

Philipp Blom pleit voor het sapere aude – de moed om zelf te blijven denken en weerstand te bieden aan de reflexen van het gevoel en terug te deinzen voor een universum dat door de radicale Verlichting metafysisch is uitgekleed.

De radicale Verlichting aan de Parijse Rue Royale Saint-Roch had uitgesproken politieke ambities: het verzet tegen instituties, niet alleen tegen de katholieke kerk, maar ook tegen de monarchie die door de kerk gefaciliteerd werd. Rond 1750 was er een strenge censuur en alle geschriften waarin het christelijk geloof ondermijnd werd, waren staatsgevaarlijk. Een aanval op de fundamenten van het christendom was indirect ook een aanval op het koningschap dat gelegitimeerd werd door het droit divin.

De vrije geesten van de radicale Verlichting waren gedwongen om onder pseudoniemen te publiceren. Hun boeken moesten vaak in Nederland gedrukt worden en werden daarna Frankrijk binnengesmokkeld. Het was streng verboden deze boeken in bezit te hebben en de lezers werden net als de auteurs streng vervolgd. Deze onderdrukking van het atheïsme heeft de radicale Verlichting onvermijdelijk gepolitiseerd. Blom beschrijft de vrijdenkers uit de achttiende eeuw soms als martelaren van de geest die net als vervolgde christenen uit de eerste eeuwen moeten wegduiken in hun catacomben. Natuurlijk roept deze underdogpositie sympathie op.

Het hoofdstuk Le bon David gaat over de connectie met de Schotse filosoof David Hume. Aan het begin van de jaren zestig was Hume diplomaat in Parijs. Hij werd door de baron uitgenodigd in zijn salon aan de Rue Royale Saint-Roch. Daar ging Hume graag op in. Hij genoot van alle aandacht en hield van lekker eten, een “bijkomstigheid” waar de salon van d’Holbach bekend om stond. Bovendien spraken Baron d’Holbach en Diderot beiden uitstekend Engels. De salon verheugde zich op de komst van The Great Infidel, zoals Hume in zijn calvinistische Schotse vaderland genoemd werd.

David Hume
David Hume in 1766 door Alan Ramsay
Voor David Hume lieten materialisten en atheïsten zich verleiden tot een zekerheid die er niet is.

Toen Hume aanschoof, merkte hij op dat hij niet wist hoe atheïsten eruit zagen omdat hij er nog nooit een gezien had. “Kijkt u dan maar eens even goed om u heen”, zei zijn gastheer “van de achttien mensen hier aan tafel zijn er vijftien atheïst en drie zijn er nog niet helemaal uit!” Maar Hume die bekend stond als een Godloochenaar, zag zichzelf helemaal niet als atheïst. Voor een scepticus is de “zekerheid dat God niet bestaat” een brug te ver. Hume kon hoogstens een agnostisch standpunt innemen.

De vrijdenkers in de salon waren te politiek georiënteerd om Hume echt te kunnen begrijpen. Hun doel was het omverwerpen van de macht van Kerk en staat, terwijl Hume meer filosoof dan activist was. Voor hem draaide de Verlichting om het inzicht dat de menselijke identiteit gebaseerd is op waarneming en gewoonte en dat er nergens vaste grond te vinden is, ook niet in materialisme of atheïsme. Want materialisten en atheïsten lieten zich voor Hume verleiden tot een zekerheid die er niet is. De salon van d’Holbach was uitgesproken progressief, terwijl de radicale twijfel Hume juist conservatief had gemaakt. Want als je alles betwijfelt, kun je evengoed niets betwijfelen en kiezen voor een pragmatisch volgen van gewoonten en tradities.

Atheïsme is de foute term voor gezond verstand [ nrc.nl ]
Wij zijn aapjes die zin zoeken [ volkskrant.nl ]
in the name of godlessness [ economist.com ]

frontispiece, 1764

Het frontispiece voor de Encyclopédie
van Charles-Nicolas Cochin

In 1751 verscheen het eerste deel van de Encyclopédie, ou dictionnaire raisonné des sciences, des arts et des métiers, de voorloper van wikipedia. Met deze ambitieuze onderneming wilden de initatiefnemers Diderot en d’Alembert alle kennis bundelen die de mens tot dan toe verzameld had. De Encyclopédie is misschien wel hét symbool van de Verlichting geworden. De encyclopédisten wilden het licht van de rede overal op laten schijnen.

In 1764 ontwierp de ontwerper, graveur, schrijver en kunstcriticus Charles-Nicolas Cochin (1715-1790) een frontspiece voor de Encyclopédie. Het is een iets compactere uitvoering van de allegorie van Academie francaise van Sebastian Leclerc uit 1698. In plaats van wetenschappers met hun attributen zien we een tafereel dat hoofdzakelijk door vrouwen bevolkt is. De 18e eeuw is niet alleen de eeuw van de rede maar ook de eeuw van de vrouw.

Frontispiece Charles-Nicolas Cochin
De gesluierde waarheid staat tussen de verbeelding en de rede, daaronder bevinden zich de kunsten en wetenschappen. De gravure werd in 1772 gemaakt door Bonaventure-Louis Prévost.

In 1765 werd het ontwerp van Cochin geëxposeerd in de Salon en Diderot was er gelijk zeer over te spreken. Dat er op de voorgrond een paar “nimfen” zitten die zo uit het atelier van François Boucher lijken te komen, zal hij Cochin wel vergeven hebben. De zedelijke les waar Diderot zo van hield, zat er in ieder geval duidelijk in.

Frontispiece Charles-Nicolas Cochin
detail 1: de optica, botanie, chemie en landbouw
Frontispiece Charles-Nicolas Cochin
detail 2: de muziek, schilderkunst, beeldhouwkunst en bouwkunst
Frontispiece Charles-Nicolas Cochin
detail 3: theologie met Bijbel (boven half zichtbaar), astronomie en mathematica
C’est un morceau très ingénieusement composé. On voit en haut la Vérité entre la Raison et l’Imagination: la Raison qui cherche à lui arracher son voile, l’Imagination qui se prépare à l’embellir. Au-dessous de ce groupe, une foule de philosophes spéculatifs; plus bas la troupe des artistes. Les philosophes ont les yeux attachés sur la Vérité; la Métaphysique orgueilleuse chercher moins à la voir qu’ à la deviner; la Théologie lui tourne le dos et attend sa lumière d’en haut. Il y a certainement dans cette composition une grande variété de caractères et d’expressions, mais les plans n’avancent ne reculent pas assez; le plus élevé devrait se perdre dans l’enfoncement; le suivant venir un peu sur le devant, le troisième y être tout à fait. Si la gravure réussit à corriger ce défaut, le morceau sera parfait.
 
Diderot’s commentaar op de frontispiece van Cochin